Flame and Terror

Speel mee in RPG-herberg De Blaffende Vis. Vreemde, grappige en angstaanjagende verhalen doen hier de ronde.

Moderator: Herbergiers

Agravain
Beheerder
Berichten: 2513
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Flame and Terror

Ongelezen bericht door Agravain » 28 jun 2005 19:03

Dit verhaal is gesloten, mocht je toch dit verhaal verder willen zetten, stuur een pb naar Agravaìn, motiveer!

Geen herbergier, moderator of Admin is aansprakelijk voor spel-, grammatica- en/of andere fouten in dit verhaal.
edit by Agravain: Chaman vervangen door Agravain als herbergier.
edit by Agravain: Qemwen verwijderd als herbergier.
(er word nooit gevochten in de herberg, dus dit is een klein experiment)

...Hij sprong van zijn stoel en trok zijn zwaard, gevolgd door zijn bende. 'Gaan we drijgen, Lagor? Je wilt toch niet vechten in een overvolle herberg zoals deze.' Lagor was het zat, Dromerius was nu echt tever gegaan. Ze hadden de hele avond gediscusieerd over een handelsverdrag, maar de eisen van Dromerius waren beledigend.'Ik maak voor eens en voor alrijd een einde aan je mieserige leven!' De twee bendes stonden in een lijn tegenover elkaar, allemaal de wapens getrokken... ...Naderia keek op. 'Wat een lawaai.' Zodra ze de beide bendes tegenover elkaar zag staan sloeg de angst haar om het hart. Snel keek ze rond of ze er stilletjes tussenuit kon, maar aagezien een van de bendes de weg naar de deur blokkeerde zat dat er niet in. Om haar heen begonnen de mensen te fluisteren. Waarschijnlijk hadden ze allemaal zo hun favoriet. Naderia had maar een gedachte "WEG, ik moet hier weg!" Ze sloeg haar hand om haar hanger terwijl haar ogen zochten naar een uitweg... De waard liep achter de bar vandaan en ging tussen de twee partijen in staan. "Rustig aan jongens, ga maar lekker vechten maar niet hier in mijn herberg." ...Dromerius draaide zich om en gooide in één beweging een werpmes die vlak naar de barman in de muur bleef steken. 'Bemoei je er niet mee!' ... De stevig gebouwde waard met een aardige bierbuik keek de messenwerper aan en zei "Dit is mijn herberg, dus ik bemoei me er wel mee. Als jullie niet vertrekken zal ik de wacht moeten roepen." ...Dromerius negeerde hem en met een stijdkreet vielen de groepen elkaar aan... ...Niemand kon de wacht horen, het gekletter van staal overstemde alles... Dolenthoniel zat ergens in een hoekje naar het gevecht te kijken onder genog van een kopje brandnetel thee. Ze zag dat de wachters daar stonden te roepen, maar ook zij kon niet horen wat ze zeiden. een wat oudere man kwam bij haar aan het tafeltje zitten, hij was een beetje overstuur. hij was vast geschrokken van dit alles wat er in de herberg was gebeurd. er lang al een klein plasje met bloed op de grond. Dolenthoniel dacht er niet aan om in te grijpen... nadat ze vorige keer door een stel rovers op straat een klap in haar buik had gehad was ze een beetje bang geworden voor geweld. ze kon zich er nu maar even beter buiten houden, tenzij het echt heel erg uit de hand liep. maar dit soort ruzietjes kwamen wel vaker voor... Tinduwen zat net van haar welverdiende maaltijd te genieten toen er een gevecht uit brak..en niet zo'n kleintje ook!
"nouja, ik bemoei me er niet mee" dacht ze en at door.

Maar even later lagen er opeens twee mannen op haar bordje te spartelen
Tinduwen keek ze dreigend aan en zei "als jullie niet gauw maken dat jullie wegkomen vliegen jullie heel hard de deur uit!" Een aantal van de bendeleden schermde hun verwonde vriend af van de overige vechtende leden. Het leek even wat rustiger te worden.
"Gatverdarrie" riep de waard.. "Is het nou afgelopen? Wachters doe nou toch eens iets! Wie mag straks al die rommel weer opruimen?! En nou moet ik zeker ook nog voor een heler gaan zorgen!"
Mopperend begon hij achter zijn bar te rommelen "Af en toe wou ik dat ik zo met een knip van mijn vingers al die herrieschoppers kon verplaatsen naar de taverne van Gradius. Ha, mag die verder met die lastposten. Zou ie zich mooi thuisvoelen."

De nog vechtende leden van de beide bendes begonnen zich meer te verspeiden in de herberg. Twee van hen kwamen zelf boven het bord van een van de bezoekers terecht, die zei iets tegen de mannen waarna een van hen fel reageerde "Bemoei je met je eigen zaken, tenzij je ook een een portie wil! Ik sla geen vrouwen, maar voor jou maak ik dan wel een uitzondering." ... ...Lagor keek achter zich. Hij riep tegen een man achter hem 'Ga G halen!' De man rende de herberg uit en kwam een paar minuten later terug met een boom van een man. G pakte zijn bijl en sloeg in 1 klap alle tafels die in het midden stonden weg. Op de open plek sloeg hij de omringende tafels weg...
Toen Lugar zag dat een van de partijen versterking liet halen leek het hem dat het gevecht wel eens behoorlijk uit de hand kon gaan lopen. Daarom sleepte hij een aantal tafels naar een hoek van de herberg.
Zo dacht hij, dit lijkt me wel een goede plek om wat gewonden te kunnen verzorgen. Opeens hoorde Lugar een sissend geluid gevolgd door een doffe dreun. Vlak naast hem stak een nog trillend werpmes in een van de gekantelde tafels. Lugar trok zijn zwaard en stortte zich in het strijd gewoel. Zoiets kon hij toch niet over zijn kant laten gaan? De hanger begon weer heviger te gloeien. Nee he?! Niet nog meer geweld. Naderia's paniek begon om te slaan in woede, wat niet echt goed is als de hanger zich heeft volgenzogen met andermans woede en geweld. Ze kon niet weg. Ze kon niet weg, maar wapens had ze ook niet, buiten haar hanger dan. Ze sloeg haar linker hand weer om haar hanger en rond haar echter hand ontstond een rode gloed. Er trok een diep gerommel op uit de aarde lang de muren van de herberg omhoog. Een loszittend stukje kalk viel lang een muur naar beneden. Vanuit een hoek van de herberg begon zich een rode gloed te verspreiden. Het leek of de lucht binnen de gelagkamer killer werd ondanks het laaiende vuur in de haard. Het begon naar magie te ruiken, magie die uit woede en kwaadheid was ontstaan.
Lugar had als gevolg van zijn training als oorlogs genezer de nodige magie mee gemaakt. Hij beschikte zelf over een klein beetje genezende magie.
De situatie begon Lugar steeds minder te bevallen, helaas was hij op het moment druk bezig om zijn tegenstander van het lijf te houden. Op dat moment gleed zijn opponent uit en kon hij zich uit de voeten maken. De weg naar de deur bleek niet bereikbaar te zijn tenzij hij door een grote groep vechtende ging. Hij trok zich terug achter de omgegooide tafels terwijl de rode gloed en het gerommel steeds erger werd. Nee! Nee! Ze keek naar haar hand... Ze had dit nooit goed onder controle gehad en vandaar dat ze zich altijd ver van geweld probeerde te houden. Haar hanger scheen het te absorberen en als het maar erg genoeg was had ze het niet meer in de hand.. Dan voede de hanger haar normaal zo vriendelijke magie met het opgeslagen geweld.... en ze kon er haast nooit iets tegen doen. Weg! Ik moet hier weg voordat er ongelukken gebeuren! Maar Naderia kon er niet uit. Haar woede werd ondanks haar paniek alleen maar groter. Ze hoorde ook het gerommel dat altijd gepaard ging met een uitbarsting van de hanger. Naderia weigerde te geloven dat het aan haar lag. Ze kon niets anders doen dan hopen dat er geen gewonden zouden vallen. Ze hield haar gloeiende hand zoveel mogelijk uit het zicht. Na een tijdje werd het gloeien zo heftig dat er zich een vuurbal vormde in de palm van haar hand. Snel keek ze om zich heen Waar kan ik dat ding kwijt?. Op dat moment vielen een aantal vechtende mannen tegen haar tafel aan. GENOEG! De deur zwaaide open en nietsvermoedend kwam een klein meisje binnelopen. Ze stond verstijfd in de deuropening toen ze al het geweld zag. Ze keek rond en nam alle details in zich op. Een wachter probeerde haar naar buiten te duwen. 'Dit is geen plek voor een meisje, nu. Ga naar huis.' Maar Nenova liet zich niet wegsturen. Ze dook het gevecht in en wist iedereen te ontwijken tot ze bij de tafels kwam die Lugar had klaargezet. Ze zag een gewonde liggen, kermend van de pijn hield hij zijn arm vast waarvan het bot zichtbaar was in de diepe snede. Ze fluisterde een paar woorden en de man zweefde onhoog. Hij landde zachtjes op de tafels. Nenova greep zijn gewonde arm en de man schreeuwde het uit. Nenova besteedde er geen aandacht aan en fluisterde nieuwe woorden. Haar hand gloeide en die gloed verspreidde zich door de arm van de man, die stil werd. Ze haalde haar hand weer weg en de wond was genezen. Het had wel een litteken achtergelaten, maar de man was dankbaar dat hij niet zijn hele hand kwijt was geraakt. Hij was nog zwak want hij had veel bloed verloren dus hij bleef liggen.
Nenova keek om zich heen naar meer gewonden. Ze kreeg een inwendige klap. Ze schrok, het kon maar 1 ding betekenen... kwade magie, magie voro geweld. Ze zag een vage gloed aan de andere kant van de vechtende menigte en ze dacht na wat ze eraan moest, en kon, doenLugar bemerkte nu ook een andere vorm van magie op, het leek wel een beetje op zijn eigen genezende magie. Toch had hij het idee dat hij maar een klein beetje voelde van de werkelijke kracht van deze genezende magie, hierbij leken zijn vaardigheden slechts zielig gemodder.
Hij zag het kleine meisje in het midden van de gelagkamer staan, toch werd ze niet geraakt door de vechtenden die zich over de hele ruimte verspreid hadden. Lugar nam snel een beslissing, hij sprong over de gekantelde tafel heen, greep de versufte man van de tafel en sleepte deze naar de relatieve veiligheid van de gekantelde tafel.
Ondertussen leken minstens een aantal van de vechtenden ook het gerommel en de rode gloed te bemerken ...... GENOEG! Het hield maar niet op en de vuurbal werd alleen maar sterker. HOU OP!Naderia slingerde de vuurbal naar het plafond. Met een hoop herrie kwam de luchter naar beneden. Het gloeien nam af. Laat ze nu ophouden! Alsjeblieft.. ik wil niet nog een keer... Diep ongelukkig zakte Naderia terug in haar stoel. Die rot hanger! Kon ik hem maar gewoon weggooien. Maar dat kon dus niet. De hanger vond altijd zijn weg weer terug. Het gevecht was nu afgekoeld... in ieder geval voorlopig. Ze had alleen nog niet durven kijken naar de schade die 'haar' vuurbal had aangericht. De hanger was in ieder geval nu tot rust gekomen... Hij gloeide niet meer. De gloed rond haar hand was verdwenen. Weg was de woede die bij Naderia werd opgewekt door de hanger. Naderia sloeg haar handen voor haar gezicht en begon te snikken. Ik wil niet... Ik kan niet... Ik kan er niets aan doen. O god, ik wou dat iemand me kon helpen... Nenova schrok toen de luchter naar beneden kwam zetten. Ze speurde naar de persoon die de vuurbal had gegooid en ze zag een vrouw verdrietig in een stoel zitten. Ze ging naar haar toe. Ze bespeurde vreemde krachten in en om de hanger.
'Misschien kan ik helpen,' zei ze, alsof ze de kreet om hulp had gehoord. "Echt?" Naderia keek op en zag een klein meisje. "Ik kan het niet tegenhouden. Het gebeurt vanzelf. Ik, ik..." Naderia keek verslagen naar het meisje. "Ik ben Naderia" en ze veegde haar tranen uit haar gezicht en probeerde te lachen. " ...en jij bent?" 'Mijn naam is Nenova. Ik ben een nakomeling van de vroegere Magische Zes. Ik kan je helpen. Laat me je helpen.'
Ze pakt Naderia's hand vast. Een warme gloed ontstaat om hun beide handen. De druk van Naderia's hanger vermindde en ze haalde opgelucht adem.
'Vertel me wat er aan de hand is en ik zal je helpen,' zegt Nenova. De last van de hanger verminderde onder de aanraking van Nenova. "Ik..Ik... Ik heb deze hanger ooit gekregen van... van.. mijn vader." Het woord vader klonk erg zacht. "Hij gaf het me en zei dat ik hard moest oefenen en dan zou ik het aankunnen, want ik had meer dan genoeg goede magie in mijn bloed zitten. Ik begreep er helemaal niets van. Magie? Ik? Het was gewoon een mooie hanger. Voor hij het me verder allemaal kon uitleggen is hij weggegaan. Twee dagen later kwamen er vreemde mannen aan de deur. Op zoek naar hem. Ik was toen 8 of zo."

Naderia viel even stil. De hanger gloeide nog wel onder al het geweld in de herberg. Maar het leek of er een soort koepel om hen heen stond waardoor het geweld zich in een andere ruimte leek af te spelen. Iets verder zag ze een vreemde man kijken vanachter een aantal gekantelde tafels.
"Mijn moeder heeft me daarna weggestuurd naar de oude vrouw in het bos. Daar durfde nooit iemand te komen. 'Daar ben je veilig' had ze gezegd. Ik begreep er helemaal niets van. Maar het was er helemaal niet slecht. De oude vrouw was erg aardig."
Ze nam een slokje water een keek naar Nenova. Hoewel ze haar eigenlijk helemaal niet kende, kwam het hele verhaal eruit alsof het op haar had gewacht.

"Toen ik 15 werd begonnen er vreemde dingen te gebeuren. Dingen kwamen als ik eraan dacht enzo. De oude vrouw wist niet goed wat ze ermee moest. Maar aangezien het niet gevaarlijk leek, en soms best handig, mocht ik gewoon blijven." Naderia zuchte. "Ik heb nooit begrepen hoe de dingen die gebeurde gebeurden en nog weet ik dat eigenlijk niet. Soms gebeurt het gewoon."

"Alles ging goed tot 2 jaar later die agressieve bende kwam om haar te overvallen. Ze vernielde alles! Toen begon de hanger te gloeien en te steken en ik werd zo kwaad! Voor ik het wist was de rover waar ik naar stond te kijken spontaan in brand gevlogen nadat ik naar hem had gewezen..... De oude vrouw is daar zo van geschrokken! Ze heeft me meteen weggestuurd.. 'De duivel... je hebt de duivel in je!' " Ze slikte om wat tranen te onderdrukken. "Mijn moeder was immiddels overleden. Ik ben toen gaan rondtrekken en heb zoveel mogelijk mensen geholpen.....Ik ben helemaal geen duivel! ..... Maar zodra er geweld in de buurt is...... Die vervloekte hanger." Ze voelde de hanger, ze voelde hem altijd als er geweld was. "Ik heb ook altijd geprobeerd alle geweld uit de weg te gaan, echt!" Het voelde plots of het belangrijk was om Nevona te overtuigen van het feit dat ze er niets scheen te kunnen doen.

"En als ik hem af doe en gewoon achterlaat. Dan vind de hanger me altijd terug.. En geloof me. Ik heb het geprobeerd! Mensen brengen hem terug, dieren laten hem voor mijn voeten vallen! Ik heb zelfs ooit een vis gevangen als maaltijd... En wat zat er in zijn maag?!!" Naderia werd gefrustreerd. Die hanger beheerste haar leven en niemand had haar ooit vertelt wat voor ding het was, niemand had haar geleerd om ermee om te gaan. "En zo gaat dat nu al 7 jaar." fluisterde ze tot slot terwijl ze met gebogen en verslagen hoofd naar de tafel keek. Terwijl een grote vuurbal de luchter naar beneden haalde zag Lugar het kleine meisje naar naar de snikkende vrouw lopen. Hij keek rond en bemerkte dat de gevechten weer waren opgelaaid, toch werden het meisje en de vrouw niet betrokken bij het geweld.
Een snelle blik op de gelagkamer leerde hem dat de herbergier na afloop wel een flinke hoeveelheid goud nodig zou hebben om de zaak weer op te knappen, maar ja dat was zijn probleem niet.
Lugar keek nogmaals naar het meisje en de vrouw aan de tafel en zag dat de vrouw ook naar hem keek. De man die nu veilig achter de tafels lag bleek geheel genezen te zijn door het meisje. Dit vroeg toch om enige opheldering, hoe kon een jong meisje over zulke krachtige genezende magie beschikken. Lugar sprong tussen de vechtende door, kroop een stuk langs de kant van de gelagkamer en bereikte uiteindelijk de tafel met de vrouw en het meisje. Hij ving nog net de opmerking op: "En zo gaat dat nu al 7 jaar." Nenovia keek naar de man die hun gesprek onderbrak.
'Je doet je best, maar je bent hier niet nodig. De gewonden hebben jou nu harder nodig.'
Ze draaide zich weer naar Naderia.
'Mag ik de hanger zien?'
naderia liet hem aan haar zien. Hij gloeide lichtjes en Nenova schrok van de enorme kracht die het uitstraalde.
'Volgens mij is dit 1 van de Magische Vormen van De vroegere Magische Zes. Dit zijn hele krachtige en kostbare voorwerpen die de drager of gebruiker tot grootste daden drijven. In verkeerde handen kunnen ze de eigenaar verteren. Jij moet veel macht bezitten om hem al 7 jaar in bezit te hebben.
Je wilt hem kwijt. Wil je hem liever kwijt dan dat je ermee leert omgaan? Want misschien heb ik een idee...' Haar stem stierf weg en ze keek ook naar Lugar die daar nog steeds stond. En toen lipe Dae binnen met een grote doos met een giga slagroomtaart erin. Ze gooide de taart lukraak de ruimte in en gilde het uit van het lachen.

Net zo snal als ze binnenkwam was ze ook weer weg... Nu werd Lugar nog nieuwsgieriger, het meisje gedroeg zich meer als een volwassene dan iemand van haar eigen leeftijd. Hier moest hij toch echt meer van weten. Hij trok een stoel bij de tafel en stelde zich voor: 'Aangenaam mijn naam is Lugar' en keek vragend naar het meisje en de vrouw aan de tafel. De vrouw stak een slanke hand uit en mompelde 'Naderia aangenaam' waarna het meisje met een diepe zucht zei: 'Nenova...., wel de gewonden wachten hoor'.
Lugar keek Nenova aan: 'Nou volgens mij kun jij meer betekenen voor de gewonden dan ik, hoe dan ook, ik ben niet van plan om nog verder bij een ordinair kroeg gevecht betrokken te raken. Ondertussen ben ik wel nieuwsgierig geworden naar dat idee van je.'Naderia moest even nadenken, het was allemaal zo verwarrend. de Magische Vormen, magisch zes? "Ik.. ik denk dat ik er dan liever mee zou leren omgaan. Ik heb hem toch van mijn vader gekregen... dus eigenlijk wil ik hem ook niet kwijt." Ze was even stil. "Het is het enige wat ik nog van hem heb." Ze keek op en schoot even in de lach... er vloog een taart door de herberg heen. Maar haar lach stierf ook weer snel weg toen ze weer aan de hanger moest denken.
"Wat moet ik doen? Kun jij me leren met de hanger om te gaan en waar hij voor bedoeld is?" Ze keek afwachtend naar Nevona. Nenova keek naar de man die blijkbaar niet van plan was de gewonden te gaan helpen.
'Nou, goed dan. Ik zal kijken wat ik kan vertellen... Vroeger waren er de Magische Zes. Zes mannen en vrouwen die extreem bedreven waren in magie. Hun magie was onuitputtelijk en ongeëvenaard. Ze konden de moeilijkste betoveringen met gemak uitvoeren. Ze besloten hun magie niet alleen te gebruiken voor de mensheid, maar deze ook te delen. Ze gaven een groot aantal voorwerpen bijzondere krachten. Helaas waren de meeste mensen niet sterk genoeg om ze te beheersen en ging ze eraan ten onder. Ik weet niet of ik je kan helpen, maar ik kan kijken.'"Je bedoelt de zes Goden van de Magie? Wil je zeggen dat dat slechts gewone mensen waren?" riep Lugar uit. "Volgens de verhalen zijn de Goden van de Magie al duizenden jaren verdwenen!"

