De Wereld van het Verleden

Speel mee in RPG-herberg De Blaffende Vis. Vreemde, grappige en angstaanjagende verhalen doen hier de ronde.

Moderator: Herbergiers

Qemwen
Kosmonaut
Berichten: 796
Lid geworden op: 19 feb 2004 10:43
Locatie: Zeist

De Wereld van het Verleden

Ongelezen bericht door Qemwen » 19 sep 2004 18:53

Dit verhaal is gesloten, mocht je toch dit verhaal verder willen zetten, stuur een pb naar Agravain, motiveer!

Geen herbergier, moderator of Admin is aansprakelijk voor spel-, grammatica- en/of andere fouten in dit verhaal.

edit by Agravain: Chaman vervangen door Agravain als herbergier.
edit by Agravain: Qemwen verwijderd als herbergier.

Ariel Hillow:

Een kender-achtige halfling Cleric.
Dat wil zeggen: Ariel is heel erg nieuwsgierig en verwondert zich over vanalles. Verder is ze heel vrolijk, behalve als ze zich verveelt, maar ze zorgt er zelf wel voor dat dat nooit gebeurt. Ariel is voor vrijwel niks bang en zal alleen vluchten als de rest ook vlucht, omdat ze het saai vindt om alleen achter te blijven.
Ariel ziet Qemwen, haar godin, niet als een oppermachtig wezen, gewoon als een vriendin. Ze praat altijd met/tegen Qemwen, en vertrouwt erop dat Qemwen haar altijd wel helpt als ze in nood is.

Goblin:

Het trouwe konijntje van Ariel.
Hoewel hij nou niet bepaald een grote rol heeft, huppelt Goblin altijd wel ergens in de buurt van Ariel, en kan zomaar ineens opduiken...


Qemwen:

De halfinggodin van geluk.
Met haar dobbelstenen kan ze onwaarschijnlijke mogelijkheden tot werkelijkheid maken. Zo kan ze in de meeste gevallen halflings (en hun vrienden) helpen als ze Qemwen's hulp nodig hebben.
Qemwen vindt het leuk om anderen te helpen en omdat ze toch niet veel te doen heeft, is ze bijna altijd "beschikbaar". Ze wil het liefst dat iedereen op de wereld blij en gelukkig is, want dat is ze zelf ook.
Qemwen vindt Ariel helemaal geweldig, omdat zij lijkt op hoe Qemwen zelf was voordat ze godin werd.

Yurl:

De god van het weer.
Hij is een beetje een neutrale god, bemoeit zich met niet zoveel op de wereld, regelt alleen lekker het weer enzo. Maar nu probeert hij ook om de groep te helpen. Hij kan alleen maar dingen bepalen en veranderen die met het weer te maken hebben. Als hij het wil laten bliksemen, zal hij eerst een hoop regenwolken bij elkaar moeten verzamelen.

Emiamo:

Emiamo lijkt een gewone boeren zoon van een wat rijkere boer, maar is eigenlijk geadopteerd (wat niemand buiten hem en zin ouders weet.) Er is altijd een geest bij hem in de buurt waarmee hij kan praten, maar de geest kent hij ook niet echt goed (buiten dat de geest hem al uit enorm veel problemen heeft geholpen.) Omdat ik nog veel ideeën over hem heb kan ik nog niet zoveel vertellen. Maar in iedergeval 1 waarschuwing: Raak hem niet aan

Waylander

Riftspawn
Waylander was een Riftspawn (masieve bijwerking van magie) die de hele wereld heeft afgespoord heeft. Het belangrijkste stuk van zijn leven (en zijn dood) is in de RPG te lezen

Eriamor

Halfgod van Chaos en Vernietiging
Eriamor is een zoon van Dremora, de god van de dood. Eriamor's krachten waren door een spreuk tot zijn dood opgesloten, toen hij is gestorven aan het gouden zwaard van het licht is zijn ziel overgezet op het lichaam van Waylander, wat zijn kracht weer vrijmaakte en door hem weer werd opgenomen. Nu is hij bezig om met zijn legers dood en verderf te zaaien over de wereld.
De wachters heeft hij alleen kunnen wekken met een hele stapel instrument, en op het punt dat hij al zijn kracht los liet, was dat ook alles, en hij houd dat nog geen 10 minuten vol

De Wachters

's werelds beste en sterkste veldmaarschalken
De wachters slapen al eeuwen in hun graf, maar zijn nu door Eriamor weer tot leven gewekt. De Stenen Krijgers die de grote van een boom hebben nemen elk metaal dat ze aanraken op, waardoor ze steeds groter en sterker worden. De wachters staan altijd met Eriamor in contact en zijn zijn elite krijgers.
Dat groeien gaat enorm langzaam, en ze hebben ongeveer een verhouding van 20 man op 1 wachter, ze zijn trouwens met z'n drieën.

Fingolfin

Een elven ranger en bard. Hij is een vriend van Ariel.
Fingolfin ziet alle gevaren waar Ariel geen weet van heeft, en voelt zich verantwoordelijk voor haar. Hij zal proberen haar uit zoveel mogelijk gevaren te houden, wat zij niet altijd leuk vindt, maar waardoor ze wel nog in leven is. Fingolfin houdt van de natuur en weet veel van kruiden, planten & dieren. Hij houdt ook van gitaar spelen en zingen, en maakt iedereen gek met zijn raadsels. Hij weet er echt heel veel en vindt het leuk om ze aan iedereen voor te leggen.
Fingolfin houdt niet erg van vechten, maar is wel heel goed met zijn boog. Dat komt omdat hij veel in de bossen is, en dus goed kan jagen. Zijn jagersinstinct zorgt ervoor dat hij licht slaapt en altijd alert is. Hij heeft een soort zesd zintuig voor gevaar.
Fingolfin vertrouwt anderen niet zo snel, maar als hij eenmaal iemand als vriend beschouwt zal hij zijn leven voor hem wagen.
In zware tijden zal Fingolfin proberen om iedereen op te vrolijken, want hij ziet overal de lol en de positieve kanten van in, hij houdt van het leven.

Glamdring:

Hij komt voor als mens en gigantisch hagedisachtig monster. Eigenlijk is hij een Leyt Sjamaan(zie Verbond Van Trias Mythologie bij Verbond Van Trias) die de gedaante van een mens kan aannemen. Hij is samen met Cyrano al vele eeuwen op zoek naar een voorwerp dat in twee delen werd gesplitst en dat Eriamor nodig heeft om te reïncarneren in Waylander. Zij hadden 1 van de twee delen gevonden in het dorp van Fingolfin, waar ze iedereen buiten hem hadden uitgemoord, maar nu waren ze op zoek naar het tweede deel. Doch, doordat Eriamor nu gestorven was, had hij meteen kunnen reïncarneren in Waylander, wat de zoektocht van de twee onnodig maakte. Uit vrees voor hun meesters krachten hebben zij zich nu bij de "goeden" aangesloten.

Cyrano:

Hij is een Gevleugelde donkere elf, maar eigenlijk een kruising tussen een draak en een donkere elf. De Drakensoort CCD is een geheim project van de Leyts om een oorlog te beginnen tegen de elfen in het noorden. Cyrano is er samen met Glamdring opuit getrokken in opdracht van Eriamor.

Turgen

Gevaarlijke vliegende koeien.
Turgen zijn iets kleiner dan de gemiddelde koe, met veel wit en een paar kleine zwarte vlekken. Ze hebben leerachtige vleugels op hun ruggen en grote slagtanden zoals een olifant. Turgen eten planten, maar zijn erg agressief tegen andere diersoorten. Ze leven meestal in kleine groepjes van 5 á 6 turgen bij elkaar.
Er zijn twee soorten turgen, bergturgen en savanneturgen. Dit zegt natuurlijk al waar ze wonen, maar er zijn meer verschillen. Bergturgen hebben tenen, zodat ze wat meer grip hebben op de rotsen, en de hebben een dikkere vacht. Savanneturgen hebben een langere nek, zodat ze makkelijker bij de bladeren van bomen kunnen. (Hoewel ze meestal keihard tegen een boom aanrammen om hem leeg te schudden, maar voor het geval dat niet lukt)
Turgen horen en zien niet zo goed, maar kunnen wel goed ruiken. Het zijn, op het land, geen sprinters, maar kunnen wel vrij lang rennen. In de lucht geldt hetzelfde: ze vliegen niet snel, maar kunnen wel lange afstanden afleggen. Ze kunnen niet op één plek in de lucht blijven hangen.
nb. het meeste hiervan heb ik net ter plekke verzonnen. Als je wat leuks weet of als iets zo uitkomt, mag je er alles bij verzinnen en veranderen.



Het verhaal:



"Zo is het mij, de laatste der almachtige Alras, overgeleverd door de geschriften van de heilige voorvaderen die deze aarde voor mij bewandeld hebben. Nu, in de tijd van wanhoop, veldslagen en dreiging van alle kanten, meen ik, Glamdring, de voormalige leider van mijn volk, nu de laatste telg van de 7 geslachten, dat de geschiedenis van de wereld, die wij vandaag kennen als Phareion, vroeger ook gekend als Phireaion, de wereld der zeeën, eindelijk in 1 lange tekst moet opgenomen worden opdat het nageslacht, als dat nog zal overleven, de geschiedenis en het geloof in de Ware Goden niet verliest. In de volgende geschriften zal ik deze geschiedenis uit de doeken doen, en wel te beginnen met het scheppen van de wereld, om daarna onze volkeren te behandelen, en als laatst de ongelukkige ondergang van de Alras te beschrijven."

Een man keek omhoog naar de persoon die zich Glamdring noemd, hij stond op een verhoging in de herberg. Niet echt een goede plek om dit te gaan verkondigen, maja, gekken zijn er overal en altijd.
Jee glimlachte naar de man die uit zijn hart sprak. Hij fronste en was beniewd wat er verder gezegd zou gaan worden.
Jee kijk naar de idioot die nu een verhaal probeerde te schrijven. Of het ging overpennen van die ander... tja, hoe noem je dat. Jee keek nog eens diep in zijn glaasje

Qemwen, de godin van geluk voor de halflings, keek even neer vanuit haar bloemetjespaleis en giechelde.
Ariel Hillow, een van haar trouwste en enthousiaste clerics, bevond zich ook in de herberg en luisterde vol belangstelling naar de man.
Ze liet zich van haar kruk afglijden en liep naar voren, waar Glamdring stond.
Ariel wist niets van de wanhoop waar de man het over had, misschien verveelde hij zich. Iets anders kon ze niet bedenken.
gelukkig heb ik mijn bolletje-over-bolletje-laten-springen-om-andere-bolletjes-te-laten-verdwijnen-en-zo-te-winnen-spel bij me.
Blij dat ze iemand kon helpen, klauterde ze de verhoging op en liep naar Glamdring toe.
"Hee hallo, wie ben jij? Ik ben Ariel" ze stak haar hand uit "je zei dat je je verveelde hé? Ik heb een heel leuk spelletje, het heet bolletje-over-bolletje-laten-springen-om-andere-bolletjes-te-laten-verdwijnen-en-zo-te-winnen en het is de bedoeling dat je met een bolletje over een ander bolletje heengaat en dan je bolletje ergens anders neerzet, zodat je het laat springen, en dan laat je dan andere bolletje verdwijnen en als je dat een beetje doet dan heb je gewonnen.
Of we kunnen gewoon op avontuur gaan, dat doe ik ook altijd als ik me verveel weet je, ik denk dat er vast wel iets te vinden is hier in de buurt en anders gaan we een beetje verder weg zoeken maar dan moet je je nog wel even wat langer vervelen, maar dan kunnen we ondertussen wel mijn bolletje-over-bolletje-laten-springen-om-andere-bolletjes-te-laten-verdwijnen-en-zo-te-winnen-spel spelen hoor. Nou zullen we gaan?"
Ariel had de gewoonte om heel snel te praten, zo snel dat niemand het kon volgen.
Ze had niet in de gaten dat Glamdring haar niet had verstaan, of dat hij ook wat wilde zeggen, maar ze ratelde vrolijk door over wat ze konden gaan doen, wat ze dan nog eerst moest doen en wie van haar vrienden wel mee wilden komen.
Uiteindelijk begon ze Glamdring aan zijn mouw mee naar buiten te trekken, totdat ze besefte dat ze haar konijn op haar stoel had achtergelaten. Snel haalde ze Goblin, het konijn, op en liep weer terug naar Glamdring.

Verder volgde Qemwen niet meer wat er in de herberg gebeurde, want haar hulp werd geroepen door een groepje halflings die middenin een groot bos werden aangevallen door een soort gevleugelde koe (geen idee wat die daar moest, meestal kwamen de Turgen alleen voor op open, vlakke gebieden)

glamdring was juist van plan zijn verhaal verder te zetten toen er een vreemd persoon het verhoog kwam opgekropen en iets begon te ratelen over een spelletje en over avontuur. Wist zij veel dat de hele opzet bedoeld was om zijn vriend uit de kelder te krijgen zodat niemand hem zou zien. NIemand zou oog hebben voor cyrano, en glamdring zou de aandacht trekken, dat was het plan. Nu kwam dat meisje alles verstoren. Ze trok glamdring aan zijn mouw, liet dan opeens terug los, nam haar konijn van haar stoel, kwam terug en sleurde hem mee naar buiten. Eenmaal buiten liep glamdring naar de achterkant van het gebouw, om te zien hoe het was met cyrano, op de voet gezeten door het meisje.

Qemwen wist van het plan van Glamdring en Cyrano, en wilde dat het plan zou slagen. Ze had Ariel niet tegen gehouden omdat ze niet verwachtte dat het plan om haar zou mislukken...
Ariel wist niet waar de man naartoe liep, maar liep toch maar achter hem aan. Waarschijnlijk wist hij zelf een leuke plek voor een avontuur.
Maar waarom zou hij zich gaan vervelen als hij al een plek wist waar een avontuur is? dacht ze.
Ze was net aan het vertellen hoe ze Goblin had gevonden toen hij nog een baby-konijntje was, waarom ze zo van aardappels hield en wat haar lievelingskleur was.
Ineens besefte ze dat ze nog steeds de naam van de man niet wist.
Wat onbeleefd, ik heb me toch ook voorgesteld? Misschien heeft hij mijn vraag neit goed gehoord Juist toen ze opnieuw zijn naam wilde vragen, zag ze Cyrano.
Cyrano zag er geschrokken en een beetje bang uit.
Vreemd, je zou haast denken dat hij denkt dat Goblin een echte goblin is... iwe is er nou bang voor konijntjes?
Ariel giechelde en liep naar Cyrano toe.

Fingolfin zag een klein meisje de buitendeur van de herberg uitkomen, hij stopte zijn fluitje in een van zijn vele zakken en ging naar binnen.
Fingolfin ging op een barkruk zitten en bestelde een kommetje kokend water. De waard keek hem vreemd aan, maar zette toch wat water op het vuur.
Hij gooide zijn kap naar achter en hing zijn groene mantel aan een haak bij de deur. Fingolfin droeg een doker groene broek, strak tegen zijn benen gegespt door allerlei riempjes. Boven zijn broek had hij een strak shirt vol met zakken met groene, oranje, blauwe en rode vlekken erop, om zijn linker schouder was een oranje zijde sjaaltje geknoopt. De hals van een kleine gitaar stak boven zijn schouder uit.
Fingolfin liep terug naar de bar en betaalde de waard voor het kommetje water. Uit een van zijn zakken haalde hij wat vreemde kruiden en strooide ze uit in het water.
Met het kommetje in een hand liep hij naar een tafel in de hoek, waar hij zijn gitaar op legde. Hij schoof twee stoelen naar achter, één voor zijn voeten en één voor hemzelf.

verwachtend dat het meisje zou schrikken als ze cyrano zag in zijn volle glorie, probeerde glamdring hem nog ene beetje verborgen te houden, maar dat mislukte echter enorm. Cyrano was zo bang dat hij nu opgemerkt was en dat hij weer op de vlucht zou moetne slaan, dat hij als in een reflex de behoefte voelde weg te vliegen. Gelukkig kon glamdring hem tegenhouden, en terwijl het meisje een stapje dichter zette om naar cyrano toe te komen, trok hij cyrano naar zich toe, en fluisterde hem toe dat alles wel goed zou komen. De fluitspeler die zojuist de herberg was binnengegaan had volgens hem niets gezien, en dat kleine meisje zou ook niets verklappen. Aarzelend wachtte cyrano totdat het kleine meisje genaderd was tot op ene meter van de twee vrienden...

Een moeilijk lopende man die schuil gaat onder een zware zwarte mantel komt de herberg binnen, Zijn gezicht is niet te zien, op zijn vooruit stekende mond en blauwe sik na. hij gaat bij een tafeltje zitten maar gaat al snel naar buiten omdat hij iets merkt....

...Waylander liep een steeg in en kwam achter de herberg uit, daar stonden 1 mens, een halfling en een Donkere elf. Waylander ziet dat de twee mensen iets verbergen en de Halfling het wil vinden, of iets anders in die richting. Waylander doet zijn zware mantel af, waar door zijn witte vacht zichtbaar word, zijn blauwe haar van de verstikkende kap word verlost en zijn witte horens ontbloot worden. Waylander hurkte, zet zijn handen op de grond en stormd op handen en voeten (wat hem beter afging dan lopen) op de halfling af. De halfling keek om, maar het was al te laat, de horens ramden het kleine gestalte en de halfling verd tegen de muur geramd...
ze was goed bewusteloos en zou het volgende uur nog niet bijkomen...

Qemwen had dit niet aan zien komen, omdat de halflings die haar geroepen hadden niet door één Turge, maar wel door zeven werden aangevallen! Ze hadden dus een heleboel geluk nodig gehad. Juist toen Qemwen weer verder wilde kijken wat er met Ariel gebeurde, zag ze een bok met schoenen aan op het meisje afrennen....

...Ariel, die Qemwen al haar hele leven goed kende, kon haar heel goed aanvoelen. Ze voelde ook een golf van een waarschuwing van Qemwen komen, maar moest nog heel even haar zin afmaken.

".. en dus toen was het zo dat we daar stonden en helemaal geen kant meer op konden en alleen nog maar terug konden gaan naar waar we vandaan kwamen en dat deden we dus ook maar, en toen kwamen al die Oogurs achter ons aan en zij renden veel harder dan wij en ze haalden ons bijna in maar gelukkig hadden wij een trapje gezien en zij niet en toen struikelden ze over dat trapje en konden wij snel doorlopen en de deur dichtdoen, en het was echt heel grappig hoor!"

Eindelijk kreeg ze door wat Qemwen probeerde duidelijk te maken en snel draaide ze zich om. Een grote lach verscheen op haar gezicht en ze stak haar hand al uit om zich voor te stellen, maar de man (nee niet man, geit, nee geen geit, want geiten dragen geen schoenen, dus het moet wel een man zijn, maar een man heeft geen witte haren... misschien is het een mannetjes geit, ja dat moet wel!) kon niet meer afremmen en knalde tegen haar aan.
Het was jammer dat er een muur achter haar stond anders zou ze gevlogen hebben."
Ik heb nog nooit gevlogen. Dat lijkt me eigenlijk wel leuk om een keer te doen... als ik die mannetjesgeit-met-schoenen nog een keer zie moet ik vragen of hij er de volgende keer rekening mee houdt dat er geen muur achter me moet staan...
En toen werd alles zwart...

Qemwen, die normaal niet zo snel communiceerde met niet-halflings, stuurde nu door de hele herberg een hulpkreet. Omdat ze niet vaak met mensen of elfen praatte, hield ze er geen rekening mee dat zij niet snel genoeg kunnen luisteren. Had iemand haar gehoord? Liep er iemand naar buiten, om Ariel te helpen?

Waylander liep terug naar zijn mantel en deed die om, zijn gezicht was niet meer te zien. Daarna liep hij naar de twee mensen die zich half verscholen. Met een grimmige, krakende stem zij hij:'Wie zijn jullie, en waarom zijn jullie hier?'
Een harde bonk was te horen, hij leek van buiten te komen. Fingolfin keek de waard aan, maar die leek het ook niet te begrijpen. Toen hij zijn kommetje op tafel had gezet stond hij op en maakte de boog op zijn rug iets losser toen hij een vreemd geluid hoorde. Het was heel erg hoog en deed bijna pijn aan zijn oren. Het leek op een stem, maar hij kon er niets van maken.

Toen hij de deur uitkwam keek hij rond, maar zag niets bijzonders. Er waren stemmen... aan de achterkant van de herberg.
Fingolfin liep door een steegje en kwam achter de herberg uit. Waar hij drie gestaltes kon zien staan. Ze leken met elkaar in gesprek te zijn en merkte Fingolfin niet op. Fingolfin wou naar de personen toe lopen, toen hij bijna over iets struikelde.
Hij keek omlaag... "Ariel!!??" dacht hij bij zichzelf. hij hurkte en schudde de halfling door elkaar, maar ze werd niet wakker.
"Ariel" fluisterde hij in haar oor, maar ze reageerde nog steeds niet.

Hmm... Fingolfin doorzocht een van zijn zakken en haalde er een kruid uit, wat hij onder de neus van Ariel hield.

Qemwen zag een elf in de herberg opkijken, en even later naar buiten lopen. Ze wist dat Ariel deze elf kende, maar kon zo gauw niet op zijn naam komen. Ariel was nog steeds helemaal buiten westen.

Ariel zag een lange tunnel voor zich, met allemaal kleurtjes, en aan het eind ervan een groot, knaloranje licht. Vaag drong de geur van tijm tot haar door, maar dat was vrijwel meteen weer weg.
Ariel merkte dat ze in die tunnel zweefde, en ze probeerde rondjes te vliegen. Dat ging niet, ze bleef maar rechtdoor zweven. ik vraag me af wat er daar achter is. Ik heb nog nooit iets gezien dat zoveel licht gaf. Behalve dan toen die ene ork-mage een vuurbal op me af schoot. Hij miste maar het was wel heel erg oranje. Misschien is hij daar wel,d an kan ik hem helpen met beter richten!
Ze dacht nog verder na over wat het oranje licht kon zijn, en waarom haar hoofd zo bonkte...

'Dit heeft geen zin' dacht Fingolfin. Hij stopte het kruid weer in een van zijn zakken. Hij keek naar de personen achter hem en dacht na. 'nee, te gevaarlijk, misschien hebben zij dit wel gedaan'. Fingolfin tilde Ariel op toen hij op haar rug een grote snee zag zitten. Bloed droop op de grond.
Hij hield Ariel met bijden armen vast en liep weer terug naar de ingang van de herberg. Hij ging naar binnen en legde Ariel op een tafel neer. "Kan iemand mij een kommetje met water geven?" Vroeg Fingolfin een beetje panisch.

Qemwen gaapte.. bewusteloze mensen zijn saaie mensen, vond ze. Ze besloot Ariel maar eens terug te roepen naar deze wereld. Bovendien was ze erg nieuwsgierig hoe het verder ging met die bok, Glamdring en Cyrano. Ariel zou makkelijker informatie kunnen winnen dan Qemwen zelf...

...ergens aan de rand van Ariels gedachten voelde ze iemand trekken. Laat me nou, ik wil weten wat daar is! Maar het trekken hield niet op en uiteindelijk werd Ariel nieuwsgieriger naar denege die aan haad gedachten zat te plukken dan naar de vooruitgang van de Ork-mage (daar was ze inmiddels wel van overtuigd).
Ineens zag ze Qemwen voor zich, en zag haar lippen bewegen, maar ze kon niet horen wat ze zei. Ze spande zich in om te luisteren, maar dat gaf haar nog meer hoofdpijn.
" om.. ug.. iel!"
"Wat zeg je, Qem?"
"Je.. en.. te.... loos! ... wakker!"
"Ik snap er niks van!"
"WORD WAKKER! JE BENT SAAI BEZIG!"
"Nee hoor het was helemaal niet saai! Weet je nog die ene ork-mage die toen eerst die vuurbal op mij af vuurde? Toen jij er maar net op tijd voor kon zorgen dat er een mug in zijn arm stak waardoor hij een vreemde beweging maakt en miste? Nouja hij was er dus ook en er waren een heleboel kleurtjes! Precies de kleurtjes die mijn vlinder-ketting van jou ook heeft, leuk he?"
"Oja? Echt waar?? Wat leuk! Maar die ene elf, uhm.. hoe heet hij.. die met dat eeuwige oranje lapje..."
"Fingolfin!"
"... ja die, die probeert nou al een kwartier jou aan het praten te krijgen, en dat is wel erg saai, geloof me"
"Huh? Wat is er dan?"
Qemwen legde snel aan Ariel uit wat er aan de hand was, en eindelijk besloot de halfling haar ogen open te doen.

Ariel knipperde met haar ogen en snapte niet echt wat ze zag.. hout... veel hout...
Toen drong te pijn in haar hoofd en rug tot haar door, en het gemompel van Fingolfin.
"Fin...Fin?? Auw! Dat doet pijn!"
Ariel draaide haar hoofd zover mogelijk om zodat ze kon zien wat Fingolfin maar haar rug deed wat zo pijnlijk was. Helaas kon ze niet veel zien.
"Weet je, Fin, ik was net in een tunnel met heel veel kleurtjes en..."
Ariel vertelde het hele verhaal.
Fibngolfin, was in de tijd dat hij hier was gewend geraakt aan de verhalen van Ariel. Hij zei af en toe "o ja?" of "uhü, wat leuk" en kreeg niet zo veel mee van het verhaal.
Slechts één zin verstond hij helemaal:
"Hee, waar is Goblin eigenlijk?"

Cyrano en glamdring hadden dit alles met lede ogen aanzien. De bokman, de halfling en de fluitspeler die uit de herberg gestormd kwam, het had allemaal weinig indruk gemakat op hen. Ze hadden het eerder meegemaakt. Ongevallen die dan meteen op hun geschoven werden, anderen die iets misdoen en waarvoor cyrano als dader werd aangezien, wegens zijn vreemde gedaante.
Toen de bokman aan hen vroeg wie ze waren en waar ze vandaan kwamen, voelden zowel glamdring als cyrano de behoefte hem ook uit de weg te ruimen en 'm te smeren, maar toen kwam die elf, met zijn boog, en dan was er zeker iets misgelopen. Stilletjes trokken ze zich terug toen hij haar mee naar binnen nam, op de voet gevolgd door de bokman met de krakende stem, die zou wachten op hun antwoord.
ze zijden niets en slopen weg, Way maakte zijn Goedendag van zijn riem los, voor een mogelijke snelle reactie op een aanval. Hij hield de twee goed in de gaten, want hij wist dat het goed fout zou kunnen lopen...