Opeens schoot Lugar een andere gedachte te binnen: "Maar blijkbaar kun jij goed genoeg met de hanger omgaan om toch in leven te blijven" merkte hij tegen Naderia op. "Heb je al eens geprobeerd om de hanger te overladen, zodat hij kapot gaat?"
Dit begon steeds meer naar een spannend avontuur te ruiken. Lugar besloot terplekke om toch maar geen dienst te nemen in het stadlegioen. In plaats daarvan zou hij in de buurt van dit mysterieuze tweetal blijven. Misschien kon hij nog wat nuttige magie op pikken. 'Als ze de hanger wil houden en ermee leren omgaan, lijkt me dat niet zo'n slim plan.'
Ze keek Lagor aan. 'Het waren mensen, ja. Maar door hun magie konden ze langer leven dan gewone mensen en daardoor dacht men dat ze goden werden. En natuurlijk door hun ongelofelijke kracht.'
Ze richtte zich tot Naderia. 'Ik heb een idee waardoor je met de hanger kan leren omgaan en minder last zult hebben van geweld. Ik weet niet zeker of het werkt, maar we kunnen het proberen. Jij kan dann ook helpen, Lagor. We zullen hulp nodig hebben.'Aseria zocht naar een makkelijk doelwit, Als een brandende schaduw sprong ze over de daken. Ze stopte en keek rond. 'Hmm, die zien er wel goed uit,' Dacht ze. Drie mensen stonden met elkaar te praten. Er was blijkbaar een opschudding in de herberg. ''Lugar heeft zeker weer niet kunnen bedwingen,' ze lachte in zichzelf.
Maar nu eerst die drie mensen. Aseria sprong naar de overkant van de weg, over het groepje heen. Ze pakte haar dolk en bereide zich voor op het gevecht. Op het moment dat ze wou springen kwam de zon op aan de horizon. Aseria vloekte en greep naar haar nek en keek ze in de vele zakken van haar riem. vlak voordat de zonnestralen haar bereikten zette ze een zwarte bril op en sprong van het dak af... "Overladen!? Ik zou hem niet kunnen overladen al zou ik het willen. Daar zorgt de hanger zelf wel voor. Die vuurbal van daarnet... dat was een ontlading. De hanger zuigt het geweld op en ontsteekt bij mij woede tot op een punt dat er spontaan vuurballen en zo in mijn hand verschijnen. " Ze zuchte. "Eigenlijk ben ik al blij dat nu blijkt dat ik toch niet helemaal gek ben geworden van dat ding. Mijn vader heeft we wel een erfenis nagelaten zeg." Het feit dat er mensen waren die haar wilde helpen maakte alles al meteen wat minder erg.
"Zeg maar wat ik moet doen. Ik heb met die hanger al zoveel meegemaakt dat erger bijna niet meer kan. En als ik hem zou kunnen gebruiken om anderen te helpen.... dan wil ik graag weten hoe." Ze keek op en kreeg zowaar een lach op haar gezicht. Terwijl ze opkeek zag ze nog net een schim van het dak afspringen. "He! Er springt iemand van het dak af?!" De Nar, die al die tijd bezig was een opgesmukte versie van "de staf van een tovenaar heeft een knop aan het end" te spelen op zijn banjo, stopte plotseling en zag toen ook een roodgloeiende schim voorbij komen.
met een bibberstemmetje zei hij "wwwawat wasss ddadat?
Maar voordat iemand kon antwoorden sprong de duer van de herberg open en kwam er een donkergeklede man aan met 2 kromzwaarden aan zijn 2 zijden, gevolgd door 3 oosters ogende mannen, ook alledrie met een kromzwaard.
"Wie heeft hier de leiding?", zei hij met een onzeker accent maar met de kracht van een beer.
Onmiddelijk kreeg het merendeel van de bezoekers een rilling over hun rug waar ze nog lang van zouden huiveren. Voorzichtig liet de nar een nootje horen. Nenova keek op toen de deur opensloeg en de mannen binnenkwamen. Ze voelde de kracht van slechte magie en rilde. Naast haar voelde ze een macht groeien. Ze keek om en zag de hanger weer gaan gloeien en Naderia keek haar smekend aan. De hanger scheen de slechte magie te absorberen...
Snel boog ze zich over de hanger en fluisterde hem onverstaanbare woorden toe. De hanger veranderde van kleur, maar bleef gloeien. Naderia keek haar geïnteresseerd aan, ze was niet langer bezorgd.
'Ik heb de interesse van de hanger veranderd, voor nu. Dat blijft niet lang zo, het is een betovering die je elk uur moet vernieuwen. Hij is erg geïnteresseerd in kwade magie. Ik dacht het al toen je vertelde over het geweld, en nu met die mannen wist ik het zeker. Dus voor het komende uur zal hij enkel de goede magie absorberen.'
Ze richtte zich tot Lugar. 'Kun je gebroken botten genezen? dat zal je dan moeten gaan doen, ik zal je helpen...'
Ver kwam ze niet want de mannen kwamen op hen af. Oke, even voor de duidelijkheid: Een groep van drie mensen praat over een amulet, vlak na een opschudding in de herberg. Een bard heeft een rode schim gezien, er zit een zwarte schim op het dak, en er liggen drie lijken op de straat... "Nou" zei Lugar, "Ik denk dat de zaak zo echt uit de hand gaat lopen, maar misschien kunnen we nu de hanger gebruiken om de slechte magie te neutraliseren." Hij keek rond of er nog mensen met botbreuken lagen. Hij slaakte een diepe zucht, het leek hierbinnen wel een slagveld uit de Trollen Oorlog, waar hij net vandaan kwam.
"Wat voor hulp had je dan in gedachten" vroeg Lugar aan Nenova, "Ik beschik slechts over wat eenvoudige genezende magie". Toen zag Lugar drie van de vier mannen die binnen waren gekomen de kant van Nenova en hem op komen. Om de ramp nog groter te maken voelde Lugar een rilling over zijn rug lopen. "Aseria is ook in de buurt, dit belooft heel interessant te worden" mompelde hij in zichzelf. Hij trok zijn zwaard en zijn dolk "Dit ziet er niet goed uit" siste hij naar Nenova. "Mocht je nog over andere magie beschikken dan lijkt me dit een goed moment". Lugar wist dat hij de mannen afzonderlijk wel aan zou kunnen, weliswaar met moeite, maar drie tegelijk??? Aseria stond op. Ze veegde het bloed met de mauw van haar jas van haar lippen af... Naderia keek op. De hanger was van kleur veranderd en voelde anders. Ze zou bij Nevona in de buurt blijven, zij kon haar blijkbaar helpen. Eindelijk! Eindelijk iemand die me kan helpen.
Ze hoorde de man die Lugar heet tegen Nenova sissen. "Mocht je nog over andere magie beschikken dan lijkt me dit een goed moment." Er kwamen drie mannen hun richting uit. Wat willen die nou weer? Ze zuchte. Er leek wel nooit een eind aan te komen. Gelukkig voelde ze zich wel goed genoeg om in ieder geval iets te doen. Ze had geen zin meer om hulpeloos in een hoekje weg te kruipen en anderen alles te laten doen. Ze mocht dan misschien niet goed kunnen vechten, maar proberen kon ze het toch. Alleen waarmee? Gesterkt door de veranderde interesse van de hanger keek Naderia rond om te zien of er ergens iets lag waar ze zich op zijn minst mee zou kunnen verdedigen. Wat verder stond een stok tegen de muur. Een stok! Ze stak haar hand uit en dacht aan de stok. Het ding kwam van de grond en zweefde naar Naderia toe. "DAT heb ik dan toch in ieder geval wel onder controle" zei ze zachtjes tegen niemand in het bijzonder. "Wie zijn die mannen? En waarom laten ze ons niet met rust?" Nenova keek vanuit haar ooghoeken naar Lugar, die de mannen blijkbaar kende. Ze hoorde zijn gesiste woorden en knikte. Er klonk een lichte plof en het geluid van de schreeuwende mensen viel weg. Ze zagen eruit als een vage achtergrond en bewogen langzaam. Alleen zijzelf, Naderia, Lugar en de drie mannen waren op snelheid en scherp te zien.
'Nu kan niemand gewond raken, ze merken ons niet op.'Lugar begon zich voor te bereiden op een lang gevecht. Plots zag hij uit zijn ooghoeken een schim voorbij flitsen. Het was Naderia die vakkundig met een vechtstok rondzwaaide. "Waar heeft ze die nu weer vandaan" schoot het door zijn gedachten. Naderia had ondertussen, gebruik makend van het verrassingseffect, een huurling tegen de grond gewerkt en sloeg hem met een vakkundige klap buiten westen.
Lugar raakte ondertussen slaags met de tweede huurling terwijl Naderia de derde voor haar rekening nam. Uiteindelijk wist Lugar de huurling in een hoek te drijven en sloeg hem bewusteloos met het plat van zijn zwaard. Toen hij zich omdraaide naar Naderia zag hij nog net dat Nenova een volle bierkruik van aardewerk op het hoofd van de derde huurling stuksloeg. Lugar riep "Die huurlingen zijn niet gevaarlijk, de eerste die binnen kwam, dat is de gevaarlijkste. Het is een handelaar in magische voorwerpen en hij gaat over lijken om nieuwe te bemachtigen. Waarschijnlijk heeft hij op een of andere manier lucht gekregen van de hanger.''Aseria sprong over de daken, opeens werd de wereld om haar heen wazig en traag. 'Hmm, dat ziet er niet al te best uit.' Ze deed haar bril af, 'hmm, dit ziet er zeker niet al te best uit.' Ze keek om zich heen en zag dat er in de herberg ook een paar mensen onder deze spreuk waren uitgekomen, of dat was de bedoeling van de spreuk...
Aseria pakte haar twee kromme dolken (kukri's) en liep erheen... Naderia was opeens erg blij dat ze 4 jaar terug getrained had met een stok. Het was een boer geweest die zelf de stok gebruikte om struikrovers op een afstand te houden en om zijn vee mee te beschermen tegen roofdieren. In ruil voor haar hulp tijdens de oogst had hij haar geleerd om te gaan met een stok. Nu kwam het goed van pas. Ze kwam er pas laat achter dat alles verder allemaal niet meer zo scherp was en alles wat langzamer bewoon. Buiten hun groepje dan.
In haar ooghoek zag ze dat naast hen ook nog een andere persoon geen last van 'vertraging' had.
"Wie is dat?" vroeg ze. Aseria keek door een raam van de herberg, een groep mensen was aan het vechten. 'Interresant...'Nenova zag een vrouw die op haar af kwam met twee kromme zwaarden in de aanslag. Ze was niet geraakt doro de betovering en dus gevaarlijk.
'Wat wil je?'
Ze staarde de vrouw kil aan. Lugar fluisterde haar toe wie het was, en hoe gevaarlijk ze kon zijn... als ze hen slecht gezind was... de muziek van de bard begon steeds meer op te zwellen, en al gauw voelde iedereen die bezig was zich te verdedigen een kracht in zich opkomen en de moed opzwellen. Als in een dans ontweek de bard alle zwaardslagen en bleef doorspelen. Na een slecht opgemerkte spreuk begon er ook een geluid als van een zware trommel te komen, om de klank bij te staan"Nenova" fluisterde Lugar, "dat is Aseria, ze is een vreemd wezen, half vampier half iets anders. Wat heeft ze me nooit verteld". "Ik heb haar tijdens de Trollen Oorlog ontmoet, ze heeft mij gered en genezen, in ruil voor een dagelijkse portie bloed" ging Lugar verder. Om zijn verhaal kracht bij te zetten liet hij een arm zien vol met evenwijdige lidtekens. "Toen ik genezen was zijn we ieder onze eigen weg gegaan, maar toen ik bij haar was werd het me snel duidelijk dat ze zo veranderlijk is als het weer. Het ene moment zorgt ze voor iemand en het andere moment snijdt ze zijn keel door voor zijn bloed."
Ondertussen schokte de wereld en bewoog iedereen weer op zijn gewone snelheid. Lugar hoorde een vreemde muziek die zijn bloed deed zingen ... 'Hmm, zo word alles weer goed verstoord...' Het bleek dat iemand in de vertraging de spreuk had opgeheven. Aseria deed 1 van haar zwarte handschoenen uit en een tatoeage werd zichbaar. Uit de tatoeage kwam een zwarte rook die een bel om de vier personen vormde. 'Zo, nu kunnen we praten... Lugar, lang niet meer gezien...'Nenovia schrok toen de mensen weer op volle snelheid bewogen, ze had de spreuk niet op geheven! ze schrok nog erger toen een zwarte rook om haar heen kringelde en haar het zicht benam. Het sloot haar met Naderia, Lugar en Aseria (dat was het toch) af van de rest.
'Wat wil je van ons?'
De muziek ging door haar botten, ze voelde zich er sterker door.
'Wil je een gevecht? Ik kan je makkelijk aan!'
Ze besefte dat dit niets voor haar was om te zeggen. Misschien kwam het door die vreemde muziek... 'Vechten met mij zou een grote fout worden...' Aseria deed haar bril af, de wereld zag er nu heel anders uit, alles wat donker zou moeten zijn was licht en viceversa. Haar ogen zelf waren geel/goud achtig. 'Ik weet wat je hebt, maar zolang je dat niet onder controle hebt, ben je voor mij geen enkele bedreiging.' Aseria dacht na. 'Ik zou je kunnen helpen, want ik ken plekken waar geen enkele ziel zich ooit heeft gewaagd, maar alles heeft een prijs...'Nenova merkte meteen dat ze haar niet mocht. Die gelige ogen boezemden haar angst in en riepen beelden op van afgebrandde steden en gillende lijken.....
'Jij meer weten dan ik? Je weet niet tegen wie je het hebt! Ik weet genoeg om het onder controle te krijgen, meer dan jij ooit zal weten.'
Het was niets voor haar om zo uitdagend te spreken, maar ze kon er niets tegen doen... de muziek speelde nog, en hield haar in haar macht... Aseria vond het steeds leuker worden, dat meisje zou dadelijk nog echt gaan vechten ook. Als hgaar kracht toevallig goed zou uitvallen was het nog altijd gevaarlijk. 'Ik wil niet vechten... Ik heb geen enkele reden om jullie uit te moorden.' Er klonk een zacht klikkend geluid vanuit haar schouder en er schoof iets over haar arm dat op haar onderarm weer tot stilstand kwam... Naderia stond versteld. Op een of andere manier had ze muziek gehoord en had ze een enorme kracht gevoeld. Ze had zomaar meegeholpen om die drie mannen uit te schakelen.
Van het ene op het andere moment stonden ze in een soort vreemde bel. Nevona en Aseria stonden tegenover elkaar. Aseria had er blijkbaar wel plezier in om te zien dat Nevona haar zelfcontrole leek te verliezen. Naderia pakte haar hanger. Die gloeide nog steeds lichtjes. Ze stopte hem snel weg onder haar kleding, hoewel ze wel het idee had dat Aseria het ding al lang had gezien. "Lugar," fluisterde ze "wat gebeurt er allemaal? Ik volg het allemaal niet meer? En wat is dat voor muziek? En waar komt deze bel vandaan?" De paniek die eerder was ontstaan door het geweld in de herberg, begon langzaam weer terug te komen "Ik ben bang!" Ze greep haar stok steviger vast, alsof dat zou helpen. "Zo heb ik Aseria nooit meegemaakt" fluisterde Lugar terug. "Misschien komt het door de muziek van de bard. Nenova ken ik nog maar net, maar als ik haar hoor praten moet zij ook last van de muziek hebben, net als ik overigens." Opeens hoestte Lugar, er dreef een rookpluim door de gelagkamer. Blijkbaar waren gedurende het gevecht in de herberg vernielde tafels en stoelen half in de haard gekomen. Nu lekten er vlammen aan een geteerde, houten steunbeer van de gelagkamer. Van de houten pilaar steeg een dikke zwarte rookwolk op die onder het plafond bleef hangen. "Aseria" riep Lugar, "Wat denk je er van, zullen we de herberg maar verlaten voordat het hele gebouw brandend op ons valt. Dan kun je ons buiten uitleggen wat je hier precies komt doen"'Hmm, dat lijkt mij wel het beste...' De mist loste op en Aseria liep naar buiten, terwijl ze haar bril weer opdeed... Nenova volgde Aseria naar buiten. Ze liep naast Naderia en probeerde haar uit te leggen wat er gebeurd was. Dat is alleen niet 1 van haar sterkste kanten..
'Ehm... Aseria, dat is die vrouw met die bril, heeft buiten drie mensen vermoord, ik geloof voor de lol. En zij verzameld magische voorwerpen (als ik Lugar goed heb begrepen). Lugar kent haar, zij heeft hem eerder ontmoet en zij heeft toen zijn leven gered, in ruil voor bloed. Ze is half vampier half ehm.. mens ofzo. Nu volgen we haar naar buiten omdat de herberg een beetje in de fik staat en het niet veilig is voor ons, en omstanders. We weten nog niet echt wat Aseria nou precies van ons wil...'
Ze stonden buiten. Aseria toverde de rook weer om hen heen.
'Zo, nu kunnen we praten,' zei ze. "Wel" vroeg Lugar aan Aseria, "Hoe komt het dat je midden in de stad bent. Ik dacht dat je liever bij slagvelden rond hing." Ondertussen braakte de gebroken ruiten van de herberg dikke, zwarte rookwolken uit. "Alhoewel dit wel erg op een slagveld lijkt." lachtte Lugar grimmig. 'Dat zijn mijn zaken en gaat jullie helemaal niets aan... Ben maar blij dat ik jullie wil helpen en niet wil afslachten... Dus accepteer het maar voordat ik van gedachten verander...' Zei Aseria met haar kille stem. Het geval dat op haar onderarm zat scheen weer te zijn verdwenen. 'Lugar... Jij kent mij mischien het beste van de wereld... Maar alles wat jij weet is maar een minescule fractie van hoe, en wat, ik ben...'
Aseria liep draaide zich om en liep weg. 'Volg mij, als jullie tenminste mijn hulp willen...'Lugar haalde zijn schouders op, hij wist dat hij in een gewoon gevecht Aseria wel aan zou kunnen. Als ze magische truukjes uit zou gaan halen werd het een heel ander verhaal. Hij wenkte Nenova en Naderia om hem te volgen. Ondanks zijn inschatting dat Aseria nu geen rare dingen zou uit halen bleef Lugar op zijn hoede. Hij zorgde er voor dat hij tussen Aseria en Nenova en Nedaria bleef. Ook hield hij zijn zwaard en dolk binnen handbereik. Naderia zuchte, ze snapte er allemaal niet zo veel meer van. Maar ze had wel bedacht dat ze voorlopig maar in de buurt van Nevona moest blijven, zodat die haar met de hanger kon helpen. Hoewel ze nu van het geweld wegliepen en de hanger dus minder last zou bezorgen in zijn orginele toestans. En Aseria? Daarvan dacht ze nog maar even niets. Ach, in het ergste geval .... Ik heb toch eigenlijk niet veel te verliezen. En ze liep met de anderen mee. Nenova merkte dat Naderia wat onzeker was over de gang van zaken. Ze legde haar hand op haar schouder.
'Geen zorgen, ik let wel op je Ik zal je trainen, als ik daar nog de kans voor krijg, en dan zul je erg machtig zijn, en niet meer bang hoeven te zijn.'
Ze keek weer naar voren naar Lugar, die behoedzaam om zich heen keek, en ze merkte dat hij hen wilde beschermen. Ze verwachtte niet dat hij een kans maakte als Aseria magie zou gaan gebruiken, maar het was wel lief van hem.
Aseria bracht hen naar een open plek in een bos. Ze groef in de grond en viste een glimmend voorwerp uit het gat.... Lugar hield zijn adem in, het bleek een hele mooie, fijnbewerkte, zilverkleurige hanger te zijn met een grote blauwe steen in het midden. Het leek Lugar alsof er licht in de blauwe steen pulseerde, hij deed het echter af als zijn verbeelding. Het zou wel een straaltje zonlicht zijn. "Wel ziehier" zei Aseria, "Dit is ook een van de magische hangers van de magische zes." "Zoals je wellicht zult raden zijn er zes van gemaakt" vervolgde Aseria tegen Naderia. Lugar wierp een snelle blik op Nenova die stil met haar hoofd stond te schudden. "Levert dit nu geen problemen op Aseria" vroeg Lugar "Twee van zulke machtige amuletten bij elkaar?". Opeens klonk er een dof gerommel uit de richting van de stad. "Volgens mij is het dak van de herberg ingestort" riep Nenova uit. 'Die herberg is wel ons laatste probleem...' Aseria deed het amulet om. 'Twee van deze amuletten bij elkaar moet geen enkel probleem geven... Er is één groot verschil... Ik weet hoe ik met dit amulet om moet gaan...'
Aseria liep een paar meter verder en trok een boomstronk uit de grond waardoor een ijzeren, geroeste ring zichtbaar werd. Aseria trok aan de ring en liep de trap af die eronder zat. Onder de grond bleek een hele woning te zitten. Het was pik zwart in de tunnel en Aseria Stak een paar fakkels aan die aan de muur hingen. De rest volgde haar naar binnen... Nenova volgde Waylander bezorgd de woning in. Twee amuletten konden wel degelijk voor problemen zorgen. Als Aseria de hanger van Naderia zou stelen en omdoen, kon dat vreselijke krachten teweeg brengen en konden ze zelfs allemaal sterven. Tenzij Aseria machtig genoeg was om ze allebei onder controle te houden, maar dat was niet mogelijk. Zelf de Machtige Zes konden dat maar net.... Lugar keek rond in de woning van Waylander (formally known as Aseria). Hij zag een groot aantal planken met boeken, tekst rollen en kaarten. Overal lagen potten, zakken, flesjes en manden met allerlei kruiden, zalfjes en drankjes. Dit had hij toch niet achter Aseria gezocht toen hij haar ontmoette op het slagveld. "Pak een stoel als je er een kunt vinden" riep Aseria."Ik wist niet dat je zo vlak bij de stad woonde" merkte Lugar op tegen Aseria, terwijl hij op een grote rieten mand ging zitten. De mand liet een protesterend gekraak horen maar hield het wel. Uit gewoonte had Lugar een strategische plek op gezocht zodat hij de hele woning kon overzien. "Hoe kun je mij helpen met de hanger?" vroeg Naderia, "Als je maar niet denkt dat ik hem afsta aan jou" voegde ze er opstandig aan toe. Naderia schrok van zichzelf, maar ja, de situatie was ook zo eigenaardig. "Trouwens, heeft iemand enig idee hoe mijn vader dan aan de hanger is gekomen?" Ze keek rond en nam alles in zich op. Lugar was gaan zitten en Nevona stond geinteresseerd rond te kijken terwijl ze met een half oog Aseria in de gaten leek te houden. Naderia zocht een plekje en ging zitten. "En nu?!" zei ze terwijl ze haar hanger omklemde. Nenova liet de planken voor wat ze waren, meeste spullen waren niet bijster interessant, en ze keek naar Naderia.
'Ik weet niet hoe je vader eraan is gekomen. Zoals ik al had gezegd, had de Machtige Zes ze verspreid onder de mensen. Daarna hielden ze ze niet goed in de gaten, de mensen moesten het uitzoeken. Zo konden ze leren... Helaas stierven vele bezitters, en de hangers werden dan gevonden door anderen, die dan weer stierven... soms bleef iemand langer leven omdat hij of zij meer macht had. Maar die hangers ging dus van hand tot hand, tot het nieuws van de dood van de eigenaren de hangers zelf inhaalde en niemand ze meer wilde hebben...'
Ze draaide zich om en keek Aseria aan.
'Waarom heb je ons hierheen geleid?''Ik wil iets met jullie bespreken... Als ik jullie help, wil ik ook dat jullie mij met iets helpen...' Aseria ging in een hoek staan. 'Als jullie mij helpen, wil ik jullie helpen...' Aseria was een beetje ongemakkelijk, ze hoefde bijna nooit iemand om een gunst te vragen... Nenova keek haar keurend aan. Sprak ze de waarheid?
'Waarom denk je dat wij hulp nodig hebben?''Dan niet... de keuze is aan jullie...'"He! Niet zo snel! Het is allemaal al ingewikkeld genoeg." Naderia dacht even na. Misschien was het wel het lot dat hen allen precies nu bij elkaar had gebracht. Ze keek naar Lugar. Daarna naar Nevona en Aseria. Het was een ongewoon groepje dat hier bij elkaar was. Ze kende hen geen van allen en was het nou zo verstandig om alleen op Nevona te bouwen? Als die hanger echt zo sterk was als zei vertelde, en Aseria had er ook een. Wie zou haar dan het beste kunnen helpen? Twee krachten samen zijn sterker dan een alleen.
Het zat trouwens wel in haar natuur om anderen te helpen. "Als je nou eerst eens vertelt waarmee wij jou kunnen helpen Aseria? Er is toch niets op tegen als we elkaar kunnen helpen?!" Ze bloosde, ze werd verlegen van de hele situatie. Alles was immers begonnen met haar hanger. Nenova keek naar Naderia. Ze snapte haar antwoord wel, maar zij wist niet alles wat zijzelf wist...
'Naderia, ik weet zeker dat ik je kan helpen. Elke hanger heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing die je eerst moet doorpluizen om achter de magie te kunnen komen. Als je 1 hanger kan gebruiken, betekend dat niet dat je meerdere kan gebruiken. Ik ben getraind in magische raadsels, laat mij je helpen, en niet Aseria.'
Ze keek naar Aseria.
'Misschien. Misschien kunnen we elkaar helpen. Laat ons eerst maar horen wat jij voor ons zou willen doen, en wat wij dan voor jou moeten doen.'Aseria dacht na... 'Ik weet meer van deze amuletten dan jullie denken... Zo ken in de makers... Beter dan jullie denken... Zo weet ik waar je er mee om kunt leeren gaan... Zo weet ik manieren om er mee om te gaan...' Er viel een korte stilte in de kamer. 'Ik kan jullie niet vertellen... Wat ik van jullie ga vragen... Het zal niet veel meer zijn dan ik aan jullie geef...' Aseria hield haar gedachten voor zichzelf. De catacomben onder haar huis zouden een perfecte trainings plek zijn. Nu het door alle de oorspronkelijke eigenaars werd bewoont was het een goede ervaring voor de groep reizigers... Lugar zat stilletjes op de mand. Hij had zijn ogen half gesloten, maar hij hoorde het gesprek wel. Opeens merkte hij op: "Met magie kan ik je niet helpen, maar als je de behoefte hebt aan een zwaard, nou die hulp kan ik je wel aan bieden." "Je weet trouwens dat de Magische Zes al duizenden jaren geleden zijn verdwenen Aseria, dus nu ben ik wel nieuwsgierig waar je ze dan van kent? Ik neem aan dat jij niet zo oud bent???". Na dit gezegd te hebben leunde Lugar weer rustig naar achter tegen de muur aan. Vervolgens rommelde hij wat in zijn knapzak en trok er een brood en een stuk kaas uit. "Iemand anders ook wat??" 'Laat ik het samenvatten... Jullie kunnen voor een tijd hier wonen en eten... Ik lee haar met het amulet om te gaan... Als het nodig is geef ik jullie nog andere training... Jullie helpen mij daarnaa met iets waar ik om vraag...' Aseria dacht na, ze wist niet of ze deze mensen kon vertrouwen, maar ze moest wel. Als ze het meisje met haar amulet om kon leren gaan was het makkelijk om het te halen, maar ze zou de andere moeten vertrouwen, iets wat ze nog nooit had gedaan. 'Als jullie willen kunnen jullie in mijn huis rondkijken... Mischien maakt dat verschil uit...'Nenova dacht na over het aanbod.
'Als iedereen het goed vind, vind ik het wel goed. Maar ik wil graag bij de training zijn, als Naderia dat goed vindt tenminste. Ik kan helpen. Ik kan haar er ook mee leren omgaan, maar misschien gaat het sneller als jij het doet... of wij samen... en ik kan er misschien ook wat van leren.'"Ik vind het goed. Ik wil gewoon graag leren met de hanger om te gaan. Kan ik verder met mijn leven. En ik vind het erg fijn als Nevona erbij blijft om me te helpen." Ze keek even rond. Waar zouden ze dan allemaal slapen? "Persoonlijk zou ik toch eerst willen weten wat je van ons gaat vragen Aseria" merkte Lugar op. "Wie weet wat je ons gaat vragen? Moeten we iemand voor je vermoorden?? Of krijgen we een of andere onmogelijke opdracht?" Hij wendde zicht tot Naderia "Ik weet dat je graag beter met de hanger om wil gaan, maar wees voorzichtig met wat je belooft aan Aseria". Dit gezegd hebbende leunde Lugar weer naar achter en knabbelde wat aan een stuk kaas. Nenova keek Lugar verbaasd aan.
'Ik heb die hanger niet, maar Naderia!
lastig he, die namen
Maar je hebt gelijk, wát zouden we dan moeten doen?' Ze keek Aseria vragend aan. 'Je zei dat je het ons niet kunt vertellen... is opschrijven een optie?''Ik kan jullie daar niets over vertellen... Ik moet eerst zien of jullie er wel geschikt voor zijn... Dat moet duidelijk worden tijdens de training... ' Ze moesten er gewoon mee instemmen, het zou heus niet zo'n zware taak worden, maar ze kon er gewoon niets over vertellen... Naderia overdacht de situatie. Natuurlijk had Lugar gelijk. Zo maar een belofte doen terwijl je niet weet wat je beloofd is geen goed idee. Toch had ze het idee dat Aseria haar zou kunnen helpen. Maar Nevona zou dat ook kunnen. Anders, ze zouden me beide anders helpen. Ieder op haar eigen manier. Maar welke manier is de beste? Als ze naar Aseria keek dan voelde ze zich op haar hoede. Ze wist niet precies wat van haar te denken. Nevona had echter vanaf het eerste moment al vertrouwelijk aangevoeld. Kon dat dan niet misleidend zijn? De eerste stap is gezet, ik moet verder. Het kan niet anders dan lot zijn dat we hier zitten en dat beide me willen helpen, hoewel om verschillende redenen. Op zich had Aseria hen blijkbaar echt nodig. En het lag in haar natuur om iedereen hulp te bieden... maar niet ten koste van alles.
Ze keek op vervult van een rust. Ze kreeg er een blos van op haar wangen en haalde diep adem. "Laat ik het zo stellen. Persoonlijk wil ik graag dat zowel Aseria als Nevona me helpen. Volgens mij kan ik van beide een hoop leren. ... Ik wil daarna Aseria helpen, MAAR, daarbij wil ik niet mijn eigen normen en waarden overboord gaan zetten. Ik heb in mijn leven nog nooit opzettelijk iemand kwaad gedaan en wil daar ook niet mee gaan beginnen. Hanger of geen hanger." Ze pauzeerde even. "Ik heb ook een beetje het gevoel dat het lot ons hier samen heeft gebracht. En dat zal dan wel voor een goede reden zijn." Met een diepe zucht sloeg Naderia haar ogen neer. Zo... dat is eruit.
Laatst gewijzigd door Agravain op 04 apr 2006 18:30, 2 keer totaal gewijzigd.