'Goblin? wie is Goblin?'
'Ik wist dat je jezelf in nare situaties kon krijgen, maar hoe heb je dit voor elkaar gekregen?'
Fingolfin waste zijn handen in een kommetje met een vreemde blauwe vloeistof en droogde ze daarna af. Hij liep naar de tafel in de hoek en gespte zijn gitaar naast zijn boog. Waarna hij het kommetje aan de waard gaf en om een glas water vroeg.
Hij haalde een vreemd voorwerp uit een van zijn vele zakken en trok aan het touwtje bovenop. Uit de zijkant van het vierkante voorwerp kwam een blauw groene vlam. Fingolfin lied de vlam heel even in contact komen met het water in het glas, waarna het water hevig begon te borrelen. De vlam doofde en Fingolfin stopte het voorwerp terug in de zak. Toen het water uigeborreld was bood hij het glas water aan Ariel aan, "hier, dit zal de pijn iets verlichten".

Glamdring was achtergebleven bij de bokman. Na een kort overleg hadden cyrano en hij besloten dat het beter zou zijn die halfling mee te nemen op hun reis, voor het geval dat iemand hen iets ten laste zou leggen. Ze moesten weer op de vlucht, en dan was ene gijzelaar extra handig, zeker als het een klein hulpeloos meisje was. Cyrano was dus terug naar de herberg gegaan om haar te ontvoeren, terwijl glamdring tegen de bokman uitlegde dat hij en zijn vriend meteen weg moesten, omdat de speurders van de koning hen te dicht op de hielen zaten, voor de zoveelste keer. Ongelukkigerlijk was die halfling erbij gekomen en de bokman, en waren ze nu gedwongen hen ook mee te nemen op hun reis. ze moesten zo vlug mogelijk uti de stad zien te raken, of tenminste uit de omgeving van de herberg, waar een donkere elf in de kelder gesignaleerd was. Het zou niet lang duren eer de troepen hier waren, dus ze moesten opschieten.

In de kamer zat fingolfin over ariel gebogen toen er opeens een gedaante voor het venster verscheen en deze met een enorme slag brak. Hij sprong binnen, nam het uitgetelde lichaam van ariel op zijn shouder, sloeg met zijn vleugels tegen fingolfins hoofd zodat deze versuft op de grond terechtkwam, en hij vloog met haar weg door de donkere nacht.

Ariel was Fingolfin net -voor de zoveelste keer- aan het uitleggen dat Goblin haar konijn was, toen ze middenin een zin begon te vliegen.

"Dankjewel Qemwen, wauw, hoe weet je toch precies altijd net wat ik wil? Ik zat net nog te denken: ik wou dat ik eens een keer kon vliegen"
Ariel praatte zoals gewoonlijk hardop tegen haar godin.
"O trouwens, als je me nou heel evenkunt helpen met die kras op mn rug want het vliegt niet zo fijn, weet je"
Zonder op een antwoord van Qemwen te wachten sprak Ariel een paar magische woorden uit. Er verscheen even een helderblauw licht om haar heen, en de wond genas. Bovendien hield het bonken in haar hoofd op.

Ariel probeerde zich om te draaien naar Cyrano (toch?), maar deze hield haar steving vast.
"Ik geloof dat ik me nog niet heb voorgesteld. Ik kan nu een beetje moeilijk mijn hand naar je uitsteken en ik geloof dat jij je handen ook volhebt met uhh.. mij, maar ik heet dus Ariel, en jij? Hoe is het eigenlijk om vleugels te hebben? Het lijkt mij echt heelleuk want dan kun je tenminste de hele dag vliegen als je dat wilt. Ik denk dat Qemwen er voor heeft gezorgd dat wij elkaar ontmoeten want ze weet dat ik heel graag wil vliegen. En... hee, wat doe je nu? Waarom landen we al weer? Het was net zo leuk in de lucht. Hee daar heb je die meneer die zich verveelt! Ik vraag me af of hij zich nu nog verveelt maar ik denk het niet want hij is in gesprek met iemand en dat is meestal neit zo vervelend. Als je je ooit verveelt moet je het maar zeggen want ik heb een heel leuk spelletje bij me. Het heet... uhm... hoe heet het nou ook alweer? Nouja het is ets met staafjes... of nee wacht, het was iets met ringetjes, of.. wat was het nou? Misschien weet Goblin het nog. Ik vraag me trouwens af waar die naar toe is gegaan, hee kijk daar is hij al. Ga je mee op avontuur met ons, Goblin? En jij, meneer uhm, ik weet nog steeds niet hoe je heet, maar ik denk dat het iets is met vleugels, want je kunt vliegen. Maar ga je nou ook mee op avontuur met ons? Ik hoop het wel, dat lijkt me echt gezellig, met zijn vieren. Of vijven? Gaat hij daar met die mantel om ook mee? Waaom zeg je eigenlijk niets?"

Waylander besloot ze te volgen, dan zou er in zijn saaie leven te minste iets gebeuren...
Cyrano en glamdring verdwenen in de nacht, met de bokman en ariel, die ondertussen haar konijn terug had gevonden. Ze liepen richting het dorpsplein, maar vermeden elk contact met de bevolking. Zodra ze iets hoorden slopen ze geruisloos tot achter een huis en cyrano keek om de hoek om te zien of er iemand was. Cyrano had de beste ogen van de 4 en kon ook 's nachts heel goed zien. Na een paar keer opgeschrikt te zijn wegens een verdwaalde kat of hond, besloot cyrano op te stijgen en vanuit de lucht de weg veilig te bepalen. Niemand zou hem zien, wie keek er nu naard e hemel en verwachtte daar een vliegende elf te zien? Zo raakten ze zonder opgemerkt te worden aan het dorpsplein, waar grote moeilijkheden wahctten.

Toen Fingolfin bijkwam, herinnerde hij het zich allemaal meteen weer. Het gerinkel van het raam, de gedaante die Ariel razendsnel had meegenomen... en daarna... duisternis.

Fingolfin keek rond in de herberg, er zat alleen een dronken man aan de bar, en de barman zelf leek ook al ver heen te zijn. Aan hen had hij niets.

Fingolfin rende naar buiten toe en riep zo hard als hij kon Ariels naam. Maar er kwam geen antwoord. Weer schreeuwde hij "Ariel!!! Ariel!!!" Maar er kwam nog steeds geen antwoord.

Snel beriddeneerde Fingolfin wat hij zou doen als hij iemand ontvoerd had. "Waarschijnlijk in een huis in de stad opsluiten, waar niemand haar kon zien. En anders zo snel mogelijk maken dat hij de stad uitkwam." Maar aangezien hij buiten een paar connecties bij het dieven gilde niet veel wist van deze stad, sprinte hij naar de stadspoort. Onderweg kwam hij alleen een dronken bedelaar tegen.

Bij de poort aangekomen keek hij met zijn elven zicht goed naar de bosrand, Fingolfin had geen idee hoe lang hij in de herberg had gelegen. De dader had al goed kilometers ver weg kunnen zijn, dus het had geen zin om hem te achtervolgen. In plaats daarvan verstopte Fingolfin zich in de buurt van de poort. Uit de pijlenkoker op zijn heup haalde hij een van zijn zelf gemaakte pijlen en zetten hem op zijn boog. Zo bleef hij in stilte zitten.

Qemwen had medelijden met Ariel... ze praatte zo graag en nu werd ze al een hald uur stil gehouden. Toen ze bij Cyrano, Glamdring en Waylander aankwam, en alleen maar wat gezelligs vertelde, hield Cyrano zijn hand over haar mond. Zelfs Ariel snapte dat nu niemand haar kon horen en na een tijdje hield ze op met praten. In plaats daarvan trok ze Cyrano aan zijn mouw. Hij had zijn hand voor haar mond weggehaald en zich gebukt. Ariel vroeg fluisterend waarom ze niet mocht praten. Cyrano had haar verteld dat ze een soort verstoppertje deden, en dat ze ABSOLUUT niet gevonden mochten worden. Ariel was dol op verstoppertje spelen, dus had ze zich braaf aan de regels gehouden.
Maar nu begon het toch een beetje te kriebelen. Alles wat ze in de stil-zijn-tijd had willen zeggen, had ze opgespaard. Maar nu begon ze te vergeten wat ze in het begin wilde zeggen. Ze fluisterde het maar zachtjes in Goblin's oor. Heel zachtes, want Goblin had toch zulke grote oren dat hij t zou horen als ze helemaal niets zei...
Ariel wilde zó veel vragen... Wie deden er mee met verstoppertje? Waar moesten ze naartoe? Waarom wilden ze niet mee komen naar haar beste vertopplaatsen en waarom wilde die man met die vleugels steeds vliegen hmm, ik wil eigenlijk ook stees vliegen, maar ik doe het niet omdat ik het niet kan, Misschien zou ik ook wel steeds kleine stukjes vliegen als ik vleugels had...

Qemwen had medelijden met Ariel, maar snapte ook dat het even neit anders kon. Wel bedacht ze alvast een plan om de groep te helpen...

Fingolfin haalde een klein stokje met een vreemde kleur en geur uit een van zijn zakken en stopte het in zijn mond. Zo begon hij in stilte te sabbelen en kauwen.

Waylander begon zich een Btje te vervelen omdat er niks gebeurde en pakte zijn morgenster, hij haalde de kop ervan af en zette er een vreemd soortig mechaniek op dat hij uit zijn mantel haalde. het haalde een paar keer uit met de morgenster en het mechaniek begon te draaien een paar zilveren bladen kwamen eruit en begonnen als een propeller rond te draaien, hij stopte het daarna zijn morgen ster weer weg...

Qemwen wist dat als ze alles zo z'n gangetje liet gaan, het helemaal verkeerd liep. De groep zou aankomen op het plein vlak bij de stadspoort, waar op dat moment de wissel van de wacht was. Cyrano zou kijken of hij wachten zag, maar hij keek net vanuit een verkeerde hoek zodat hij ze niet zag. Bij de wachten zaten minstens twee sterke magiërs, en de wachten waren goed bewapend.
Ze zou natuurlijk het gevecht naar haar zin kunnen laten verlopen, als je het geluk bepaalt, kan er vanalles toevallig gebeuren, maar ze had geen zin in een gevecht.
Ze bekeek de hele situatie nog eens goed: Cyrano vloog boven de rest van de groep, Ariel met één arm vasthoudend. Goblin zat in een van Ariels zakken angstig naar beneden te kijken. Waylander zat wat te prutsen met een wapen, en steeds achterom te kijken, en Glamdring keek in elk steegje en door elk raam, en hield bovendien Cyrano zo veel mogelijk in de gaten, om te kijken of die een teken gaf. Hij zag er erg grappig uit, net alsof zijn hoofd niet goed vast zat...
Qemwen haalde haar dobbelstenen te voorschijn, een twaalfzijdige dobbelsteen met 5 tienen, 1 negen, 2 achten, een 6 en een 5 en een twintigzijdige dobbelsteen met getallen tussen de 12 en de 20. De dobbelstenen waren magisch: als Qemwen iets wilde laten gebeuren, wat binnen de mogelijkheden van die situatie viel, gooide ze beide dobbelstenen, en als het aantal ogen van deze samen meer was dan 21, gebeurde het!
Toen Qemwen godin was geworden, had ze de dobbelstenen gekregen van de oppergoed van de halflings: Blup. De dobbelstenen waren toen nog gewone deobbelstenen, één tienzijdige en één twintigzijdige. Later werden haar dobbelstenen steeds beter.
Qemwen wilde dat Goblin jeuk kreeg... 8 + 17... gelukt!
Qemwen wilde dat Goblin uit Ariels zak sprong... 5 + 18... gelukt!
Nou snel dobbelen of iemand Goblin opvangt... 10 + 20, hij viel recht in Waylanders handen!
Zo zorgde Qemwen ervoor dat Goblin wegsprintte een steegje in, dat Ariel begon te spartelen in Cyrano's armen en zelfs bijna begon te schreeuwen (wat niet Qemwen's bedoeling was...).
Cyrano zette Ariel op de grond, zij ging achter haar Goblin aan, en toen ze wegbleef, ging de rest van de groep achter haar aan.
Toen iedereen maar nét het steegje in was, verscheen er een stadswachter om de hoek...

...De wacht zag de groep en reageerde snel, hij trok zijn zwaard, nam zijn schild van zijn rug en ging in de gevechts houding staan. Glamdring trok zijn zwaard en viel de wacht aan, gevolgd door de rest van de groep.
Glamdring's eerste slag werd door het schild tegen gehouden, wat door de kracht van de slag brak. De wacht maakte een flitsende riposte en schampte glamdring in zijn been, die riposte maakte naar de nek van de wacht, de man zwaar bloedend neer.
Ariel pakte Goblin werd door Cyrano van de grond getilt. Ze renden de steeg door, rechtsaf, linksaf, linksaf, rechtsaf, tot ze in een steeg kwamen met een hoge muur.'We moeten klimmen, het is na deze muur nog maar een paar straten naar de hoofdmuur,' zij Glamdring. Ze klommen een voor een de muur over, Glamdring was de eerste die de andere kant berijkte.'De kust is veilig.' Cyrano vloog over de muur met Ariel onder zijn arm, Waylander sprong behendig over de muur.
Dit maal moest Cyrano voorop. Ze slopen de volgende paar straten door en kwam uit op de grote muur an de rand van het dorp, Cyrano zocht naar een trap maar kon deze niet vinden. Glamdring greep keek rond naar een bruikbaar object en zag tegen de wand van een huis een ladder staan. Ze zette de trap tegen de muur en klommen erop. Op de muur aangekomen zagen ze een eind ten noorden van hun de twee torens van de Stadspoort. 'Daar moeten we heen,' zij Glamdring. Ze renden op gedemte toon naar de twee torens. In de toren die grensde aan hun kant van de muur zat een deur. Glamdring probeerde de deur open te krijgen, maar hij zat op slot.
Qemwem zou ze moeten Ariel moeten helpen, ze liepen groot gevaar. Waylander Trapte met zijn blauwe schoen de deur in, maar de deur maakte geen geluid toen die tegen de grond smakte, ze stonden versteld, want dit was onmogelijk. Toen ze een moment versteend stonden liep Glamdring de toren naar binnen. De wacht was in slaapgevalen en zat luid snurkend in zijn stoel. Wayland liep rustig naar de wacht, pakte zijn mes en sneed de keel van de wacht door. Zonder enige geluid te maken stierf de wacht in zijn slaap.
Toen was het Waylanders beurt om voorop te lopen. Ze slopen de toren trap af en kwamen aande rand van het plein aan, vlakbij de poort. Waylander voelde dat er problemen aankwamen, hij keek om de hoek en zag twee magiers aan de overkant in de toren zitten. Toen klonk er van ver buiten de stad een Hoorn dreun. Verscheidene Wachten sprongen op en ging op hun post staan. Toen hoorde ze allemaal voetstappen van buiten de stad richting de poort komen, voetstappen van tientallen mensen. Langzaam werd de poort geopend en een heel companie gardisten kwam binnen marcheren. 'Dit is onze kans,' zij Waylander met zijn grimmige stem. Ze Slopen door de bosjes aan de rand van het plein richting de poort, onzichtbaar voor de magiers vanwege de gardisten. ze waren bijna bij de poort, nog maar een paar meter... Er ging een schok door galmdrings been, hij keek naar beneden en de pijl die in zijn been stak. Er schoot nog een pijl geluidsloos door de lucht, dwars door de companie gardisten heen, maar de pijl ketste tegen de muur af. Glamdring strompelde richting de poort,maar werd door Cyrano opgetild en meegenomen. zo vlogen er nog een paar pijlen door de lucht voordat ze bij de poort waren. Ze misten allemaal omdat ze door de gardisten heen werden geschoten. 1 van de pijlen doorboorde de mantel van Waylander. Toen ze vlak voor de poort waren, waren de gardisten bijna allemaal door de poort. Ze sloten de poorten en de groep sloop snel door de poort...

Fingolfin was net aan de laatste centimeter van het geurstokje gekomen toen hij een eind verderop gerommel hoorde. Hij sloop iets uit zijn schuilplaats in een donker steegje tegenover de poort. Hij keek naar links en volgde de muur met zijn ogen, daar in de verte zag hij gedaantes met een ladder naar de muur toe lopen. Één van de gedaantes droeg een kleiner persoon onder zijn arm.
Fingolfin herkende de gedaantes van de herberg. "Wat heeft Ariel nú weer uitgespookt?" vroeg hij zichzelf af.
Hij at snel het laatste stuk geurstok op en kroop weer terug in zijn schuilplaats. Hier van achter de tonnen in de schaduwen was het onmogelijk voor hen om hem te zien. Alleen van deze afstand kon hij zijn boog ook nog niet gebruiken, maar gelukkig kwam het gezelschap over de muur zijn kant uit rennen.
Terwijl de gedaantes naar de wachttoren renden kreeg Fingolfin mooi de kans om hen te observeren. "Hmm... aan hun manier van lopen te zien is er één mens bij". Wat de andere twee voor moesten stellen zag hij niet.

Ze gingen de toren binnen.
Fingolfn richte zijn boog op de deur die op het plein uitkwam "Sta me bij Qemwen" bad hij. "Ach... dalijk ga ik ook nog in die onzin geloven, wat moeten die drie personen daar een zware tijd doormaken met Ariel. Ik vraag me af of ze zich realiseren waar ze aan begonnen zijn".

Voorzichtig ging de deur open, een gedaante met een kap op kwam naar buiten.
Plotseling klonk er een hoorn en de poort ging open. "Nee!! niet nu." dacht Fingolfin.
Een hele companie mensen kwam naar binnen marcheren.
"Nu kan ik niet meer wachten" Fingolfin liet de pijl los, hij plofte in het gewaad van de gedaante, welke geschokt naar beneden keek om te zien wat er gebeurde. Fingolfin had alweer een nieuwe pijl op zijn boog zitten en vuurde deze ook af, maar hij miste zijn doel.
De gedaante die Ariel droeg kwam naar buiten en tilde ook de gewonde op. Samen renden ze richting poort, een derde persoon rende nog achter hen aan. Alle soldaten waren onderhand al binnen de poort en liepen tussen Fingolfin en zijn prooi. Fingolfin kon nog een paar pijlen afvuren, maar zag niet of ze doel troffen.
De poorten werden gesloten.

Vliegensvlug borg Fingolfin zijn boog op op zijn rug en klom snel en geruisloos het huis links van hem op. Hij rende over huizen en sprong van dak naar dak, tot hij de plaats bereikte waar de ladder stond. Hier klom hij snel het huis af en rende naar de muur toe, waar hij de ladder beklom. Hij keek over de muur, er was een kleine gracht aan de andere kant. Fingolfin dacht geen moment na en sprong van de muur af. In de lucht dacht hij nog net "NEE!!! mijn gitaar!?" Maar het was al te laat, met een doffe plons raakte hij het water. Snel zwom hij naar de kant, waar hij druipend op het droge klom. Niet meer aan zijn gitaar denkend rende hij geruisloos door het donker richting poort, maar hier was niemand meer te zien. Er leek alleen wat ophef aan de andere kant van de poort te zijn. Finglfin volgde de weg. Waar het bos begon ging hij van de weg af en rende geruisloos door het bos parallel aan de weg.

Qemwen was een beetje in slaap gesukkeld totdat ze Fingolfin haar naam hoorde zeggen. Meestal kon ze elfen niet horen, maar omdat Fingolfin en Ariel goed bevriend waren, kon ze hem vaak wel horen. Toen ze hoorde wat hij daarná zei, was ze meteen helemaal goed wakker. Maar, hij mocht dan niet in haar geloven, zij geloofde wel in hem! Toen ze merkte dat Fingolfin op Ariels ontvoerders begon te schieten, zorgde ze er snel voor dat de gardisten eraan kwamen. Helaas kon ze niet alle pijlen van hem tegenhouden, hij kon echt goed schieten!
Toen Ariel en de anderen door de poort waren geglipt, en Fingolfin in het water lag, hoorde ze Ariels stem....

Qemwen!! Qemwen! He, waar blijf je nou? ZIe je dan neit dat die mannetjesbok gewond is? Iemand heeft op hem geschoten... wat zeg je nou? Was Fin dat? Nee joh, die zou zoiets niet doen. Weet je het zeker? Ontvoerd, ikke? *Zucht* hij haalt zich echt altijd vreemde dingen in zijn hoofd, zelfs voor een elf... Je kunt hem zeker niet laten weten wat er is? Nou ja, dan zal ik hem wel gaan redden. Hij weet zich ook altijd in de problemen te brengen als ik er niet bij ben... Maar wil je me even helpen met die pijlen? Ze zullen wel goed geschoten zijn he?"
Ariel was door de korte gesprekjes van de rest eindelijk achter hun namen gekomen.
"Cyrano! Zet me even neer! Ik moet Glamdring helpen"
"Nee, nee, dat gaat niet, we moeten rennen tot we in de bossen zijn."
"Maar hij ligt steeds verder achter"
"Je kunt niets voor hem doen!"
"Nee, ik niet, maar Qemwen wel"
"Ja, maar die is hier nu niet!"
"Welles!"
Cyrano gaf geen antwoord maar vloog door. Na een tijdje kon hij Ariel niet meer vasthouden. Hoewel ze niet veel woog, zat ze veel te bewegen, en hij hield haar al een hele tijd vast.
"Ariel, je moet achter ons aan blijven rennen, beloof je dat"
"Natuurlijk" zei ze vrolijk. Iets té vrolijk misschien...
Toen Ariel op de grond stond, rende ze meteen naar Glamdring toe.
"Nu, Qemwen! Nu kan het. Help nou even....... Shairo-hotreem-maboeboeras!!"
Terwijl ze deze spreuk zei, greep ze naar Glamdring's been, waar de pijl zat.
Dit ging helaas niet zo goed als ze gehoopt had, omdat het moeilijk is om door te rennen wanneer je bovenlijf nog lager blij de grond zit dan anders, je bovenlijf heen en weer schudt en harder gaat dan je benen... ze viel dan ook meteen op de grond!

Glamdring schrok van Ariel, en hij herkende de genezings-spreuk niet. Zijn eerste reactie was dan ook om Ariel weg te duwen. Toen ze zelf al viel, was dat alleen maar mooi meegenomen! Maar toen voelde hij vanuit zijn been een bloemetjesgevoel optrekken, en de pijn wegzakken, De wond van zijn pijl was binnen enkele seconden genezen.
Waar Ariel niet aan had gedacht was de pijl er eerst uit te trekken, maar het moest maar even zo!
Toen Glamdring eenmaal door had wat Ariel had gedaan, rende hij snel terug en raapte Ariel op.
Ariel werd dus weer verder gedragen, tot in het bos

Qemwen was Fingolfin een beetje vergeten maar nu had ze weer alle tijd voor hem.
Hij liep nog steeds bibberend door het bos, om Ariel te zoeken. Hij was zelfs vlakbij hen, maar dat wist hij niet.
Qemwen gooide haar dobbelstenen om Fingolfin tegen een boom te laten lopen (zodat hij bewusteloos gevonden werd en alles goed uitgelegd kon krijgen voordat hij weer gekke dingen deed) maar helaas, dat misklukte.
Wel kon ze ervoor zorgen dat fingolfin ineens een lekkere warme, dikke mantel vond, midden in het bos. Nu had hij het niet meer koud! Als hij die mantel zou aannemen van haar, tenminste. Misschien moest ze haar naam er op schrijven. Een klein vonkje sloeg af van de mantel, en nu stond er onder op de rand Qemwen©.

Fingolfin had nooit erg goed op Ariels kleren gelet, maar hij dacht haar mantel te herkennen.
Hij liep naar de mantel toe en bekeek hem. De mantel was klein, en groen met blauw met geel en oranje. Bovendien stond er... nee, dat kan niet... Qemwen...
"Ariel, wat is er gebeurd?!" riep hij uit. Maar niemand kon hem horen.
Niemand... behalve Qemwen
Ooooo, wat ben ik een sufkop! Ik ben vergeten mijn mantel voor hem aan te passen aan zijn vreemde elfgewoonten.
SNel dobbelde ze om te kijken of ze het nog kon veranderen. En Fingolfin laten denken dat het altijd zo geweest was, dat hij zich had vergist in de maat en kleuren...
Qemwen wilde een donkergroene grooooooote mantel met haar naam erop, en een heleboel vergeetmijnietjes....
Ze gooide een 21,5...

Fingolfin bleef rennen, bomen en struiken ontwijkend. Toen hij een tijdje had gerend viel zijn blik ineens op de grond, in de verte lag iets, het leek een mantel. Wat zag hij daar staan? Qemwen©?? Had Ariel geprobeerd om te ontsnappen? Had ze zich los willen worstelen?
Fingofin onderzocht snel de grond, maar kon in het duister geen voetsporen ontdekken. "Wat vreemd." dacht hij. "Maar hier heb ik nu geen tijd voor."
Fingolfin was weer een beetje op adem gekomen en wilde verder rennen, toen hij ineens
zag dat de mantel groter werd, en de kleuren verdwenen, maar plotseling kromp hij weer en de kleuren kwamen terug. Hij kreeg een vreemd gevoel in zijn hoofd. Het leek alsof er van alle kanten bloemetjes uit zijn hoofd groeide, alsof duizende vlinders in zijn hoofd rondvlogen, het was geen fijn gevoel.
"Ik wist het" zei Fingolfin, "die kerel met die kap op, het is een tovenaar. Hij probeert me af te remmen, maar het zal hem niet lukken. Hè! Geen tovenaar kan mij tegen houden!"

Snel sprong hij over de mantel heen en sprinte verder, het gevoel verdween uit zijn hoofd.
Met grote behendigheid ontweek hij de bomen en struiken, "ze hebben een grote fout begaan" dacht Fingolfin bij zich zelf, "ze zijn het bos binnengegaan, en het bos is MIJN terrein".

In de verte kon hij zacht stemmen horen, Fingofin maakte een eindsprint en ging toen achter wat bomen zitten om het gezelschap te kunnen bekijken.
Ze stonden stil, midden op de weg. En keken allemaal naar Ariel die op de grond lag en het been van iemand vast had. Ariel leek de belangstelling wel leuk te vinden en zei "Wat kijk je nou vreemd Cyrano? Ik heb Waylander toch geholpen, nu kunnen we weer verder."

Hmm... Cyrano, kende hij die naam niet ergens van? Fingolifn wist het niet, maar in ieder geval wist hij nu twee namen.
"Ja, dat heb je inderdaad" zei Cyrano met een zachte stem "Sta nu maar op, dan kunnen we verder." Cyrano draaide zich om, met zijn gezicht richting de schemering van de net opkomende zon.
Fingolfin schrok. "Een donkere elf??" Hij was niet vaak een donkere elf tegen gekomen in zijn leven, maar de keren dat hij dat wel had gedaan, waren niet vreedzaam afgelopen.

Fingolfin sloop wat dieper het bos in en rende toen een eind verder parallel aan de weg. Hier liep hij naar de weg toe. Hij pakte de gitaar van zijn rug en ging naast de weg tegen een boom zitten.
Hij maakte het mes in zijn mouw iet losser en begon een lekker deuntje te spelen.

Na de pijl was het allemaal heel snel gegaan met het gezelschap. Gevlucht voor de mensen, de magiers en de pijlschieter doken cyrano en glamdring in het bos, en terwijl cyrano met het kleine meisje voorop vloog, trok glamdring waylander mee. Na ariel neergezet te hebben en een kort gesprek, nam glamdring cyrano even apart:" Denk je niet dat het tijd is om hen nu uit de weg te ruimen? ze weten al te veel, en die kleine kan ons nog heel wat last bezorgen. Heb je gezien hoe vlug ze bijkwam na die klap, en volgens mij worden we in het oog gehouden." Cyrano snuffelde even in de lucht, en merkte in de verte een gedaante op tussen de bomen. Hij wist dat deze gedaante niet had opgemerkt dat hij hem had gezien, en daarom deed hij maar hetzelfde. Hij fluisterde tegen glamdring dat ze bespied werden, en ging toen even op een boomstam uitrusten. Toen hij zag de de gedaante zich verwijderde, sprak hij terug tegen Glamdring: "Neen, we kunnen onze bokman nog goed gebruiken. Volgens mij houd hij onze pijlkunstenaar een beetje op afstand. En die kleine: ik denk dat we er geen goed aan zouden doen om haar te doden. Toen ik haar in mijn handen had, mompelde ze de hele tijd iets over een zekere Qemwen. Nu heb ik ooit wel eens gehoord van een godin die Qemwen heette. We overvielen een halflingdorp met onze eenheid, en toen is zij ook tussengekomen. Ik ben de enige die ontsnapte. En ik heb zo het vermoeden dat onze boogschutter daar ook voor iets tussenzat. We zullen zien. ik vlieg voorop, volg als ik binnen de 5 minuten niet terug ben de weg, en let op voor verdachte dingen."

Ariel liep een stukje het bos in, om bessen en bloemen te zoeken. Ook praatte ze met Qemwen, zoals gewoonlijk hardop.
"Qem?? Qemwen!!"
"Hallo! Hoe is het? Ik ben er hoor!"
"Goed! En met jou?"
"Ook goed. Twee meter naar rechts is een verdorde frambozenstruik. Ik zal even kijken of er toevallig nog wat frambozen aan zitten."
"Hmmmm, lekker! Hee, waar is Fin eigenlijk naartoe? Ik dacht dat hij ook hier zou zijn, hij liep toch in het bos, waarom is hij dan niet hiernaartoe gekomen?" Ze zuchtte "Hij ziet nooit ergens gevaar, je snapt toch niet dat hij niet gewoon dicht bij mij blijft. Ik weet het altijd als er gevaar dreigt, en wat we dan moeten doen!"
"Ach ja, je weet hoe elfen zijn he... daar is niets aan te doen. Maar hij is een stukje verder het bos in op zijn gitaar aan het spelen"
"Oooo wat leuk, ik ga er naar toe, dan kan ik luisteren! Welke kant op?"
Ariel liep de in de richting die Qemwen had aangegeven: terug naar waar de rest stond.

Fingolfin zat lekker op zijn gitaar te spelen, toen hij in de lucht iets vreemds zag vliegen. "Wat is dat??" dacht hij. Maar wat het ook was, het had in iedergeval zijn muziek moeten horen.

Qemwen vond het liedje dat Fingolfin aan het spelen was neit zo mooi, dus probeerde ze hem op te laten houden: "Ik wil dat die gitaar vals wordt! Een 28! Jaaaaa, het is gelukt!"
Nu moest Fingolfin eerst zijn gitaar stemmen, en hopelijk ging hij daarna een ander liedje spelen...

Intussen liep Ariel nog steeds naar Glamdring en Waylander toe. Toen ze hen zag kwam Cyrano juist terug. Hij had Fingolfin gitaar horen spelen en wilde omlopen, zodat hij hen neit zou zien.
"Nee joh, we kunnen best doorlopen" zei Ariel. "Fin weet toch al lang dat wij hier zijn, hij wacht alleen op ons. Ik denk dat hij ook met ons mee wil gaan, omdat hij niet alleen durft. We kunnen maar beter opschieten, anders komt hij nog in de problemen. Hij kan wel goed schieten hoor, daar niet van, kijk maar naar Glamdring's been, die... oeps!!! Sorry Qemwen, dat mocht ik neit zeggen he? Waarom eigenlijk niet? Die pijl is er al uit en het is toch alleen maar handig om Fin bij ons te hebben?"
Qemwen zuchtte. Zo was zij zelf vroeger ook.

Fingolfin stemde zijn gitaar en ging verder met liedjes spelen. Later haalde hij weer een van zijn geur- kleur- en smaakstokjes uit een van zijn zakken en begon er op te kauwen terwijl hij een liedje begon te spelen over de keer dat hij die horde harpies met één gure blik uit zijn ogen weggejaagd had.
Fingolfin begon zich juist af te vragen waar de bonte groep nu gebleven was, toen hij achter zich een vreemd geluid hoorde. Hij draaide zich langzaam om, en op nauwelijks een meter van hem vandaan stond de grote rijzige man, die hij een paar uur eerder had gezien met ariel en de rest toen ze door de poort glipten. Had hij niets opgevangen van Glamdring? Glamdring stond hem met dichtgeknepen ogen aan te kijken ,alsof hij zich probeerde te herinneren waar hij de elf nog gezien had. Onopvallend begon fingolfin naar zijn boog te zoeken, toen hij opeens weer iets achter zich hoorde. Hij draaide zich om en zag de man met de lange mantel, die nu opeens een halve meter boven de grond hing en met enorme vleugels fladderde. Verbaasd sprong fingolfin achteruit. Dit was de donkere elf die een stad niet ver van de zijne had uitgemoord op zoek naar een magisch voorwerp. De haat die hij toen reeds gevoeld had kwam terug, toen een harde slag op zijn hoofd hem buiten westen plaatste. "Goede klap, glammie."Sprak cyrano, en hij nam de benen van de elf vast, terwijl glamdring hem bij de handen optilde. Hij werd vastgebonden aan een boom, een eindje van het pad af, en zijn spullen gooiden ze in de rivier, samen met zijn gitaar en toverstokjes. Ook ariel en Waylander hadden ze op die manier achtergelaten, vastgebonden aan een boom en buiten westen. Enkel waylander hadden ze de boeien erg los gelaten, aangezien ze toch niet verwachtten dat hij hen achterna zou komen, of de anderen zou bevrijden. Eindelijk konden ze aan hun reis beginnen die ze reeds lange tijd wilden ondernemen: naar de elfenbossen in het noorden om de tweede helft van het magische voorwerp te pakken te krijgen, waarvan ze de eerste helft gevonden hadden toen ze fingolfin voor de eerste keer tegengekomen waren.
Toen Fingofin wakker werd, stond de zon hoog aan de hemel. Hij kon zich nog herinneren dat hij Glamdring en Cyrano had gezien, en waarschijnlijk had Glamdring hem neergeslagen aan de bult op zijn hoofd te voelen.
Toen hij om zich heen keek, zag hij dat Ariel naast hen aan de boom vast zat en tegenover hem zat een grote man, hij leek een beetje op een bok, aan zijn houding te zien was het de man met de zware mantel die ook bij het gezelschap was geweest.
Fingolfin vertrouwde de man niet, dus wilde hij hem ook liever nog niet wakker maken tot hij wist wat er precies aan de hand was. Hij bedacht dat als hij de man niet wakker wilde hebben, hij Ariel ook beter nog met rust kon laten anders was de man binnen de kortste keren wakker.

Fingofin zat om zijn middel met hetzelfde touw aan de boom vastgebonden als Ariel, verder zaten zijn polsen en enkels strak bij elkaar gebonden.
Fingolfin kon net met zijn handen bij zijn shirt, maar hij kwam er achter dat er niets meer in zijn zakken zat. Toen hij zich dit realiseerde speurde hij de omgeving af naar zijn gitaar, maar die was nergens te zien.

Fingolfin bewoog zijn armen naar zijn gezicht en beet met zijn mond in zijn arm, hij beet op iets hards. "gelukkig, ze hebben mn mes niet gevonden" dacht hij. Met zijn mond trok hij het mes uit de schede en probeerde het zo te draaien zodat het uiteinde van het handvat tegen zijn arm drukte en de punt tegen zijn mouw. Zo lukte het hem om een gat in zijn mouw te snijden, waarna hij het mes in zijn mond kon pakken. Het lukte hem zo om de touwen van zijn polsten door te snijden en daar na de touwen om zijn enkels. Voorzichtig, zodat Ariel niet wakker werd sneed hij het touw om zijn middel door.

Toen hij vrij was stopte hij het mes terug in de scheden aan zijn arm en knoopte het oranje sjaaltje wat om zijn schouder zat om de plaats van het gat.

Op de grond kon hij voetsporen zien die verschillende richtingen uitgingen. "Voordat ik Ariel en de man wakker maak, wil ik hier eerst meer van weten" dacht hij.
Hij volgde de voetsporen die het bos ingingen, die na een minuut of tien lopen bij een klein riviertje uitkwamen, hier draaiden de voetsporen zich om en gingen terug.
Fingolfin keek naar de rivier en zag een eindje verder meteen zijn gitaar in het water liggen. "aaah, dus ze hebben mijn spullen in het water gegooid. De gitaar is waarschijnlijk meteen vol gelopen met water en gezonken."
Hij zocht een lange tak en tilde zo zijn gitaar het water uit. Toen hij zijn gitaar in handen had liep hij verder langs het riviertje met de stroming mee, maar kon niets meer terugvinden.

Na ongeveer een half uur gezocht te hebben gaf hij het op en rende terug richting Ariel en de vreemde man.

...Waylander werd kwam bij van een harde klap op zijn achterhoofd. Hij lag tegen boom en keek rond, hij zag de halfling vastgebonden aan een boom hangen, met daarnaast een boom waar twee losgesneden touwen naast lagen. Hij stond op en zocht zijn spullen. Hij keek op de grond, maar alles was weg, op de mantel die hij omhad na. Hij zag hier niks meer in wat nut voor hem zou hebben en liep weg, zijn mantel wapperend in de wind...


...Hij rende een paar mijl. Toen voelde hij een sterke kracht in de buurt. Hij had dit al een paar keer meegemaakt sinds zijn gebeurte uit spreuk die hem maakte tot wat hij, maar deze keer was het veel sterker. Hij probeerde zich ertegen te verzetten maar het had geen effect. Aan getrokken door de kracht rende hij een kant op, afstand en richting vergetend. De kracht werd met elke stap die hij nam sterker..

...Een bos kruiste zijn pad. Zonder erbij na te denken rende hij het bos in, zijn stamina gevoed door de kracht van zijn doel. Hij rende door tot hij op een open plek in het hart van het bos uitkwam. Door de kracht van zijn doel tegen ge houden stopte hij aan de rand van de oppenplek. Zijn eigen wil nam het weer over, dit was het vreemdste dat hem in zijn al eeuwen oude leven was overkomen. Toen merkte hij het pas, op de open plek stonden twee mannen, de een in een gouden schijnend harnas met een wit zwaard, de ander in niets meer dan een simpel blauw gewaad. De gouden man trok zijn zwaard en viel de blauwe aan, maar werd tegen gehouden door een onzichtbare barierre. De blauwe man strekte zijn hand en gouden man vloog als door een onzichtbare hand gesmeten tegen een boom aan. De man bleek geen enkele schade van de klap te hebben opgelopen. Hij stond op, rende naar de blauwe man, en stak zijn zwaard in het gewaad. De Blauwe man ging ten onder, zijn blauwe gewaad vervaagde en zijn zwarte harnas met een rode doodskop werd zichtbaar. De gouden man stopte zijn zwaard weg en liep weg. Toen kwam kwam er een waas voor de ogen van Waylander...

...De gedachteloze Waylander liep op het lijk af en knielde bij het hoofd van de man. Toen vervaagde de omgeving en ze stonden allebei in een zwarte duisternis. De man in het zwarte harnas begon the praten: 'Welkom, Waylander. Ik heb jou bij mij geroepen voor dit moment, want jij ben als Riftspawn uit mijn spreuk gecreerd. Zodoende ben ik jou vader en ben jij de enige die ik zelfs maar zou kunnen vertrouwen als erfgenaam van mijn kracht. Jouw hele leven tot dit moment is gebaseerd op dit moment, alles wat jij hebt geleerd en gedaan was om je naar dit moment te brengen.' De man haalde een dolk en een schaal uit de duisternis. Hij sneed zijn rechter pols door en liet het bloed in de schaal lopen. Waylander knielde neer voor de voeten van de man. 'Jij zal de erfgenaam van mijn leven zijn, het leven van Eriamor de zwarte, jij zal met mijn kracht mijn ultieme doel bereiken, jij zal de maker van de dag zijn dat het kwaad zegevierd, jij zal de ultieme meerster van chaos, oorlog en slechtheid zijn. Drink nu het bloed van slechtheid, mijn zoon, en laat de slechtheid zegevieren!' Hierop pakte Waylander de schaal en dronk hem leeg, het bloed versmold met zijn eigen bloed, Eriamors geest versmold met zijn eigen gees, Eriamors kracht versmold met zijn eigen kracht. 'Ga nu terug naar de sterfelijke wereld en maak mijn leven compleet.' Toen verdween alles....

...Waylander werd verdooft wakker en liep instinktief naar het dichtsbijzijnde beekje en dronk wat water. Hij waste zijn gezicht en keek naar zichzelf. Hij was compleet anders, maar het was allemaal toch bekent: zijn eens blauwe ogen waren vuurrood, zijn haar was pikzwart, net zoals zijn horens en zijn huid. Hij inspecteerde zijn net zo bekende zwaard en deed zijn mantel om, op weg om zijn queeste te volbrengen...

Al van ver hoorde hij Ariel vrolijk praten met Qemwen. Ariel was op de hoogte van wat er allemaal was gebeurd. Qemwen had haar alles al verteld en volgde Cyrano en Glamdring op verzoek van Ariel. Ze had zich los kunnen maken zonder mes, want de touwen waren zo te zien nog heel. Ze had Waylander niet losgemaakt en Fingolfin kon niet goed zien of hij al bij bewustzijn was.
Ariel zat met Goblin op haar schoot en probeerde met kleine steentjes takjes kapot te gooien, die ze voor zich in de grond had gestoken.
Ze was met Qemwen aan het praten over de stad waar Glamdring en Cyrano kennelijk naartoe trokken. Ariel was er al vaker geweest, en het was, zoals elke grote stad, erg aantrekkelijk voor de nieuwsgierige halfling.
"Ha, Fin!" riep ze, toen ze Fingolfin zag aankomen. "Heb je je gitaar uitgewassen? Moet je vaker doen joh, hij ziet er zo bruin uit, hihi"
Fingolfin zag de losse touwen liggen waar Waylander mee vast had gezeten. "Waar is hij heen gegaan?" vroeg Fingolfin in verbazing. Maar het was een nutteloze vraag, want de diepe voetsporen van de grote man waren duidelijk zichtbaar.
"En nee, ik heb mijn gitaar niet uitgewassen." Fingolfin ging naast Ariel zitten. "Gelukkig ben je weer veilig. Vertel eens wat er nu is gebeurd."

Zittend op een grote steen peinsde Waylander over zijn opening, een begin overwinning zou veel wezens overhalen zich bij hem te voegen en dat is het beginsel van een leger, maar wie zou hij als eerste uitdagen?

Ariel trok een wenkbrauw op: "Hoezo: ik ben weer veilig? Ik heb jou uit de problemen geholpen! Waarom ging je nou op mijn vrienden schieten? Als je mij toch neit had gehad, wie weet wat er dan gebeurd was met jou in dit bos..." ze zuchtte "waar Waylander is? Geen idee. Ik denk dat hij bloed heeft gedronken uit een gouden schaal en dat hij wat ervan in zijn ogen heeft gekregen, maar hij is nou naar het Noorden aan het lopen en gaat waarschijnlijk zometeen allemaal enge dingen doen. Want die man die bij hem was, hij had echt HEEL saaie kleren aan, volgens Qem, die zei dat, en nu is die met die blauwe kleren dood, want ze waren ergens anders door die ene kracht, maar daar kon hin niets aan doen en dus deed hij dat maar"

Er was geen touw aan vast te knopen wat ze probeerde te zeggen, want ze probeerde alles tegelijk uit te leggen. Qemwen had haar ook maar de helft kunnen vertellen, omdat ze weg werd geroepen door een paar halflings in nood.

Maar voordat Fingolfin kon vragen wat ze nou bedoelde, pakte ze zijn hand en trok hem mee in de richting waar ze vandaan waren gekomen.

"Kom, we gaan terug naar de stad, dan kunnen we verstoppertje spelen, ik heb een paar hele goeie nieuwe plaatsen, maar je kent er toch nog geen een van mij want we hebben nog nooit verstoppertje gespeeld. Ga je mee, Goblin?"
Plotseling bleef ze staan, al na een paar stappen.
"Hee, nou weet ik nog niet waar Cyr en Glam naartoe zijn. Nou ja, ik weet wel dat ze die richting uit zijn gelopen, maar wat ze gaan doen. Kom, we gaan achter hen aan, volgens mij wordt dat nog leuk!"

glamdring en cyrano vervolgden hun weg met grote snelheid. Ze wisten het nu zeker: ze zouden hun afspraak met Eriamor zeker missen of tenminsten veel te laat komen. Het oponthoud met de bokman, de halfling en het uitschakelen van de elf hadden teveel tijd gekost. Sinds hun opdracht in het elfendorp hadden ze geen contact meer met hem gehad, tenzij natuurlijk door de talrijke dromen waarin hij hen gelastte zijn opdrachten uit te voeren. Maar 2 maanden geleden, toen cyrano pas in de kelder onder de herberg zat, was er een vreemd bericht gekomen. De Meester had gevraagd naar het Magische voorwerp, dat ze gestolen hadden in het dorp. Na 3 jaar had hij hen verzocht hem te komen opzoeken en daarna verder te trekken naar de stad in het noorden, waar de tweede helft zich zou bevinden. Er was blijkbaar iets gebeurd waardoor alles in een stroomversnelling gekomen was. Wat dan? waarom wilde eriamor opeens alles zo snel laten doorgaan. Had hij een nieuw plan? Had hij nog bondgenoten gevonden en was hij opeens klaar voor de oorlog? Was er iets gebeurd met zijn Riftspawn die hij zou gebruiken als leider voor de opstand?

Qemwen
Kosmonaut
Berichten: 796
Lid geworden op: 19 feb 2004 10:43
Locatie: Zeist

Ongelezen bericht door Qemwen » 01 jan 2005 17:14

Natuurlijk was het het laatste. Eriamor had de bokman op pad gestuurd naar de herberg om Cyrano en Glamdring te ontmoeten. Hoewel deze twee niet wisten dat hij de helper was van Eriamor, vertrouwde de MEester er toch op dat ze zijn toekomstige reïncarnatie tot bij hem zouden leiden. Cyrano en glamdring waren zijn beste soldaten geweest, maar nu de Wachter van het Zuiden achter hem aanzat, kwam de tijd om zijn leiderschap over te dragen aan zijn Riftspawn, die hij speciaal voor dat doel gemaakt had. Eriamor zou glamdring en cyrano in hun onwetendheid hem naar zich laten leiden, en hij zou een oorlog beginnen, voor hem. Zodra Glamdring en Cyrano de tweede helft zouden bezitten, zouden ze weten dat de bokman de nieuwe meester was en dat Hij het zou zijn die de wereld zou onderdompelen in het kwade. Wisten zij veel dat er nog een kracht was die hen wel eens zou kunnen dwarsbomen. De halfling Ariel en de elf Fingolfin, samen met hun Godin, zouden nog wel eens alles in de war kunnen sturen. Ze moesten zo vlug mogelijk uitgeschakeld worden. De bokman wist dit...

"Ze hebben je ontvoert Ariel. Ze hebben je als gijzelaar gebruikt. Dat jij alles vanuit je altijd blije en vrolijke perspectief bekijkt, wil niet zeggen dat iedereen zo is. Daarom is het veel te gevaarlijk om ze zo zonder wapens te achtervolgen. Wacht hier, ik ga snel terug naar de stad. (en blijf hier)"

Fingolfin rende naar de stad terug, waar hij een boog, een quiver, pijlen, een zwaard en een mes voor Ariel kon ontfutselen.
Fingolfin wist ook nog een paard mee te stelen van een verkoper die met zijn zoon stond te kibbelen over de tijd dat hij thuis moest zijn.
Terwijl de verkoper hem vanalles om zijn oren slingerde sprinte Fingolfin op zijn paard de stad uit.

...Waylander stond op van de steen, hij haalde een instrument uit zijn mantel, focuste zijn gedachten erop en verdween...

...Hij stond voor een enorme zwarte toren, tegengehouden door een grote poort. Al krakend opende de poort langzaam. Waylander liep naar binnen, begroet door een publiek van orc's en donkere elfen. Er werd een pad door het publiek gevormd en drie hoge priesters liepen op hem af. 'De hoge priesters van Eriamor heten u welkom in uw kasteel, heer!' Waylander liep met de hoge priesters mee het kasteel in...

Ariel had Fingolfin beloofd dat ze zou blijven wachten waar ze was. Maar bedoelde hij daarmee het pad? Of het bos? Hij was altijd een pietje precies, dus Ariel besloot dat ze dan maar op het pad moest blijven. Anders werd hij weer boos.
Omdat Qemwen druk bezig was met belangrijke dingen, praatte Ariel met Goblin.
"Ontvoerd? Ik? Puh, hoe komt hij daar nou bij? Ontvoerders zijn gemeen, niet zo aardig als Glamdring en Cyrano. Als ik weg had gewild had ik zo kunnen gaan, het was gewoon leuk. En om dat te bewijzen, zal ik ze maar es samen laten praten."
Haar gezicht klaarde meteen op "Ja! Dat doe ik! Ik ga Glamdring en Cyrano snel achterna, zo snel, dat Fingolfin niet eens zal merken dat ik weg ben geweest! Even denken, ik dacht dan Qemwen zei dat ze die kant op waren gegaan"

Ariel liep het bos in en ze zag daar een grote blauwe bloem staan. Ze stak hem in haar haar, gaf Goblin er een blaadje van en liep weer verder.

Het was al vrij laat en de zon zou snel onder gaan.

Glamdring en cyrano hadden het lijk van Eriamor gevonden. Vlug hadden ze de magiers opgeroepen waarvan ze vernomen hadden dat de Gouden Wachter eindelijk toegeslagen had. Ook zij namen hun Nogimis uit hun zak en verdwenen in de ochtendlucht.

Ze wachtten slechts een paar minuten in de grote zaal toen de enorme deuren openzwaaiden en de priesters, samen met de Bokman kwamen binnengelopen. De Riftspawn zag er op een of andere manier anders uit: hij was donkerder, hij liep rechter en zag er vastberadener uit. Het was nu duidelijk voor de twee metgezellen dat hij de reincarnatie van Eriamor was, hun langverwachte leider, die de oorlog zou aanvoeren. Terwijl het rumour van de orklegers van buitenaf door de dichtgaande deur uitstierf, namen Glamdring en Cyrano plaats in de tronen naast de hoofdtroon in het midden van de zaal. Glamdring sloot zijn ogen en nam zijn ware gedaante aan...

Toen Fingolfin op de plek terkugkwam waar hij Ariel had achtergelaten, was de zon al aan de horizon. Ariel was nergens te bekennen.

Fingolfin stapte van zijn paard en zocht in de wirwar van sporen op de grond naar de sporen van Ariel. Hij dacht dat hij ze nog net van de andere sporen kon onderscheiden. Ze liepen het bos in. Finglfin hield zijn paard bij de teugels vast en liep ook het bos in, de sporen achterna.

'Hallo!' Fingolfin schrok op, maar was meteen weer alert en hield zijn ene hand bij zijn zwaard. 'Wie is er daar?' Voor hem hoorde hij zo'n 2 meter van hem vandaan wat geritsel vanuit de bosjes. Een half elf half mens kwam tevoorschijn. Een mooie jonge vrouw. Haar haar was rood/bruin kort en krullend. Haar kleding was simpel; een rokje, jasje, legging en rijglaarsjes eronder en dat allemaal van leer. Op haar rug droeg ze een pijl en boog.

'Ik ben Melisande. Ik woon hier, nouja een 100 meter hiervandaan. Ik volg je al een tijdje. Je kijkt een beetje bedroefd. Is er wat aan de hand? Want anders wil ik je graag helpen.' Hmmm dacht Fingolfin en zei toen: 'je kent het bos hier goed he? Misschien kun je me wel helpen, ik zoek Ariel. Ze is hier het bos ingegaan en nu ben ik haar spoor kwijt. Heb jij iets gezien?'

Melisande dr gezicht verkrimte geen spier. Ze keek me met een strak gezicht aan. Haar diep blauwe ogen werden steeds donkerder. 'Snap je het dan niet' zei ze 'dit bos is niet zomaar een boos, wie verdwaald raakt in dit bos komt er niet zomaar levend uit...ik bedoel indringers zijn hier niet welkom. Overal zitten ze op de loer. Daarom ben ik je ook gevolgd, ik wilde je waarschuwen om niet verder het bos in te gaan. Geloof me het is niet veilig!'