Agravain
Beheerder
Berichten: 2513
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 28 jun 2005 19:07

Ze vroeg zich af wat ze zou doen als Nevona zou beslissen niet te blijven, zou ze dan kiezen voor Aseria of voor Nevona? Beide bezaten een kracht die volgens Naderia elkaars gelijke was, alleen anders... Lugar borg het eten op, blijkbaar had niemand verder interesse in eten. Hij haalde een slijpsteen uit zijn buidel en begon zijn zwaard te wetten. "Nou Aseria, mijn hulp heb je, tot op zekere hoogte. Ik heb je nooit echt kunnen bedanken voor de hulp die je mij geboden hebt". "Ik ben niet van plan om zomaar iedereen voor je te vermoorden als je dat zou vragen, maar ik denk dat je dat soort wensen ook niet gaat vragen". Lugar keek langs de snede om te zien of er nog kepen in zaten. Vervolgens pakte hij een vette doek en begon het blad op te poetsen. "Maar als je iets meer in detail kunt treden zou ik het wel prettig vinden" vervolgde hij. "Hoe lang gaat het duren, moeten we op reis, waar naar toe?". Het leek Lugar niet handig om onvoorbereid op pad te gaan, als ze de wildernis in zouden gaan had hij graag wat eten bij zich. Ook zijn medicijnbundel had eigenlijk aanvulling nodig. Daar was hij als gevolg van het gebeuren in de herberg nog niet aan toe gekomen. Nenova keek naar Naderia.
Het lot... dacht ze. Zou het lot ons hier echt heen gebracht hebben?
Ze geloofde niet echt in het lot, maar wel dat sommige dingen een reden hadden.
Welke reden zou dit hebben?

Lugar sprak nu. Hij had goede vragen. Ze moesten meer weten voor ze echt een belofte zouden afleggen... maar wat als Aseria echt niets kon zeggen, zouden ze dan weggaan? Of afwachten? Wat zou Aseria doen als ze het zouden beloven en hij Naderia zou trainen, en zij daarna niet hun kant van de belofte zouden nakomen?

'Aseria, we hebben meer informatie nodig! Echt waar... Kun je misschien iets vertellen over het soort hulp dat wij moeten bieden? 'Het lijkt erop dat jullie echt alleen maar gaan als ik meer vertel... Het zal het einde zijn van de training... Ik weet zeker dat het jullie allen zal boeien...'Lugar grijnsde "Over die training gesproken, daar heb ik nooit genoeg van." "Wat dacht je van een potje sparren?" Hij begon zijn zwaard te omwikkelen met een dikke doek, die hij vast zette met een eind touw wat hij van de grond had opgeraapt. Het kon zo nog uren duren... Naderia dacht na. Ze was nooit zo goed geweest in dit soort beslissingen. Nevona leek haar veel wijzer dan ze zelf was, ondanks haar jeugdige leeftijd. Toch moest er iets gebeuren. Blijkbaar was het wederzijdse wantrouwen te groot om tot een beslissing te komen. Naderia sloot haar ogen en nam een beslissing..... "Ik blijf. Ik ga Aseria's training volgen en zal dan proberen haar te helpen... Binnen mijn eigen grenzen." Ze zweeg even voor ze verder ging. "En ik hoop dat jullie ook blijven." Ze hield haar ogen gesloten. Ze had het er warm van gekregen. Zachtjes vroeg ze "Heeft iemand iets te drinken voor me?" Lugar schepte een kan water uit een ton, deed er wat kruiden bij voor de smaak en gaf de kan aan Naderia. "Alsjeblieft, het is trouwens een goed besluit om te blijven. Misschien leer je nog wel wat van Aseria en van Nenova. Barst misschien leer ik nog wel wat van jou. Als je al zo lang met die hanger rondloopt moet je toch wel over behoorlijke krachten beschikken als ik het goed begrijp van Nenova". Terwijl hij dit zei keek Lugar met een schuin oog naar Nenova. Nenova was blij met het besluit van Agravain en Naderia. Ze wilde graag weten wat Aseria wist en wat ze haar nou beloofd hadden...
'Dat is dan geregeld? Wij blijven voor een training, en aan het einde van die training krijgen we te horen wat we beloofd hebben, als ik je goed begrijp.'
Ze pakte ook wat water en leste haar dorst.
Aseria leidde hen naar een ruimte onder het huis. 'Hier zal de training vooral plaatsvinden.'
Ze keken rond ind edonkere ruimte, die veel weg had van een kerker... De donkere kamer had vier uitgangen. Aseria ging in het midden zitten, de reste volgde haar voorbeeld. 'Ik zal jullie nu vertellen wat jullie training zal inhouden... Jullie denken dat jullie je nu in mijn huis bevinden, maar dit is eigenlijk één van vijf ingangen van de catacomben onder de aarde... Ze zijn gebouwd door de eerste bewoners van deze wereld... Toen die bewoners zijn verdwenen zijn ze overgenomen door allemaal wezens uit de onderwereld.... Ik heb delen ervan verkent en die afgebakend met fakkels... De training leg ik simpel uit... In de onderste laag van de catacomben ligt dat gene wat Nenova met het amulet kan laten omgaan... De catacomben die ik heb verkend zitten vol met vallen en wezens, maar zijn nog redelijk veilig... Ik laat jullie helemaal vrij in jullie reis, maar zal wel meegaan en helpen... Maar blijf altijd in gangen die zijn verlicht met fakkels... De rest is niet verkent door mij en kan vanalles bevatten... ' Aseria keek de groep rond 'Nog vragen?'"Moeten we onze bezittingen niet even nalopen om te zien of we alles bij ons hebben wat we nodig kunnen hebben in de catacomben?" vroeg Lugar. "Mijn medicijnbundel mag wel wat gevuld worden eerlijk gezegd. Verder heb ik nog maar weinig eten, en geen touw bij me. Of mogen we jou voorraadkast plunderen Aseria?". "Indien we met z'n allen voldoende spullen hebben dan kunnen we wat mij betreft gaan" ging Lugar verder die toch wel stond te popelen om wat actie. Nenova luisterde aandachtig. Het was een aprte manier van trainen... Ze in het onbekende storten en zien wat ze leerden...
'Aseria, waarom mogen we niet van die gangen weg, als jij ze nog niet verkent hebt, is het toch juist goed voor de training? En met zn allen zijn we sterker dan jij alleen. Denk jij dat wij met zn driën minder sterk zijn dan jij alleen? Wij kunnen ook wel monsters en wezens aan, je bent niet de enige. Agravain is zeker geen beginneling (dacht ik zo) en ik heb ook al heel wat wezens verslagen. Naderia is behoorlijk sterk, dus waarom scheep je ons op met de zwakke monsters?'
Ze weigerde als een klein kind behandeld te worden, en als het er ook maar op leek, kwam Nenova altijd in opstand... zoals nu... 'Agravain... Je mag mijn vooraad plunderen... Als je dat zo wil noemen...' Aeria keek naar Nenova, 'Je begrijpt me verkeerd... Ik heb nooit gezecht dat hier zwakke wezens leven... in tegendeel zelfs... Er leven hier wezens die een groep van 10 mensen nog zouden afslaan... Ik zech alleen dat als je van de paden afgaat... Je ten eerste zou kunnen verdwalen... Ik ken het gebied daar ook niet... Ten tweede zitten daar wezens die nog nooit zijn gezien... Of wel gezien, maar door mensen die het niet hebben kunnen na vertellen... En ik zal wel helpen... Maar het is jullie training... Als jullie mij iets vragen om te doen... Zal ik het proberen... Maar ik zal jullie niets over de catacomben vertellen... Buiten dat het er gevaar lijk is...'Inmiddels had Lugar de spullen die hij nodig dacht te hebben gevonden: een flink eind touw, een olielamp met een fles olie. noodransoenen in de vorm van gedroogd fruit, gedroogd vlees, bonen en meel, extra waterzakken en een gevulde medicijnbundel. Hij gespte zijn zwaard weer om, controleerde zijn dolken en riep: "Wel welke van de gangen zullen we nemen. Voor zover ik kan zien zijn ze alle vier verlicht met fakkels." Hij rolde zijn mantel op tot een bundeltje en bond deze aan zijn rugzak. Hij keek Aseria afwachtend aan. "Ik ben gereed." Aseria liep naar een muur, ze drukte na elkaar op een paar stenen, en een luik opende zich. Ze haalde zes rode flesjes uit het vak, samen met een zwarte uitfit. Daarna trok ze er nog een zak met spullen uit. Ze trok aan een touw in het vak en het luik sloot zich weer naadloos met de muur. Ze liep op een kamer af, 'Pak snel wat je nodig hebt, we vertrekken meteen...' Ze sloot de deur achter zich... "Ga jij ook mee Aseria??" vroeg Lugar terwijl hij naar een deur liep. Hij bekeek hem maar kon niet zo snel een manier vinden om deze te openen. Hij keek even naar Nenova die ook dichterbij kwam. "Oh hier kan ik wel wat mee, is een heel eenvoudig magisch truukje om de klink te verbergen." Ze sloot even haar ogen, er trok een trilling over de deur en de klink werd zichtbaar. "Jij beschikt echt alleen maar over genezende magie he" vroeg ze aan Lugar. "Klopt" zei deze, "Hoewel het meer aangeboren is dan bewust een magische gave, voor de rest vertrouw ik onderandere op deze" terwijl hij op zijn zwaard klopte. Lugar trok de deur langzaam open en er verscheen een gang die verlicht werd door een fakkel. Heel in de verte flikkerde de volgende fakkel. Een zacht kreunend geluid leek uit de gang te komen. Lugar kreeg een onheilspellend gevoel. "Nou laten we dan maar gaan" zei Lugar terwijl hij langzaam de gang in stapte. Nenova keek in de schemerig verlichte gang die Lugar binnenstapte. Ze snoof diep voor de ingang. Vaagjes rook ze de geur van kwade dingen, maar de geur was zwak. Ze keek om naar Naderia die nog niet was opgestaan.
'Kom je mee?'vroeg ze.
Naderia stond op. 'Jah... ik kom al...'
Nenova merkte twijfel bij Naderia.
'Is het niet het soort training dat je verwacht had? Het is ook ongewoon, maar je leert wel met de hanger omgaan, ik beloof het.'
Ze pakte Naderia's hand en leidde haar mee de tunnel in. Aseria volgde hen en deed de deur dicht. Nenova keek in de schemerig verlichte gang die Lugar binnenstapte. Ze snoof diep voor de ingang. Vaagjes rook ze de geur van kwade dingen, maar de geur was zwak. Ze keek om naar Naderia die nog niet was opgestaan.
'Kom je mee?'vroeg ze.
Naderia stond op. 'Jah... ik kom al...'
Nenova merkte twijfel bij Naderia.
'Is het niet het soort training dat je verwacht had? Het is ook ongewoon, maar je leert wel met de hanger omgaan, ik beloof het.'
Ze pakte Naderia's hand en leidde haar mee de tunnel in. Aseria volgde hen en deed de deur dicht. De gang werd maar zwak verlicht door de fakkels. 'Dat is Inoch Olie... Het brand maar zwak maar het houd een fakkel jaren brandend.' Er was genoeg licht om normaal te zien, maar Aseria zag beter zonder haar bril en deed die dan ook niet op. Ze liep achter de rest aan en liet hun leiden.
De gang kwam uit op splitsing, één gang ging naar links, de ander naar rechts... Naderia volgde. Ze klampte met haar ene hand vast aan de stok die ze in de herberg had gebruikt. Haar andere hand had ze aan Nevona gegeven.
Ze was blij dat zowel Lugar als Nevona hadden besloten mee te gaan. Alles ging toch zo snel. Ze had nog een en ander uit Aseria's zak gepakt. Weet ik veel wat ik mee moet nemen? Op dat moment had ze da anderen nog even aangekeken, hopend op hulp over wat mee te nemen. Monsters, wezens, gevaar? Waar ben ik aan begonnen?
Ze volgde... Haar ogen begonnen te wennen aan nieuwe overgang van lichtsterkte. "Je hebt vast gelijk hoor" Zei ze tegen Nevona. "Maar dat wil nog niet zeggen dat ik sta te springen om allerlei onbekende vreemde en gevaarlijke dingen te gaan tegenkomen." Ze haalde diep adem. "Maar ik zal mijn best doen." Ze moest even lachen. "Het zal vast heel leerzaam zijn op allerlei gebieden. Ik geloof alleen niet dat mijn vaardigheid in koeienmelken hier gaat helpen."
De weg splitste zich. "En nu? Links of rechts?" Naderia liep naar de ingang en luisterde aandachtig of ze iets hoorde. Lugar tuurde beide gangen in, in beide was een eind verder een fakkel te zien. Een van de gangen boog echter enigszins omhoog en de andere kronkelde dieper de aarde in. "Laten we de gang omlaag maar nemen" zei Lugar. "Gangen die er op het eerste gezicht aantrekkelijk uitzien blijken vaak onaangename verrassingen te bevatten."
Hij keek nogmaals in de omhoog lopende gang en er liep een koude rilling langs zijn rug. Onbewust tastte Lugar naar zijn zwaard. Toen stapte hij resoluut de omlaag kronkelende gang in. Gelukkig begonnen zijn ogen ook aan het zwakke licht te wennen. Plotseling klonk er een snerpende gil, vol frustratie en woede, uit de andere gang blijkbaar had Lugar deze keer een juiste keus gemaakt. 'Hmm...' Fluisterde Aseria. 'Leuk begin...'
Een paar meter verderop schoof een schaduw uit het zwarte van de tunnel naar hun toe. 'Als je je Amulet wilt gebruiken... Zorg dan voor licht...' Aseria trok een hand schoen uit en het licht van de fakkel die achter hun hing scheen even te weerspiegelen in haar hand. Een kort schurend geluid was te horen, alsof een zwaard uit een schede werd getrokken. Toen Aseria's hand weer zichtbaar werd zat er een metalen klauw aan, die blijkbaar in haar handschoen zelf vast zat.