'Maar ik moet Ariel vinden!!' schreeuwde Fingolfin. Plotseling werd het heel stil in het bos...vogels hielden op met fluiten, zelfs de insekten hielden ze zich stil...wolken vormden ze zich boven de eerst zo heldere hemel. Ik keek naar Melisande. Haar ogen waren nu helemaal zwart.

'Ren', zei ze, 'ren zo hard je kan NU!'
"Wat is er? Wat gebeurt er? Ik kan Ariel hier niet alleen achter laten."

nauwelijks zaten melisande en Fingolfin achter de struiken, of het begon te onweren. Dikke waterdruppels vielen op de bladeren van de struiken en bliksem verlichtte de wolken boven hen.
"Waarom zitten we hier nu?" vroeg fingolin aan de vrouw die hem zonet nog had meegesleurd.
"ssst! Daar komen ze!". Vlak nadat ze dat had gezegd sloeg de bliksem in op de grond en de bomen rondom de plek vlogen in lichterlaaie. Een gigantische rook ontwikkelde zich uit het vuur, en binnen de kortste keren kon fingolfin de bladeren van de stuik voor hem zelfs niet meer zien. Voor zijn ogen speelden taferelen van Gigantische legers van zwarte elfen en orks die de bokman en de twee anderen aanbaden. Nu eens waren ze in een enorme zwarte stad, daarna weer voor hem in het bos, op veldtocht naar het noorden. Verdwaasd zag hij hoe de rook optrok en 3 gedaantes onthulde. De bokman, De Gevleugelde elf en een klein wezen stonden in het midden van het bos. De bokman was veranderd. Hij had nu een lange zwarte mantel aan en zag er heel wat donkerder uit. Cyrano zag er uit zoals hij hem herinnerde. Enkel het kleine wezen trok fingolfin's aandacht. Het leek op een klein hoopje ongeluk van ongeveer een halve meter groot, zonder hoofd met twee lange armen. DE benen zaten verborgen onder het lichaam en grote stekels zaten vanvoor op zijn buik. Toen pas richtte Glamdring zich op en toonde zijn ware gelaat aan Fingolfin. Minstens 3 meter groot torende hij over de grond uit, met gigantische stekels op zijn rug. Hij zag eruit als een mens, maar dan veel groter en vervaarlijker, met klauwen en op een lendedoek na was hij naakt. Een groene huid maakte hem moeilijk te onderscheiden voor melisande, maar Fingolfin wist het nu zeker: Glamdring was degene die hij had gezien in het dorp: hij was het geweest die zijn ouders had gedood!
Het was wel duidelijk dat ze hem gezien hadden, verstoppen had geen zin meer. Maar toch bleef Fingolfin in de struiken zitten. Cyrano en de bokman stonden voor hem, maar wie, of wat was die derde? Het lag er bij alsof het niet kon bewegen, maar het begon te groeien. Het werd groter en groter. Plotseling ging er een scheut van pijn door het hele lichaam van Fingolfin. Hij zag ineens weer de beelden voor zich, beelden die hij zo lang had kunnen verdringen. Ze hadden hem jaren achtervolgd in zijn dromen, maar het leek alsof zijn dromen hem nu achterna waren gekomen. Hij zag hoe het wezen de bomen uit de grond trok, hoe het de huizen in de bomen op de grond smeet alsof het kiezelsteentjes waren. Hij zag hoe zijn vader opgetild werd door het monster, hoe zijn hoofd en zijn benen van zijn lijf gerukt werden, hij voelde de onmacht die hij toen had gehad als kind.
Die onmacht was nu over. Iets knapte in Fingolfin, hij kon zich niet meer beheersen. Hij rukte zich los van melisande die hem vast had gegrepen en pakte in een flits zijn boog. Trillend liet hij de pijl los, de pijl was nog niet bij zijn doel of Fingolfin rende al met zijn het zwaard in zijn handen op het monster af. Toen Fingolfin voor het monster stond, trof de pijl het linker ook van het monster. Fingolfin hief zijn zwaard.
Toen Melisande verbaasd toekeek op het gebeuren, merkte ze plots dat er iemand naast haar was komen zitten. "Zou ik hier aub even mogen schuilen? Ik heb het niet echt voor gevechten en zeker niet als ik niet weet waarom er gevochten word." Melisande fluisterde zachtjes terug: "Wie ben je? En wat doe je hier?" "Ik ben Lunae" luidde het antwoord," Ik wou gewoon even wandelen in het bos toen ik allerlei stemmen hoorde. Ik ben er direct naar toe gelopen omdat ik dacht dat ik hier misschien ergens mee kon helpen tot ik zag wat er aan de hand was" Melisande knikte en toen richtten ze allebei hun aandacht weer op het gevecht voor hun.

Qemwen had dit niet aan zien komen. Ze wist niet dat Glamdring iets te maken had met Fingolfin. Het was duidelijk dat als zij niets zou doen, het slecht af zou lopen met Fingolfin.
Normaal had Qemwen niet echt veel met elfen, maar dit was een hele goede vriend van Ariel, en hij speelde mooi gitaar. Hij was eigenlijk best leuk, en Qemwen moest Ariel natuurlijk beschermen.
Snel pakte ze haar dobbelstenen: "Laat Fingolfin vallen, laat hem vallen!"

Fingolfin moest nog één stap zetten voordat hij bij het monster was, maar ineens struikelde hij over een steen die hij niet eerder had gezien. Die er eerder niet eens wás. Maar veel tijd om erover na te denken had hij niet, want hij viel hard op de grond en raakte bewusteloos.

Op het moment dat Fingolfin begon te vallen, gooide Qemwen haar dobbelstenen nog een keer.
"Doe iets, doe iets! Maar laat hem weggaan. Laat ze alledrie weggaan!"
Middenin het bos kwam er opeens een geweldige windvlaag vanuit het niets te voorschijn. Het was nog best geloofwaardig ook omdat het onweerde en dus toch al onrustig weer was. Het grote monster ving veel wind en werd zo'n 20 meter achteruit gegooid.

Cyrano en de bokman werden ook weggeblazen. En renden zelf verder naar het grote groene monster.
Qemwen was tevreden over zichzelf. Totdat ze zag wat ze het bos had aangedaan... een aantal bomen waren omver geblazen, er lagen een aantal vogelnestjes op de grond en veel struiken waren helemaal kaal. "Oeps.... sorry!"
Gelukkig waren Fingolfin, Melisande en Lunae veilig.
Ariel werd verrast door het onweer. Er was zóveel te zien en te ontdekken in het bos dat ze helemaal niet op het weer had gelet.
Ze was al een hoop vreemde monsters tegengekomen, kleine en grote, aardige en niet-zo-heel-erg-aardige, maar niemand wilde met haar bolletje-over-bolletje-laten-springen-om-andere-bolletjes-te-laten-verdwijnen-en-zo-te-winnen spelen. Jammer, want Goblin kon het niet.
Maar nu onweerde het dus, en Ariel zocht snel een open plaats, zodat ze beter kon kijken.
Ze lag net lekker te kijken toen ze een vreemde windvlaag langs zich voelde komen. Het was zo'n windvlaag die heel rustig begint maar waaraan je wel meteen kunt ruiken dat het een hele grote windvlaag zou worden. Maar deze wind rook helemaal niet zo, dus moest hij al uitgewaaid zijn.
En Ariel wist wel dat het meestal hard waait op open plekken. Er moest dus een heeele grote open plek zijn waar die wind vandaan kwam.
"Kom mee, Goblin! Nu wordt het spannend!"
Ariel rende, en rende, en ineens was er een grote groene heuvel... en ineens zag ze daar Waylander en Cyrano. Ze hadden hun rug naar haar toegekeerd en zagen er een beetje verward uit
Misschien zoeken ze mij wel! Dacht ze.
Ze liet zich stil van de heuvel afglijden (Wat doen al die stekels hier? En waarom ligt daar een vieze lap? Vreemde vorm heeft die heuvel trouwens... nouja)
Toen ze vlak achter Cyrano stond, riep ze: "BOE!" en begon meteen te giechelen.

Het giechelen hield ineens op toen Cyrano zich omdraaide...Ariels gezicht werd spierwit. Haar hele lichaam trilde, haar handen werden helemaal klam.
'Nee, dit kan niet' dacht ze 'hoe had ze zich zo kunnen vergissen?' Waylander en Cyrano zagen er van de achterkant normaal uit, maar in werkelijkheid waren ze bezeten. Hun ogen waren helemaal wit en hun gezicht stonden zonder emotie.

'Zo daar ben je eindelijk, Ariel!', zei Waylander. In eens stond Cyrano achter Ariel en hield haar armen op haar rug en zo snel als de wind had haar armen en benen vastgebonden. Verward en bang van de snelle bewegingen van Cyrano keek Ariel, liggend vanaf de grond naar Waylander en Cyrano. Ze spraken met elkaar in een taal die ze niet begreep.
'Ariel! Ariel waar ben je!' hoorde ze roepen. Ze wilde roepen, maar ze kon geen woord uitbrengen. Ze keek weer naar Waylander en Cyrano en ineens in een flits waren ze weg. Ariel keek verschrikt om zich heen. Haar ogen gingen radensnel langs de bomen.

'Daar ben je' hoorde ze Melisande zeggen. Ze keek opzij en zag Melisande aan komen rennen. Net toen Ariel wilde schreeuwen dat het een valstrik was, kwamen Waylander en Cyrano aanstormen; letterlijk!
En voor het eerst zag Ariel de kracht van Melisande. Melisandes ogen werden donker, steeds donkerder totdat ze bijna zwart waren. Ariel, Waylander en Cyrano zagen nog net dat de muts van de cape om deed en... ineens weg was ze!
'Wat zijn dit voor geintjes!' Schreewde Cyrano 'Ik zal maar snel tevoorschijn komen als je dit wicht levend terug wil zien!' en hij wees op Ariel. Ariel wist niet wat haar overkwam. 'Hoe kon ze? Hoe kon Melisande mij met deze bezeten, ja hoe zeg je het, onderdanen hier alleen laten?!' Haar ogen vulde zich met tranen...En toen ging het snel, 2 doffe dreunen en Waylander en Cyrano lagen op de grond...
Melisande deed haar cape af en was weer voorledig zichtbaar. 'Hier drink dit op' zei ze.
'Bah! wat is dit voor iets! Maar al snel veranderde haar zure gezicht in een glimlach. 'He ik kan weer praten het heeft gewerkt' zei ze lachend.
Ze keek Melisande aan en voor ze haar wilde bedanken zei Melisande al 'graag gedaan. Maar we moeten hier nu eerst weg. De rest wacht beneden.'
'Maar Waylander en Cyrano dan? En wat was er nou net eigenlijk gebeurd? Ik bedoel hoe deed je dat met die cape enzo?'

Cyrano lag nog versufd op de grond toen Glamdring eindelijk de pijl uit zijn oog getrokken had. Meteen herstelde het weefsel zich rondom zijn oogkas en hij richtte zich op. Hij besloot zjin andere gedaante terug aan te nemen totdat hij wist wat er gebeurd was. De windvlaag, ariel die zojuist over zijn rug gekropen was en de verdwijnende vrouw hadden hem een beetje in de war gebracht. Hij was net in zijn gewone gedaante toen hij gekreun achter zich hoorde. Cyrano stond verward op en strekte zijn vleugels. Waylander bleek nergens te bekkenen zijn, maar toen zag glamdring hem. Hij stond met opgeheven hoofd naar de hemel te staren. Plots stak hij zjin handen naar boven en bliksems schoten terug uit de wolken en omgaven de omgeving met een onaards licht. in de lucht zagen Cyrano en Glamdring de vrouw met de mantel en de kleine halfling lopen. ALs in een droom dook fingolfin voor hen op en ze liepen verder het bos in. Dat zagen de drie metgezellen in de wolken. Meteen daarop draaide Waylander zich naar de twee anderen en zijn ogen waren pikzwart geworden. Hij deed teken met zijn hand dat ze hem moesten volgen en ze liepen in de richting die het wolkenvisioen had aangegeven. Glamdring zou die elf laten boeten zoals zijn vader voor hem...

Ariel huppelde naast Fingolfin, om hem alles te vertellen wat hij had gemist, zodat hij het toch niet helemaal gemist zou hebben.
"Nou ik stond daar dus in het bos en ik dacht dat jij nog wel even weg zou zijn en dat je je dan weer druk zou maken over Cyrano enzo, dus ik dacht: ik ga ze even voor je zoeken. Want dan zou ik nog steeds hier, in het bos, gebleven zijn, toch?..."
Terwijl de anderen bezorgd om zich heen bleven kijken en Ariel steeds vroegen of ze stil wilde zijn, bleef Ariel maar doorpraten. Ze merkte nog niet eens dat Goblin weg was.
"... en toen liep ik die heuvel op, die eigenlijk Glamdring was, en wilde ik Gyrano en Waylander laten schrikken. Maar die waren ineens anders, veel meer oog enzo, en toen waren ze helemaal niet meer zo aardig. Dat was vreemd, want ze zagen mij weer en eerst waren ze wel aardig. Maar ze verdwenen wel ineens, dat was echt heel leuk, en toen kon ik ineens niet meer praten, dat was echt vreemd, want normaal kan ik wel praten. En toen kwam zij eraan en toen was iedereen we en toen was iedereen er weer, en toen gebeurde er vanalles tegelijk wat ik niet kon volgen.... Maar later kon ik ineens weer wel praten en toen waren we hier, en toen zag ik dat Cyrano, of nee hetwas Glamdring, toch? Ineens naar de wolken ging wijzen en die veranderden toen in ons, grappig he? Ik wist niet dat er wolken waren in de vorm van mij, maar het zal wel, want ik zag ze.
En volgens Qem komen ze nou alledrie hierheen gerend en ze zien er niet zo blij uit, wat vreemd is omdat ze er zelf voor kiezen om deze kant op te komen, dus zullen ze het wel leuk vinden, toch?"

Lunae keek het pratende meisje verbaasd aan. "Ze komen hierheen? Daar komen problemen van ..." Ariel, die haar nog niet had opgemerkt zei verrast: "Wie ben jij? Kom jij ook met ons mee? Heb je soms zin om met mij een spelletje te spelen? Het is heel leuk hoor het heet..." Maar ze werd onderbroken door Lunae: "Ik wil dat spel wel eens spelen maar dan op een andere keer want nu komen die monsters die jouw vrienden waren hierheen en die gaan ons aanvallen dus moeten we ons verdedigen want anders ziet het er niet goed voor ons uit." Ariel keek verbaasd en hield daardoor haar mond: ookal was het niet zo lang als haar spraakwatervallen kwam dit toch al aardig in de buurt en dat was ze niet gewoon. Fingolfin die ook wel de ernst van de situatie inzag, moest toch grinikken omdat iemand Ariel had stil gekregen en begon daarna te zeggen wat ze het best konden doen. Melisande hielp hem daarbij en ook Lunae gaf hun nog enkele nuttige tips. "Als je nu je mond houd, kunnen we straks misschien jouw spelletje doen" zei ze nog snel tegen Ariel, zodat die het hele plan niet zou verstoren

"Ik denk niet dat het veel zin heeft om ze aan te vallen met pijlen en zwaarden, als je gezien hebt hoe snel het oog van Glamdring genas toen ik er een pijl in schoot." Zo was Fingolfin begonnen. Ze zaten met z'n vieren in een kringetje in een grote struik.
"Maar we moeten ze tegenhouden, die Glamdring heeft mijn vader vermoord en mijn hele dorp. Ik was één van de weinige die kon ontsnappen. Ze moeten gestopt worden, anders zullen ze nog meer dood en verderf zaaien. Maar hoe...?? Misschien moeten we Qemwen toch maar eens om hulp vragen, of kun jij Melisande niet iets doen zoals je straks deed met dat onzichtbaar worden? Heeft er iemand van jullie nog ideeën?"

De drie renden heuvel op, heuvel af, doorheen het kreupelhout, over struiken springend en stuikelend over omhoogstekende stenen en wortels. Ze kwamen maar traag vooruit met hun lange mantels en de wonde aan het been van Glamdring. In zijn grote gedaante was hij onkwetsbaar. Jammerlijk genoeg nam hij wel die wondes mee naar zijn mensengedaante, en dat was nu het geval. Waylander leek onvermoeibaar en zijn ogen lichtten nu rood op. Zelfs Cyrano begon te vrezen dat het er wel eens niet goed zou kunnen uitzien. Niet voor hen noch voor de anderen. Hij had Eriamor slehcts één keer zijn machtne zien gebruiken, en dat was zo afschuweljk geweest, dat de helft van de stad verwoest werd. Dat was 50 jar geleden. Hij wist dat Waylander als reincarnatie nog veel meer macht moest hebben, en moest hij deze loslatne, zouden hij en GLamdring er ook het hachje bij inschieten. Hij besloot gewoon verder te gaan ,maar als het te heet werd, zou hij wegvliegen met glamdring en waylander achterlaten. Hij wist niet meer wat hij deed, dat was duidelijk. Hij hoopte maar dat ze samen konden blijven en alles klaar maken om de legers te teleporteren. Maar nu eerst die lastposten...

Ze spraken af dat Melisande hun eerst alle vier onzichtbaar zou maken, totdat de anderen voorbijgetrokken waren, zodat die geen aanval verwachten. Lunae zou echter toch nog voor hen staan zodat ze langs twee kanten aangevallen werden. Het zou evengoed moeilijk blijven om te winnen tegenover die monsters, maar zo hadden ze allesinds meer kans. Bovendien hoopten ze op de hulp van Quemwen, zodat hun kansen toch ongeveer gelijk verdeeld waren. Toen ze Ariel eindelijk hadden kunnen overtuigen een hele tijd haar mond te houden kwamen de anderen er al aan. Snel maakte Melisande hen onzichtbaar en toen Cyrano, Glamdring en Waylander 10 meter voorbijgetrokken waren schoot Fingolfin een pijl op de laatste. Die draaide zich woedend om, en zei tegen zijn reisgenoten: 'Ze zitten achter ons, ze ..." Toen vuurde Lunae echter ook een pijl af, die de voorlopig nog menselijke gedaante van Glamdring die direct reageerde: 'Ze zitten niet achter ons, ze zitten voor ons' . Cyrano keek hen verward aan: 'Waar zijn ze nu?' Tegelijkertijd schoten Lunae en Fingolfin weer een pijl af. Melisande hield hen ondertussen onzichtbaar en probeerde Ariel te laten zwijgen. Cyrano die nog steeds niet goed wist wat er aan de hand was, werd nu door twee pijlen getroffen: 'Ze zitten voor én achter ons.'

...Waylander spreidde zijn armen, de grond begon te schudden...
Open barstte de grond en naar boven kwamen vuurhaarden zoals men nog nooit had gezien in de bewoonde wereld. De drie werden omgeven door een enorme rookpluim en vuur en geen van de achtervolgers die in de hinderlaag lagen konden nog iets zien, totdat...Glamdring groeide torenhoog uit de rookpluim omhoog, trok de pijlen uit zijn rug en smeet bomen in het rond. Overal rond de plek lagen nu restjes van takken en struiken, en degenen die eerst nog in de hinderlaag gelegen hadden moesten nu vluchten voor hun leven en proberen niet geraakt te worden door de rondvliegende brokstukken. Ondertussen had ook cyrano zijn doorboorde vleugels aan het werk gezet en bestookte de vluchtelingen met zijn pijl en boog. Waylander stond weer met zijn handen omhoog naar de hemel te staren en je kon zien dat hij energie aan het opsparen was, maar voor wat... Cyrano besloot glamdring nu mee te nemen en weg te gaan vooraleer waylander hen ook vermoordde in zijn aardbeving die meteen zou volgen. Hij vloog naar glamdring, vertelde hem dat hij zich moest verkleinen en nam hem in zijn armen omhoog, juist op tijd. De grond begon te schudden, heviger dan eerst, en uit de vuurspleten spoot nu lava omhoog. Overal in het bos begon de grond te daveren en grote scheuren versperden de weg van de aanvallers, die nu vluchtelingen geworden waren...

"Wat gebeurd er?" Voor het eerst leek Ariel te beseffen dat er iets ernstig aan de hand was en dat dit geen spelletje was. "We moeten hier weg, zoek scheuren die nog niet te groot zijn, waar je over kan springen" riep Fingolfin. En dat deden ze ook, maar na een tijdje sprong Melisande mis, en viel ze in een scheur. Lunae en Fingolfin liepen er direct naar toe, ze kwamen gelukkig geen scheuren tegen. Samen konden ze er Melisande nog net uittrekken en samen liepen ze verder, terwijl Ariel al een heel stuk voor hen was. Die had er weer een spelletje van gemaakt en nam vreselijk grote sprongen.

Ineens stond Ariel stil. "GOBLIN! Waar is Goblin? Ik moet hem redden!"
Ze draaide zich om en rende terug voordat iemand haar tegen kon houden.
Qemwen zag wat Ariel deed en wist dat het niet goed af kon lopen, tenzij zij in zou grijpen. Ze zorgde ervoor dat een konijn dat net Ariel's kant uit kwam rennen, er precies uitzag als Goblin. De echte Goblin kreeg zelf ineens vlindervleugels op zijn rug en vloog hard weg.
Ariel had 'Goblin' in haar armen en wilde zich weer omdraaien, toen ze Waylander zag. Ze liet zich op haar knieën vallen en zei: "Qemwen, Qemwen! Ik weet dat je het heel druk hebt met mij enzo helpen, maar Waylander staat op het punt in zijn eigen ravijn te vallen, de grond onder hem brokkelt af! Doe iets, snel!"
Dat had Qemwen nog niet gezien. Maar wat kon ze doen? Als ze Waylander hielp, zou hij alleen maar meer domme dingen doen, maar als ze hem niet hielp, ging hij dood. En hij was bezeten, dus ze kon niet in zijn gedachten doordringen.
Het zweet brak haar uit, er was niets dat ze kon doen. Echt niets? Over enkele ogenblikken zou hij vallen, en dan kon zelfs Qemwen niets meer doen, er moest nu iets gebeuren. Ineens wist ze het.
Turtle! De enige vriendelijke Turg die er was. Stel nou es dat hij heel toevallig door het ravijn vloog op het moment dat Waylander viel...
Ze deed haar ogen dicht en gooide haar dobbelstenen.
Op dat moment viel Waylander het ravijn in.....

Qemwen
Kosmonaut
Berichten: 796
Lid geworden op: 19 feb 2004 10:43
Locatie: Zeist

Ongelezen bericht door Qemwen » 01 jan 2005 17:17

Ariel voelde de aanwezigheid van Qemwen, en wist dat alles nu goed zou komen. Ze wilde weer opstaan, maar werd net op dat moment opgetild. Fingolfin! Wat deed hij hier nou? Hij zou gek van angst weg aan het rennen moeten zijn, samen met de anderen. Het was veel te gevaarlijk om hier rond te hangen. Ze zuchtte. Waarom was Fingolfin altijd waar problemen waren, als zij erbij was?
Maar ze besloot daar neits over te zeggen. Hij zou toch met zijn ogen rollen en zuchten, en het niet begrijpen. Bovendien vond ze het veel leuker om gedragen te worden dan om zelf te moeten lopen. Een brede glimlach verscheen op het gezicht van het meisje. Gewoon niet panieken en ervoor zorgen dat je niet in gevaar komt, was haar motto, dan zou je het langst leven.

...Waylander viel het ravijn in, maar er was geen probleem, het was immers ZIJN ravijn. Een groot, plat stuk steen vloog uit het ravijn en nam Waylander mee de lucht in...
... terwijl er een zeer verbaasde Turg achteraan naar boven vloog "Sinds wanneer kunnen geiten vliegen?" vroeg Turtle zich af.
...Waylander vloog een paar meter omhoog en bleef toen zweven. Hij gooide zijn mantel van zich af en zijn lichaam werd volledig zichtbaar, de energie vonken schoten ervanaf. De omgeving was al voor de helft verschroeit en de trillingen werden alleen maar heviger...
...Het was duister. Nee geen duister. Het was zwart... Puur Zwart...
...Eriamor was overal, Waylander zat in een hoekje, een klein, grijs puntje in de grote zwartheid... Waylander kon zich niet bewegen, hij was gevangen door Eriamor. Elke poging die Waylander deed om Eriamor terug te dringen werd hardhandig door de kop ingedrukt...
...Eriamor was overal...
...Alleen zwart...

Eriamor zweefde van de steen en liep richting de groep . Hij liep rustig op ze af, zijn pad in as achterlatend.

Glamdring hing in de armen van Cyrano en bekeek het hele tafereel met ongelovige ogen. Hoe kon Waylander zo'n kracht bezitten? Hoe kon het zijn dat hij alles kon beheersen? Dit was waylander niet, dit moest Eriamor Zelf zijn. Toen de bokman omhoog vloog en zijn mantel afgooide, werd het voor hem dan ook duidelijk: dit was de zwarte heerser zelf, die zijn toorn eindelijk ontketend had, echter veel te vroeg, en veel te plots, om de kleine groep te grazen te nemen. Achter hen, een paar kilometer van het bos, begonnen de horden orks en aardmannen, voorboden van het leger van Eriamor, al uit de spleten te kruipen, en trokken op naar het bos. Binnen de kortste keren zouden de 100000 orks en aardmannen naar boven gekomen zijn, en de donkere elfen stonden waarschijnlijk klaar om hun opmars naar het noorden te beginnen. Het was te laat, veel te laat, en Glamdring wist het. Cyrano ook, en daarom rijkte hij met zijn gedachten naar de Godin van Ariel, die hij al vaker had weten ingrijpen, maar nooit mee in contact had durven treden. Hij richtte zijn gedachten, de zwarte duisternis van Eriamor rijkte naar licht en dobbelstenen vielen in de wolken...

...Een jongen van ongeveer 13 jaar zat voor zich uit te kijken, hij verveelde zich weer eens. Hij strijkte zijn simpele beche gewaad glad en luisterde naar de geluiden om zich heen, de vogels fluiten, de wind die waaide door de bomen. 'Emiamo...''Ja?' De jongen keek achterom, ookal was hij nu gewend aan de stemmen. 'Emiamo...''Wat is er?' De stem leek mee te zweven met de wind. 'Emiamo...' 'Stop nu maar met dat misterieuse gedoe, ik weet nu wel dat jij het bent' 'Owja? Ben ik het dan wel?' 'Ik zit nu al twee jaar met je, dus ik herken je stem nu wel' 'Is het al twee jaar? Ik herinner het nog als de dag als gisteren dat ik je voor het eerst roepte' 'Ja dat zal wel. Heb je me nog voor een reden hierheen gebracht?' 'Wacht jij maar eens...'