Nog een gil ontstak wat verder uit de gang, nu dichterbij dan net. Een schaduw werd zichtbaar, twee rode ogen fonkelde in de zwakke licht... Lugar huiverde. Blijkbaar liet het wezen in de andere gang zijn prooi niet zo heel snel lopen. Het leek er op dat het ding, beest wat het ook was achter hun aan zou komen. Lugar draaide zich om en trok zijn zwaard en zijn dolk. Hij gebaarde Nenova achter zich maar die liet zich niet als een klein kind behandelen en bleef naast hem staan. Lugar zuchtte "Ok dan maar op de moeilijke manier" Hij tuurde de gang af en zag twee bleek rode ogen naar hun toe komen. Langzaam werd een zwarte schaduw zichtbaar van het wezen. Aseria had zichzelf inmiddels ook al bewapend zag Lugar. Opeens maakte het wezen vaart, Lugar sprong met een kreet naar voren en botste met een licht gerinkel van zijn malienkolder tegen een grote zware stinkende massa. Hij ramde zijn dolk naar voren maar leek niks te raken. 'Nooit tegen geesten gevochten?' zei Aseria tegen Agravain en ze wierp hem een klein, zilveren zwaard toe... Nenova zag dat Lugar naar de geest toesprong. Toen hij het zwaard erin ramde merkte ze pas dat het een geest was. Ze had het eerder moeten voelen, nu was Lugar al in het gevaar gestort zonder te weten tegen wat hij vocht. De geest verscheen achter Lugar die hem niet zag. Snel tekende ze figuren in de lucht, die daar stralend bleven hangen. Toen ze uitgetekend was, stuurde ze de tekens naar de geest. Ze brandden in de geest, ze hoorden zijn afgrijselijke gil die hun trommelvliezen bijna deed scheuren. Uiteindelijk werd het stil. De geest stond klaar om Lugar aan te vallen.
'Val aan, Lugar!' schreeuwde Nenova. 'Hij is massief! Je kan hem doden!''Zo kan het ook ja...' zei Aseria op een beetje spottende toon... Lugar draaide zich om en zag het zilveren zwaard, dat Aseria hem had toegeworpen, liggen. Snel stak hij zijn dolk weg, greep het zwaard en sneed laag over de grond, waar bij een mens de achillespees zat. De zwarte massa stortte inelkaar. Lugar slaakte een zucht van opluchting. Met een paar snelle halen sneed hij ter hoogte van de keel een paar keer en riep naar de anderen: "Als iemand een tip heeft om het goed om zeep te helpen hou ik me aanbevolen". Lugar maakte zich nog zorgen omdat hij nog niks had gezien dat op bloed leek. Hij wist niet hoelang Nenova de betovering instand kon houden. Nenova keek Aseria geïrriteerd aan.
'Dacht je nu echt dat alleen door die betovering Lugar hem kon afmaken? Dat zwaard van jou was ook nodig, dus maak me niet zo belachelijk.'
Ze keerde zich tot Lugar. 'Ik weet het niet, eerlijk waar. Ik heb niet zoveel verstand van geesten, aleen een paar kleine betoveringetjes om ze makkelijker verslaanbaar te maken. Maar ze echt verslaan heb ik nog nooit gedaan... Aseria, jij weet het, of moeten we dit zelf oplossen?''Zilver doet geesten en dat soort net zoveel schade als een stalen wapen... Nogmaals, als je hem wil afmaken, zorg dan voor licht... Ik dacht dat je van dat soort dingen wel meer verstand had...
Lugar'
Aseria liep een tiental meters terug, pakte een fakkel en wierp hem door de nauwe gang op de geest, hij schoot vlak langs Nenova en Naderia. De geest verbrande al voordat de fakkel hem aanraakte. 'Dit is maar zwak soort... Elk ander wezen had jullie opgewacht...'Naderia stond met grote ogen te kijken.. 'Als je je Amulet wilt gebruiken... Zorg dan voor licht...' hoorde ze. Mijn hemel! Lugar en Nevona gingen in de aanval. Er kwam uiteindelijk een toorts voorbij en het wezen verdween. Naderia was met stomheid geslagen, ze zou toch iets moeten gaan doen wilde ze haar steentje ook bijdragen. Ze raapte de toorts op die op de grond terecht was gekomen en keek vervolgens bloedserieus naar Nevona, Lugar en Aseria. "Ik zal toch een en ander moeten leren... en snel. Ik kan misschien wel behoorlijk overweg met een stok, maar van geesten en andere monsters heb ik geen verstand. Dus als iemand me op de hoogte wil stellen. Graag."
Ze nam zich voor om alles te gaan leren wat er te leren, of het nu over magie of over vechten ging. Er waren drie leermeesters aanwezig, dus dat moest kunnen. Ze liep terug naar de plaats waar Aseria de toorts had gepakt en plaatste hem weer terug. "Kom, we gaan verder. We moeten verder." "Veldslagen worden meestal niet in het donker uitgevochten Aseria, dat zou jij toch wel moeten weten" antwoordde Lugar. "Maar goed voor de volgende weten we wat we moeten doen, ik vertrouw in dat opzicht wel op Naderia en Nenova om snel licht te kunnen maken." Lugar inspecteerde snel zijn malien en zei "Nou laten we deze gang dan maar verder verkennen." Met Lugar, die inmiddels zijn olielamp had aangestoken, voorop trok het viertal verder de tunnel in. Na een aantal bochten troffen ze een grot aan. Vanuit deze grot liepen een aantal tunnels verschillende richtingen op. Lugar wees op een stapel botten in een hoek van de grot. Het leek er op dat hier een mens aan zijn einde was gekomen. Nenova bekeek de stapel botten nauwkeurig.
'Ze zijn afgekloven,' meldde ze. 'Kijk maar, je kan er tandafdrukken in zien staan. Het zijn wel grote tanden... We moeten erg voorzichtig zijn. Als dit wezen je tussen zijn kaken heeft, kan hij je denk ik in een hap doodbijten...'
Ze keek nerveus om zich heen en was gerustgesteld toen ze geen beweging zag, behalve die van haar nieuwe vrienden. Ze ging naast Naderia staan.
'Om licht te maken, misschien helpt het om heel hard aan licht te denken, en te visualiseren dat het uit je lichaam stroomt. Ik vermoed dat je hanger die magie oppikt en zelf gaat gebruiken. Maar probeer niet aan de hanger te denken. Misschien werkt het.'Doorbijten. Huh, dat was Gerdom niet eens gelukt. En hij had genoeg kracht om Staal te breken als een takje... Aseria dacht wat voor zich uit.
De groep stond stil voor de vier tunnels, Aseria had geen zin om nog langer naar de anderen te luisten en liep willekeurig een grot in. De grot maakte een bocht, verderop dansten schaduwen van wezens op de muur, vlak naast nog een bocht. Aseria sloop verder, ze keek om de hoek en zag een groep beesten voor een fakkel staan. Het waren 2 potige beesten met enorme koppen... "Ik zal het eens proberen" Naderia dacht aan licht en vanuit licht kwam ze onbewust uit bij lampen, olielampen. Ze hield onwillekeurig haar hand omhoog en het enige resultaat was dat de olielamp die Lugar vast had zijn best deed om naar Naderia te zweven. "O, sorry." Naderia bloosde. "Dat was niet bedoeling." Ze probeerde het opnieuw en heel flauwtjes vomde zich een soort lichtcircel om haar hand. Het was echter zo'n zacht schijnsel dat je er nauwelijks een brief bij zou kunnen lezen. "Nou ja, het is een begin." zei ze. "Waar is Aseria?" Naderia kreeg plots sterk behoefte aan iets scherpers dan een stok en pakte een dolk die ze voor hun vertrek uit Aseria's zak met spullen had gepakt. Lugar zag Aseria om een hoek verdwijnen. Hij voelde opeens een rukje aan de olielamp die hij vast hield. "Oh sorry, dat was niet de bedoeling" zei Naderia blozend. Lugar grinnikte even. Hij gebaarde naar Nenova en Naderia dat hij Aseria achteraan ging. Het leek hem niet verstandig om te veel herrie te maken. Wie weet wat er mogelijk nog in de duistere openingen van een aantal gangen schuilging.
Een eindje verder zag Lugar Aseria om een hoek turen. Hij sloop dichter bij en een vlaag zware stank van natte vacht prikkelde zijn neus. Hij tuurde langs Aseria heen en zag tweepotige beesten staan bij een van de fakkels. Voor zover hij kon zien waren het er een stuk of zes maar wie wist hoeveel er nog buiten zijn gezichtsveld waren. Hij siste zacht tegen Aseria, "zijn deze beesten wel stervelijk of zijn het geestverschijningen?" Aan de geur leek het Lugar dat het gewoon beesten waren maar dan wel van een soort die hij nog nooit was tegen gekomen. Lugar was achter Aseria aangelopen, Naderia had nog net meegekregen welke grot hij was ingelopen. "Ik denk dat we beter meteen kunnen volgen. Opsplitsen maakt ons zwak als groep." En ze liep achter Lugar aan. Iets verder stonden Lugar en Aseria om een hoek te kijken. Kan nooit goed zijn. "Wat is er om de hoek?" fluitserde ze. Ze keek even over haar schouder of ook Nevona was gevolgd. Nenova zak Lugar achter Aseria aangaan. Ze had er geen goed gevoel over ,ze hadden beter een andere gang kunnen nemen... Ze bleef bij Naderia.
'Lukt het? Stel je voor, je moet het echt zien, dat jou hele lichaam licht uitstraalt, niet alleen je hand. Aan de hoeveelheid magie die jij bezit te zien, zal het wel lukken. En dan, als je begint te gloeien, gaat de hanger het misschien over nemen. Als hij dat doet, moet je ervoor zorgen dat je een klein lichtbronnetje inder de hanger houd gevisualiseerd zodat je hanger blijft branden. Kun je dat, denk je?'
Ze lbeef achter om Naderia wat meer met de hanger om te leren gaan, hoopte ze. Zelf kon ze ook wat trainen, of vorozorgingsmaatregelen treffen... Maar eerst het licht, dat kon ook wel eens helpen tegen geesten.

oeps, Nahima, ik had je post niet gezien ehm, ik brouw er wel wat achter

Naderia was het er niet mee eens, ze wilde liever bij Aseria en Lugar blijven en volgde hen. Het was niet dat ze Nenova niet vertrouwde, maar ze had toch liever wat meer mensen om haar heen in deze grotten... Nenova zuchtte en volgde hen toen ook maar. Met alleen achterblijven bereikte ze niets, behalve misschien de dood. Ze schrok toen ze de wezens zag. Wat waren dat? Ze snoof. Natte vacht, stinkende adem... Waren het...
'Aseria,' fluisterde ze. 'Zijn dat Nachtwakers? Wolven van de nacht die vroeger mens waren en nu bedekt zijn met vacht en alles vermoordden en vernietigen dat licht brengt?''Huhu' fluisterde Aseria. 'Het lijk mij wel zo slim als we er omheen lopen, tenzij iemand zin heeft in een echt gevecht...'
één van de beesten stak zijn neus en snoof de lucht op. Aseria vloekte 'Zover voor een simpele ontmoeting... Nou... proberen jullie is iets...'Lugar zag dat Naderia inmiddels ook met een dolk rond liep. Hij gaf haar ook het zilveren zwaard van Aseria, wat hij nog steeds bij zich had, en fluisterde "Ik hoop dat je er mee om kunt gaan?" Hij trok zijn eigen zwaard en nam in zijn andere hand een dolk. Lugar hoopte dat de zes wezens die hij zag de enige waren. Hij had een huurling wel eens horen zeggen dat Nachtwakers nooit in groepen groter dan 11 leden rondzwierven. Waarom kon de huurling hem ook niet vertellen. Lugar hoopte maar dat de huurling het bij het rechte eind had gehad.
Een van de Nachtwakers had inmiddels hun geur opgepikt en kwam snuffelend hun richting op. Lugar gebaarde de anderen naar achter in de hoop het wezen uit het zicht van de andere beesten te lokken zodat ze er nog betrekkelijk makkelijk van af zouden komen. Naderia frommelde haar stok ergens op haar rug. Ze wilde hem niet kwijt, want met een stok kon ze in ieder geval overweg. Ze pakte het zwaard aan dat Lugar haar gaf en moest even wennen aan het gewicht. Ze trokken zich een stukje terug. "Zeg Nevona," fluisterde Naderia, "als de hanger weer op geweld reageerd als het uur voorbij is, wat nooit lang meer kan duren... dan zou hij moeten reageren op een gevecht. Toch? Of werkt dat bij geweld met vreemde wezens weer anders? Als ik nou die vuurbal onder controle zou kunnen krijgen?" Ze dacht even na... "Misschien toch niet zo'n goed idee. Als het mis gaat rooster ik ons allemaal." Ze zette zich schrap. Dan maar ouderwets. Hoewel het idee dat ze een levend wezen pijn moest gaan doen haar erg tegen stond, stond ze wel klaar om zichzelf en de anderen te verdedigen. Nou ja, om het dan toch in ieder geval te proberen. Zo'n zwaard was toch wel wat anders als een stok. Lugar zag dat Naderia wat onwennig naar het zwaard keek. Hij nam zich voor om tijdens de volgende stop een begin te maken om haar te leren zwaardvechten. Zolang ze nog niet op de hanger kon vertrouwen leek het hem 't beste als ze ook met een zwaard kon omgaan. "Naderia" fluisterde Lugar, "Als je liever met de stok vecht moet je dat doen, je kunt je nu geen vergissingen veroorloven. Als je de beesten buitenwesten slaat, dan maak ik het wel voor je af." Naderia was erg goed met een vechtstok had Lugar gemerkt in de herberg. Plotseling huilde de Nachtwaker die hun kant op was gelopen.

Lugar slaakte een vloek, toen herinnerde hij de opmerking van Nenova, de beesten hadden overeenkomsten met wolven. Meer tijd om na te denken had hij niet want de meute stormde op het groepje af. Wel zag Lugar dat het er inderdaad maar zes waren. Het schijnsel van de fakkel naast hun verlichte de gang, waardoor Aseria maar moeilijk kon zien. Aseria deed een paar stappen naar achter en de drie bladen van haar klauw schoten door haar handschoen. 'Nou, neem het initiatief zou ik zeggen...'"Als je liever met de stok vecht moet je dat doen, je kunt je nu geen vergissingen veroorloven. Als je de beesten buitenwesten slaat, dan maak ik het wel voor je af." Maar voor Naderia het zwaard kon wissellen vielen de beesten aan. Het eerste wat ze deed was de dolk werpen. Het ding raakte de voorste nachtwaker tussen zijn ogen. "Raak! Hebben we net even iets meer tijd."
Terwijl het beest voorover viel stak ze haar hand uit en dacht aan de dolk. "Dolk" zei ze zachtjes om haar gedachten kracht bij te zetten en de dolk rukte zich met wat moeite uit de nachtwaker en zweefde weer naar haar hand. Ze dacht even heel snel na en wisselde toen heel snel het zwaard voor haar stok. Snel zette ze de dolk vast aan het einde van de stok. Nu kon ze in ieder geval de nachtwakers verwonden en, als ze ze op de juiste plaats raakte, misschien zelfs doden. Ze zette zich schrap. "Nevona? Neem het zwaard, dan kun je je verdedigen.." Wat een idee, zij heeft daar vast andere manieren voor.
De nachtwakers vielen aan, Lugar en Naderia verdedigde zich. Naderia dook net niet snel genoeg weg en liep een kras op van een van de nachtwakers. "Auw! Rotbeest, dat doet pijn" In een snelle haal sloeg ze het beest eerst in zijn maag en haalde daarna in een schijnbeweging uit naar de achterkant van zijn poot. De dolk deed zijn werk en er ontstond een diepe snee. Als het was gelukt wat haar bedoeling was had ze zojuist zijn achilispeel doorgesneden. Nou maar hopen dat die beesten een achilispeel hebben. Nenova hoorde Naderia haar het zwaard aanbieden. Misschien moet ik inderdaad maar eens een zwaard pakken... Ze zijn te snel voor mijn magie... Maar voor ze het zwaard kon pakken dook Naderia opzij. Al snel waren Aseria, Lugar en Naderia in een zwaar gevecht verwikkeld en stond ze er een beetje naast. Ze moest toch iets doen... Ze gebruikte haar magie.

Een grote bal licht verscheen in de smalle gang. Ze konden e rniet in kijken zonder verlbind te worden. De Nachtwakers piepten en renden er haastig vandoor. De bal licht zwakte af tot het weer schemerig in de gang was. Verbluft staarde de rest haar aan.
'Ze kunnen niet zo goed tegen zonlicht. Daarom zijn het ook NACHTwakers, ze hebben een hekel aan licht.'Lugar sprong opzij en sneed met zijn dolk de buik van een Nachtwaker open, terwijl de darmen van het wezen langzaam naarbuiten rolde keek hij al weer naar de volgende. Tijdens gewone gevechten was Lugar in zijn element, hij wist wat hij kon en hij had uitgebreide ervaring opgedaan in verschillende veldslagen. Wel zag hij Naderia even wankelen toen de klauw van een Nachtwaker haar verwondde. Plotseling zag Lugar niks meer als gevolg van een felle lichtflits. Hij hoorde gejank om zich heen en geschuivel van voeten. Toen hij weer wat zag keek Lugar verwonderd naar Nenova. Uit haar richting was de lichtflits gekomen. 'Ze kunnen niet zo goed tegen zonlicht. Daarom zijn het ook NACHTwakers, ze hebben een hekel aan licht.' vertelde Nenova.

Lugar liep naar Naderia toe en bekeek haar wond. Het waren vier evenwijdige voren in haar bovenarm. Lugar vroeg "Heb je er bezwaar tegen als ik je genees?" Naderia schudde van nee. Ze rilde van de pijn die nu, na het gevecht, pas merkbaar werd. Hij pakte haar arm boven en onder de wond vast en sloot zijn ogen. Hij werd één met de spieren in haar arm. Vervolgens begon hij de schade te herstellen. Na korte tijd deed Lugar zijn ogen weer open en zei "Nou die arm zal nog wel een paar uur stijf blijven, met wat blauwe plekken die later wel zullen verdwijnen. Gelukkig zat er geen infectie van de klauwen van de Nachtwaker in. Anders had het langer geduurd".

"Ik stel voor dat we toch maar een andere richting op gaan, anders komen we de Nachtwakers alsnog tegen, aan de voetstappen te horen zijn ze dieper deze tunnel in gevlucht." Aseria was even verblind door het felle licht. Toen ze er weer volledig bij was liep ze naar één van de beeste, bukte en zette haar mond op diens nek. Het beest trok bleek. Aseria stond weer op een twee gaten waren zichtbaar in de nek. 'Zo, dat is beter. Mijn stem haperde al dagen.' Haar stem was nog steeds kil maar liep nu goed door. Ze voelde de vloeistof door haar aderen lopen.
'Zo, en wat is nu jullie plan?' "Ik stel voor dat we toch maar een andere richting op gaan, anders komen we de Nachtwakers alsnog tegen, aan de voetstappen te horen zijn ze dieper deze tunnel in gevlucht," Zei lugar. 'Hmm, ik weet wel iets wat goed is voor jullie training. Volg mij...'Naderia, Nenova en Lugar volgden Aseria terug naar de grot. Zij dook in een andere gang waar een koude wind uit blies. Lugar huiverde even, niet alleen van de kou, en trok zijn mantel dichter om hem heen. Ook Nenova en Naderia trokken hun mantels dichter om hun heen. Lugar was benieuwd wat Aseria nu weer voor hun in petto had. In de verte glansde een volgende fakkel. Met het licht schijnsel was iets raars aan de hand bemerkte Lugar. Na een tijdje kwam hij er achter waar de koude vandaan kwam. Het groepje stapte in een grot met een groot meer, op dit meer en tegen de wanden van de grot glansde ijs met een diep blauwe tint in het schijnsel van verschillende fakkels.

Lugars adem, en die van de rest van het reisgezelschap, vormde wolkjes voor hun mond. De temperatuur was ver beneden het nulpunt.

'Zo, we zijn er.' Aseria legde haar spullen naast een fakkel, de rest volgde haar voorbeeld. Meteen toen Naderia haar stok neer legde pakte Aseria hem op en wierp hem als een speer in het midden van het meer. 'Zo, als jullie hem terug willen, zullen jullie het amulet moeten gebruiken.' Aseria deed haar mantel af, legde hem tegen de wand aan en ging er op zitten. 'Oja, pas op voor de serpenten, die vinden het minder leuk als iemand hun leefgebied verstoort...'

Nenova keek geschokt. Was Naderia hier wel klaar voor? Ze probeerde de magie van Naderia et peilen maar werd verhinderd. Ze vermoedde dat het door de hanger kwam... Apart...
Ze liep naar het water en keek erin. Naderia en Lugar kwamen naast haar het water in turen. Er zwommen verscheidene slangen in. Sommige herkende Nenova van filmpjes en plaatjes, ze waren giftig. Ze speurde naar de stok. Hij lag ver van de kant. Ze zouden moeten vliegen, zwemmen of varen... Ze keek naar Naderia. Het hing van haar af, zij had de hanger, zij moest trainen. Ze wilde haar daar graag bij helpen maar het bleef haar opdracht en zij moest met ideeën komen... "Fraai is dat". Naderia stak haar hand uit en dacht aan de stok. "Stok" zei ze er zachtjes bij. Maar er gebeurde niets. "Te ver weg, of er is iets speciaals met dat water." Ze keek net als Lugar en Nevona het water in. "Dus met de hanger moet het kunnen volgens Aseria." Probleem is dat ik helemaal niet weet wat die hanger kan. "Uuu, als die slangen giftig zijn is zwemmen geen optie, tenzij er iets is dat ze op een afstand houdt."

Ze keek naar de stok. Ze was hier om met haar hanger te leren omgaan. Dus ze moest de stok terug zien te krijgen op een of andere manier, met de hanger. Ze zou bij zichzelf deuren gaan openen tijdens deze tocht waarvan ze het bestaan niet had geweten. Dat was zeker.

"Normaal laat ik dingen naar mij toe zweven." Plots keek ze naar Nevona. "Ik kon de hanger gebruiken om mijn magie te versterken toen ik licht probeerde te maken toch? Zou dat ook werken voor het roepen van voorwerpen? Als er meer kracht in de roep zit, dan komt de stok misschien wel." Ze keek naar de stok. "Anders moet iemand over water kunnen lopen of kunnen vliegen. ... En dat heb ik nog nooit meegemaakt."
Ze lachte er om. Zie ons nu staan. Allemaal om een stok uit het water te krijgen... Nee, het is een training. Dit zal me helpen. Ze sloot haar hand om de hanger en keek peinzend naar de stok. "Dus ik zou de stok moeten roepen en daarbij proberen de roep via de hanger te laten lopen. Zoiets was het toch ook met dat licht?" Naderia zag opeens de potentie van haar idee. Onwillekeurig wachtte ze niet eens op antwoord van Nevona en stak opnieuw haar hand uit. Ze riep de stok, maar probeerde de roep te leiden via de hanger. Ze kreeg het gevoel dat er in de hanger een energieballetje ontstond. Zou dat het zijn, zou het zo lukken? "Ik voel... de hanger." Maar door haar opmerking verbrak ze haar roep. "Sorry, maar volgens mij deed ik iets, nou ja ik, de hanger,want..." Ze had een blos gekregen van opwinding, ze had de hanger gevoeld! "Zal ik het nog een keer proberen?" 'Doe wat je niet laten kan.' Aseria stond op en ging naast de rest staan. 'Er zijn miljoenen manieren om dat ding eruit te halen, dus doe maar wat jij denkt dat het beste is.'Nenova keek naar Naderia. Ze leerde het wel, ze wist het zeker.
'Probeer he nog maar eens, Naderia, blijven proberen, op een gegeven moment moet het wel lukken.'
Ze keek naar Aseria terwijl Naderia zich weer ging concentreren. 'Als het nou niet lukt en we worden aangevallen, dan kan ze niet goed vechten, of jij gaat m eruit halen.'
Ze zij het als bevel, al wist ze niet eens of Aseria het zelf wel kon... Daarna richtte ze haar aandacht weer op Naderia. Je kan het, het gaat je lukken, hoopte ze... Lugar schraapte zijn keel, eigenlijk wilde hij Naderia en Nenova niet storen tijdens hun bezigheden. "Kun je het water niet bevriezen tot een pad naar de vechtstok toe?" opperde hij. Op het water dreven toch al ijsschotsen dus het water hoefde toch niet meer zo heel ver afgekoeld te worden. 'Heerlijk... Als jullie er nog langer over doen haal ik hem zelf wel op.' Zei Aseria. 'Doe gewoon wat. Nogmaals, er zijn miljoenen manieren om hem te kijgen. Neem er gewoon één.'Lugar was het wel met Aseria eens. Zijn ervaringen in de catacomben waren tot dusverre dat hij niet al te lang op een plek durfde te blijven. Helaas kon hij echter niet helpen met de magische studie van Naderia. Hij riep, wat ongeduldiger nu " Eigenlijk zou ik wel weer verder willen. Wie weet of die slangen wel in het water blijven?" Hij liet maar in het midden dat hij zich eigenlijk meer druk maakte om de andere bewoners van het meer, die er ongetwijfeld zouden zijn.

"Eigenlijk moet ik Aseria in het water gooien om de stok weer terug te halen" dacht Lugar bitter, hij was helemaal niet gerust op dit oponthoud, wat aan Aseria te wijten was. 'We blijven hier totdat die stok uit het water is. Dus schiet op als je leven je lief is...'Plotseling gebeurde er iets waarvoor Lugar al had gevreesd. Midden in het meer spoot een fontein water omhoog. Uit het midden van de fontein zag hij vaag een grijsgroenachtige slijmerige tentakel omhoog komen. Het water kletterde weer omlaag. Even leek het meer tot rust te komen, toen plotseling een hele bos met de grijsgroenige tentakels omhoog schoot. Deze keer wat dichter bij de kant. Erger nog, bij de kant waar het reisgezelschap zich bevond. Nenova en Naderia hadden nog niks in de gaten, zo geconcentreerd waren ze bezig. Lugar wierp een snelle blik op Aseria, die slechts haar schouders ophaalde.

"Het lijkt me tijd om die stok NU weer op het droge te krijgen, of anders moeten we hem laten drijven." Inmiddels waren de golven ook bij de vechtstok aangekomen zodat deze heftig op en neer dobberde. Naderia keek met een verstoorde blik op en zag de wriemelende bos met tentakels langzaam hun kant op komen. Nenova schrok zo erg dat ze bijna in het water viel. Wat wás dat? Wat het ook was, als ze die stok wilden hebben, moesten ze opschieten...
'Naderia, doe het! Probeer gewoon iets van wat we net besproken hebben!'
Naderia deed haar ogen dicht en concentreerde zich. Opeens sperde ze haar ogen wijd open. Haar handen stak ze voor zich uit en ze greep in de lucht en trok iets zwaars naar zich toe. De hanger begon heftig te gloeien en knipperde een beetje. Langzaam bewoog de stok hun kant op.
Nogmaals kwam er een tentakel tevoorschijn. Hij plonsde in het water en sleurde de stok mee naar beneden. Naderia's grip verslapte en ze was hem kwijt. Ze plofte op haar knieen met tranen in haar ogen.
'Het spijt me, het lukte niet...''Dit dreigt flink fout te gaan.' Aseria vond het allemaal maar komisch, nu moesten ze zichzelf is een keer redden... "Het spijt me, het lukte niet..." Naderia had haar uiterste best gedaan. Ze had zich hard geconcentreerd, maar het was toch niet gelukt. Bijna, bijna! "Sorry, ik... ik ben niet sterk genoeg... " Ze voelde zich een teleurstelling, een mislukkeling. Ze huilde. Ook dat nog. Ik ben een slappeling. Zo leer ik het nooit. Ze werd boos op zichzelf. Inwendig begon ze langzaam te koken. Die tentakels hadden haar afgeleid EN ze hadden de stok meegenomen onder water. Nu kon ze er zeker niet meer bij. Nevona had bijna staan roepen dat ze iets moest doen. Lugar had erop aangedrongen en Aseria deed niets. Hoe meer ze erover nadacht hou bozer ze werd. De hanger begon te gloeien... Als ik dan mijn stok niet terug kan krijgen.... Ze keek op naar de tentakels die uit het water omhoog kwamen. Als dit de manier is om te leren?!! Ze was kwaad op zichzelf, ze was kwaad op Aseria, ze was kwaad op Nevona, ze was kwaad op dat ding met de tentakels... eigenlijk was ze kwaad op iedereen. Door haar woede heen probeerde ze zich te concentreren op de hanger en de vuurbal die erdoor ontstond. Ze richte zich op met een betraand gezicht en wierp de vuurbal naar de bos tentakels die uit het water stak. "HIER!" Zodra de vuurbal uit haar hand vertrok, keek ze naar haar hand kneep hem dicht en open om daarmee direct een nieuwe vuurbal te vormen. Ze was er zelf een beetje verbaasd over, maar accepteerde dat ze door had hoe ze zelf een vuurbal kon laten verschijnen. Misschien, misschien help deze woede.... Haar vrije hand stak ze uit "STOK" riep ze. En de stok kwam omhoog uit het water en zweefde naar haar toe terwijl hij als een werpster ronddraaide, het mes aan het uiteinde alles snijdend wat in zijn pad kwam.
Haar hanger gloeide fel terwijl ze haar ene hand uitstak naar de stok en in haar andere hand een vuurbal had, klaar om naar de tentakels te gooien. Plotseling wierp Naderia een vuurbal naar de tentakels in het meer. Opeens schoot de vechtstok van onder het water weer naar boven en wervelde naar Naderia toe. Lugar slaakte een zucht van opluchting. Toen de vuurbol doel trof trok er een rimpeling door de tentakels heen. Plotseling begonnen de tentakels het water te ranselen. Het water begon te borrelen, in het midden rees iets omhoog. Wat het was kon Lugar niet goed zien maar hij had er weinig interesse in om er achter te komen wat het was dat naar het wateroppervlak steeg.

"We gaan" brulde Lugar en schoot een gang in. Ook hier zag hij in de verte de gloed van een fakkel. De rest van het gezelschap rende achter hem aan. Geen seconde te vroeg schoten ze de gang in want de tentakels kronkelde over de plek waar ze net stonden.

Na een aantal meters gerend te hebben keek Lugar achterom. Het waterwezen kon de gang niet bereiken. Voorlopig waren ze weer veilig. Zodra Naderia haar stok te pakken had rende ze achter Lugar aan. Ze sloot haar hand en de vuurbol verdween. Gelukt! Het is gelukt! Ondanks het gevaar was ze blij. Hoewel het natuurlijk niet optimaal was dat ze eerst boos moest zijn om iets te bereiken met de hanger, maar had ze al wel wat geleerd. Een stukje controle, een klein stukje van de totale puzzel. De hanger was gestopt met gloeien, Naderia's boosheid was verdwenen. Gesterkt door wat ze net had gedaan probeerde ze zich te concentreren om een zwakke verlichting te creeren voor zichzelf. Oefening baart kunst. Dus ik blijf gewoon proberen. Ik wil niet nog een keer de anderen zo in gevaar brengen. Tijdens het lopen deed ze haar best om haar hand als een toorts te doen oplichten. Maar het leek erop dat ze nog wel een tijdje mocht blijven oefenen, want de gloed die ze opriep was slechts erg flauw. Misschien moest ik eerst eens bedenken hoe ik met mijn boosheid om ga, hoe ik die langs de hanger gestuurd heb. Ze liep volledig in gedachten verzonken achter Lugar aan. Plotseling stopte Lugar. Naderia lette niet op en botste tegen hem op. Hierdoor viel Lugar van het randje. In het donker had hij de afgrond laat gezien en had hij net op tijd kunnen stoppen. Toen Naderia tegen hem opbotste, viel hij ervan af. Naderia schrok heel erg.
Nenova kon nog net voorkomen dat ze Naderia eraf botste en Aseria stopte ruimschoots ervoor. Vermoedelijk wist ze van het bestaan ervan af.
'Tsja,' zei Aseria. 'Zullen we er dan maar achteraan gaan? Je landt niet hard.'
Om het goede voorbeeld te geven sprong ze over de rand en verdween in het donker.
Nenova keek naar Naderia. 'Wij ook maar, dan?'
Naderia knikte angstig.
Nenova ging op de rand zitten en liet zich erover glijden. Ze hield zich nog aan de rand vast met haar armen. Ze haalde diep adem en liet los. Ze viel, en viel, en kwam toen op een soort glijbaan van steen... Ze gleed een eind naar beneden en kwam uiteindelijk zachtjes op de grond terecht waar ze nog een stukje doorgleed. Mijn god, waar komen we nou weer uit? Naderia volgde Nevona's voorbeeld. Ze deed haar best om geen geluid te maken. Uiteindelijk kwam ze beneden aan waar ook de anderen al waren aangeland. "Sorry Lugar" zei ze zachtjes. Aseria maakte een salto en lande op haar rug, ze gleed nog wat door en kwam naast lugar uit. Ze schenen door een soort gat in een muur te zijn gevallen. Vlak daarna lande Nenova en Naderia naast haar. 'Dat heeft jullie weer een paar verdiepingen geholpen.'
Aseria keek de kamer waar ze in waren beland rond. Direct merkte ze het filter dunne draaitje dat over de grond was gespannen. Interresant... Lugar kreunde, hij was wel niet diep gevallen maar was met zijn hoofd toch lelijk hard tegen de zoldering van het stukje tunnel gekomen. Vervolgens hoorde hij een plofje naast zich, en Naderia fluisterde "Sorry Lugar". Lugar mompelde iets van "Ach kan gebeuren" terwijl hij over een beurse plek op zijn hoofd wreef. Terwijl zijn blik weer scherper werd kwamen de anderen er ook aan. Hij zag Aseria ergens naar kijken, haar blik volgend merkte Lugar een draadje op, gespannen over de grond. "Waar zijn we nu weer in beland" fluisterde Lugar tegen niemand in het bijzonder. Het leek een wacht draad, deze gang werd dus bewaakt door iemand, of iets die de zaak in de gaten wilde houden. Of het ter bescherming was of om van nieuwe prooi op de hoogte gesteld te worden wist Lugar niet maar hij vermoedde het laatste. Het draadje volgend zag hij dat het langs de wand de tunnel voor hun in verdween. De problemen konden dus hoogst waarschijnlijk van die kant komen. Een blik terug werpend zag Lugar dat ze niet terug konden, daarvoor was de helling te steil en te glad.

"Wees voorzichtig" fluisterde Lugar, "waar alarm draden liggen kunnen ook vallen zijn opgesteld. Het lijkt er echter op dat degene die de draad heeft gespannen over weinig tot geen magie beschikt, anders was er wel een wacht ban uitgesproken."

Lugar stapte voorzichtig over de draad verder de tunnel in. Nenova was nog een beetje duizelig en gedesorienteerd. Het duurde dan ook even voor ze doorhad waar iedereen naar keek en toen ze het eindelijk door had, was Lugar er al overheen gestapt...
Nenova stapte ook over de draad in, en stopte plotseling toen ze voor Lugar een ander draadje zag dat voor zijn borst was gespannen.
'Stop Lugar!' riep ze hard. Hij schrok en stopte. Ze wees hem op het draadje. Naderia had nog een andere gezien en nu ze eens goed keken, waren er erg veel.... en er plakte soms wat stof aan... "Stop Lugar" riep Nenova hard. Lugar stond meteen stil. Nenova wees hem het draadje aan dat op een haarlengte van zijn borst verwijderd was. Hij schuifelde wat naar achter maar zorgde er voor dat hij de draad achter hem niet raakte. Nenova merkte op dat er veel meer draden waren en dat ze er al een tijdje hingen. "Kijk er zit stof op die draad waar je bijna tegenaan liep" merkte ze op. Lugar had ondertussen de draad bekeken waar hij bijna tegenaan was gelopen. Deze verdween in de rotswand, blijkbaar was dit dus een valstrik. Maar wat voor een. Lugar tuurde in het rond maar zag niks bijzonders, ook de bodem en het plafond leverde bij nadere inspectie niks op. Toch moest er iets van een val zijn. "Er zijn twee manieren om hiermee om te gaan" zei Lugar, "We kunnen de val af laten gaan, ik zou het draadje kunnen raken met de vechtstok van Naderia. Of we laten hem zitten zoals hij zit. Dat kan dan weer problemen opleveren als we snel terug moeten naar dit punt, misschien dat we de valstrik dan missen met alle gevolgen van dien" Hij keek de rest van het gezelschap aan. "Of we kunnen de andere kant op gaan en daar ons geluk beproeven. Persoonlijk maak ik vallen liever onschadelijk voordat ik er langs ga" merkte Lugar nog op. 'Doe wat jullie niet laten kunnen. Maar om even mijn mening erbij te mengen, deze draden waren er ook al toen ik dit gedeelte voor de eerste keer doorzocht, ik verwacht niet dat we veel zullen opwekken als er iets gebeurd...'"Mag ik je vechtstok even lenen?" vroeg Lugar aan Naderia. Zij stak hem de stok toe. "Ok nu iedereen even naar achteren" riep Lugar. Hij haalde met de stok het draadje op borsthoogte omlaag. En er gebeurde niets ......... eventjes. Toen hoorde Lugar een fluistering van lucht langs zijn oor strijken. Schuin achter hem sloeg een kruisboog schicht tegen de muur te pletter. Nenova schrok zich bijna dood. De schicht was vlak bij haar in de muur gekomen. Als ze 1 stap naar voren had gedaan... Brr, daar wilde ze liever niet aan denken.
'Ga je nu al die draden aanraken? En als er nu eens een grote val komt waaraan nauwelijks of zelfs niet te ontsnappen valt? Misschien waarschuwen we op deze manier monsters dat we eraan komen...'
Ze bibberde nog een beetje van de schrik... Het had niet veel gescheeld of Naderia had het uitgegild van schrik. "Allemachtig, hebben jullie geluk zeg!" Ze liep voorzichtig naar de schicht en keek ernaar. "Ziet er erg scherp uit. En nu?" Als grapje zei ze "... gewoon heel hard doorrennen? Sorry niet grappig." Ze dacht na. Ze stonden hier. Tussen kleverige draden waar blijkbaar allerlei vervelende grapjes achter zaten. Aseria had er geen problemen mee gehad, maar Lugar bij zijn eerste poging al iets in werking gezet. "Terug gaat niet echt. Ik zie mezelf niet omhoog klimmen hier." Ze keek. "Dat wordt dan voorzichtig ontwijken en niet meer terug kunnen denk ik. Enig idee hoe veel van die draden er nog zitten Aseria? Ik bedoel, hebben we het over meters? of kilometers?" Na een blik op Aseria geworpen te hebben zei Lugar: "Ik denk dat we van haar niet te veel ondersteuning moeten verwachten. Ik denk dat de vallen tot slechts een paar meter van de opening liggen waar we doorheen zijn komen vallen." Hij tuurde de gang verder in en zag een kleine uitsparing die hem eerder nog niet was opgevallen. Lugar knipperde even met zijn ogen, staken daar nu een stel voeten uit de uitsparing, ze zagen er nogal vreemd uit, verschrompeld en bottig. Hij deed een paar stappen naar voren en zag een uitgedroogd lijk liggen, met een wacht draad om zijn pols. Blijkbaar was er iemand hier terecht gekomen zonder ooit weer te vertrekken. Dat was op zich geen bemoedigende gedachte.

Na een verdere inspectie bleken er geen vallen meer te zijn. Iets verderop hing wel een dikke reep spinrag van het plafond naar beneden. Nenova volgde Lugars blik. Ze zag de spinrag en haar hersens kraakten op topsnelheid.
'Wat als dit nou... vallen zijn om de zwakste prooien uit te schakelen zodat de sterksten overleven... en dan... ehm...'
Ze zocht hulp bij Lugar. Hij keek haar vragend aan. Hij had geen flauw idee waar ze het over had, en zij zelf eigenlijk ook neit zoveel..
'Als er nou een spin of meerdere ofzo achterzitten, die dan alleen uitdagingen willen vangen?'
Ze zei het vragend, onzeker over zichzelf. Ze keek even naar Naderia, die erg bleekjes was geworden.
'Is er iets?' vroeg ze bezorgd.
'Spinnen... ik ben ontzettend bang voor spinnen..' stamelde Naderia. 'Ik kan het voelen als ze in de buurt zijn... enik voel nu wel iets, vaagjes...''Dit is nieuw,' zei Aseria. 'De vorige keer dat ik hier was was dit anders.' Er klonk een trillend geluid vanuit het plafon.
Een poot kwam uit het plafon zetten, dwars door de stenen. Gevolgd door een volgende, al gauw kwam er een heel beest uit het plafon. 'Bebilith!' Een groot, spinachtig beest stond verder in de gang.
'Dit beest word moeilijk, als jullie dit willen overleven zou ik maar het beste geven wat jullie hebben!' Twee metalen klauwen schoten uit Aseria's handschoenen, waar na ze met onmenselijke snelheid de Bebilith aanviel. Deze reageerde met een stoot van de schaar op zijn kop, Aseria terug duwend. Aseria begon als een gek op het beest in te hakken. Wat achter hun kwam nog een Beblith uit het plafon zetten.... Nenova staarde verstijfd naar de monsters. Het vleugje paniek in de stem van Aseria bracht haar weer bij zinnen. Ze deed een snelle betovering en stuurde die op de Bebilith af waar Aseria me aan het vechten was. Het haalde niets uit. Haar magie ketste af van zijn harige lijf. Het enige wat ze bereikt had, was dat hij niet meer Aseria aanviel maar nu op haar afkwam.
Hij werd opzij geslingerd door ee nvuurbal. Naderia stond woedend naast Lugar en had nog een vuurbal in haar andere hand. Haar hanger flikkerde agressief.
Misschien is de hanger kwaadaardig geworden...dacht Nenova nog voor ze werd opgetild door de andere Bebilith, die zijn gif in haar nek liet druipen. Zolang het niet in haar bloed kwam, was ze veilig. Maar hoelang zou dat nog zijn? Haar volwassen geest liet haar even in de steek, en ze krijste en gilde... Na enige twijfel of hij twee dolken zou gebruiken, of een zwaard en een dolk besloot Lugar toch maar het voordeel van de afstand te nemen en dus zijn zwaard te gebruiken. Met zijn dolk zou hij te dicht bij gekomen Bebilith's van zijn lijf af houden. "Hier Naderia" riep hij, terwijl hij de vechtstok met het mes er aan naar haar gooide.