Qemwen was voor het eerst in haar leven totaal overdonderd.
Zoveel zwartheid, zoveel duisternis.... dat zo iets kon bestaan...
Wat kon ze hier tegen beginnen??

Van alle kanten beukten gedachten en smeekbedes van Haflings en andere wezens tegen haar aan. Ze kreeg er hoofdpijn van. Eén kreet kwam er heel duidelijk bovenuit, omdat hij van dezelfde richting kwam als waar Qemwen haar aanndacht bij had. Ze scheurde haar blik los van de Zwartheid en keek naar Glamdring. ALs de situatie niet zo hopeloos was geweest had ze gegiecheld: de man, die zojuist nog een groot monster was, smeekte nou om haar hulp. Hoe vleiend.

Ze wilde eigenlijk iedereen daar uit de buurt halen, maar helaas, dat kon ze niet, omdat er geen mogelijkheden waren dat dat ineens zou gebeuren. Misschien kon ze Waylander een niesbui laten krijgen, zodat hij in ieder geval voorlopig nog niets zou kunnen doen?
Ze rolde haar dobbelstenen en hoorde meteen van onder haar: "HATSJOE"
Qemwen slaakte een zucht, nu had ze tenminste wat meer tijd om na te denken. Ze snapte niet hoe sommige mensen het klaar kregen om onder druk beter te presteren. Maar ja, ze snapte dan ook niet veel van mensen.
"Denk na, denk na!!" zei ze tegen zichzelf.

Ineens hoorde ze geklop op haar deur, wat vreemd was omdat ze geen deur had.
"Huh? Kom binnen..."
Ze hoorde gekuch naast zich en zag hoe Yurl ineens daar verscheen.
Yurl, de god van het weer, keek ernstig, en Qemwen wist meteen waarvoor hij kwam.
"Wat kunnen we doen? We kunnen niets doen he?" zei ze, en stortte bijna in.
"Wees sterk, Qemwen, ik weet zeker dat we iets kunnen doen. Tranen zijn voor later. Tranen zijn regen en wat we nu nodig hebben is licht. Veel licht en zonneschijn"
Qemwen knikte en probeerde te glimlachen. Ze veegde haar tranen weg en haalde diep adem.
"Natuurlijk! Dat is het! Samen kunnen we zorgen voor alles wat licht en zonnig is!"

Yurl sprak een spreuk uit en maakte wat vage handbewegingen, en Qemwen rolde fanatiek haar dobbelstenen. Ineens brak er door de wolk van duisternis om Waylander een zonnestraal door. Hij scheen recht op zijn gezicht. Qemwen gaf hem alle kracht om te vechten tegen Eriamor. Maar het moest van binnenuit hem komen.
Was Waylander sterk genoeg om hem te bevechten? Zou er genoeg goedheid in hem zitten om het kwaad uit hem te drijven?
De zonnestraal werd breder en breder en Waylander stond nu in een brede straal van licht.
Hij hield zijn handen voor zijn gezicht, en Qemwen en Yurl voelden de strijd die binnenin hem was.
Ook zagen ze de orks en aardmannen steeds verder uit de grond komen.
Als Waylander het al zou redden, zouden ze dan de Legers van het Kwaad kunnen uitroeien?
Zouden ze dat, wat eeuwen geleden begon, in één klap kunnen vernietigen? OF zou er een weg terug zijn, naar de bron van dit kwaad? Zou er een weg zijn, naar de Wereld van het Verleden?

...Eriamor was verblind door de straal, hij probeerde het met zijn handen te weren, maar de kracht drong door tot zijn innerste. Hij verloor terrein, langzaam maar zeker...

...'Als je niet opschiet ben ik weg', zei Emiamo, 'Duurt het nog lang? Ik heb hier dus echt geen tijd voor.' De stem was er nog steeds. 'Nog heel even...' De stem was nog niet uitgesproken en aan de horizon verscheen een lichtstraal. Emiamo sprong verast op. 'Wat is dat?' 'Dat is het begin van het einde, de grootste fout die ooit gemaakt zal worden...' Emiamo vroeg verder. 'Waarom dan?' 'Omdat daarmee één van 's werelds grootste krachten word overgegeven aan iemand die ze niet in controle kan houden.' Emiamo begreep niet waar hij het over had. 'Hoezo dat dan? Wie -of beter gezegd wat- is daar dan?' 'Kom mee, dan laat ik het zien...'

Qemwen gooide haar dobbelstenen opnieuw en de lucht klaarde verder op. De vluchtelingen kregen weer een beetje hoop door dit nieuwe verschijnsel en toen ze zagen dat hun grootste vijand in een heroïsch gevecht met een hoestbui verwikkeld was, begonnen ze zeer snel door het bos te lopen .het vuur uit de scheuren was gedoofd, en ze hadden het nu makkelijker om over de spleten te springen. In de verte hoorden zij echter al het gehuil van de legers die aan het optrekken waren door het bos, en het aanhoudende genies van de bezeten bokman werd minder hevig. Qemwen zou vlug iets moeten doen voor de arme stakkers, of het zou wel eens slehct kunnen aflopen...

...Waylander zat noch steeds vast in de kooi van Eriamor. Hij voelde dat Eriamor een beetje verzwakte, maar lang niet genoeg om maar te denken aan een uitval...

...Eriamor bracht zijn kracht langzaam tot een stop, het was nutteloos om nu nog door te gaan terwijl zijn tegenstanders al weg waren. Toen hij na een paar minuten was uitgeraasd zocht hij naar Cyrano en Glamdring, maar die waren nergens te bekenen. Eriamor besloot om terug te keren naar zijn paleis. Het zou niks uitmaken om de groep een paar uur voorsprong te geven op zijn legers...

Cyrano vloog met glamdring in zijn handen naar de rand van het bos, de verwoesting die de legers van Eriamor aan het aanbrengen waren achter zich latend. Tijdens de vlucht zagen ze het groepje vluchtelingen onder zich doorrennen, maar cyrano vloog sneller, en een paar minuten voor de anderen kwamen de twee aan bij de rand van de stad, die nu in rep en roer stond. De wacht liep heen en weer op de stadsmuren, de burgers krijsten in volle paniek, en de dorpsraad stond verzameld op het plein. Cyrano kreeg een paar pijlen naar zijn hoofd gevuurd toen ze kwamen aangevlogen, en zo kwam het dat ze stilhielden op de bosgrond ongeveer 50 meter van de stadsmuren. Gauw zouden de vluchtelingen voorbijkomen, en moest er iets bedacht worden om te ontsnappen aan de gruwel die door het bos oprukte.

...Eriamor kwam aan in zijn paleis, waar hij op de hoogte werd gesteld van het veraad van Glamdring en Cyrano, maar dat was een latere zorg. Eriamor moest van Waylander af zien te komen, dat zou een paar uur mediteren kosten. Hij liet zijn hoge priesters hem informeren over de oprukking van zijn troepen; de eerste grens forten zouden over enkele minuten worden aangevallen. Maar Eriamor had nog veel meer ideen om zijn overwinning te verzekeren. Zijn priester adviseerde hem om eerst maar te mediteren, dat zou zijn gedachten wel geordend krijgen. Eriamor nam dat advies aan en ging naar zijn hall waar hij neer knielde op het kussen in het midden....

...Eriamor ging naar het diepste van zijn ziel waar hij Waylander aantrof, op precies dezelfde plek waar hij hem had achtergelaten. 'Weet je wat het is Waylander? Jij bent en blijft een bedreiging, als mijn mentale krachten enorm zouden dalen, kan jij mij overnemen.' Waylander probeerde iets te zeggen, maar had daar de kracht niet voor. 'Ik moet van je af, maar, je bent in een absurde manier wel mijn zoon, dus ik weet niet wat ik moet doen. Ik kan je zo wegvagen, of ik laat je leven. Maar wat moet ik dan met je?' Eriamor dacht na'. 'Ik denk dat ik toch liever van je af ben, ik heb geen enkel voordeel aan je.' Eriamors krachten opverspoelden die van Waylander en Waylander verdween in het niets...

...Eriamor ontwaakte en ging direct verder met zijn volgende stap, het ontwaken van de Wachters...

Nu Waylander was opgeslokt door Eriamor, stonden Qemwen en Yurl met de handen in het haar.
Ze konden de legers misschien vernietigen. Ze konden misschien Ariel en haar vrienden van deze afschuwelijke plek vandaan krijgen. Ze konden misschien de hulp van andere goden inroepen. Ze konden misschien Eriamor uitschakelen. Maar alles bleef een misschien. En als één ding fout ging, was de rest hopeloos verloren.
Qemwen wilde Ariel graag helpen, maar ze hadden niet veel tijd en het zou veel van Qemwen's krachten kosten.
"Haal ze dan hierheen" stelde Yurl voor.
"Hoe dan?"
"Tja.... met Turtle misschien? Hahaha" Toen Yurl zag dat Qemwen's ogen oplichtten en ze het serieus wilde proberen, stopte hij met lachen.
"Dat is een geweldig idee!" riep Qemwen uit.
Ze riep Turtle op en legde hem het plan voor. Turtle was niet erg enthousiast, maar Qemwen had er alle vertrouwen in, en ze had hem al eens eerder geholpen, dus uiteindelijk stemde hij toe:
Hij zou zijn twee broers, Loup en Hairet, vragen om hem te helpen Ariel en haar vrienden te redden. Ze zouden hen naar boven dragen, naar Qemwen's luchtkasteel.
Dan konden Qemwen en Yurl zich intussen concentreren op het tegenhouden van de legers van Eriamor.

GLamdring en cyrano waren nog op adem aan het komen toen opeens de drie vliegende wezen boven hun hoofden opdoken en met enorme snelheid naar het zuiden vlogen, naar de vluchtelingen. Cyrano wist dat ze hen gingen oppikken, en ook dat qemwen hen blijkbaar vergeten was. Hij had absoluut geen kracht meer om zelf mee te vliegen, en zelf als hij dat gedaan zou hebben, wat dan met Glamdring? Hij vond het een beter idee om naar de stad te gaan, hopen dat ze niet doorboord zouden worden met de pijlen van de wacht, en daar in glamdrings gedaante stand te houden tot hulp kwam van qemwen en de rest. Hopelijk zou die gauw komen eens de aanval begonnen was, want cyrano had gevoeld dat eriamor de wachters had opgeroepen, en de grote schaduwen begonnen al over het bos te lengen. De slag zou geleverd worden bij valavond, en tegen dan moetsen ze klaar zijn voor het leger en zijn verschikkelijke aanvoerders: de wachters van de Noordertorens....

De Turgen kregen hun passagiers al snel in het oog en pikten Ariel, Fingolfin, Melisande en LunaeFilia snel op. Ariel Ging voor op de slagtanden van Turtle liggen, de andere drie zaten op un ruggen.
Toen De Turgen terug vlogen, kreeg Ariel Glamdring en Cyrano in het oog.
"Turtle! Daar, die mensen moet je ook meenemen, zij zijn mijn vrienden. Asjeblieft, Loup en Hairet, kunnen jullie hen op jullie slagtanden dragen?"

De Turgen vlogen naar beneden en over de grond naar Cyrano en Glamdring toe. Vlak voor hen hielden ze stil en Ariel riep "kom op, jongens, willen jullie ook mee naar Qemwen? Klim maar op hun slagtanden, dat mag wel hoor!"

Qemwen en Yurl waren hard bezig de legers tegen te houden. Yurl wilde eigenlijk een grote scheur in de grond laten komen die de hele legers in de grond zou laten storten, maar dat wilde Qemwen niet. Daarom zorgde hij er maar voor dat ze door zijn aardbevingen niet verder konden trekken.
Qemwen zorgde voor allerlei kleine ongelukjes dat de legers veel van hun wapenuitrusting, harnassen en ander oorlogsmateriaal verloren.

...Emiamo keek naar de lucht, waar een klein groep wezens over hem heen vloog, ze waren hem onbekend en wist niet wat ze deden. 'Volg ze!' de stem was nog altijd bij hem. 'Hoe moet ik dat doen? Die beesten zijn veel te snel voor mij!' 'Klopt, dat zijn ze ook, maar ze zal ze mischien kunnen bijhouden met het paard van je vader...' Emiamo dacht na. 'Maar... Dat zou stelen zijn!' 'Jou plaats ligt niet hier, maar ergens anders, neem het paard, en vertrek, dat is alles wat je hoeft te doen...' Emiamo vertrok richting huis...

Fingolfin, Melisande en Lunae Filia hadden geen flauw idee wat hen overkwam en konden dan ook niet antwoorden op de vragen die Glamdring en Cyrano hen stelden. Ariel vond het blijkbaar heel gewoon en wees hen steeds op het uitzicht. Dat was inderdaad prachtig. Ondanks de vele scheuren in de aarde zag het bos er prachtig uit met zijn vele schakeringen groen. Na een tijdje verdwenen ze in de wolken en konden ze de wereld niet meer bewonderen. Al snel kwam echter het luchtkasteel van Qemwen in zicht en nu keken ze helemaal hun ogen uit. Ondanks het feit dat het gewone wolken leken schitterde het paleis en zagen ze er allerlei vormen in. Qemwen en Yurl verwelkomden ze en nu wouden Fingolfin, Melisande, Lunae Filia, Cyrano en Glamdring echt wel uitleg ...

...Emiamo keek achter zich. Niemand te zien, gelukkig. Hij sloop door de stal, langs de paarden. Hij kwam aan bij het paard van zijn vader, langzaam maakte hij het hek open. Hij zadelde het paard en loodste het naar buiten. Hij besteeg het paard voorzichtig, want het was de eerste keer dat hij erop reed. "Maar we zijn nu toch veel te laat! Die wezens zijn al mijlen ver weg!" Emiamo fluisterde naar stem. "Weet ik, maar ik weet waar ze heen gingen, daar zullen we ze treffen." Emiamo reed weg van de boerderij van zijn vader...

...Eriamor zat op zijn troon, half kijkend naar een groep donker-elfse danseressen, half denkend aan de oorlog. De wachters waren nu op weg naar zijn legers, dan zou hij een groep elite veldmaarschalken hebben die nog nooit hadden verloren...

De wereld zag er heel anders uit van bovenaf, lichter, en tegelijkertijd donkerder, als je naar het zuiden keek en de rookpluimen zag van het afbrandende bos dat de legers van de donkere vorst in brand hadden gestoken. Ver weg zagen ze enorme wezens naderbij komen, gigantische stenen constructies met grote zwaarden die vastberaden zich een weg baanden over het terrein. Cyrano wist dat het de wachters waren, en hij wist dat ze nu verloren waren.

In de stad zelf troepten de mensen zich samen op de pleinen, en de stadsmuren werden versterkt. Glamdring zag dit door zijn halfdichte ogen en verbaasde zich over de koelte die zich van hem meester begon te maken. INstinctief vormde hij zich terug om naar zijn echte gedaante, niet beseffend dat hij daardoor een val zou maken, de laatste val van zijn leven...

Qemwen glimlachte naar iedereen, rolde even snel met haar dobbelstenen en opeens verschenen er vier roze banken in de kamer.
"Ga toch lekker zitten jongens! Willen jullie wat drinken of eten? Jullie zullen wel geschrokken zijn maar geloof me maar, alles komt goed."
Het was bijna neit te zien dat ze veel moeite moest doen om te blijven glimlachen.
Toen iedereen zat begon Yurl meteen te praten.
"Qemwen en ik hebben wat bedacht. Met jullie hulp kunnen we waarschijnlijk een tijdmachine maken. Er is een Sleutelkind geboren, een aantal jaren geleden. Zijn naam is Emiamo en jullie moeten hem zo snel mogelijk zoeken. Wij kunnen dat zelf namelijk niet. Duizenden jaren geleden werd het eerste Sleutelkind gemaakt door de Oppergod. Hij zorgde ervoor dat wij, de goden, hem niet kunnen zien. Alleen jullie, de aardlingen, kunnen hem vinden, zodat zijn krachten alleen gebruikt kunnen worden wanneer zowel de goden als de aardlingen het willen. Jullie zouden hem namelijk niet herkennen zonder ons. Een van jullie zal dit amulet dragen, en hem zo kunnen vinden."
Yurl liep weg en kwam even later terug met een hemelsblauw amulet in de vorm van een oog.
Ariels ogen werden groot en ze stak meteen haar hand uit om het te pakken. Yurl liet het los en het amulet viel op de grond. Het was veel te zeaar voor de kleine halfling om te dragen. Ze probeerde het nog een aantal keren van de grond af te tillen. Intussen praatte Yurl verder:
"Wanneer jullie Emiamo vinden, zullen wij hem ook kunnen zien en halen we jullie zo snel mogelijk op. Hij is de sleutel die we nodig hebben om terug in de tijd te gaan. Want dat is wat jullie gaan doen. Lang geleden is Eriamor's leger ontstaan. Helaas viel ons dat pas veel te laat op.
Eriamor heeft één zwakke plek, maar niemand weet nog wat dat is. Dat is de enige manier om hem te verslaan.
Er was in de tijd dat Eriamor zijn leger oprichtte een soort Orakel. Zij was een oude vrouw met vreemde krachten. Ze was helderziend en kon mensen genezen. Zij weet wat de zwakke plek is van Eriamor.
Jullie gaan met Emiamo terug naar die tijd, en zoeken het Orakel. Hij zal haar kunnen vinden.
Maar nu moeten jullie eerst Emiamo vinden, en heel vlug!
Wie van jullie gaat het amulet dragen?"

De snelle gebeurtenissen en de strenge stem van Yurl maakten op iedereen een indruk, niet in het minst op ariel die haar godin nu voor het eerst in levende lijve aanschouwde, maar ook op de twee bekeerde booswichten die nu overdonderd door zoveel pracht in de zetel zaten. Fingolfin en Melisande waren slechts enkele seconden verwijderd van een diepe slaap door de uitputtingen van de gebeurtenissen, en enkel Lunae zat nog met duidelijk starende ogen overeind op de bank. Zij stond op en nam de amulet aan van Yurl. "We zullen hem vinden, maar we kunnen niet allemaal gaan ,dat zou te gevaarlijk zjin. Wie wil meegaan?" Glamdring en Cyrano keken elkaar aan, maar zeiden niks. Diep in hun hart wisten ze allemaal dat cyrano en Lunae zouden moeten gaan, omdat cyrano kon vliegen, en Lunae met haar telepathie Emiamo het sleutelkind vlugger zou kunnne opsporen. Nu was het nog een kwestie van tijd voordat deze diepliggende gedachte door iedereen aanvaard zou worden

"Het is juist beter als jullie wel allemaal gaan. Ieder van jullie heeft iets dat de anderen niet hebben. Bovendien moet er alles aan gedaan worden om jou te beschermen, Lunae. Wanneer jij het amulet omdoet, zul jij alleen het nog kunnen gebruiken zolang het Sleutelkind leeft." Zei Yurl
"Wij zullen natuurlijk ook helpen hoor. Als jullie iets nodig hebben kunnen jullie dat het best regelen via Ariel, ik kan haar het makkelijkst verstaan namelijk. Cyrano kan vliegen, wat heel handig is, en Glamdring kan goed vechten en snel rennen in zijn ware gedaante. Fingolfin is de beste schutter van jullie allemaal, de beste die ik ooit heb gekend zelfs, en zijn scherpe ogen zien gevaar al van verre. Melisande kan zichzelf onzichtbaar maken, en kan dus goed spioneren." Qemwen giechelde. "En ik weet zeker dat er nog wel een hoop meer is wat er handig is aan jullie. Jullie moeten nu echt gaan. Ik snap dat jullie moe zijn, dus laat me jullie wat Ginseng thee geven. Dat helpt echt hoor! Je moet het alleen wel heel erg heet drinken, dus ik zal wat ijsklontjes klaarleggen om je tong af te koelen nadat jullie het gedronken hebben. Willen jullie aardbei ijsklontjes of liever met sinaasappelsmaak?"

Toen iedereen zijn thee en ijsklontjes op had, werden de Turgen weer geroepen. Yurl wenste iedereen geluk en gaf Lunae een ring mee, die een wolk om haar heen kon vormen zodat ze makkelijk kon ontsnappen wanneer ze in de problemen kwam. Qemwen stak een grote gele bloem in Ariels haar, die licht kon geven in het donker wanneer je er een blaadje afhaalde. Toen gaf ze iedereen een dikke knuffel en rolde haar dobbelstenen: Er stak een gunstige wind op toen ze terug naar de grond vlogen.

Toen iedereen weer op zijn eigen benen op de grond stond, wist niemand eigenlijk wat ze moesten doen. Fingolfin was de eerste die wat zei. "We moeten een plan bedenken. We kunnen niet zomaar beginnen met zoeken en we moeten goed weten wat we moeten doen wanneer er gevaar is. De legers van Eriamor zullen snel genoeg door hebben wat we van plan zijn en ik denk niet dat ze er blij mee zullen zijn. Zoals Qemwen al zei: we moeten samenwerken en het beste uit iedereen halen. Alleen dan maken we een kans. Lunae, merk jij iets van Emiamo? Kun je hem voelen? Weet je waar hij is?"
Lunae sloot haar ogen en fronste diep. "Ik geloof dat hij die kant op is." Ze wees naar het westen.

Zo vertrokken ze naar het westen, elk met een bijzondere eigenschap en samen met een grote opdracht: Emiamo vinden. Na een hele tijd gelopen te hebben, waarbij Lunae regelmatig aangaf in welke richting ze dacht dat ze moesten lopen, viel de avond. Ze liepen ondertussen al in een bos, en toen ze bij een open plek aankwamen besloten ze daar te overnachten. Eerst aten ze wat en dan verdeelden ze de wachten, zodat iedereen de kans had om te slapen. Toen de volgende ochtend de zon haar eerste stralen liet zien, stonden ze op en vertrokken ze weer, blij omdat ze al 1 nacht zonder problemen hadden weten te doorkomen.

De bosgrond had 's nachts helaas niet zo lekker gelegen, dus iedereen was helemaal stijf en moe ondanks hun rust van acht uur. Bovendien was Ariel op een mieren-nest gaan liggen, dus zij zat zich de hele tijd te krabben.
"Zijn we er bijna?" vroeg ze nou al voor de twaalfde keer. En voor de twaalfde keer kreeg ze alleen gezucht als antwoord.
Die dag gebeurde er weer niet veel bijzonders, totdat ze een plek zochten om te overnachten.
Qemwen zag het gevaar aankomen en riep tegen Ariel dat ze de anderen moest waarschuwen.
"Qemwen zegt dat er een stuk of tien orks van het leger van Eri-dinges aankomen. Hoe heetie? Oh, E-ri-a-mor. Gekke naam is dat eigenlijk Eeeeeee-ri-jaaaa-morrr. Het klinkt niet echt ork-achtig moet ik zeggen, maar toch."
Intussen was iedereen al klaar voor een gevecht. Fingolfin had zijn boog in zijn handen, Glamdring was aan het transformeren, yrano vloog een paar meter boven hen en de rest hield ook een wapen vast, om zich heen kijkend naar waar de orks vandaan kwamen.
Waarschijnlijk wisten de orks wel waar zij zich bevonden, mede door het geklets van Ariel. Toch hield Melisande snel haar hand voor Ariels mond, zodat de groep zelf tenminste goed kon horen. Fingolfin gebaarde naar Ariel dat ze stil moest zijn, en Ariel sloeg toen zelf haar handjes over Melisande's hand heen.

Plotseling werd fingolfin onderuit geslagen door een ork-speer die hard tegen zijn benen knalde. Glamdring, die nu in zijn grote gedaante was, kreeg een kruisboogpijl in zijn rug, Cyrano vuurde een paar pijlen richting de bomen naast melisande en ariel, en de rest dook ineen voor de aanstormende ork-zwaarddragers die van links uit de open plek kwamen opdoemen...
Fingolfin viel voorover op de grond. Hij kon zichzelf niet meer opvangen met zijn handen en belande met zijn gezicht in een plas modder. Hij probeerde op te staan, maar zakte meteen door zijn rechter been heen. Toen hij zijn blik op zijn been richtte, zag hij het bot eruit steken. Het bloed liep er met stroompjes uit.
Uit zijn linker ooghoek zag Fingolfin een orc aan komen rennen, die waarschijnlijk een hulpeloos slachtoffer verwachtte. Hij hief zijn grote bijl met twee handen boven zijn hoofd, maar Fingolifn had tijd genoeg gehad om zich voor te bereiden. Hij had de pijl van zijn boog gehaald en in zijn vuist geklemd. Net voordat de bijl hem zou raken, rolde Fingolfin opzij en stak de pijl in de heup van de orc die een schelle gil gaf. In een snelle reflex sprong Fingofin met één been op en stak zijn boog over het hoofd van de orc, het hoofd tussen schaft en pees. Met een korte zijwaartse beweging sneed de pees door de nek van de orc, waar hij achter de ruggengraat bleef steken. Met een harde pijnlijke kreet viel Fingolfin terug op de grond.

Ariel zag dit allemaal niet omdat Melisande's hand voor een deel over haar ogen zat. Toen Melisande zichzelf moest verdedigen tegen twee orks haalde ze haar hand pas weg. Het eerste wat Ariel zag was dat Fingolfin en Glamdring gewond waren.
"Qemwen, Qemwen!! Je zou ons helpen!! Help me nu alsjeblieft even om Fingolfin en Glamdring niet zo'n pijn te laten hebben!!!"

Ze hield het been van Fingolfin vast, en het genas onmiddellijk. Toen wilde ze naar Glamdring toelopen. Op dat moment kwam er een ork met een goeiedag aanrennen. Voordat hij bij Ariel was, had Fingolfin hem al neergeschoten. Hij was al zo dichtbij, dat hij bovenop Ariel viel. Ariel kon geen kant meer op, en hoewel ze hard om hulp riep hoorde niemand haar. Het geluid van de strijd was natuurlijk veel te hard. Glamdring lag een paar meter naast haar op de grond te creperen van de kruisboogpijlen. Er staken er inmiddels zeven in zijn grote lichaam. En er was neits dat Ariel kon doen, zolang ze die grote, zware stinkende ork bovenop zich had liggen...
Glamdring zag dat Ariel helemaal vast zat en strompelde naar haar toe. Voor hem was het makkelijk om die ork van haar af te gooien. Toen pakte hij Ariel op en zorgde ervoor dat ze bij zijn rug kon. Die genas natuurlijk ook onmiddellijk.
Toen Ariel weer op de grond stond en om zich heen keek, zag ze dat het gevecht al bijna over was. Ze hadden meer orks verwacht dan dat er waren. De orks waren zo arrogant dat ze er geen rekening mee hielden, dat ze verslagen konden worden, daarom hadden ze een heel slechte verdediging. Terwijl Ariel het slagveld aan het bekijken was, struikelde een ork over haar heen, maar gelukkig kon ze deze keer wel wegrollen. Deze ork knalde mijn zijn hoofd tegen een boom, precies waar de resten van een afgebroken tak uitstaken. De punt stak door zijn oog en hij was op slag dood. Maar dat kreeg Ariel al niet meer mee, omdat ze ineens een heel grote, knaloranje bloem zag staan, een paar meter van haar af. Ze rende ernaar toe en plukte de bloem. Jammer, hij was te groot om in haar haar te steken, maar ze kon de stengel misschien wel om het hengsel van haar rugzak knopen.
Voordat ze de bloem had vast kunnen knopen, kwam Goblin eraan huppelen en beet een grote hap uit de bloem. Nou was hij helemaal niet meer mooi...

Hoe lief het konijn was, zo afschuwelijk was de kleine veldslag die hier zojuist gepleegd was. 10 orks in het totaal lagen verspreid over de open plek, Glamdring was bezig zichzelf naar zijn mensengedaante te veranderen, en de rest klopte het stof en de grassprietjes van hun kleding. Deze aanval hadden ze afgeslagen, maar een volgende zou toch ernstigere gevolgen hebben vreesde Cyrano, dus maande hij ze meteen aan om er vlug vandoor te gaan, in de richting waarin Lunae dacht dat ze moesten lopen. Ook vroeg hij aan Melisande om Ariel voor een tijdje onzichtbaar te maken, zodat als er een nieuwe aanval zou zijn, men niet op haar zou moeten passen, omdat ook de orks haar niet zouden zien.

Zo gingen ze weer op weg, zoekend naar de jongen Emiamo, die ergens verderop met zijn paard door de bossen reed...
'Oke, en wat moet ik nu doen?' 'Ergens hier in de buurt zijn een groep reizigers, zorg dat ze jouw vinden.' Emiamo reed door een bos dat hij niet kende. Hij sprong met zijn paard over een gevallen boom en het beest stuikelde over iets wat een ork leek. Emiamo sprong handig van het paard af, maar het paard maakte een ongelukkige val...

Ten noorden van hen hoorde iedereen ineens een harde schreeuw en het paniekerige gehinnik van een paard.
Wat het een nieuwe aanval? Of had er iemand hun hulp nodig? Kon het eenvalstrik zijn? Iedereen keek elkaar vragend aan. Iedereen, behalve Ariel, die helemaal geobsedeerd was door haar nieuwe spelletje: Goblin laten vliegen. Het arme beest snapte helemaal niet hoe het kon dat hij gedragen werd door zijn baasje, terwijl die er helemaal niet was. Ariel vond het geweldig om onzichtbaar te zijn.
Uiteindelijk werd besloten om met een grote boog naar het noorden te lopen en de situatie vanaf de andere kant te naderen. Als het een valstrik was, zouden ze er zo niet inlopen.. toch?

Emiamo rolde over de grond en bleef toen stil liggen. Even dacht hij dat hij dood was, tot de pijn in hem doordrong. Het liefst wilde hij het uitschreeuwen, maar er hing gevaar in de lucht, zo sterkt dat hij het bijna kon proeven. Hij moest stil liggen en zich voor dood houden, zolang als nodig was. Wel trok hij zijn dolk alvast en ging er half op liggen. Zo kon hij hem sneller pakken als het nodig was.

Na ongeveer een kwartier hoorde hij gekraak van bladeren en takken. Geen dier in htet bos zou zo onvoorzichtig en hard lopen, dus het moesten mensen zijn. Mensen of... nee, daar wilde hij niet aan denken.

Fingolfin zag Emiamo het eerst liggen. Zijn elfenogen konden zelfs in het dichte, donkere bos alles om hem heen goed zien. Hij trok een pijl uit zijn koker en legde hem op zijn boog. Met de pijl gericht op Emiamo fluisterde hij tegen de anderen waar hij hem zag.
Omdat Ariel nog steeds onzichtbaar was, wist niemand waar ze was. Ze liep een paar meter verderop en hoorde niet wat Fingolfin zei. Wel zag ze opeens iemand gewond op de grond liggen. Ze rende snel naar hem toe en riep intussen "Qemwen, help even asjeblieft! Ik geloof dat hij veel pijn heeft!"
"Nee!" hoorde ze, maar het was niet Qemwen die dat riep, tenzij ze ineens de stem van Fingolfin had gekregen.
"Ariel, blijf staan! Blijf staan!" riep Fingolfin. Hij wist, dat als dit een valstrik was, ze nu waren opgemerkt, maar op dat moment kon hem dat weinig schelen.

Ook Qemwen had nu door wat er gebeurde. Ze kon niemand gewond zien liggen, maar door de reacties van Ariel en Fingolfin merkte ze wel dat er iemand moest zijn. Ze keek Yurl aan en die bevestigde wat ze dacht. "Het is het Sleutelkind."

Ariel rende door naar Emiamo en boog zich over hem heen. Op dat moment trok Emiamo zijn dolk monder zich vandaan en stak hem omhoog, met de bedoeling Ariel's hart de doorboren.
Emiamo wist niet dat Ariel zo klein was, en hij stak ver boven haar hoofd.
"Hey, wat doe je nou?" zei ze verbaasd. Ze stak haar hand uit en omdat ze ervanuit ging dat hij hem toch niet aan zou nemen, zei ze maar vast "Ik ben Ariel".

Fingolfin kwma nu uit het bos tevoorschijn en met zijn boog nog steeds op Emiamo gericht zei hij: "Laat je dolk vallen, houd je handen omhoog en geen beweging, want ik schiet voordat je aan je dolk kunt denken.”
Emiamo had niet veel keus, dus gooide hij zijn dolk voor zich en hief één arm omhoog. De ander was gebroken.
Ariel liep terug naar Fingolfin en merkte daar pas dat ze Emiamo's dolk had opgeraapt. Ze wilde hem terugbrengen. Toen ze weer naar Emiamo liep zag ze hoe vreemd zijn arm uitstak.
"Zie je wel, Qemwen. Je moet hem even helpen hoor!... Wat?... Je kunt hem niet zien? Waarom niet?.. Oh, okay..." ze draaide zich om naar de rest van de groep en zei. "Dat is Emiamo, het Sleutelding, en uhm.. wat zeg je?... Oh, we moeten even alles aan hem uitleggen." Toen zei z tegen Fingolfin "Ik kan nou niks doen, want Qem ziet hem niet, en dus kan ze hem ook niet helpen, maar hij heeft pijn, en dat is zielig, maar jij kunt toch wat doen met die kruiden enzo?"

Fingolfin liet zijn boog zakken. "Emiamo, we moeten praten. We willen je geen kwaad doen, we hebben je hulp nodig. Ariel, geef me de dolk van Emiamo. Ik hoop dat je ons vertrouwt en ons wilt helpen. Je krijgt je dolk terug, maar ik wil dat je eerst luistert. Ik zie nu dat je bang bent en we kunnen het niet gebruiken dat jij je tegen ons keert."
Emiamo snapte niets van wat er gebeurd was. Hij wist niet wie ze waren, wat ze wilden, en waarom ze zijn hulp nodig hadden. Zijn nieuwsgierigheid won het van zijn angst en hij knikte.
'Doe maar wat ze zeggen.' Emiamo durfde geen spier te verroeren. 'Sorry van die dolk, ik dacht dat er iets anders aankwam dan een groep mensen...'

Glamdring en Cyrano fluisterden nerveus naar elkaar. "Ik voel het ook, maar is het nog niet te laat?" Zei Cyrano geïrriteerd tegen zijn medereiziger, en keek om zich naar het gezelschap dat voor hun stond en praatte met het kind dat hun redding of ondergang zou betekenen.
"Luister eens," zei glamdring, en duwde de anderen opzij zodat hij duidelijk het kleine hoopje mens dat voor hem op de grond kon zien liggen, en trok hem omhoog, "Jij gaat ons helpen om de Donkere Heer te overmeesteren, en wel gauw, want net zoals Cyrano voel ik duidelijk dat de wachters ons kleine onderonsje hebben opgemerkt, en er reeds patrouilles van heel wat onaangenamere dingen dan onzichtbare halflingen op weg zijn, dus kleintje: stuur ons vlug terug in de tijd, anders is er straks geen tijd meer, enkel nog ZIJN duisternis!"

Emiamo rukte zijn hand los, gelukig pakte de persoon hem bij zijn vest. 'Wat moet ik doen?' dacht hij. 'Doe voor nu nog maar wat ze zeggen...' was het antwoord. 'Doe even rustig, wil je!?' Emiamo liep naar het lichaam van het paard. Hij haalde de zadelzakken van het paard af en leegte ze in zijn rugzak, samen met een langwerpig voorwerp dat met lappen stof was ingewikkeld. 'Ik ga echt niks doen als jij zo tegen mij blijft praten!'

Fingolfin richtte zijn boog weer:
"Het spijt me dat ik dit moet doen, maar we kunnen echt niet zonder jouw hulp. Asjeblieft, ga even zitten en luister naar ons. Het is heel belangrijk, en onze tijd dringt. Glamdring, laat hem even met rust, dit schiet zo niet op"
Ariel probeerde met een grassprietje een klein staartje te knopen tussen Goblin's oren, maar het sprietje knapte steeds.
Qemwen probeerde wanhopig iets te volgen van wat er gebeurde. Ze had al geprobeerd Ariel alles te laten vertellen wat het Sleutelkind deed en zei, maar er was zoveel te doen en te zien in het bos, dat Ariel dat steeds vergat.

Emiamo zei: 'Ik heb er de hele tijd al geen enkel probleem mee om naar jullie sores te luisteren, maar heb er dus echt helemáál geen zin in omdat onder de punt van een pijl te doen...'
Fingolfin slikte en liet zijn boog zakken "Sorry, je hebt natuurlijk gelijk. Wij overvallen jou ook zomaar. Maar we kunnen lopen gevaar en moeten echt haast maken. Ariel, wil je Qemwen de Turgen laten sturen? Ariel? Fingolfin draaid zich met een ruk om. Waar was Ariel? Hij riep nog een paar keer haar naam, net als Melisande en Cyrano. Toen hoorde hij een gil.
"Emiamo, pak snel je spullen! Iedereen: bereid je voor op een gevecht en probeer Qemwen aan te roepen zodat ze die turgen zo snel mogelijk kan sturen!"

Ze hoorden nog een keer het hoge gegil van Ariel en Fingolfin rende weg in de richting van het geluid. Al snel vond hij Ariel en Goblin op de grond liggen. Ariel was met haar voet blijven haken achter een tak en ze was met haar hoofd op een steen gevallen. Er liep wat bloed langs haar gezicht. Waarschijnlijk had ze de tweede keer gegild om het vallen. Maar waarom de eerste keer? Ariel was nergens bang voor, wat kon haar dan aan het gillen maken? Misschien iets om Goblin? Fingolfin tilde het konijn op en bekeek hem van alle kanten. Er was niets te zien en Goblin zat rustig op een grassprietje te kauwen, dus dat kon het ook niet zijn.
Ze moesten nu echt snel hier weg. Voorzichtig tilde hij Ariel op, floot naar Goblin, en liep snel terug naar de rest van de groep. nog voor hij daar was hoorde hij boven zich het treurige, lage geluid van de turgen die aan kwamen vliegen. Gelukkig, zij waren tenminste op tijd. Nu konden ze terug naar het luchtkasteel van Qemwen.
Emiamo volgde de rest en ze klomen allemaal op de turgen, ze vlogen een tijd en kwamen aan in een (naar zijn mening nogal raar) luchtkasteel, waar ze werden verwelkomt door twee personen.

Qemwen giechelde. Nu kon ze Emiamo eindelijk zien. Wat was hij anders dan ze verwacht had!! Gek, als je iemand niet kunt zien ga je hem altijd meer op jezelf laten lijken. Het Sleutelkind was twee keer zo groot als ze had verwacht.

Terwijl Yurl Emiamo groette en hen allemaal plaats liet nemen op de blauwe plusche banken van Qemwen, rende Qemwen heen en weer vanaf haar keukentje om iedereen van ananasthee en honingkoekjes te voorzien.

Ariel verwachtte dat er een lang, en saai gesprek aan zat te komen, dus besloot ze zichzelf daarmee niet lastig te vallen. Ze liep door het luchtkasteel van Qemwen te dwalen. Er liepen een paar Shetland-eenhoorns rond, overal vloegen vlinders en het rook naar bloemen. Op veel plaatsen groeide gras, gewoon ergens in een kamer of gang, er huppelden konijntjes (o jee, als ik Goblin maar niet kwijtraak, er zijn er zoveel die op hem lijken! Had ik nou toch maar een staartje gemaakt!) en hertjes voorbij, vogeltjes vlogen door de lucht en grijze muisjes schoten weg in het gras.
Ariel huppelde verder door alle vrolijke gangen en kamers, totdat ze bij een grote, groene deur uitkwam. Dichte deuren en nieuwsgierige halflings gaan neit lang samen, en Ariel begon meteen aan het slotte prutsen (om mezelf een hoop nutteloze twijfel te besparen. Bovendien, niemand heeft gezegd dat de deur niet open mocht, toch? En misschien help ik Qemwen nog wel ook, als ze de sleutel ervan kwijt is) Toen Ariel de klink naar beneden deed en de deur op een kiertje, zwaaide die als vanzelf verder open. Het was donker in de kamer, en Ariel zette een paar stapes vooruit. BOM! De deur viel met een klap achter haar dicht. Ariel zat alleen in het donker, in een kamer waarvan ze niet wist wat er was, hoe groot hij was en of ze ere nog uit kan.
"Ha, leuk, eindelijk weer eens iets spannends!" riep ze uit. Ze hoopte alleen maar dat Goblin nog op tijd achter haar aan was gehuppeld. Hij was altijd zo bang alleen, zonder haar...
Hoewel Glamdring eerst dacht dat het was van angst, bleek het gewoon een uiting van enthousiasme te zijn: "Haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa, Glam!!!"
Ariel was angstloos, daarom kon ze de Gedaante niet zien. De Gedaante toonde zich namelijk als datgene waar iemand ban voor was. De reden dat Ariel de vorige keer zo bang voor hem was, was omdat hij haar toen aanraakte. Toen was ze nog neit bang, maar ze schrok heel erg van de kou. Het zweet dat eerder op haar arm zat van het rennen, was toen ineens bevroren.

Nu was de Gedaante aan de andere kant van de kamer, en Ariel had daar geen flauw idee van. Wel was ze blij dat ze Glamdring zag. Bovendien kon ze door het licht dat nu in de kamer zien dat Goblin toch bij haar in de kamer was. Gelukkig maar!
"Hoe heb je me kunnen vinden? Dit is echt een i-de-a-le verstopplek vind je niet? Maar goed, nu heb je mij gevonden en ben ik hem dus. Ik tel tot tien en dan ga ik je zoeken hoor.
Ze deed haar ogen dicht en telde hardop "Eén... twee... zes... negen... tien!"
Toen ze haar ogen weer open deed zag ze Glamdring ongelofelijk naar haar kijken.
Hij snapte niet hoe zij kon denken aan een spélletje, terwijl... terwijl dat monster daar was. Zo'n klein meisje als zij moest daar toch wel bang voor zijn?

Nadat Qemwen het hele verhaal had uitgelegt, dacht Emiamo even na. Ik moet dus de wereld redden, maar hoe moet ik dat dan doen? Ik weet helemaal niets van 'Tijdreizen' en het 'Veslaan van een door een halfgod geleid leger.' Emiamo had geen flauw idee van wat hij moest doen. 'Het enige wat je hoeft te doen is je kracht loslaten,' zei Yurl. 'En hoe moet ik dat dan doen? Ik heb niet eens van dat soort krachten...'

Ariel begon reeds:" Pot Pot Glamdring, Pot Pot Cyrano, en nu de anderen nog" Riep ze uitbundig toen ze door Glamdring's benen doorschoot naar de gang en om de hoek uit het zicht verdween. De gedaante in de hoek begon te bewegen toen hij doorhad dat de aandacht afgeleid was door de kleine halfling, en liep op de deur af. Ruim 3 meter groot, omstrengeld met kapotte zwarte doeken, en een grote zwarte kap over zijn gelaat, zo kwam hij over voor de ogen van twee die voor de deur stonden. Verlamd van schrik deden zij echter niks, en zelfs toen de gedaante hun voorbijgeschreden was, deden zij niks dan hem achterna staren. Wat voor hun echter een vreselijk monster had geleken, scheen voor de jongen op de bank iets anders te verhullen. TOen de gedaante de kamer binnenschreed waarin de Godin en God nu ook een kreet van ongeloof slaakten, stond de kleine jongen op, mompelde iets van "Opa", kreeg spontaan tranen in de ogen, en liep naar de gedaante toe. OP het moment dat hij hem wilde omklemmen, gebeurde er echter iets heel vreemds. GLamdring en Cyrano wisten niet wat er gebeurde, Ariel dacht dat Qemwen een nieuw spelletje had bedacht, en lunae, Fin en Melisande hielden hun hart vast voor wat er stond te gebeuren, Want nu straalde er een diep wit licht uit de scheuren in het gewaad van de Gedaante, en Emiamo Scheen op te lossen in het licht. Plots voelden zij zich allen duizelig worden, en alles begon te draaien. Zwart, en toen was alles weg...




Nieuw hoofdstuk voor de duidelijkheid: we zijn in de Wereld van het Verleden ;)



Alles was zwart. Ariel draaide haar hoofd naar links en naar rechts, maar ze zag niets. Toen kwam ze erachter dat ze was vergeten haar ogen open te doen. Ze deed haar ogen open en werd verblind door eht zonlicht dat recht in haar ogen scheen. Ze ging rechtop zitten, hield een hand boven haar ogen en keek nog een keer om zich heen.
Iedereen om haar heen sliep. Glamdring, Cyrano, Waylander, Fingolfin, Melisande, Emiamo en zelfs Goblin sliepen allemaal, midden op een zandpad op een open vlakte. "
Wie valt er nou midden op een weg in slaap? Waar zijn we trouwens? Ik ken dit helemaal niet. Hoe zijn we hier terecht gekomen?
Een scheut hoofdpijn knalde ineens door haar hele hoofd en Ariel viel bijna om. "Auw! Wie deed dat?"
De pijn beukte op haar in, keer op keer, en eindelijk kon ze er iets uit halen. Tussen het gebonk door, hoorde ze vaag het stemmetje van Qemwen.
"Ssttt, Qem, ik heb hoofdpijn! Wacht maar heel even okay?"
Ariel had zelf een paar kleine genezingsspreuken en truukjes geleerd, voor als Qemwen het erg druk had. Ze legde haar middelvinger en wijsvinger van allebei haar handen op haar slapen, en haalde een paar keer heeel diep adem. Pas na veertien seconden blies ze haar adem weer uit. Er verschenen vlekken op haar ogen, maar de hoofdpijn verdween. Hopelijk was Qemwen er nog.

Net toen Ariel de godin wilde roepen schoten de antwoorden op haar eigen vragen haar weer te binnen.
"Oh ja, natuurlijk. Ik was aan het rondlopen, en toen kwam ik in die kamer, en toen kwam Glam om verstoppertje te spelen, en toen rende ik weg om de rest te zoeken, en toen begon Emiamo te praten over zijn opa, en toen.. toen was er die zuiging. En toen was het zwart. Maar hoe komen we dan hier? Heee ik snap het! Emiamo's opa heeft ons hiernaar toe gehaald. Nee dat kan niet, want hij was er niet. Dan moet Qem het gedaan hebben. Maar waarom ou ze ons midden op de weg neergelegd hebben? Of zou het iets te maken hebben met die Heren van Verveling? Zeren van Verdeling? De Wereld van het Verleden? Ik weet het niet meer, maar ik denk dat het was om dat saaie gesprek. Zou Fin boos op mij zijn omdat ik ben weggelopen? Ik heb hem nog niet horen zuchten, maar dat is niet zo vreemd, want hij slaapt."

Ariel liep naar Fingolfin toe en hield haar oor vlak boven zijn mond. Ze hoorde hem ademen, maar niet zuchten. Gelukkig maar!
Doordat Ariel's haren in zijn neus kriebelden moest Fingolfin niezen, en werd daarvan wakker.
"Ariel! Wat is er? Waar zijn we? Aww.. ik heb hoofdpijn!" Fingolfin zakte weer terug en het leek erop dat hijverder ging slapen.
Ariel was het intusen zat om als enige wakker te zijn, dus wilde ze niet dat Fin meteen weer in slaap viel. Ze begon hem te kietelen, daar kon hij nooit tegen.

Respira zag allemaal mensen op de grond liggen. Wat was er gebeurd?
Aan de rand van de vlakte, tussen de daar aanwezige bomen en struiken stond een houten hut. Het was geen klein hutje, waaruit valt op te maken dat de bewoner geen klein persoon zal zijn. De deur zwaaide open en de breed gebouwde reus Ysgrublaidd stak zijn hoofd naar buiten. Met een grote snuif nam hij de buitenlucht in zich op. "Bah, wat hangt er vandaag een raar luchtje in de lucht". Ysgrublaidd stapte met zijn volledige lichaam naar buiten en probeerde zich nog langer te maken dan hij al was, om zo de omgeving in zich op te nemen. "De lucht komt niet van dichtbij, dat kan maar één ding betekenen: Magie. En het enige dat ik erger vind dan magie, dat is twee porties magie." Zo nieuwsgierig (of dom) als hij was, pakte hij zijn twee bladige bijl, en liep de richting op waar vandaan hij vermoede dat de vreemde lucht kwam.
Intussen waren de anderen ook wakker geworden, en ze dagen een vrouw over de weg aan komen lopen. Ze leek verbaads over de situatie, maar dat was neit zo vreemd.

Emiamo werd verward wakker. Hij keek om zich heen en zag de rest liggen, behalve Ariel natuurlijk. Hij schudde met zijn hoofd om de verwarring tegen te gaan, maar zonder veel succes. Hij voelde zich leeggelopen, alle energie was uit hem verdwenen. Emiamo zocht naar zijn in lappen stof gewikkelde staf. Het pakketje lag een paar meter van hem af. Hij stond moeilijk op en wankelde naar de staf toe. Hij pakte voorzichtig de staf op een trok de lappen stof en het touw eraf. Een houten staf met een gouden kop werd zichtbaar. In de kop zat een paars kristal. 'Zoals ik had belooft,' hoorde Emiamo. 'Gelukkig dat je het ook hebt overleeft,' zei Emiamo...
verscheidene mensen liepen op de groep af...

Respira naderde de groep voorzichtig. Ze dacht dat ze haar wel goedgezind waren, maar je wist het nooit tegenwoordig.
'Kan ik jullie ergens mee helpen?' vroeg ze voorzichtig. Ze kon ze wel een slaapplaats in haar herberg aanbieden, maar tegenwoordig...

Glam en Cyrano lagen nog uitgeteld op de grond, en juist toen Glamdring zijn ogen opendeed, en naar Cyrano zocht met zijn handen, zag hij vanboven de Bomen een gigantische knuppel oprijzen.
Reuzen in dit gebied? maar die waren toch al eeuwen uitgeroeid? En waar waren ze? Waren ze uit het kasteel van Qemwen gevallen, of neen wacht, waren ze reeds terug in de tijd gegaan? Dat zou die reus verklaren, maar eum! Stonden reuzen niet bekend om hun bloedlust en wreedheid? In dat geval zou de trillende grond hun niks goeds brengen, dus sprong GLamdring meteen op, begon te veranderen naar zijn echte gedaante, waardoor cyrano en de anderen wel wakker werden, maar de gedaante die hun genaderd was en hun zojuist iets had gezegd flauwviel. Toen de anderen Glamdring zagen veranderen, zagen zij ook een enorme voet vanachter de heuvel voorbijkomen, en sommigen die stokstijf stonden werden bijna neergelopen door de vluchtende rest. Emiamo echter hief zijn staf hoog boven het hoofd en het kristal begon te gloeien...

Een halflingmeisje kwam vrolijk naar haar toe huppelen en zei:
"Hee hallo, wie ben jij? Ik ben Ariel! Waar kom je vandaan? Waar gaat dit zandpad naartoe?" Ariel stelde nog veel meer vragen en vertelde intussen haar halve levensverhaal. Ze vergat de anderen voor te stellen, en aangezien Respira zo gauw geen manier kon vinden om haar beleefd te onderbreken, stond ze half luisterend en af en toe knikkend naast het meisje, dat niet eens in de gaten had dat iemand wel eens niet geïnteresseerd kon zijn in haar verhalen.
Gelukkig kwam Fingolfin, die intussen weer wakker was, al snel naar hen toe, legde een hand over Ariel's mond en stelde toen zichzelf en de anderen voor.

Ariel was net een leuk verhaal over Qemwen aan het vertellen toen ze Fin's hand op haar mond voelde. Even probeerde ze wat harder door te praten, want anders kon die mevrouw haar misschien nie verstaan, door Fin's hand heen, maar toen zag ze iets anders dat haar aandacht trok.
Ze zwaaide nog even naar Fingolfin en de mevrouw en liep toen weg.
Voor haar was zwaaien net zoveel als zeggen dat ze weg ging en waarheen. Het kwam natuurlijk niet in haar op om te controleren of Fingolfin en Respira het wel hadden gezien.

"Kom Goblin!" Zoals altijd wanneer ze alleen was begon ze automatisch tegen Qemwen te praten. Hoewel de godin meestal volgde wat er met Ariel gebeurde, dacht Ariel dat Qem vast erg geïnteresseerd zou zijn naar háár versie van het verhaal. Deze keer, zodra ze haar gedachten naar Qemwen wilde sturen, kreeg ze meteen die erge hoofdpijn weer terug. Ze meost zelfs even blijven staan en haar hoofd vasthouden, anders zou het zeker weten uit elkaar barsten!