Met een sissend geluid schoot zijn zwaard uit de schede en hij ramde het richting het gat waar de Bebilith's uit kwamen. Inmiddels liepen er al een aantal over de vloer van de gang en tegen de muren zaten er nog een stel.

Met een schril gepiep werd het zwaard door een lijf heen gestoten. De Bebilith die net door het gat kwam kon geen kant op, en stierf schril piepend in het plafond. Lugar hoopte dat het lijk de andere Bebilith's buiten zou houden.

Nu kon hij zich hopelijk richten op het ongedierte wat al in de gang liep. Bleek en woedend ving Naderia haar stok op, terwijl in haar hand een vuurbol gloeide. Nevona begon te schreeuwen. Ze keek en zag dat een van die monsters haar te pakken had. Ze wierp de vuurbol naar het beest. Naar zijn achterlijf om precies te zijn, want ze wilde natuurlijk Nevona niet raken. Vervolgens viel ze aan met haar stok, of eigenlijk meer met de dolk die op haar stok vastzat. Als ik een van die poten die Nevona vast heeft kan raken. Ze sneedt de Bebilith in zijn poot. Verblinden! Ik moet hem verblinden. Ze deed haar uiterste best. De woede had plaatsgemaakt voor de opperste concentratie die ze nodig had voor het gevecht. Ze keek snel rond. STEEN De hanger gloede weer op en de grote steen vloog met een flinke snelheid recht tegen een oog van de Bebilith. Die was er blijkbaar niet echt blij mee. Misschien kunnen ze niet goed tegen licht? En anders zien wij toch beter wat we doen. LICHT! Weer gloeide de hanger op en er verscheen een kring van licht om Naderia heen, terwijl de hanger pulserend bleef gloeien. Ze stond er niet bij stil. Ze had geen tijd erover na te denken. Het ging gewoon zoals Nevona het had verteld. Verbeten ging ze door met het bekogelen van de ogen van de Bebilith terwijl ze uitvallen deed met haar stok en een duidelijke licht circel om zich heen had hangen. "Lugar? Gaat het? Aseria? Nevona!?" Ze dacht aan de dolk die het skellet nog bij zich had liggen DOLK! De dolk suisde door de lucht en raakte de Bebilith waar ze zich mee bezig hield. Da's toch weer een minder. "Nevona, gaat het?!" Aseria sloeg als een gek om haar heen. Ze haalde uit naar alles wat beweegde. Er waren nu 6 Bebilith's uit het gat gekomen en er kwam nog steeds geluid vanuit het plafon.
Slag voor slag hakte ze op de beeste in. Het koude staal van haar klauwen doorsneed het vlees van de Bebiliths, maar door de grote van de beesten schoot het niet veel op. Aseria bleef doorhakken en dreeg haar rust te verliezen.
Een poot sloeg haar tegen de harde grond. Ze stond op, maar dreeg weer terug geduwd te worden door de schaar van de Bebilith. Aseria werd razend. Een zilveren mechanisme schoot uit haar schouder. Het mechanisme richte op het hoofd van een de bebilith en een blauwe straal doorsneed de lucht. De bebilith viel dood op de grond... Nenova viel op de grond. Ze hijgde en was bedekt met gif. Toen ze een beetje bij was gekomen, keek ze om zich heen. Ze zag Naderia met een gloeiende hanger en even voelde ze trots. Ze was trots op Naderia dat het haar gelukt was de hanger onder controle te houden zonder dat ze kwaad moest zijn. Toen zag ze Aseria, die een soort metalen wapen uit haar schouder haalde en daarmee een Bebilith aan gort schoot... Ze probeerde zich beter te focussen op Aseria, maar haar ogen werkten niet goed mee. Ze concentreerde zich en probeerde de hoofdpijn te negeren. Aseria had...
'Nenova kijk uit!'
Lugar riep haar en ze keek verdwaasd om. Een Bebilith kwam op haar af, en Lugar en Naderia konden haar niet redden, ze waren verwikkeld in andere strijden... Ze staarde in de acht ogen van het monster en zag de honger en woede die het monster voelde. Nenova kalmeerde. Ze stak voorzichtig een hand uit naar de Bebilith. 'Kalm maar,' fluisterde ze, een lichte trilling van angst hoorde ze in haar stem. Ze aaide zijn voorpoot. De Bebilith maakte geen aanstalten haar aan te vallen. Nu hopen dat ze dit lang genoeg kon volhouden... Tot iemand haar kon helpen of ze zelf weer genoeg op krachten was om het zelf te doen... Inmiddels had Lugar een, voor hem effectieve, manier gevonden om zich van de beesten te ontdoen. Hij hakte eerst de poten onder het lichaam vandaan waarna hij langs het achterlijf de kop van het smalle middenstuk scheidde met een houw van zijn zwaard. Zwaar hijgend nam Lugar het op tegen zijn derde tegenstander, die gelukkig verblind was van het licht dat uit de buurt van Nenova kwam. Wat een snelheid bezaten die beesten zeg. Plotseling zag hij de kop van zo'n monster achter Nenova opdoemen: "Nenova kijk uit!" riep Lugar uit. Zelf kon hij niet helpen want hij was bezig met het afhakken van de vijfde poot van zijn tegenstander. Lugar zag dat Aseria op een wonderbaarlijke manier een van de Bebilith's doodde, het leek er op of het mechanisme wat achter haar schouder opstak een deel van haarzelf was. Hij deed het af als gezichtsbedrog omdat er af en toe een druppel zweet van onder zijn helm in de ogen liep, wat zijn blik vertroebelde. "DOLK" Riep Naderia. De dolk die ze net had gebruikt kwam direct terug. Veel tijd om na te denken was er niet want de volgende stond alweer klaar. Ze deed haar uiterste best om de beesten te verblinden. Ze had wel gezien dat Lugar de beesten uitschakelde door de kop van de romp te scheiden, maar daar was haar dolk veel te klein voor. En dus richte ze zich maar op de ogen van het beest. Als ze niet kunnen zien, kunnen ze ook niet goed vechten.... hoop ik. En dus stuurde ze de dolk keer op keer richting de ogen van de bebiliths daarbij zo veel mogelijk uit hun buurt blijvend. Naderia had de hanger zover onder controle dat ze met een dolk de ogen van een Bebilith stuurde. Lugar bevond zich ook dicht bij het monster toen hij zijn derde tegenstander had afgemaakt. Om Naderia wat bij te staan begon hij op een poot in te hakken, wat gelukkig veel gemakkelijker ging omdat de Bebilith was afgeleid door de rondvliegende dolk.

Agravain
Beheerder
Berichten: 2513
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 28 jun 2005 19:08

Een snelle blik rondom wees er op dat dit het voorlaatste monster was. Nenova en Aseria namen de laatste onderhanden. Aseria was weer bedaard en ze liep rustig op de laatste Bebilith af. Het mechaniek richte naar beneden en schoot de helft van de acht poten aan gort... Nenova deed haar best om Aseria te helpen met de laatste Bebilith, maar ze merkte al snel dat haar pogingen tevergeefs en onnodig waren. Dat vreemde mechaniek van Aseria kon hem makkelijk aan...
Ze draaide zich om naar Lugar en Naderia, om te kijken hoe het hen verging, en ook zij kregen de Bebilith wel neer. Ze hoorde een vreemd geluid achter zich en ze draaide zich snel om. Ze zag nog net het mechaniekje verdwijnen IN Aseria, toen ze zich draaierig voelde worden...De wereld werd zwart om haar heen en ze viel op de grond. Terwijl ze samen met Lugar bezig was om de ondertussen laatste Bebilith aan te vallen keek Naderia even snel hoe het met Aseria en Nevona was. Nevona lag stil op de grond, hellemaal onder een of ander vies goedje. "Nevona!" Riep Naderia en daarmee verloor ze haar concentratie. Poef! Weg was de lichtgevende gloed die haar had omringd. "O verdorrie!" Snel draaide ze zich terug naar de Bebilith. Ze had de hanger niet nodig om de dolk op de ogen van het beest af te sturen. De beweging van de dok dolk had er wel meer kracht van gekregen. "Lugar? kun je zijn kop eraf slaan? Volgens mij ziet ie niet veel meer. Nevona ligt op de grond. Aseria? Is Nevona in order?!" Nu Naderia niet meer met de Bebilith bezig was, moest Lugar wat meer oppassen. Gelukkig waren er al zes van de acht poten gesneuveld evenals een groot deel van zijn ogen. Omdat Lugar moe begon te worden nam hij het risico: Met een luide brul rende hij het achterlijf op en scheidde de kop van de romp. Het monster stortte door zijn twee poten heen en slingerde Lugar weg. Na onzacht tegen de muur te zijn beland bleef Lugar versuft liggen vlak bij de laatste levende Bebilith, degene waar Aseria zich had mee bezig gehouden. Met een kreun probeerde Lugar zich op te richten, maar zakte duizelig weer terug tegen de muur. Het kwaadaardige beest probeerde zich op zijn laatste vier poten, allen aan één kant van het lichaam, naar Lugar te duwen. Naderia hoorde een kreun... Ze keek om en zag Lugar liggen. Shit! Ik dacht dat Aseria die laatste al had afgemaakt! Ze twijfelde... wat moest ze nou. Nevona laten liggen en Lugar helpen? Of andersom?! Ze draaide om en rende snel naar Lugar. Pakte een beetje onwennig zijn zwaard en probeerde met twee handen een beetje de balans te vinden. Het zweet liep over haar voorhoofd. Er lag een rots los op de grond ROTS En ze bedacht hoe de rots het beest van zijn laatste vier poten af zou zwiepen. Het beest kwam tot stilstand. In ieder geval tijdelijk. Ze hief het zwaard boven haar hoofd en viel daarbij bijna achterover. "AAAAAAAA" gilde ze en met deze kreet rende ze op de Bebilith af die zien best deed om op zijn resterende pootjes overeind te krabbellen. Zou ik genoeg kracht hebben om zijn kop eraf te slaan? Het moet. Het moet! Naderia rende op de bebilith af. Ze gooide het zwaard over haar schouder en haalde met al haar kracht uit. Vlak voordat het zwaard doel trof schoot er een zilveren straal door de lucht. De straal doorboorde Naderia's mouw, het zwaard van Lugar en de nek van de bebilith.
Aseria keek met een grimmige glimlach toe terwijl het mechaniek al dampend weer in haar schouder verdween... "IEEEEEEE!" Naderia schrok zich helemaal te pletter. Een of andere straal ging dwars door haar mouw heen. En door het zwaard van Lugar, waardoor de helft ervan op de grond kletterde.
Ze zag dat de kop van de bebilith op de grond viel en keek om naar Aseria die met een zelfvoldane grijns stond te kijken. Even stond Naderia bij te komen van de schok. Vervolgens liep ze eerst snel naar Lugar. "Lugar, gaat het." Lugar bromde wat en da zag ze maar als een soort ja. Ze liep naar Nevona. Ze had nog steeds het halve zwaard vast. "Zeg, je had dat beest ook wel eerder af mogen maken hoor! Het schijnt een peuleschil voor je te zijn!" Ze was een beetje pissig en ze stoorde zich aan Aseria. Ze leek alleen het hoogst nodige te doen binnen de groep en dan ook nog het liefst op het allerlaatste moment. Maar nu had ze haar eigen record verbeterd. "Ik geloof dat Lugar ook niet erg blij zal zijn met wat er over is van zijn zwaard! Ik hoop dat ie er nog een bij heeft. En dan heb ik het nog niet over mijn mouw." Mijn arm had ook wel in twee stukken kunnen liggen. Ze keek naar Nevona, die nog steeds op de grond lag. "Gatver, wat een rotzooi." Ze keek naar Aseria. "Je gaat me zeker niet vertellen hoe ik die rotzooi van haar kan helpen en die rotzooi van haar af ga krijgen." Ze rommelde in haar eigen spullen en haalde er een doek uit. Daarmee begon ze zo goed en kwaad als het ging de het gif van Nevona af te halen. Ze hoopte dat Lugar snel weer een beetje op de been zou komen om Nevona te helpen, aangezien hij genezende gaven had. Langzaam werd zijn blik helder. Lugar kwam om hoog en moet meteen weer gaan zitten wegens een duizelig gevoel. Zijn voet schoof tegen een stuk metaal aan. Toen zijn blik langzaam helder werd herkende Lugar het als de punt van zijn zwaard. Vloekend schoot hij overeind, en sloeg meteen door naar voren op zijn gezicht wegens een nieuwe vlaag van duizeligheid. Langzaam kwam hij overeind. "Had ik het toch goed gezien" brulde hij woest. "Waar moet ik nu zo snel een zwaard vandaan halen???" schreeuwde hij tegen Aseria. "En dan nog iets: als je over zulke krachten beschikt, waarom laat je ons dan maar een beetje aan modderen??"
Opeens bedacht Lugar zich dat de gedaante een eindje terug in de gang iets van een leren wapenrusting aan had, misschien lagen er ook wel wapens in de nis verborgen. Hij waggelde nog een beetje duizelig terug naar de nis en onderwierp deze aan een nadere inspectie. Wat lag daar, achter de gedaante? Hij trok het uitgedroogde lijk opzij, ja daar lag een schede, met een zwaard er in. Voorzichtig trok hij het een eindje uit de eenvoudige leren schede. En toen met een snellere beweging helemaal uit de schede, die hij gedachteloos liet vallen. Wat hij in zijn handen hield was een perfect gebalanceerd, vaag blauwachtig glimmende vlijmscherp wapen. "Wauww" fluisterde Lugar zachtjes.

Hij had wel eens van zulke wapens gehoord. Ook deze stamden nog uit de tijd van de Zes Goden van de Magie, ofwel de magische zes. Deze wapens waren met magie gemaakt, vlijmscherp en vrijwel onverwoestbaar. Zelf bevatten deze wapens geen magie, dat vonden de makers blijkbaar een te gevaarlijke combinatie. Degene die zo'n zwaard kwijt was zou er alles aan doen om het weer terug te krijgen. "Vandaar dat die figuur hier in de grotten ligt, heeft het zeker gestolen van de verkeerde persoon" bedacht Lugar. Na nog een blik op het verdroogde lijk besloot Lugar dat er voor hem geen gevaar was van de eigenaar. Het lijk, was..... nou...... ja...., een tientallen jaren oud lijk. Mocht het een gestolen zwaard zijn dan zou de rechtmatige eigenaar al jaren dood zijn.

Langzaam liep hij terug terwijl hij het zwaard omgordde. Toen zag hij Naderia druk in de weer met Nenova. Na nog een vuile blik op Aseria geworpen te hebben besloot Lugar de waarde van zijn vondst maar te verzwijgen en boog zich over Nenova. Hij ontdekte verscheidene kleine wondjes waar het gif langzaam was binnen gedrongen. Hij maakte zich op voor een lange genezings sessie, het vervelende van gif was dat het zich door het hele lichaam verspreidde. Dit betekende dus een boel werk om het op te sporen en te neutraliseren. Langzaam werd het iets minder stoffig in het hoofd van Nenova. Voorzichtig deed ze haar ogen open. Ze zag eerste alles minstens drie keer, maar langzaam werd het beeld wat scherper. Ze staarde in het gezicht van Naderia, die meteen een glimlach vertoonde.
'Je leeft nog!'
Na haar kreet, kwam onmiddelijk Lugar bij haar kijken, terwijl Aseria er een beetje naast bleef staan. 'Je heb toch gif binnen gekregen,' meldde hij. 'Ik weet er wel iets voor, maar ik heb niet alle middelen hier.'
Het duurde even voor Nenova de woorden registreerde, ze voelde zich nog niet echt goed. Langzaam haar woorden formulerend zei ze: 'Magie kan me wel... even redden... Maar ik dacht... dat het gif van een ...Bebilith niet door magie... uit een lichaam verwijderd kon.... worden......'
Ze was buiten adem na dat ene zinnetje en ze legde vermoeid haar hoofd weer op de grond. "Nou" legde Lugar uit "Eerst moet ik kijken wat het gif doet met je lichaam. Dan moet ik met magie je lichaam stimuleren en ondersteunen om het gif aan te pakken. Eventueel heb ik nog hulp van mijn geneeskrachtige kruiden nodig, maar dat weet ik pas als ik gezien het hoe het gif op je lichaam inwerkt".
"Eingenlijk gebruik ik mijn magie alleen maar om je lichaam tijdelijk anders of beter te laten werken. Het gif zelf wordt dus in feite niet met magie aangepakt, dat doet je lichaam." vervolgde hij

Terwijl hij dit vertelde leek het er op dat Nenova weer wegzakte. "Volg je het nog?" vroeg Lugar. Nenova knikte zwakjes van ja.

Lugar nam de hand van Nenova vast en liet zijn geest op zoek gaan naar het gif, wat rondzong in de aderen van Nenova. Naderia stond te kijken hoe Lugar Nevona probeerde te helpen. Ze kon nu vrij weinig doen. Ze bedacht dat ze haar hanger goed had gebruikt. Misschien kan ik het nu ook weer? Ze concentreerde zich op licht.. de hanger begon een klein beetje te gloeien, maar het stelde niets voor. Naderia snapte het niet helemaal. Tijdens het gevecht was het zo eenvoudig gekomen. Wat was er toen anders? Naderia kwam via die gedachte uit bij de vreemde straal die Lugar zwaard had gebroken. "Aseria, wat was dat voor straal?" Ze keek Aseria zo zelfverzekerd mogelijk aan en hoopte dat de onzekerheid die ze voelde niet zichbaar zou zijn. Lugar zag het gif ronddwarrelen in het bloed. Het legde de spieren lam, ondertussen leek het ook iets met het zuurstof in het bloed te doen. En daar; de zenuwen deden het ook niet meer. Wat was dit voor een soort gif. Het leek alles tegelijk aan te pakken in het lichaam. Hier was niet zo een twee drie een verweer tegen te verzinnen, alles werd besmet, het lichaam zelf kon dus niet worden ingezet tegen het gif.

Of toch? Lugar liet het bloed sneller stromen, naar de nieren toe. Hij zorgde er voor dat de werking van de nieren opgang bleef. Hij probeerde het bloed te zuiveren en toch de nieren zelf te beschermen door de cellen te verstevigen. Het leek te lukken... want het gif kwam niet door de blaaswand heen, zijn vermoeden was dus juist. Het was tenslotte ook niet door de huid gedrongen.

Toen Lugar overeind kwam probeerde hij wat te zeggen, maar het lukte niet. Naderia druppelde wat water op zijn lippen. "Je bent dagen lang bezig geweest. Maar Nenova ziet er nu wel beter uit." Lugar slaakte een trillende zucht. Dit moet hij niet te vaak doen, en wat had hij een honger en dorst. het was wel een erg lange genezing geweest.
Vermoeid probeerde Nenova overeind te komen. Ze zag dat Lugar totaal uitgeput was.
'Bedankt, Lugar,' fluisterde ze. In die dagen had ze niets gegeten of gedrnken en haar stem kraakte van de droogt. Ook Lugar zag er niet zo goed uit. Ze voelde zich wel een stuk beter.