...Emiamo hield de staf boven zich, Fel paars licht omarmde hem, het licht begon te flikkeren tussen verschillende kleuren en werd steeds donkerder, totdat er een zwarte stofwolk verscheen die hem uit het zicht onttrok. Een fel, paars zwart licht ontstook in de wolk, waarnaa de wolk uit elkaar spoot er een een grijze man op de plek stond waar Emiamo eens had gestaan. De man had totaal zwarte, pure ogen en een grijze huid. Zwarte vleugels ontvouwde zich op zijn rug, die dezelfde soort zwart haden als zijn lange haar dat van zijn hoof tot op de grond rijkte, zijn benen waren bedekt met een zwart harnas, maar zijn bovendeel was open en bloot. Het wezen trok een enorm wit, glanzend zwaard en vloog op de reus af.
Voordat het wezen in de buurt was gekomen van de reus werd hij met onmeetbare kracht terug geslagen door een enorme knuppel. Bij een tweede poging ontweek hij de knuppel en stak de reus in zijn schouder. De reus sloeg in de wilde weg en raakte hem vollop waardoor hij weer tegen de grond aan werd gesmeten. De derde poging werd ondernomen en het wezen dook onder de knuppel van de reus door en stak hem in zijn hals, zijn zwaard achterlatend.
Alle energie in de omgeving werd naar de hals van de reus aangetrokken en het zwaard scheen het weefsel waar hij in zat te verteren. De reus viel met een enorme dreun die meilen ver nog gevoeld kon horen ter aarde. Het wezen zweefde rustig neer op de grond, hij liep een paar meter naar de groep toe en zakte in elkaar. Een zwarte wolk ontstond en alles was voor een paar seconden zwart. Toen iedereen weer bij zinnen was lag Emiamo bewusteloos op de grond, in de nek van de reus werd een houten staf met een gouden kop en een paar kristal zichtbaar. Bloed begon bij Emiamo zichtbaar te worden en het doordrenkte zijn kleren, terwijl er op de grond voor hem een teken zichtbaar werd:

/|\

Vanaf de plek waar Ysgrublaidd was aanbeland, kon deze nog net het tavereel zien dat zich voltrok. Een reus, één die Ys in zijn jongere jaren had gekend, stond tegen over een hem onbekend wezen, die daar, in zijn ogen, plotseling ontstond. "vervloekt, ik had al zo'n vermoeden dat er magie in de lucht hing". Ysgrublaidd keek om zich heen maar zag nergens een plek waar deze zich kon verstoppen. "Was ik maar wat kleiner, dan had ik nu geen problemen". Toen kwam het gevecht aprupt tot een einde, en werd alles stil. Zelf het onbekende wezen was verdwenen. "Ik kan toch nergens meer heen kan ik net zo goed kijken wat er nu precies is gebeurd." En dus stapte Ys weer verder richting de plek des onheils.

Na een deel van de afstand te hebben overbrugt, herkende Ysgrublaidd een bekende in de groep van vreemdelingen. "He, daar staat Respira. En volgens mij doen ze haar niks. Misschien dat er toch nog wat geluk in de lucht hangt na al die magie. Mits ze natuurlijk dit keer eerder reageerd dan mijn reuze voorganger, want volgens mij zijn ze niet echt blij een reus te zien, maar goed dat neem ik ze niet kwalijk, was ook een etter die Raskablaidd" En dus stapte Ysgrublaidd rustig maar zelfverzekerd naar de groep vreemdelingen toe.

Om het bonken in haar hoofd naar beneden te laten stromen, gooide ze haar hoofd in haar nek. Toen ze eindelijk geen gebonk meer voelde keek ze om zich heen. Kennelijk was ze verder gelopen dan ze wist. Ze stond nu aan de rand van een bos.
Hmm... ik ken dit bos niet. Dat is ook eigenlijk niet zo gek, want ik ken deze hele wereld niet. Er zijn vast wel leuke dingen in te vinden. Misschien zijn er wel mensen, zodat ik kan vragen waar we zijn. Ik weet zeker dat Fin heel blij zal zijn als hij weet waar hij is. Dan weet hij ook waar ik ben, en Fin vindt het nooit leuk als hij niet weet waar ik ben. Als ik aan iemand hier vraag waar ik ben, en dat aan Fin vertel, weet hij het ook.
Tevreden met haar eigen logica liep Ariel het bos in. Omdat ze nu niet met Qemwen kon praten, maar wel een heleboel te vertellen had, richtte ze zich maar tot Goblin.

Toen ze een eindje gelopen hadden en Ariel niet meer zoveel wist te vertellen aan Goblin, werd het stiller in het bos. Ariel had haar bagage achter gelaten bij Fingolfin, en daar zat ook haar jas in. Jammer, want het werd best koud.
Ariel draaide zich om, ze wilde tegen Goblin roepen dat hij door moest lopen. Ze stond niet stil maar liep gewoon achterstevoren door. Het duurde even voor ze Goblin in het oog kreeg en net toen ze naar hem wilde roepen liep ze tegen een boom aan. Ze draaide zich om en zag dat er wel twintig dikke bomen precies naast elkaar groeiden. Toen ze naar boven keek, zag ze dat het geen bomen waren, alleen maar stammen.
Ariel stond voor een gigantisch huis. Ze liep eromheen en goblin haalde haar intussen weer bij. Toen Ariel een raam vond waar ze best makkelijk in kon klimmen, aarzelde ze geen moment en begon te klimmen, met Goblin in één van haar ruimste zakken.
"Stel nou dat er inbrekers komen, dan mag de reus die hier woont wel blij zijn dat ik op zijn huis heb gepast!" zei ze meer tegen zichzelf dan tegen Goblin. Ze was ook niet verbaasd toen hij niet antwoordde.
Het duurde niet lang voordat Ariel in de kamer van Ysgrublaidd stond...

Qemwen
Kosmonaut
Berichten: 796
Lid geworden op: 19 feb 2004 10:43
Locatie: Zeist

Ongelezen bericht door Qemwen » 01 jan 2005 17:26

Respira zag Ysgrublaidd naderen. Ze zwaaide naar hem en hij zwaaide vrolijk terug. De anderen zagen hem nu ook naderen en namen een gevechtspositie aan.
'Maak je geen zorgen!' riep ze. 'Hij is aardig, hij zal jullie niets doen!'
Ze luisterden naar haar, maar bleven wel wantrouwig. Ze kenden haar ook nog maar net. Ysgrublaidd kwam de groep binnen en stelde zich voor. Knorrig meldden de anderen ook hun naam. Ineens kwamen ze erachter dat Ariël verdwenen was. Waar was ze heen?
Ysgrublaidd zag de groep vreemdelingen zoekend om zich heen kijken. "wat zoeken jullie?" vroeg Ysgrublaidd, maar pas na verschillende antwoorden begreep hij dat ze een groepsgenoot zochten.
"Zouden jullie niet eerst eens gaan kijken naar jullie vriend daar op de grond? Die ziet er veel beroerder uit. Die andere damen zal haar weg wel vinden." Op dat moment keek de groep vreemdelingen naar de persoon op de grond. De persoon die zich had voorgesteld als Fingolfin riep "We kunnen nu niet echt veel voor Emiamo doen. De afgelopen gebeurtenissen hebben te veel van ons geeist." "Hum hum" bromde Ys, "Ik ben niet echt blij dat jullie een soort genoot hebben omgebracht, maar omdat jullie hier onbekend zijn, en jullie je waarschijnlijk aangevallen voelden, zal ik jullie deze éne vergissing verlopig vergeven. Verder merk ik op dat jullie rust nodig hebben, dus jullie zullen wel om onderdak verlegen zitten. Het huis van Respira ligt het dichste bij maar is te klein om jullie allemaal te herbergen. Dat van mij is misschien wat verder lopen, maar er is voldoende ruimte. Daarnaast is mijn voorraad aan levensmiddelen wat groter, gezien het feit dat ik wat meer nodig heb. En zal de last voor mij dus minder zijn dan voor Respira. Zonder op een bevestiging te wachten van de vreemdelingen, pakte Ysgrublaidd, Emiamo op en liep richting zijn hut. Hij keek niet achterom of de anderen hem zouden volgen, maar zorgde er wel voor dat zijn looppas niet te hoog lag, zadat ze hem makkelijk konden bij houden indien ze hem zouden volgen.

Ariel dwaalde door het grote huis van Ysgrublaidd. Alles was zo... grooooot! Ook de voorraadkast, die ze al snel ontdekt had. Natuurlijk zou ze zijn voorraad niet plunderen. Maar misschien zou ze wel een koekje eten. Ze zou, als ze pen en papier on vinden, natuurlijk een bedankbriefje schrijven, en uitleggen dat ze zijn huis geheel vrijwillig en gratis hat bewaakt, alleen maar een koekje had gegeten.

Terwijl ze aan het zoeken was, hoorde ze ineens voetstappen buiten. Een heleboel zelfs. Wauw, nu werd het echt spannend! Ariel ging achter een bank, bijna achter een kast staan, en viel bijna niet op. Ze zocht in haar zakken naar haar sling en een steen, en maakte zich klaar voor de aanval. Plotseling zag ze dat Goblin nog voor de deur aan het snuffelen was. "Goblin, kom hier!" siste ze. Goblin snuffelde lekker door. "Goblin... wil je een wortel? Kom es hier? Toe nou, anders word je dadelijk verpletterd door die deur. Als ze tenminste zo stom zijn om door die deur te komen. Maar ja, die boeven wisten natuurlijk ook niet dat zij, Ariel Hillow, hier was om het grote huis van de grote reus te verdedigen...

De voetstappen kwamen nu heel dichtbij en bleven toen staan. Ariel gooide een radijsje naar Goblin toe, in de hoop dat het niet voor de deur stil kwma te liggen, zodat het konijn daar weg ging. Het radijsje botste tegen de muur, en het maakte een hard geluid. Harder dan zou moeten op een massief houten deur. De deur moet hol zijn! Maar wie heeft er nou een holle deur??
Goblin schoot weg omdat hij schrok van het geluid, en Ariel schrok zelf ook, toen ineens een luide stem zei "Hee! Wat hoorde ik daar? Er is iemand in mijn huis!"
Met een noodgang schoot Ysgrublaidd door de deur, maar omdat het daarvoor gegooide radijsje op een ongelukkige plaats tot stilstand was gekomen, stapte deze erop. Door de smurrie die hierdoor ontstond, en de snelheid waarmee Ysgrublaidd naar binnen stormde, gleed deze uit en viel met een smak op de harde vloer. Door de smak kwam Ysgrublaidd op een dus danige hoogte dat deze direct het kleine persoontje zag, die waarschijnlijk de herrie had gemaakt. "Jij kleine... kleine...."
Respira gaf Ys een klap op zijn grote achterhoofd. "Onnozele reus dat je weer bent, heb je zo net niet opgelet? Dat is waarschijnlijk Ariel, die onze nieuwe gasten zoeken."
Ysgrublaidd fronste en keek wat duidelijker naar Ariel. "hum hum, daar kan je best wel eens gelijk in hebben." En krabte op zijn achterhoofd.
Respira zag het meisje dat voor commotie had gezorgd. Hoe was ze binnengekomen? Ze had de deur nooit kunnen openen...
Ys maakte zich kwaad, ze moest hem snel stoppen, als hij té kwaad werd, kon niets hem nog tegenhouden... Ze mepte hem op zn hoofd ( ) "Onnozele reus dat je weer bent, heb je zo net niet opgelet? Dat is waarschijnlijk Ariel, die onze nieuwe gasten zoeken."
Hij zei dat ze wel gelijk kon hebben en stond niet boos meer overeind.
Respira naderde Ariël.
'Ariël, rustig. Hij woont hier! Hoe ben je hier eigenlijk binnengekomen?'
"Gewoon, door het raam. Dat stond open, en ik weet zeker dat boeven zo ook makelijk naar binnen zouden kunnen komen. Ik en Goblin hebben het huis bewaakt" Ariel keek triomfantelijk en trots om zich heen, en was verbaasd dat ze geen vrolijke gezichten zag. Alleen maar verbaasde en een beetje boze.

De boosheid die Ysgrublaidd voelde, trok zich na de woorden van Ariel direct terug, en hij begon meteen daarop bulderend te lachen. "jij kleine wijzneus. Jij bent gewoon te verrekte klein om door mijn alarm te worden opgepikt. Nog een geluk voor je trouwens, er had wel iets kunnen gebeuren."

Vanuit zijn oog hoeken zag Ysgrublaidd dat een klein wezentje richting de voorraadplaats huppelde. "Is dat beessie daar van jouw? riep Ys tegen Ariel en meteen daarop "Voor de gene die wat eten wil zou ik zeggen volg dat beessie maar, en kies maar uit. Onder tussen zorg ik wel voor een fatsoenlijke slaapplaats voor jullie vrind."

Ysgrublaidd pakte Emiamo op van de plaats waar deze terecht was gekomen tijdens de val door het radijsje, en liep richting het slaapvertrek. Voor dat deze door de deur was verdwenen schreuwde deze nog snel "En als jullie vragen of problemen hebben dan vragen jullie het maar aan Raspire".

Emiamo kwam even bij bewust zijn. Hij keek moeilijk rond en kon geen spier verroeren. Zijn met bloed doordrenkte kleren plakte aan zijn huid en hij had het heet. Hij realiseerde zich dat hij in een kamer lag, en hij een open wond op zijn borst had. Hij verloor weer het bewustzijn...
Nadat ysgrublaidd Emiamo op het bed had gelegt, besefte deze dat Emiamo er ernstiger aan toe was dan deze in eerste instantie had gedacht. In rap tempo liep deze naar de keuken om daar een kom met water, een paar doeken en wat geneeskrachtige kruiden te halen. Na alles bij elkaar te hebben gezocht spoedigde deze zich weer naar het slaapvertrek en begon de wonden van Emiamo te verzorgen. "hum hum, hopelijk is dit genoeg want meer kan ik niet voor je doen." mompelde Ys zacht. Hij stond op en liep de woonkamer weer in. Daar zag hij enkele van zijn gasten zitten. "Kwam effe vertellen dat ik de wonden van jullie vrind heb verzorgt, maar ik weet niet of dit voldoende is misschien dat één van jullie meer kan doen? Onder tussen zal ik nog wat slaapplaatsen voor jullie zien te regelen. Maar dan moet één van jullie wel de afwas doen, want ik heb niet voor alles de tijd, noch zin om te doen."

Ariel zat in het midden van de kamer op de grond. Omdat ze niemand had kunnen vinden die met haar het bolletje-over-bolletje-laten-springen-om-andere-bolletjes-te-laten-verdwijnen-en-zo-te-winnen-spel wilde spelen, dus speelde ze zelf met haar linkerhand tegen haar rechterhand tegen elkaar.
Toen ze van Ysgrublaidd hoorde dat het slecht ging met Emiamo, sprong ze meteen op "Waar is ie?"
Respira wees haar de kamer en Ariel liep er snel naartoe. Ze zag meteen dat hij er echt heel erg aan toe was. Ze wilde al bijna "Heeeelp, Qem" roepen, maar toen herinnerde ze zich haar hoofdpijn. Heel zacht fluisterde ze "Qem? Psst...?" Meteen kreeg Ariel weer hoofdpijn. Niet zo erg als de vorige keer, maar genoeg om het niet nog eens te proberen. Ariel vind het jammer, ze miste Qemwen echt.
"Nouja, dan zal ik het zelf maar moeten doen he.. waar zijn mijn spullen?" zei ze tegen zichzelf. Hardop, zoals altijd.
Ze liep terug naar de woonkamer en vroeg aan Fingolfin of hij haar spullen had. Gelukkig had hij haar grote rugzak meegenomen.
Hoewel Emiamo niet bijzonder groot of stevig was voor een mens was hij voor Ariel te zwaar om op te tillen. Ze wist uit ervaring dat ze het er alleen maar erger op zou maken als ze het alleen probeerde. Dus liep ze weer terug naar Ysgrublaidd's woonkamer en vroeg of iemand haar kon helpen. Fingolfin was aan het afwassen in de keuken dus die kon haar niet horen.

Cyrano keek om zich heen maar niemand stond op. Hij wachtte nog even, en stond toen toch maar zelf op, en liep naar Ariel toe. "Ik help wel even. Wat moet ik doen?"
Ariels gezicht klaarde meteen op toen Cyrano naar haar toe liep. Meteen begon ze vanalles te vertellen over dat ze Emiamo wilde verbinden omdat ze Qemwen niet om hulp kon vragen en dat ze hopte dat alles in haar tas zat en.... nog een heleboel meer. Cyrano had besloten geduldig te zijn en vroeg nog een keer: "Wat meot ik doen?" maar omdat hij Ariel langer kende en wist dat ze nu waarschijnlijk weer een heer verhaal zou gaan vertellen, voegde hij snel toe: "Alleen nu. Wat meot ik nú doen om jou te helpen Emiamo te verzorgen?"

Respira hield Ariel tegen.
'Een wond als deze is niet te verbinden. Hij is er erg aan toe, alleen de Goden, waar ze ook zijn, kunnen hem helpen... of magie. Ik bezit een klein beetje magie, net genoeg om een sneetje te genezen, maar misschien kunnen we hem iets beter krijgen als we al onze magie bundelen... Al zal het riskant zijn, en zullen we daarna erg uitgeput zijn, het is het proberen waard, denk ik zo...'

Ariel dacht na.
Hoe kwamen ze aan zoveel magie? Het was een flinke wond en voor zover zij wist had niemand van hen magische krachten om wonden te helen. Tsja, Qemwen dan, maar die kon ze nu neit bereiken.
"Ik denk niet dat we daarvoor genoeg magie hebben. Maar we hebben wel andere dingen die we samen kunnen doen.
Ik kan de wond verbinden, Fin kan een hoop toffe dingen met kruiden, jij kunt dan met je magie wat doen, en misschien kan de rest ook nog wel wat. Dat moet dan toch ook lukken?"

Qemwen zat intussen nog in de andere tijd. Ze kreeg maar af en toe wat vage beelden door van Ariel, en het lukte haar niet om haar te bereiken, wat ze ook probeerde. Hoe kon ze hen nou helpen als ze niks kon doen?

Achter zich hoorde Ys de anderen praten over hoe deze Emiamo konden genezen. ik laat ze hun gang maar gaan, kan zelf toch niet veel doen en alle andere beetjes helpen misschien. Rustig liep Ys naar een kast met verschillende laden en voor hem op oog hoogte twee deuren. Hum, waar heb ik ook alweer die dikke schapenwollen dekens neer gelegt? Ys opende de bovenste lade, maar het enigste wat hij vond waren wat oude lappen en wat snuisterijen. Dan de tweede maar. Dus sloot Ysgrublaidd de eerste la en vervolgde met de tweede. Ah ha, daar heb ik ze. Het is misschien niet veel maar het ligt in ieder geval beter dan de harde vloer. Ys pakte de dekens uit de la en liep er mee naar de woonruimte.

Vanuit zijn ooghoek zag hij Fingolfin de afwas schoonmaken. Ze helpen in ieder geval een handje mee. Dat scheeld weer. Op een vrije ruimte op de vloer, legde Ys de dekens neer en begon de dekens zo op te vouwen dat deze een soort van matras vormde dat groot genoeg was voor de gasten. En plaatste de verschillende dekens naast elkaar, met tussen de dekens wat tussen ruimte om te lopen. Hum, nu alleen nog iets verzinnen wat men kan gebruiken als deken. Misschien dat een dunne laken wat is.

Ys liep dus maar weer naar de kast toe. Daar aangekomen zocht deze nog naar wat lakens in de tweede la die nog open stond maar helaas zaten deze er niet in. Dus sloot Ysgrublaidd de tweede la. In de eerst la zaten ze ook niet. Misschien in de onderste. Maar helaas ook hier lagen ze niet. Dan maar de planken achter de deuren. En ja hoor, daar op de tweede plank lagen verschillende lagens. Hum, eentje is veel te groot voor deze mensen. De laken is zo groot dat wanneer ik het in stukken knip er genoeg is voor hen allemaal. Ys pakte één laken en liep weer naar de woonruimte.

Daar zag hij dat Fingolfin met het werk klaar was en toekeek op de geimproviseerde matrassen die op de vloer lagen. "En bevalt het wat" vroeg ysgrublaid. Fingolfin keek op en riep "Ja hoor, prima." Ysgrublaidd hield het laken op en vroeg "Heb hier een laken die jullie eventueel kunnen gebruiken als deken, maar dan moet ik er wel kleinere stukken van maken." "Dat is niet nodig. We hebben zelf wel wat bij ons. Maar des al niet te min bedankt voor het aanbod." Fingolfin liep richting zijn bepakking en haalde de benodigde spullen eruit. "Hum Hum, dan laat ik de rest maar aan jouw over." Ysgrublaidd liep terug naar de kast om de laken terug te leggen. En ging toen toch maar een kijkje nemen bij de gene die bij Emiamo waren om deze te proberen te genezen.

Ariel besloot Fin maar es te vragen of hij wat met zijn kruiden kon. Ariel had ze nog nooit echt nodig gehad, omdat Qemwen haar bijna altijd kon helpen. Alleen als ze was flauwgevallen kon Qem haar niet helpen, omdat Ariel zelf de woorden van een genezingsspreuk uit moest spreken.

Ze huppelde door het grote huis van de reus en vond Fingolfin meteen
"Ha die Fin! Wat ben je aan het doen?"
Fingolfin lachte. "De bedden aan het uittesten" zijn gezicht werd veel serieuzer, en hij vroeg "hoe is het met Emiamo? Ik neem aan dat jij en Qemwen zijn wond hebben kunnen genezen, maar hoe is het verder met hem?"
"Nee, nee, we konden hem niet genezen, ik kan Qem niet roepen zonder dat ik heel erge hoofdpijn krijg. Ik merk af en toe dat ze wat tegen mij probeert te zeggen, maar ik kan haar neti verstaan. Het is net alsof.." ze zocht even naar de goede woorden. "Het is net alsof er een grote, dikke houten deur tussen ons in zit. Als ik iets tegen haar wil zeggen, bonk ik er keihard met mijn hoofd tegenaan, en als zij iets tegen mij wil zeggen, hoor ik wel iets, maar niet wat. Maar daarom kwam ik ook naar jou toe. Jij hebt toch altijd kruiden enzo? Respira kan met magie iets doen zegt ze."
Ariel trok aan Fingolfin's mouw en ondanks de ellendige situatie van Emiamo straalde haar gezichtje en had de een grote glimlach toen ze zei "Respira kan toveren. Tóveren, Fin! Zou ze dat mij ook kunnen leren, denk je? Oohh, Goblin zou verbaasd zijn als ik zomaar ineens een wortel voor hem uit een hoed kon toveren, denk je ook niet? Of misschien kan ik wel regenboogbloemen maken."

Ariel praatte nog steeds over wat ze allemaal zou willen toveren, toen Fingolfin opstond. Hij pakte de hand van het meisje en liep samen met haar terug naar Emiamo's kamer. Af en toeknikte hij of zei iets tegen Ariel, maar eigenlijk luisterde hij niet. Wat moesten ze zonder de hulp van de godin?
Toen ze bij de kamer van Emiamo waren, legde hij automatisch een hand op Ariel's mond, maar toen was ze eigenlijk al stil.

Fingolfin slikte. Emiamo zag er echt niet best uit. Misschien als hij wat kalverkruid kookte in salmindo, en daarin wat vermalen zonnebloempitten... datwou waarschijnlijk helpen om de genezing sneller te laten verlopen. Wat mierikswortel met herkalsap zou de pijn moeten stillen, maar wat kon hij doen om het bloeden te laten stoppen? Emiamo zag heel bleek, als hij nog meer bloed verloor zou hij het niet halen, dat was zeker.
Fingolfin dacht koortsachtig na. Als hij eerst eens wist wat de anderen konden doen. Glamdring en Cyrano. Meestal waren ze stil en chagrijnig. Hij wist neit wat zij konden doen. Fingolfin hield niet van magie, maar hij besefte dat elke vorm van hulp nu noodzakelijk was, als ze Emiamo wilden redden. Toch lag het belangrijkste gedeelte bij Emiamo zelf. Hij mocht niet ophouden te willen leven. Als hij het opgaf, als hij zoch overgaf aan de pijn, kon niemand meer iets voor hem doen.
Met een schok bedacht hij, dat het dan ook voor de rest van hen was afgelopen. Voor de rest van de wereld. Als Emiamo het niet overleefde, zouden ze het Orakel niet kunnen vinden. Ze zouden dan niet weten hoe ze de legers van Eriamor konden verslaan, en uiteindelijk zou de hele wereld door hem worden overgenomen. Fingolfin schudde zijn hoofd. Hij wilde er niet aan denken wat er gebeurde als het zover zou komen. Zo ver zou het niet komen.

Fingolfin riep Ysgrublaidd, en vroeg de reus of er in dit bos herkalbomen groeiden, en kalverkruid.

Ysgrublaidd" het was Fingolfin die riep. Ys liep op hem af "hum, kan ik wat voor je betekenen?" "Misshien. Zijn er in dit bos ook herkalbomen te vinden en kalverkruid?" Ysgrublaidd dacht diep na en krabte achter zijn oren. "Wat kalverkruid heb ik nog wel ergens liggen, maar je hebt waarschijnlijk liever verse neem ik aan?" "Als dat mogelijk is?" Weer viel Ys in zijn denkhouding. "Hum hum, denk dat ik wel een plekkie weet. En met een beetje geluk staan daar ook wel herkalbomen. Ik zal je er wel naar toe brengen. Het is niet zo ver hier vandaan."
Fingolfin's gezicht begon te stralen. "laten we meteen gaan, hoe eerder we de ingredienten hebben hoe eerder we Emiamo kunnen helpen." "Hum hum, das goed volgt u mij dan maar." Voor dat Fingolfin daarop kon reageren liep Ys al door de deur naar buiten. "Ariel, om Emiamo te helpen ga ik met Ysgrublaidd er opuit om wat ingredienten te zoeken. Ik verwacht dat ik weer snel terug ben. Doe in de tussen tijd geen rare dingen oké? en Respira let een beetje op haar." Op een draf volgde Fingolfin Ysgrublaidd, en pikte onderweg nog snel zijn tas mee. Buiten gekomen zocht hij de omgeving af, want ys kon hij nergens meer bekenen. Of toch? Daar tussen de bomen? Tijdens een armzwaai riep Ysgrublaidd "Hum, kom je nou nog of moet ik nog even wachten?" "Nee hoor, ik kom er al aan" Een zo snel als Fingolfin kon rende deze richting de plaats waar Ysgrublaidd stond te wachen. Waarna ze tezamen verder liepen.
Fingolfin heeft gezegd dat ik niks geks mag doen. Nou ja zeg, alsof ik dat zou doen! Ik ga wel gewoon ff een rondje lopen buiten
"Kom Goblin, we gaan naar buiten."

Ariel zag Fingolfin nog net tussen de bomen verdwijnen. Ze besloot hem te volgen, zodat ze kon vraen of hij het niet gek vond dat ze even een rondje ging lopen.Zo snel als ze kon rende ze achter hem aan, en Goblin rende mee.

Respira keek naar de ernstig verwonde jongeman. Ze zou hem met haar geringe krachten niet kunnen genezen, maar misschien net in leven kunnen houden... Als die kruiden zouden helpen...
Ze legte haar rechterhand op zijn voorhoofd, en haar andere hand voorzichtig op de wond. Ze deed hem geen pijn.
'Oh machten van het licht, genees deze mens voor zover u kunt. Neem mijn energie als beloning en doet uw werk.'
Haar handen gingen een beetje gloeien en Emiamo kreunde zachtjes. Het bloedden stopte, maar de wond ging niet echt dicht. Bij de minste of geringste aanraking zou het weer gaan bloeden. Uitgeput zakte Respira op de stoel. Dit kleine beetje genezing had haar erg veel kracht gekost.
Ze keek bezorgd uit het raam, waren ze maar op tijd terug...

Met Fingolfin op de hielen worstelde de reus Ys door het bos Hum, het bos is weer dicht begroeid". In de verte zag Ys het gene wat ze zochten maar voor dat deze de plaats met kalverkruid kon aanwijzen, schoot de elf al op het eerste de beste plantje af en begon te plukken. "Hum hum, zo te zien hoef ik je niet te vragen of ze voldoen." "Nee, deze zijn prima. Nu alleen nog een herkalbomen en we kunnen weer terug." Ys snoof "Was ik al weer bijna vergeten sorry" Ys rekte zich uit zodat deze een beter beeld kreeg van de omgeving. "Geeft niet, als we er maar één kunnen vinden." Ys tuurde van links naar rechts, tot dat deze plotseling een herkalbom in zijn blikveld kreeg. "Welk deel heb je ervan nodig trouwens?"

Fingolfin keek op van zijn bezigheden, en verdraaide bijna zijn nek om in het gezicht van de reus te kijken, zo hoog torende deze boven hem. "Ik heb het sap nodig" Ysgrublaidd keek op de elf neer en trok een grote zwarte wenkbrauw op. "Dat moet te regelen zijn. Heb je iets om het in te doen?" "Ja natuurlijk, in mijn tas" "Goed als je klaar bent met dat kalverkruid pak dat dan, dan zal ik nu een mooie tak proberen te pakken te krijgen die we uit kunnen persen." Direct begon Ys naar de boom toe te lopen.

Ah, nou heb ik wel genoeg kalverkruiden. Nu alleen nog goed inpakken. Fingolfin liep richting zijn tas en verpakte de kalverkruid netjes in en deed het geheel in de tas. Daarna haalde hij een fles eruit waarin een kurk was gedrukt. Hij haalde de kurk eruit en keek omzich heen om te kijken waar Ys was gebleven. Op dat moment sprong in één keer Ariel tevoorschijn.

"Kiekeboe!" riep Ariel, en ze begon te lachen. Fingolfin deed niet mee. Hij had allang afgeleerd om boos te worden op Ariel als ze iets doms deed, omdat hij haar daarmee alleen maar aan het huilen maakte. Zodra haar tranen op waren, was ze zijn woorden vergeten, en deed ze weer precies hetzelfde. Daarom zuchtte hij nu maar, wat Ariel niet eens op leek te merken.

"Wat ben je voor kruiden aan het zoeken, Fin? Kan ik helpen? Ik heb kleinere vingers dan jij!""
Wat ze ook doet, ze zal het altijd doen omdat ze wil helpen, dacht hij "Nee hoor, Ariel, ik ben al klaar." Toen hij haar beteuterde gezichtje zag, voegde hij er snel aan toe: "maar ik heb nog wel wat mierikswortel nodig. Ik heb waarschijnlijk alles wat ik heb nodig om Emiamo te helpen, en ik houd liever altijd wat achter de hand. Vraag maar aan Ysgrublaidd of hij weet waar je het kunt vinden." Ariel lachte meteen weer, en huppelde weg naar Ysgrublaidd. Fingolfin riep haar, en ze draaide zich om.
"Ik zou graag willen dat je thuiskwam voordat de zon onder is gegaan. Beloof je dat?" Ariel knikte enthousiast van ja en draaide zich weer om.

Terwijl ze weghuppelde vroeg Ariel of Fin nou had gezegd dat ze voor zonsopgang of zonsondergang thuis moest zijn. 's Nachts gebeurden de meeste en de leuskte avonturen, dat moest Fin toch wel weten! Dus besloot ze, dat hij dan vast en zeker ook zonsopgang had bedoeld. Ze schatte hoe laat het was. Het duurde nog zeker vier uur voordat de zon onder ging.
Ys heeft het vast druk met vanalles. En hij weet misschien niet zo snel waar ik mierikswortel kan vinden. Ik bespaar hem en mezelf dus een heleboel tijd als ik het maar gewoon zelf ga zoeken.
Ariel bleef staan en deed haar ogen dicht. De makkelijkste manier om je weg te vinden, is je neus te volgen, wist ze. Dus draaide ze een paar rondjes, netzolang tot ze helemaal duizelig was. Toen stopte ze en liet zichzelf uitdraaien. Toen ze tenslotte stilstond, wist ze dat haar neus die kant op wilde. Dus huppelde ze die kant op.
Als Ys haar had gezien, had hij haar kunnen waarschuwen dat het daar niet veilig was. Maar de reus was druk bezig met het beste sap uit de herkalboom te persen, en draaide zich pas om toen Ariel al lang uit het zicht was...

...Tibmag zag dat het niet goed ging met Emiamo. Was hij nou maar niet zo geschrokken! Dan was dit allemaal nooit gebeurd, dacht hij. Hij overleefd dit zo mentaal nooit! Tybmag dacht na, hoe zou hij hem kunnen reden?

Respira kreeg mentaal een duw, en de omgeving verdween.
Ze zag een meisje huppelen, in.. een bos... ze zag het gezicht... het was Ariël! Het beeld schoof naar voren... ze zag wat er verderop op het pad kwam... Ze ging regelrecht op een ravijn af! Ze herkende het ravijn, het was het Ravijn der Verloren Zielen... Ze probeerde Ariël te waarschuwen, ze probeerde te gillen.....

Ze schrok terug naar de werkelijkheid. Ze keek gedesoriënteerd om zich heen. Ze herkende Emiamo. Zijn wond was weer een beetje gaan bloeden, al was het minder dan de vorige keer.
Was dit weer een visioen? dacht ze. Ze had al twee keer eerder een visioen gehad... Ariël was in gevaar! Ze stond snel op en ging Ys zoeken... Om hem te waarschuwen... Ze haastte zich het bos in, Emiamo aan de zorg van de anderen overlatend. Ze vond Ys al snel. Ze vertelde hem van haar visioen, en samen haastten ze zich naar het Ravijn. Als ze nog maar op tijd waren...

Tijdens het verzamelen van het sap hoorde Ysgrublaidd geridsel achter zich. Vanuit de struiken kwam Respira tevoorschijn. Eén blik op het gezicht van Respira maakte Ys duidelijk dat deze bezorgt was. "Wat is er Respira?" Respira rende naar Ys toe en greep zijn broekspijpen stevig vast en probeerde Ys met zich mee te trekken. "Ik had een visioen van Ariel, ze is op weg naar het Ravijn der Verloren Zielen" Ysgrublaidd verstrakte. "Wat? Dat meen je toch niet?" "Ja, wel hoor. Kom nou toch mee."

Ys kwam in beweging en liep met Respira aan zijn zijde richting het ravijn. "Dat ze dat kleine wezen niet aan de ketting leggen. Het is echt zo één die nog eens zorgt voor haar eigen dood, of nog erger dat van een ander." Respira gaf onder het lopen Ys een trap in zijn dijbeen. Wetende dat het haar meer pijn zou doen dan hem. Maar zo lokte ze wel zijn aandacht. "Je moet niet zo gemeen denken. Ze kan het ook niet helpen dat haar karakter zo is. Ik ken iemand met een ander soort karakter die ook altijd in de problemen verzeild raakt. En die help ik ook vaak genoeg." Ze keek hem een beetje boos aan. Ys voelde het en keek niet terug. "Hum, praat me er niet over. Ben misschien niet de slimste maar ik weet allang waar je op doelt. He, kijk daar eens, volgens mij is zij dat." Ys wees in de richting waar hij meende Ariel te zien huppelen. Respira moest eerst goed turen voor dat ze tussen de bomen Ariel ontwaarde. "Ze is dichter bij de ravijn dan ik had gedacht."

Ysgrublaidd was ook al tot die conclusie gekomen, en dus tilde hij Respira van de grond. Hij kon zich namelijk sneller verplaatsen dan dat hij zich moest aanpassen aan Raspira's snelheid. Hij wou Respira niet achter laten dus er was maar één mogelijkheid, dragen. Voor respira was het een onplezierige manier van verplaatsen, en ze keek hem dus eerst met verwonderde ogen aan, maar deze maakte al gauw plaats voor een bose blik. "Sorry voor het ongemak, maar je weet dat dit veel sneller gaat, en tijd is nu van belang." Met grote stappen en met Respira in zijn armen, rende Ys richting de bewegende schim in de verte.

Hoewel Ariel niets wist van het Ravijn der Verloren Zielen, wist ze wel dat er iets was. Ariel had een soort zesde zintuig ontwikkeld voor avontuur. Helaas vertelde dat zintuig haar niet wanneer er gevaar dreigde, of anders negeerde ze het gewoon.
Zodra Ariel merkte dat er iets aan haar begon te trekken, was ze meteen meegegaan. Ze had geprobeerd te praten met de kracht die haar deze kant op dwong, maar ze had weer die bonkende hoofdpijn gekregen. Ze wilde stil staan en tegen een boom leunen, maar dat kon ze niet. Ze meost doorlopen, doorlopen, dóórlopen, het liefst zo snel mogelijk. Huppelen ging sneller dan lopen, wist ze, dus was ze maar gaan huppelen, hoewel dit eigenlijk meer pijn deed.
Vaag drong het tot haar door dat Goblin niet meer bij haar in de buurt was, maar ze wilde zo graag doorlopen, dat ze er geen aandacht aan schonk.

Een deel van Qemwen had altijd in Ariel gezeten. Daarom voelde ze het meisje zo goed aan en kon ze alles meemaken vanuit haar lichaam. Qemwen concentreerde zich nu al urenlang op dat deel van haar, om zoveel mogelijk informatie te krijgen. Ze was diep in trance, maar antwoordde wel op vragen die Yurl haar stelde. Een genezer van deze god was ook in het kasteel van Qemwen geroepen, en hij schreef nu zo snel en goed mogelijk op wat Yurl en Qemwen zeiden.
Qemwen voelde zich nu gevangen in Ariel's hoofd. Ze was zich ervan bewust dat een soort hand zich om Ariel's geest had gewikkeld, en daar nu vanalles stuurde. Omdat Qemwen nu maar zo zwak aanwezig was, had die hand haar nog neit gevonden, maar hij zorgde er wel voor dat Qemwen nog minder contact kreeg met wat er met Ariel gebeurde.
En nu zat ze gevangen. Ze zat alleen nog maar in Ariel's hoofd. Nu kreeg ze alles weer mee wat er gebeurde. Ze zag de dode bomen langs het pas, hoewel Ariel hier blind voor was. Ze rook de verrotting, die voor Ariel net bloemetjesparfum leek. En ze kon niets doen. Dat was het ergste, ze voelde zich opgesloten zitten in glazen kist, die zo hard als diamant was en zo dik als steen.

Sinds Ys en Respira het wezentje dichter waren genaderd, waren ze er zeker van dat dit Ariel was. Plots sprongen de haartjes in Ysgrublaidd's nek recht omhoog. Hij hield op de plaats stil en kneep zijn ogen tot kleine spleetjes en tuurde richting Ariel. Respira keek hem verbaast aan. "Wat is er Ys?" Ys knipperde enkele malen met zijn ogen en tuurde voor een tweede keer richting Ariel. "Er is iets vreemds aan dat kleintje. Ik voel nog een zwakke aanwezigheid." Respira liet en zachte zucht klinken. "Natuurlijk voel je nog een aanwezigheid. Dat voel jij altijd in de buurt van het Ravijn der Verloren Zielen." Ys schudde zijn hoofd. "Nee, dit is anders. Het voelt zwak aan en bevindt zich in Ariel en niet erbuiten, al ben ik er vrij zeker van dat er een klein spoortje naar buiten loopt. Dat ik dat niet eerder heb opgemerkt" Respira keek Ys verwonderd aan maar ging niet tegen zijn verhaal in. Ze wist dat Ys gevoelig was voor bepaalde zaken. Vooral als het om magie ging. "He, Ys. Zouden we niet eens verder gaan?" Ys werd weer helder en schudde heel even zijn hoofd heen en weer om helemaal tot zijn positieve te komen. "Hum hum, maar natuurlijk." Ys begon weer in beweging te komen, voerde zijn snelheid op tot dat Respira met luide stem riep "Stop". Met moeite kwam Ys weer tot stilstand zonder te vallen. "Wat is er nou weer?" "Is dat niet dat konijn wat de hele tijd om Ariel heen huppelde?" Ys keek in de richting waar heen Respira wees. "Hum, zou best kunnen." Voor alle zekerheid pakte Ys met zijn vrije hand het beestje op en gaf deze aan Respira. "Houd jij hem maar vast." Respira nam het konijn over en hield hem stevig vast. Ys zette zich voor een tweede maal in beweging en holde richting Ariel die in de verte al aardig het ravijn naderde.

Het konijn werd erg onrustig in Respira's armen, en hij sprong bijna naar beneden. Respira kon hem nog net bij zijn nekvel pakken.
"Ga naar huis, ga naar het huisje in het bos, waar je al eerder was. Ga zo snel als je kunt! Rennen!" fluisterde Respira tegen Goblin. Ze hoopte dat hij haar begreep. Toen ze ze tegen Ys: "zet m maar neer, voorzichtig. Hij redt zich wel... hoop ik"

Goblin voelde dat hij weer werd neergezet. Neergegooid, leek het meer voor hem, maar hij leefde nog, en werd niet meer gedwongen om die enge kant op te gaan. Hij wist niet wat hij moest doen. De Grote Vrouw had tegen hem gezegd dat hij moest rennen, dat was alles dat hij had verstaan. Maar dat betekende dat hij zijn baasje achterliet. Nou ja, dat had zij ook gedaan, maar toch. Goblin liep een eindje terug tot hij bij een grasveld kwam. Hier zal ik wel op Ariel en de Grote Vrouw en de Heeeele Grooote Man wachten.

Tybmag liep op en neer te ijsberen. Hij vroeg zich af in welke tijd ze nu waren, want hij had er geen flauw idee van. Mischien liep hij hier wel ergens rond? Het zou best kunnen dat ze in de tijd zijn voordat hij in de steen was gestopt, zolang zat hij hier nou ook weer niet. Hij stopte met ijsberen, het af en aanzien van de tafel en plafond begon hem te irriteeren. Hij ging liggen en sloot zijn ogen...

...het was nog als de dag van gisteren. Elke regel, elke zegel, elke aanwezige. Het had hun veel moeite gekost, maar ze waaren ook zo onbegreipend. Alles wat anders was moest weg in hun 'Perfecte wereld.' Alles draaide om perfectie, terwijl ze elk andere wezen dat hun dorpen betreede direct ter dood veroordeelde. Maar hij had ze jaren om de tuin geleid. Ja, hij was de beste van zijn soort, hij werd perfect gevonden! Dus moest hij worden behouden, zo dat zij maar uren en uren naar zijn perfectie konden kijken! En dus werd hij opgesloten in deze kooi en moest hij het maar uithouden. Wisten zij veel dat hij maar 1 van de miljoenen van zijn ras was, en dat zij helemaal niet zo perfect waren. Ze misten gevoel, alle gevoellens, niets konden ze voelen, behalve pijn. Ja pijn... pijn omdat ze de rest niet konden begrijpen. En eigenlijk was het zijn geluk, want hij was nu de enige overlevende van zijn ras. Want toen er meer van zijn ras kwamen, ja, toen was opeens alles perfect, en moest alles bewaard worden, bewaard worden door hun god. En dus werd iedereen Afgeslacht, één voor één doorspiest met hun wapens. Allemaal stierven ze, omdat ze naar hun 'God' zouden gaan. Wisten zij veel dat hun god niet meer dan een myte was. En nu was hij de enige...

...Hij werd waker uit de gedachte, en kwam weer terug bij het heden, want Emiamo lag op sterven en hij is de enige die wist van zijn bestaan...

Respira zat erg ongemakkelijk op de hand van Ysgrublaidd. Ze werd inmiddels behoorlijk wagenziek, en haar maag begon in opstand te komen. Het konijn was weg, ze hoopte dat hij haar had verstaan en terug was gegaan naar Emiamo. Emiamo... Zou het goed gaan met hem? Ze hoopte het... Op het moment geloofde ze dat Ariël in groter gevaar was. Vooral omwat Ys had gezegd van die machten in haar... Zou het mogelijk zijn dat 1 van de Verloren Zielen haar in zijn macht had?

Ys rende zo snel als hij kon met Respira op zijn hand. De afstand tot Ariel werd steeds kleiner. "Respira, Als we Ariel in gehaald hebben dan zet ik je snel neer. Denk je dat je haar tegen kan houden?" Respira keek niet om naar Ys maar riep wel: "Als het niet te lang meer duurt, ik word namelijk al aardig misselijk." "Hum, nee het duurt niet meer lang". Respira vleurde wat op. "Gelukkig. Maar waarom kan jij niet mee helpen om Ariel tegen te houden?" "Hum, voor Fingolfin heb ik wat sap van de herkalbomen verzameld. Die had hij nodig om Emiamo te kunnen helpen. Ik wil het hem eigenlijk zo snel mogelijk geven. Met die verwondingen van hem is tijd kostbaar." Respira knikte dat ze het begreep.

"Ariiieeel" Ys kwam slippent tot stilstand. Zette Respira met de ene hand op de grond en met de andere blokkeerde hij de weg tussen Ariel en het ravijn. Ariel bleef stilstaan en keek verbaast in het rond en dacht: Wat is dit nou?. Ze schrok zelf een klein beetje, toen Respira haar bij de hand vast pakte. "Hum, denk je dat je het red Respira?" Respira zwaaide met haar hand. "Ja, ja het komt denk ik wel goed. zorg jij maar voor dat sap."

Ys begon de weg naar zijn hut terug te rennen. Keek nog even om naar de twee dames, en verhoogde daarna zijn tempo weer. Binnen de kortste keren zag hij zijn woning. "Fingolfin, Fingolfin" De deur van de hut zwaaide langzaam open en Fingolfin stapte naar buiten. "Waar bleef je nou?" Ys stopte voor hem en overhandigde hem het sap. "Das een lang verhaal, dat ik later wel kan vertellen. zorg jij nou maar voor Emiamo." Met het sap in de hand liep Fingolfin richting de deur met de bedoeling naar binnen te gaan tot dat deze zich weer omdraaide. "Ben jij Ariel nog tegen gekomen?" "Hum, ja die is onderdeel van het verhaal maar maak je geen zorgen." Ys knipoogde naar Fingolfin. "Alles is onder controle." Dat hoop ik tenminste.

Toen Fingolfin weer binnen was. Kreeg Ys toch een raar gevoel in zijn maag. Hoop maar dat Respira wat geluk heeft met Ariel.... Hum, denk dat ik toch maar even terug ga. Heb vandaag wel weer mijn portie aan beweging gehad maar goed die extra meters kunnen er ook nog wel bij. Ys zette zijn hollende tempo weer in en verdween weer tussen de bomen, zover deze, met zijn reuse lichaam, tussen de bomen kon verdwijnen altans.

Ariel keek de grote vrouw aan. Wie was zij en wat deed ze hier? Iets diep binnenin haar zei dat de die vrouw kende. Als ze nu haar naam eens wist... Ariel dacht diep na. "Respira?"
"Ja?"
Ariel keek onzeker. "Je heet Respira he?"
"Dat klopt, en jij bent Ariel. Kom, Ariel, dan gaan we naar huis."
Weer dacht Ariel eerst diep na voordat ze wat zei."Nee...Nee! Dat kan niet! Ik moet doorlopen, ik moet verder, ik mag neit blijven staan, ik moet verder!"
Respira kon nog net Ariels arm grijpen vordat ze wegrende. Ariel raakte in paniek en begon bijna te huilen. "Laat me los, laat me nou los! Alsjeblieft, ik moet verder!"
Respira tilde Ariel op, en begon terug te lopen. Ariel verzette zich, maar Respira was veel sterker. Ze bleef tegen Ariel praten, om haar af te leiden en terug te halen.
"Ariel. Ariel Hillow. Dat ben jij, en je hoeft daar niet naartoe. Je zult je konijntje, Goblin weer zien, en je gaat Emiamo helpen, Ariel. En je gaat weer naar Fingolfin, zodat je hem alles kunt vertellen wat je hebt meegemaakt. Dat is toch heel leuk, Ariel?"
Ariel hield eindelijk op met spartelen "Fin? Waar is Fin?"
"In het huis van Ysgrublaidd de reus." Het zag ernaar uit dat Ariel weer terug in deze wereld was.
Ariel spartelde niet meer zo tegen, maar Respira hield haar voor de zekerheid toch stevig vast. Ariel begon te klagen dat haar arm pijn deed, maar ze besteedde er geen aandacht aan.
'Stil nou, je weet niet wat er allemaal hier ronddwaald! Het is nog steeds gevaarlijk, al zijn we uit het gevaarlijkste gebied weg.'
'Gevaar?' Ariel leefde weer op. Ze begon weer te proberen zich los te wurmen, en Respira kon haar nog maar net tegenhouden. Ze sleepte Ariel verder weg van het Ravijn. In de verte zag ze een bewegend stipje. Ariel zag het ook.
'Goblin!!!!' Ze probeerde zich nog steeds los te wurmen, maar dit maal om naar Goblin toe te rennen. Respira liet haar gaan maar bleef alert. Ariel knuffelde Goblin uitzinnig en ze vreesde even dat hij zou stikken.
'Weet je dat er daar gevaar is? Lijkt je dat niet spannend, een nieuw avontuur?' vroeg Ariel aan Goblin. Respira greep haar arm weer vast.
'Denk je echt dat je op avontuur wilt, naar een plek die heel makkelijk je dood kan betekenen zonder hulp van Qemwen?'
Ariel dacht na. Ze was helemaal vergeten dat Qemwen hier niet was... Dat maakte het wel wat anders...
'Kom mee, dan gaan we naar Fin, je kan hem alles vertellen, en misschien wil hij wel mee!' lokte Respira haar terug naar het huis van Ys.
'Oke!' Ariel was weer terug, en vrolijk als altijd.

Glamdring en cyrano waren achtergebleven in de woning, samen met Lunae en melisande. (doen die eigenlijk nog mee?). Toen er maar niemand kwam opdagen met hulp voor Emiamo, besloot Cyrano eindelijk er iets aan te doen. Hij vroeg Glamdring de twee meisjes buiten de kamer te begeleiden en trok zijn gewaad uit. Cyrano was een kruising van een Draak en een Donkere Elf. Blijkbaar had iedereen dit vergeten, of wist niemand dat draken bekend staan om hun genezende krachten. Duizenden jaren geleden toen er nog draken waren, had een wetenschapper het bloed van één van hen te pakken gekregen, en daaruit waren nu Cyrano en zijn medesoldaten gekloond. Maar, moest dat eigenlijk niet nog gebeuren? Cyrano wist het zelf niet, want de tijd waarin zij nu zaten, of zelfs het land, had hij nog nooit gezien of van gehoord. Reuzen, dat was iets van spookverhalen uit zijn kindertijd geweest, dus het moest nu wel erg vroeg in de leeftijd van de wereld zijn. Hij legde zijn handen over de borst van Emiamo, en begon te mediteren. Glamdring keek vanaf de deuropening toe hoe zijn reisgezel zijn handen bewoog over de borst en in gedachten scheen te verzinken. Toen spreidde hij zijn vleugels en vouwde ze over het lichaam van de kleine jongen. Een tumult haalde glamdring uit zijn concentratie, en toen hij achter zich keek, zag hij Fingolfin binnenstormen met zijn tas en wat kruiden. TOen deze zag wat Cyrano aan het doen was, bleef ook hij verschrikt staan in de deur...

...Tybmag dacht na, de vragen gierde door zijn hooft. Hoe zou hij Emiamo kunnen helpen? Hoe kon hij uit deze kooi komen? Kon hij nog iets van zijn Volk redden? In welke tijd waren ze?
Zijn vleugels klapte nerveus op en neer.
Mischien kon hij Emiamo hierheen halen, het was te proberen, maar eigenlijk verwachte hij niet dat het zou werken. Hij zij wat spreuken in een taal die de wereld onbekend was en maakte wilde gebaren met zijn hand...

Ariel vertelde alles wat er gebeurd was aan Goblin. Het verhaal scheen hem neit echt te boeien, maar daar lette Ariel niet op. Onder het praten rende ze steeds van links naar rechts over het pad, om naar één of andere bloem te kijken, een steentje in een beekje te gooien of om tikkertje te spelen.
Voor de honderdste keer vroeg ze aan Respira: "Zijn we er bijna? Hoe lang duurt het nog voordat we er zijn?"

Vanuit de verte zag Ysgrublaidd Respira en Ariel al aan komen lopen. Hum, alles is zo te zien in orde. Ys keek om zich heen, zag een mooie grote boom, liep er op af en ging er met zijn rug tegen aan zitten. Dat rennen heeft mij vermoeid zeg. Ik wacht hier wel tot die twee aan komen lopen. Nog voor dat ys goed en wel zat had deze zijn ogen al dicht en was in slaap gevallen.

Gesloten