Ze zag Aseria van ee nafstandje kijken. Zodra zij doorhad dat ze haar aankeek, draaide ze zich bruusk om. Was ze teleurgesteld in de Bebilith omdat ik nog leef? dacht Nenova.
Ze kreeg een bekertje water in haar handen geduwd door Naderia, wat ze gretig opdronk. Aseria vond het allemaal maar grappig. Ze hadden geen idee van wat ze aan het doen waren, of met wie ze te maken hadden. Mischien waren ze het ook helemaal niet waart, maar dat zou ze later moeten beslissen.
"Zo, kunnen we niet weer verdergaan? Als we nier nog langer blijven schat ik de overlevings kansen van jullie niet al te hoog." "zie je niet dat Nenova nog helemaal uitgeput is?" snauwde Lugar tegen Aseria. "Overigens kan ik ook wel wat rust gebruiken na de genezing, en Naderia ook wel denk ik." "Als je wilt gaan, ga je gang, ik wil hier nu wel even rusten en bespreken wat we verder gaan doen" Lugar wendde zich tot Nenova "Als je Naderia wilt onderwijzen in het gebruik van de hanger dan raad ik je aan om een andere plek te zoeken dan dit gangenstelsel, er loopt hier veel te veel ongedierte rond om rustig te kunnen trainen. Ik heb het hier wel gezien eigenlijk." Ondertussen streelde Lugar het gevest van zijn nieuwe zwaard. Anderzijds popelde hij wel om het zwaard uit te kunnen proberen op een ongelukkig wezen wat hij hier in de gangen zou tegenkomen. 'Ik ben de enige die de weg terug omhoog weet. Als ik weg ga zijn jullie ten dode opgeschreven.' Aseria keek naar het plafon. 'Jullie hebben 10 minuten, dan gaan we verder. Rusten doen jullie maar onderweg.' Ze pakte een klomp metaal uit haar mantel. 'Maak daar maar 15 van, maar dan zijn we echt weg.'
De klomp smelte meteen in haar hand en ze goot het middel in in haar keel. Aseria sloot haar ogen en ging tegen een muur aanzitten. Nenova hoorde het allemaal aan, maar het drong nog niet echt door. Dus over een kwartier moet ik gaan lopen, dacht ze. Wat vervelend.
Ze zag dat Aseria iets raars deed met het metaal in haar hand. 'Aseria,' zei ze en ze keek even of ze haar aandacht kreeg. 'Waarom eet jij metaal?' Ze grinnikte een beetje bij het idee dat iemand dat zou eten.
Aseria keek haar kil aan. 'Jij moet rusten, over 15 minuten ga ik, dan zien jullie maar wat jullie doen.'
Boven haar hoofd zag Nenova een klein lichtje flikkeren. Ze probeerde het te grijpen, maar het glipte steeds tussen haar vingers door.
'Wat doe je?' vroeg Lugar.
'Ik probeer dat lichtje te vangen,' antwoordde ze.
'Welk lichtje?'
'Zie je het niet?'
'Het zal wel een kleine waanvoorstelling zijn, als bijwerking van het gif...' zei Lugar bezorgd.
Vermoeid liet Nenova haar arm weer zakken. 'Oh... wat jammer, ik vond het wel een leuk lichtje.'
Daarna deed ze haar ogen dicht om wat te rusten. Jammer dat haar magie nog niet in gebruik kon worden genomen om haar sneller te laten uitrusten. Onderuit gezakt hing Lugar tegen de muur, ondertussen op een stuk gedroogd vlees kauwend dat hij uit zijn rugzak had opgediept. Hij bood Naderia en Nenova ook een streng aan. Beiden accepteerden ze het eten dankbaar. "Ik denk echt dat we ver genoeg in de catacomben zijn doorgedrongen" fluisterde Lugar tegen Naderia en Nenova. "We zijn constant bezig geweest om vijanden te verslaan, en Aseria's gedrag staat me helemaal niet aan." In gedachten ging Lugar na wat hij over Aseria wist. Bitter weinig eigenlijk, hij dacht dat ze een vampier was vanwege het bloed maar hij kon dat niet combineren met wat hij net had gezien. Die vreemde apparaten die uit haar lichaam leken te komen en het metaal wat ze net, op een onbekende manier had gesmolten, en opgedronken. "Laten we haar maar volgen zolang ze de goede richting op lijkt te gaan, wat jullie?" "Volgens mij hebben we niet zoveel keuze is het wel? Ik weet in ieder geval niet hoe ik terug moet. Maar ik denk dat we op ons hoede moeten zijn." Ze fluisterde zalchter tegen Lugar "Lugar, ik maak zorgen om Nevona. Lichtjes zien die er niet zijn?? Dat lijkt me niet positief. Denk je dat dat nog goed komt?" "Ik weet het niet, het soort gif wat die beesten hadden ben ik nog nooit tegen gekomen" fluisterde Lugar terug. "Mogelijk kan het een bijwerking zijn maar al het gif is nu uit haar lichaam verwijderd" vervolgde hij. "Misschien is het wat anders, nieuwe problemen, of waar we meer aan toe zijn, misschien wat hulp in dit doolhof." "Wat denk jij" fluisterde Naderia "is Aseria nog te vertrouwen?" "Nou ik zou haar niet verder vertrouwen dan ik haar kon zien, en zelfs dan zou ik om mijn tellen passen" fluisterde Lugar terug. "Ik denk dat jullie, en ik hier niet veel meer te leren hebben, buiten dat we hier niks meer te zoeken hebben""Nenova staarde naar het plafond. De lichtjes waren weg. Ze vond het wel jammer, ze amuseerden haar. Ze hoorde Lugar en Naderia fluisteren. Ze probeerde hen te verstaan, maar het lukte niet. Voorzichtig kwam ze overeind.
'He... waar hebben jullie het over?' vroeg ze moeizaam. Lugar keek haar aan en ze begreep uit zijn stilzwijgen dat het over haar ging. 'En... waar is Aseria?'
'Zij is net vertrokken, we moeten haar volgen, vind ze. Wat denk jij, wil jij hier nog blijven?' antwoordde Lugar.
Nenova peinigde haar net weer wakkere hersens. 'Ehm... Weet jij de weg hieruit?'
Lugar schudde zijn hoofd.
'We waren van plan om Aseria te volgen zolang ze de goede kant op lijkt te gaan,' mengde Naderia zich in het gesprek.
'Mja... wat moeten we anders? Kunnen we niet vragen of ze ons naar buiten wil brengen?'
'Ik denk niet dat ze dat gaat doen...'
'Dat ik wát ga doen?' Aseria's stem deed hen schrikken. Lugar liep snel op haar af.
'Wij.. ehm... dachten dat je wel niet ehm...' Hij keek naar Naderia maar kreeg geen hulp van haar. 'dat je ons wel niet ging helpen met een volgend monster.'
Aseria keek hem wantrouwend aan. 'Dat doe ik inderdaad niet...' Ze bleef hem wantrouwend aankijken.

Nenova kwam overeind. Haar hoofd bonsde een beetje, maar verder voelde ze zich wel redelijk.
'Zullen we gaan?'
Aseria richtte haar blik nu op haar. 'Dus jullie zijn niet van plan hier alleen te blijven? Goed idee.'
Ze draaide zich om en liep een gang in. De rest volgde haar braaf. Inwendig kreunend hees Lugar zich overeind. Hij was nog helemaal niet uitgerust van de heling. Toen hij naar Nenova keek merkte hij op dat ook zij erg bleek was en er trillerig uit zag. Als deze uitputtingsslag door zou gaan dan gebeurden er ongelukken. Lugar vermande zich en begon een marswijsje te neuriën, dat hij tijdens een van de vele veldtochten had opgepikt.
Hij liet zijn hand op het gevest van zijn nieuwe zwaard rusten en stapte achter Nenova aan.

Langzaam veranderde de tunnel van uiterlijk. De slierten spinrag verdwenen en de tunnel werd wijder en vochtiger. Toch voelde Lugar zich onbehagelijk. Heel in de verte zag hij een fakkel flikkeren, gelukkig waren ze nog in een gedeelte wat Aseria bekeken had. Plotseling hoorde, nee voelde Lugar een zucht wind langs zich heen strijken, ijskoud en vochtig. De groep liep door en wederom naderden ze een grot. Aseria liep rustig verder. De grot was een langwerpige tunnel die een paar honderd meter lang was. Aan het einde van de tunnel scheen een fel licht. Hmm, Icheal's Tunnel, eens zien hoe zij zich hier doorheen slaan, tenminste, als ze dat doen. Aseria merkte op dat er een zwarte nevel over de grond hing. Icheal is dus nog niet overleden.

Aseria draaide zich om. "Dit is Icheal's tunnel. Icheal is een al eeuwen oude, zwarte draak die de enige doorgang naar de laagergelegen tunnels in de weide omtrek bewaakt. Als alles goed is horen we zo langs hem te kunnen komen, hij staat namelijk nog bij mij in het krijt." "Hoezo dat?" Vroeg Lugar. "Laten we zeggen dat hij ooit eens last had van ene Gerdon (Zie:Pagina 8, 13de post van boven), en ik hem wat heb geholpen." Plotseling viel Lugar opeens binnen wat Aseria had gezegd: "de lager gelegen tunnels in de weide omtrek" Hij was helemaal niet van plan om nog dieper de catacomben in te gaan. "Zeg Aseria, ik dacht dat ik duidelijk was geweest, ik ben op weg naar de oppervlakte, niet nog dieper de tunnels in. En al helemaal niet als ik daarvoor langs een draak moet, die op zijn best ons misschien langs laat omdat hij jou nog een gunst verschuldigd is."

Lugar dacht aan de volkswijsheid waarin draken als zeer onbetrouwbare wezens werden afgeschilderd. "Als Nenova en Naderia naar beneden willen zal ik wel volgen, laat hun maar beslissen. Ik heb er schoon genoeg van om maar achter jou aan te lopen en van de ene ellende in de andere te vallen."
De pissige huurling keek nu naar Naderia en Nenova, deze keer zouden ze er niet zo makkelijk van afkomen door hem alleen met Aseria te laten redetwisten. "Jullie hebben niet echt een keus. Volg mij, en heb nog een kans op overleven, of ga je eigen weg, en sterf of raakt voor eeuwig hopeloos verdwaalt..." Nenova onderdrukte een rilling, ze was nog niet helemaal 100% en die enge wind hielp niet echt...
'Aseria, nu vind ik het genoeg! Je gooit ons in de grootste gevaren, "om te leren". We leren niet veel hier! We raken gewond! En dan kost het kracht om te genezen waardoor we nog groter gevaar lopen! Wat we geleerd hebben, kunnen we ook op een andere, veiligere manier leren!
En dan vragen we of je ons naar buiten wilt brengen, en wat doe je? Je leidt ons NOG dieper deze tunnels in! Naar een draak nota bene!
Nou, IK HEB HET GEHAD! Jij gaat ons NU de weg hieruit vertellen, of je gaat ons erheen brengen, het zal mij een worst wezen, maar wij gaan hier UIT!!!'
Ze stopte even en ademde woest in en uit.
'Desnoods gebruik ik magie om het uit je te persen!'
Ze trok een beetje wit weg, en de wereld draaide even voor haar ogen. Ze had zich iets te druk gemaakt... "Doe wat je niet laten kan, ik houd je niet tegen," zei Aseria kalm. "En dreigen met magie heeft geen zin, ik heb ook een amulet, en in tegenstelling tot Naderia weet ik hoe ik hem moet gebruiken. Daarom ben ik ook de enige die haar daar goed mee kan trainen. Jij kan haar mischien magie aanleren, maar jij hebt geen flauw idee van de totale krachten van dat amuletten."
Aseria keek naar het licht dat verder in de tunnel scheen. "Bij Icheal kun je rusten, want ik heb daar ook nog het een en ander af te handelen."

"Dus? Gaan jullie verder of niet?" "Ik zou zeggen niet." De stem kwam als een schok voor allen in de gang. Een diepe, rommelende stem was het, die van overal en nergens scheen te komen.

"Jazeker, jou herinner ik me nog wel, Aseria. Die arme Gerdon. Hij verweerde zich nog redelijk, moet ik zeggen, gezien dat hij vlak daarvoor door een wezen van een mindere eer in de rug was aangevallen. Dat jij met die amulet kan omgaan, daar twijfel ik niet aan. Ik heb het immers met mijn eigen ogen gezien. Leuk hoe die arme man kronkelde toen je hem met die duivelse kunsten martelde."

De stem zweeg even en rollende stenen uit een zijgang van de grot trokken de aandacht van allen naar die kant.

"Ik ben eens benieuwd wat jij hier van plan bent, mijn meisje. Vorige keer dat je hier kwam met wezens anders dan jezelf is het het niet zo goed verlopen, De Goden preizen dat dappere elfengezin. Ik mag goed geloven dat zij bij onze zwarte medegrotverblijver rust zullen vinden, zoniet eeuwige rust, oh beheerster van de amulet."

Een fel licht scheen uit de zijgang, en opeens stond een vreemdeling tussen hen in. Groot en donker was hij, gehuld in een smerige lange tuniek, waarvan een stank vanaf kwam, die de anderen alleen maar konden toeschrijven aan de gedroogde uitwerpselen aan de onderkant.
Lang en vettig zwart haar hing neer van de schouders, eens de gedaante zijn kap had afgeworpen, en een onwerelds licht scheen uit zijn ogen.

"Nachtkruiper noemt men mij, lichtoog door sommigen gezegd, maar Perradarn luidt mijn naam als vanouds, en ook ik weet wat van De Zes..." Lugar had zijn zwaard getrokken toen hij de stem hoorde. Na het verhaal aangehoord te hebben leek er een medestander te zijn opgedoken. "Wie ben je?" vroeg hij aan Perradarn. "Ik bedoel een naam is maar een naam, graag zou ik wat meer over je willen weten."

Lugar was niet van plan om iemand, of iets hier in de grotten zomaar te vertrouwen. Buiten zichzelf, en misschien Naderia en Nenova. Zeker niet als diegene hier notabene in de catacomben opdook zonder een duidelijke herkomst. "Door schade en schande ben ik wat minder goed van vertrouwen geworden hier in het onderaardse" vervolgde hij, met een schuine blik naar Aseria, om zijn verzoek wat te verduidelijken. ondertussen liet hij zijn zwaard zakken maar borg het nog niet weg. Nenova was zich doodgeschrokken van de stem. En nu ze het monster zag, was die angst niet echt weggetrokken. Ze bibberde over haar hele lijf en moest zich vastklampen aan de muur, anders zouden haar bibberende beentjes haar niet houden.
Lugar vroeg wie hij was. En tja, dat wilde zij eigenlijk ook wel weten....
'ja, hoe kom jij hier eigenlijk als... *haalt adem* als Aseria deze gang al heeft onderzocht?'
Perradarn draaide zich naar haar toe. Haar lijf begon meteen weer onbeheersbaar te bibberen bij het zicht van zijn gestalte.
Waarom bibber ik zo? Dacht ze. Alsof mijn lichaam weet dat hij kwaadaardig is... En wát weet hij van de Grote Zes? Iedereen kent ze wel... maar wát weet hij? "Groot gelijk dat je niemand meer vertrouwd, zeker niet nadat je deze onverlaat hier vertrouwde en meeging met haar naar deze godverlaten plaats. Nu, tuurlijk hebben jullie gelijk mij niet te vertrouwen, en waarlijk, misschien zou dat ook beter zijn. Ik sta niet bepaald bekend om mijn genade."

Mysterieus keek de vreemdeling nu de kring rond, zijn lichtende ogen zonder pupillen of enige vorm van zicht lichtten de grot met een vreemd licht dat de stenen deed glinsteren.

"Aseria deze gang onderzocht zeg jij, kleine mens? Nu, onderzocht heeft ze hem zeker, te grondig, maar mij is zij nog nooit tegen gekomen, en zij weet niet wie ik ben, ben ik gerust. Zoals ik al zei ben ik een nachtkruiper, een geschiedschrijver door sommigen genoemd, en mijn bijnaam is lichtoog. MIsschien verschrikt mijn voorkomen een beetje, ik leef ook al vele eeuwen onder de grond. Het waren wij, van het Oudste ras, die de geschiedenis van de wereld optekenden in onze boeken. Toen stonden wij nog in hoog aanzien boven de grond. Maar de dingen zijn veranderd, sinds de komst van De Zes..." Nenova voelde zich weer iets beter, gesterkt door de korte rustperiode tijdens het verhaal van lichtoog.
'Leefde jij al vóór de Zes? Hoe oud ben je dan wel niet?? De Zes leefden duizenden jaren geleden! '
Lichtoog bleef stil. Hij keek haar aan, en weer begon haar lichaam te trillen. Het moest daar echt eens mee ophouden, uit zijn verhaal merkte ze niet echt iets kwaadaardigs... Misschien..
Misschien wil hij nog steeds wraak op de Zes... en aangezien ik een afstammeling ben, heb ik een natuurlijke angst voor zijn soort...dacht ze.
'Meisje, ik bespeur grote machten in jou. Maar volgens mij weet jij nog niet goed wat je ermee moet... Je hebt nog veel te leren...'
MEISJE?? De woede laaide weer op in Nenova. Maar misschien was het niet zo slim hem meteen aan te tonen dat ze die mahten wel degelijk onder controle had...
'Ik heb veel geleerd al, Lichtoog. Jij kent mij nog niet, dus wie ben jij om te zeggen hoeveel ik nog moet leren?'
Lichtoog leek een beetje uit het veld te zijn geslagen maar hij herstelde zich snel.
'Ik heb gaven die kunnen zien in hoeverre de magie in een persoon gebruikt kan worden. Jij kunt veel gebruiken, maar er is nog zoveel dat jij niet kent, waarvan je niet weet dat je het bezit.'
Nieuwsgierigheid won het van de woede en angst. Misschien kon hij toch wat voor haar doen... "Oh, kun je ook zien of mijn magie meer inhoud dan alleen een min of meer onbewuste, genezende gave" vroeg Lugar. Het leek hem wel handig om ook wat magie te kunnen gebruiken op het slagveld in plaats van alleen na de strijd bij het genezen van de gewonden na de gevechten.

"Nou voorlopig zal ik je dan maar vertrouwen" vervolgde Lugar, terwijl hij zijn zwaard met een zacht gesis terug stak in de schede. "Voor zover je het nog niet begrepen had: wij zijn op zoek naar de weg terug naar het oppervlak" Weer wierp Lugar een snelle blik naar Aseria, alsof hij toch nog een onaangename verrassing van haar kant verwachtte. 'Ze willen terug naar het oppervlak, en van mij mogen ze gaan als ze willen. Maar ik ben op dit moment ongeveer de enige die de weg omhoog weet, dus zonder mij komen ze nergens, en ik ga naar beneden.' Aseria keek spottend Perradarn. 'En Gerdon was geen man, hij was een demoon, en ik ga ervan uit dat je dat maar al te goed weet. Maar wat gaat jouw dat eigenlijk allemaal aan?'

Hmm, dit kan nog eens verkeerd uitpakken. Die Perradarn lijkt me geen vertrouwbaar persoon, maar dat kan ook in mijn voordeel zijn. Aseria keek vanuit haar ooghoeken naar haar drie huidige reisgenoten. Ze waren alle drie geen bedreiging voor haar, maar er moet toch ooit een uitverkoren persoon haar naar het laagste gebied brengen? Ze wist dat er vier waren, maar tot nu toe waren alle personen die enigsinds geschikt leeken op niets uitgelopen... Nenova kreeg het idee dat het groepje uit elkaar viel. Aseria leek iets tegen Perradarn te hebben, en dat had zij zelf ook wel ergens... Terwijl Lugar hem juist wel mocht... Dacht ze zo te merken. Naderia's idee over Perradarn wist ze niet, maar ze verwachtte dat Naderia afwachtte tot ze wat meer duidelijkheid hadden.

Achter Perradarn verscheen een gestalte.
'Wie durft mijn terrein te betreden?' klonk een rommelende stem.
'Ik ben het, Aseria,' antwoordde Aseria.
'Aseria! Lang niet gezien!'
En de gestalte stapte in het licht. Het was een draak van behoorlijk formaat... Naderia was stil en keek toe. Ze had haar amulet omklemd en probeerde alles op een rijtje te zetten. Nu was er een of andere persoon verschenen uit het niets die dan weer sterker zei te zijn dan Aseria en Nevona voor meisje uitmaakte. Lugar had hem voorlopig zijn vertrouwen geschonken. De amulet hield zich rustig, dan had Perradarn blijkbaar geen geweldadige plannen. Aseria heeft al eerder anderen hierheen gebracht. En die hebben het niet overleefd. Aseria had zo'n beetje hun vertrouwen verloren.
"Ik wil met mijn amulet leren omgaan. Al dat vechten tegen vreemde wezens leert me wel hoe ik mezelf beter kan verdedigen. Maar dat was niet waar het om begonnen was. Ik vraag me af wat er dan 'beneden' is dat mij kan helpen om ermee te leren omgaan." Ze schudde haar hoofd. "En wat we daarvoor eerst allemaal nog moeten doorstaan." Ze keek even op naar de anderen "Om dan ook nog een 'wederdienst' aan Aseria te moeten verlenen. Ik weet het nu even niet meer hoor." Ze keek naar Aseria. "Ik weet alleen wel dat ik niet in mijn eentje met Aseria verder naar beneden ga. Maar de weg terug... die zie ik ons alleen nog niet vinden." Ze was nieuwsgierig genoeg eigenlijk, maar de gedachte om alleen met Aseria op stap te moeten bezorgde haar de rillingen. "Als jij... U, dan ouder bent dan de magische zes. Weet u dan meer over de amuletten, zwaarden en voorwerpen die ze in de wereld hebben ondergebracht?" Misschien dat zijn antwoord nieuwe mogelijkheden zou bieden.
En toen verscheen er een draak. Naderia's ogen werden groot van schrik en ze pakte met twee handen haar stok stevig vast. Hoewel ze ook wel inzag dat dat niet zo veel nut zou hebben. De Draak kon Perradarn niet doen verpinken. Hij had evenmin te vrezen van hem als van Aseria, om de eenvoudige reden dat de draak hem niet kon zien. Draken hebben een uitsteken nachtzicht, maar jammer genoeg zien zij niet doorheen hetzelfde materiaal als van wat hun woonplaats gemaakt is, en aangezien perradarn al zovele jaren in de grot leefde, was zijn gewaad helemaal aangekookt met stukjes rots en dergelijke dat hij enkel zijn kap opdeed en vrolijk bleef staan toen de draak achter hem verscheen.

Hij had de draak reeds lang bestudeerd, al die jaren dat hij in de grot had verbleven, en wist dat deze geen van hen kwaad zou doen. Hij was al heel oud, te oud voor een draak, zeker als hij onder de grond moest verblijven, en als Aseria hem niet had gered van de Demoon, zou hij voorzeker gestorven zijn. Toen de draak verscheen viel Perradarn stil, Lugar besloot om verlopig maar niks tegen hem te zeggen aangezien Perradarn zijn aanwezigheid nog niet aan de draak kenbaar wilde maken. Verontrust tastte Lugar naar zijn zwaard, toen de grootte van de draak hem duidelijk werd. "Oude bekende van je Aseria?" vroeg Lugar, waarbij hij in het midden liet of hij de draak of Perradarn bedoelde. "Graag zou ik nu eens willen weten wat we nu gaan doen, het lijkt me het beste om als groep bij elkaar te blijven" vervolgde Lugar. "Op zich heb ik er geen probemen mee om door te gaan, maar dan wel met een duidelijk doel. Het ronddolen in de catacomben zonder enig idee te hebben waar we mee bezig zijn irriteert me een beetje" Eigenlijk was dat nog te licht uitgedrukt maar dat hoefde de rest niet te weten.

"Ik ben een van de Wachters" rommelde de draak. "Aseria is op een missie en heeft mensen met bepaalde vaardigheden nodig" ging de draak verder. "Het lijkt er op dat ze weer een groep heeft verzameld" vervolgde de draak, terwijl zijn kop, zo snel als een slang van Lugar naar Naderia en Nenova schoot, en weer terug. "Kijk nu komen we ergens" antwoordde Lugar, nog niet helemaal tevreden gesteld maar het begon tenminste ergens op te lijken.

"Zeg hoe zit dat met de rustpauze" bemoeide Nenova zich met het gesprek, "we zouden hier bij de draak kunnen rusten." "Bij Icheal kunnen jullie rusten. Dat heb je gezegd Aseria. Waarom zit die draak, uu, Icheal ons dan zo aan te staren? Ik neem aan dat het Icheal is? Ik voel me nu net een hapje tussendoor." Ze slikte even en weerhield zichzelf ervan om een stap terug te zetten.
Ze richte zich tot Lugar en Nevona. "Ik vrees eigenlijk dat we niet zoveel keuze hebben en dat we Aseria zullen moeten volgen. Tenzij ..." Ze bedacht opeens dat Perradarn niet meer van zich had laten horen en dat Lugar hem ook niet meer had genoemd of had aangekeken. De draak leek hem ook nog niet te hebben gezien. Snel breide ze een ander eind aan haar zin. "... tenzij, tenzij we een andere manier vinden om terug te gaan. Zonder gids komen we er niet."
Naderia had geen keuze. Als ze wilde overleven samen met de anderen, dan moest haar angst en onzekerheid worden overwonnen. Met rood op haar kaken van de spanning richte ze zich tot de draak Icheal. "Wat, waar, waar heb je dan hulp voor nodig." Ze slikte en probeerde een beetje schuin voor Nevona te gaan staan. Het liefst had ze zich omgedraaid en had ze zich achter Lugar verstopt. Terwijl de anderen in gesprek waren getreden had Perradarn eindelijk de tijd gekregen om in stilte te mediteren. Eindelijk, na al die jaren, had Aseria een afstammeling van de Zes gevonden, eindelijk zouden de labs beneden opengaan. Hijzelf had al vaak geprobeerd binnen te dringen en een manier te vinden om terug te keren naar de oppervlakte, maar nooit was het hem gelukt, tot nu...

Hij besloot zich dan toch maar te onthullen voor de draak, want als het dan eindelijk zo ver was, moest hij zich niet meer verschuilen voor Icheal, maar zou hij terug bovengronds leven, zoals vroeger, zoals voor die vervloekte zes...

Toen de oude veldslag tussen de zes en de overgebleven Fycar had gewoed, zoals de nachtkruipers in hun levens boven de grond genoemd werden, kwamen de mensen als overwinnaars uit het gevecht, en de overgebleven Fycar werden in cellen onder de grond opgesloten, tot de dag des oordeels. Eeuwen had Perradarn gezocht naar een manier om uit deze gangen te komen, maar telkens als hij het daglicht zag schemeren boven zijn oogleden werd hij teruggestoten naar het diepst van de catacomben. MIsschien dat er zich in het hoofdkwartier van de Zes hier onder de grond een oplosing bevond voor zijn probleem. Misschien dat hij eindelijk het grote levenswerk van zijn voorvaders kon voortzetten, de hele wereld leegroven en heersen over de mensen... 'Icheal, ik neem aan dat je je belofte nakomt?' Aseria stapte op Icheal af. 'Maar natuurlijk, jij en iedereen die je volgt mogen naar de lager gelegen gebieden.' Icheal deed een stap opzij om de groep erdoor te laten. 'Ik neem toch aan dat je je gastvrijheid nog hebt.' 'Och ja, dat was ik bijna vergeten. Voel je thuis in mijn huis.' Aseria liep langs de draak naar het licht aan het einde van de tunnel. Ze zette haar bril op om te kunnen zien.

Dwars door het grote, marmeren vertrek liep een klein stroompje water. In het midden van de vloer zat een grote deur. Nenova staarde onthutst naar Perradarn. Wat was hij van plan? Ze kreeg nog steeds de rillingen als hij haar aankeek, wat verdacht vaak gebeurde...
Behoedzaam volgde ze Aseria langs de draak het huis in.
Het huis was heel anders dan ze had gedacht. Het was een erg grote ruimte met zelfs een paar meubels. Er stond een groot bed, waar de draak inpaste en er stonden twee stoelen voor mensen, en twee grote stoelen, voor draken-bezoek, dacht ze. Er was zelfs een gat in het plafond, met een tunnel, waar licht doorheen viel. Het vreemdste waren de deur in de vloer en het water dat door het vertrek heen stroomde.

De rest volgde hen mee naar binnen. De draak deed de deur achter hen dicht. Perradarn kon nog net optijd binnen komen. Naderia zag dat Perradarn zich toonde aan de draak. Ze merkte ook dat haar amulet even lichtjes opvlamde onder haar shirt. Iemand heeft kwade gedachten. Ze was gevoelig geworden voor de reakties van haar hanger. Blijkbaar reageerde het niet alleen op geweld, maar ook op kwade gedachten, alleen had ze dat nooit gevoeld. Toch al iets geleerd. Ze keek rond en hoewel de draak er nou niet echt uitzag als iets waar je ruzie mee wil hebben leek het haar niet dat Icheal kwaade bedoelingen had. Nevona's subtiele reaktie op Perradarn gaf haar meer het idee dat daar de oorzaak zat. We moeten hem goed in de gaten houden. dacht ze bij zichzelf.
"Is dit water drinkbaar?" Toen Perradarn zich aan de draak vertoonde kreeg Lugar een huivering. Iets voelde niet goed, maar wat of wie daar de oorzaak van was wist hij niet. Hij hoorde Naderia vragen of het water drinkbaar was. "Zolang het stromend water is, is de kans klein dat er iets mis mee is. Zeker water in grotten en dergelijke is meestal erg zuiver. Vaak komt dat ergens naar boven in een bron." Om mogelijke verontrusting weg te nemen schepte hij een hand water uit het stroompje en proefde het water, dat prikkelend in zijn mond aanvoelde. Het was een erg aangenaam gevoel om het koude, door mineralen licht bittere, water te proeven. "Ik stel voor dat we hier wat eten en rusten voordat we dan maar verder gaan" vervolgde Lugar, zich er bij neer leggend dat de rest door wilde gaan.

Icheal en Perradarn leken hem wel te vertrouwen. Hoewel, hij bleef met de nieuwelingen toch op zijn hoede, zeker voor Icheal, die blijkbaar een bekende van Aseria was. Hij had het gevoel dat hij toch op een of andere manier Nenova en Naderia moet beschermen, hoewel ze ook goed voor zichzelf konden zorgen. Nenova keek verbaasd op toen de draak naar een keukentje ging om thee te zetten voor haar gasten.
'Hoelang blijf je, Aseria?' vroeg ze op een huisvrouw-manier. Ze leek niet veel moeite met het gezeldschap te hebben. en Perradarn negeerde ze... leek het.
'Ik wil hier even blijven om wat dingen in de omgeving te regelen,' antwoordde Aseria.
'Wat voor dingen?' vroeg Nenova.
'oh gewoon, wat kleine dingetjes, jeweetwel.'
Nenova keek haar achterdochtig aan.
'Nee ik weet het niet,' zei Lugar. 'Wees wat specifieker!'
Aseria wuifde met haar hand de woorde nweg. 'Ach, het is niet zo belangrijk.'
Perradarn greep Aseria in haar kraag. 'Ik denk dat ik wel weet wat jij uitvoert, en ik weet niet of ik het daar helemaal mee eens ben.'
Aseria keek hem uitdagend aan. 'Wat wou je daaraan doen dan?'
Perradarn keek met een schuin oog naar Ichael die terug kwam met een dienblad vol kopjes.
'Nog niets, ik denk dat ik er wel wat mee kan... Maar zodra het mij niet bevalt...' Hij maakte een eng geluidje dat maar 1 ding kon aantonen. Een pijnlijke en langzame dood.
Aseria schamperde en pakte een gebloemd kopje. 'Alsof je dat kan.'
Perradarns hoofd werd een tintje roder maar hij hield zich in en pakte ook een kopje. Ichael keek hem niet aan. In stilte overwoog Perradarn nog eens de mogelijkheden die nu voor hem open lagen. Hij kon de draak boos krijgen, zodat hij een bedreiging voor hen allen zou vormen en als hij hem dan kon uitschakelen met zijn magie, zou hij als grote held naar voren komen en ze zouden hem volgen naar het lab, hem eindelijk de kans gevend boven de grond te komen. Anderzijds kon hij die erfgename ontvoeren en alleen afdalen, zodat Aseria niet zou kunnen profiteren van de geheimen die daar benende verborgen waren. Keuzes maken was nooit één van zijn beste vaardigheden geweest. Vroeger in die goede ouwe tijd moest hij geen keuzes maken, maar zijn slachtoffers. Sterven door magie of door een wapen, makkelijk als je ervoor stond. TOen hij gedwongen was geweest naar hier beneden te komen, waren de keuzes ook beperkt gebleven. Stilzitten in de grot of ronddwalen, ook niet veel speciaals. Nu hij de opties zo overwoog, voelde hij hoe de draak met zijn telepatische gaven zijn gedachten afspeurde. HIj moest vlug handelen, binnen een paar seconden zou het heel erg heet worden in de grot... Het viel Aseria op dat Icheal vreemd naar Perradarn keek. Die twee gaan nog voor problemen zorgen. 'Icheal, zou je me het metaal kunnen geven wat ik hier vorige keer heb achtergelaten.' 'Natuurlijk.' Icheal liep naar een muur toen en drukte er met zijn kolosale poot tegenaan. Een straal van een zilver kleurig goedje spoot uit de muur in een ton. 'Hmm, je hebt het dus niet verkocht.' 'Zou niet durven,' zei Icheal met een raar soort glimlach op zijn gezicht.

Aseria goot de hele ton leeg in haar keel. Een zilveren glans gleed over haar kleren... Terwijl Naderia een slok water nam gloeide haar hanger weer op. "Alweer!" Fluisterde ze tegen Lugar. "Iemand loopt hier met gevaarlijke, slechte gedachten rond." En keek even voorzichtig naar Perradarn "en het is begonnen nadat Perradarn zich aan de draak toonde. Ik denk dat we bij elkaar in de buurt moeten blijven. Hoewel ik Aseria niet helemaal vertrouw, vertrouw ik Perradarn eerlijk gezegd nog minder." Ze stond op en liep naar Nevona en nam ook een kopje aan. "Dank je" Ze was voorlopig niet van plan Nevona uit haar buurt te laten. Ze keek Nevona aan aan zorgde ervoor dat ze de hanger kon zien gloeien, in de hoop dat Nevona zou begrijpen dat er iets niet in de haak was. "Weet je.. " zei ze tegen Nevona als extra hint.. "..ik ben gevoeliger geworden voor mijn hanger. Ik voel dat hij zich oplaad met 'iets' nog voor er iets gebeurt. Goed he?" Ze probeerde trots te kijken, eigenlijk was ze het ook wel. De groeiende controle, als je het zo mocht noemen, was heel wat beter dan wat er in de herberg was gebeurd. Ze had haar stok bij het water laten liggen. Ze keek ernaar en stak haar hand uit. Stok En de stok kwam naar haar toe. Het was misschien als wapen dan niet alles, maar ze voelde zich toch prettig als ze het ding bij zich had. Bovendien was het een prettige stok om op te steunen. Nenova keek gespannen naar Ichael, Lichtvoet en Aseria toen Naderia haar aansprak.
'Goed he?'
Nenova zag hoe ze straalde, en ze was zelf ook wel trots. 'Heel goed, Naderia! Dan maken we misschien toch nog een kans als die twee of drie gaan vechten...'
Naderia riep haar stok, en Nenova gunde haar een stralende glimlach die Naderia beantwoordde.
Nenova staarde weer naar Perradarn en Ichael. Perradarn was iets van plan... Maar wat? Ze vertrouwde hem voor geen cent... Niet het minst verbaasd over de toenemende krachten van de vrouw met de hanger toen ze haar stok deed komen, dacht Perradarn toch even terug aan de laatste keer dat hij die kracht had gevoeld. De laatste veldslag in de oorlog van de Zes tegen de Nachtkruipers. Bij de grote Fyn, wat was dat toch een tijd geweest. Toen waren er nog meer van zijn ras, toen hadden ze nog een kans, totdat die armzalige mensen naar voren getreden waren uit hun rangen. Nooit hadden ze iets te vrezen gehad van mensen, die met hun sterfelijke lichamen niks konden uithalen, en nu, in die laatste veldslag waarin de Fycar voor eens en altijd de macht zouden grijpen over de wereld, kwamen er deze zes onbekende naar voren. Een enorm vreemde macht, verwant aan de magie van de fycar, maar toch zo anders... Vlug werden hun aantallen gedecimeerd, en de overgebleven vluchtten naar de grotten onder het slagveld, waaronder hij. Toen verzegelden ze de ingangen met hun macht, en zijn broeders en zusters, die het hadden gewaagd tot daar te gaan, waren nooit teruggekeerd, totdat hij alleen, de laatste, overgeblven in zijn grot, had moeten zitten kniezen over zijn lot...

Hij ging het in eigen handen nemen, hij had besloten. Gedachten controleren met de stem was een enorm sterk punt van de Fycar, maar telepatisch was zelfs nog veel beter. Jammer genoeg kon dat met de primitieve geest van de mensen niet, maar een draak... Dat zou wel lukken.
Zachtjes aan begon hij binnen te dringen in het geheugen van de draak en ontdekte de ontmoeting van Aseria. Makkelijk veranderde hij dit in een pijnlijke gebeurtenis voor de draak en hij verdoofde deze, zodat hij 20 seconden niks zou doen. Toen trok hij zich terug en liet het beest even doen. Gauw zou hij het vertrouwen van de anderen terugwinnen als de draak een bedreiging scheen en hij hen zou redden, en dan zou het lukken, eindelijk, na al die jaren... De draak schudde zijn kop heen en weer. Lugar voelde gewoon dat er iets mis was. Perradarn leek het ook te voelen want hij verwijderde zich van de draak. "Ik snap niet waarom iedereen Perradarn zo wantrouwt" dacht hij bij zichzelf. Tot dusverre had Perradarn niks gedaan om het wantrouwen te verdienen, overigens had hij ook niks gedaan om vertrouwen te verdienen. Vooralsnog besloot Lugar de kwestie maar te laten rusten.

Opeens gaf de draak een grauw, en zwiepte zijn staart richting Aseria, die geschrokken maar behendig weg dook. "Ichael, wat is er" riep Aseria naar de draak. Deze gaf geen antwoord, maar stapte vals grommend naar voren toe. Het leek alsof alle intelligentie die Ichael had bezeten was weggevaagd.

Uit zijn ooghoeken zag Lugar Perradarn met een vreemd lachje naar achter stappen. Snel richtte Lugar zijn blik op hem, maar Perradarn staarde terug met een vlakke uitdrukking. Had hij het dan toch verkeerd gezien? Nu richtte Lugar zijn aandacht weer op de draak. Blijkbaar had deze alleen aandacht voor Aseria. Het leek een ongelukkig toeval dat Naderia en Nenova tussen Ichael en Aseria instonden. Aseria dook weg voor de staart van Icheal. 'Icheal, wat is er?' De draak gaf geen antwoord.
Een zwart vlammende straal vloog op Aseria af. Aseria trok een zilveren muur voor zich op dat de vlammen tegen hield. 'Dan moet je sterven...'Terwijl ze een slok thee nam gebeurde er iets vreemds. Er ontstond een zwaar rommellend geluid en de hanger begon behoorlijk te gloeien. Niet goed! Dit is niet goed. Samen met het gerommel werd Naderia kwaad.. Nee, nee, NEE!. Zweetpareltjes ontstonden op haar voorhoofd terwijl de hanger steeds feller ging gloeien. Haar hand liet het kopje vallen en begon ook te gloeien. Ergens kwam een dermate woede vandaan dat de hanger zich in eenklap vol begon te zuigen. Naderia keek rond. Aseria stond verbaasd te kijken, of wat er dan voor door kon gaan. Perradarn stond als de rust zelfde op een afstandje en Lugar leek zich ook af te vragen waar het geluid vandaan kwam. Met veel, heel veel moeite wist Naderia de woede die de hanger bij haar opwekte onder controle te houden. Ze keek vertwijfeld naar Lugar en Nevona en zocht naar een plek waar ze veilig een eventuele ontlading op los kon laten. Plots draaide ze zich met een ruk om en zette een aantal passen opzij, Nevona met zich meetrekkend. Ichael. Het komt van Ichael! Ze liet Nevona los. "Hij, zij, Ichael is woest...Mijn god... zo kwaad!" Haar hand begon weer te gloeien en ze deed haar best om zich te concentreren. "Misschien... als ik het onder controle kan houden ... kan ik de kracht gebruiken ... als bescherming... Zo sterk! Niet sterk genoeg..." En weer trok ze zich wat verder terug tot ze bijna tegen Perradarn aanbotste. Een zweem van blijdschap trok over zijn gezicht toen hij zag dat het gelukt was. De draak, die enkel een wezen vna wijsheid en geduld was voor diegenen die hij kende en goedgezind was, is een zeer geduchte vijand voor hen die hem bij de vorige ontmoeting tegen de kont haddne gestampt, snorharen hadden uitgetrokken en zijn hele woning in brand hadden gestoken, of tenmisnte dat dacht de grote draak dat Aseria had gedaan.


Glamdring zag dat Aseria op het punt stond de draak te vermoorden met dezelfde spreuk waarmee één van de zes ooit zijn vader had vermoord. Dit mocht niet gebeuren. Hij moest degene zijn die de draak doodde, zo alleen kon hij hen hem voor 100% laten vertrouwen.

Vlug gooide hij zijn mantel af zodat hij op zijn lendedoek na helemaal naakt voor de anderen stond en onthulde een donkergroen lichaam, verscheurd door littekens en mager tot op het bot. Doch in het midden brandde een rode gloed, als een zon, die zich met een vast patroon uitspreidde totdat het tot buiten zijn lichaam rijkte.

de grot lichtte op en de draak begon te brullen met een oorverdovend geluid. Nog even wankelde ze op haar poten en viel toen met een enorme slag neer, de verbuisterde Aseria met haar zilveren schild achterlaten vlak voor zijn bek. Nu zou het slechts een kwesite van tijd zijn, dacht Perradarn bij zichzelf... Daar gaan we dan, dacht Aseria. De draak opende zijn bek om Aseria te verzwelgen. Aseria sprong omhoog, recht in de bek van de draak. Deze maakte een stikend geluid, maar herstelde zich snel. Icheal richt zich op lugar... "Aseria?! ... Lugar ... Nee ..." Nog steeds heftig concentrerend was Naderia nu compleet in de war. Er was een nieuwe extra kracht die uit Perradarn scheen te komen en zich tegen de draak richtte. Ondertussen had zich een vuurbol gevormd in haar hand. Ze gooide de bal naar de draak om ervan af te zijn. En wie weet had het effect, hoewel ze zich dat niet kon voorstellen. Het was voor de draak niet veel meer dan een lastige vlieg.

Lugar had zijn zwaard al getrokken, klaar om dan ten minste strijdend ten onder te gaan.
Maar het ging niet goed met Ichael. Hij had Aseria verzwolgen terwijl hij door zijn poten aan het zakken was. Nog voor Ichael Lugar kon bereiken was het afgelopen voor de draak. Met een enorme slag was hij neergekomen. Er zat geen beweging meer in.
"Is ie... dood? Wat gebeurde er in godsnaam?" De hanger kwam tot rust nu Ichael hem niet meer voede met woede en het geweld was weggeebt. Hij gloeide nog wel, maar zo had ze er geen last van. "Iedereen verder in orde? Shit Aseria.." Aseria was hun gids naar buiten, de enige reden dat ze hier nog waren. Zonder Aseria konden ze niet terug.

Naderia draaide zich om en keek naar Perradarn, met zijn groene, magere gehavende lijf en die vreemde rode gloed. "Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?" Ze keek hem recht in zijn ogen. "Bedankt. Ik geloof dat we anders allemaal achter Aseria aan waren gegaan." Ze stond zo dicht bij dat ze de rode gloed kon voelen. Nenova keek versufd om zich heen. Aseria was opgegeten... Alle hoop op ontsnapping uit deze grotten was verdwenen, en Ichael had misschien een uitgang geweten, maar als dat zo was, bleef deze nu geheim. Haar enige hoop was gevestigd op Perradarn... en die vertrouwde ze nog steeds niet...
Ze zakte door haar knien op de grond. Lugar hielp haar weer overeind.
'Het komt wel goed,' fluisterde hij haar toe.
Ze schudde haar hoofd en een traan drupte op de grond. 'Nee, het komt niet goed... Ik voel... slechte tijden. We komen hier nooit meer weg.'
Ze drukte zich snikkend tegen Lugar aan.
'Stil maar. Misschien komen die slechte tijden pas veel later, en wie zegt dat ze hier beneden komen? Misschien komen ze wel boven de grond, als we hieruit zijn.'
Ze schudde haar hoofd. 'Nee, ik voel dat ze hier, in het donker, zullen plaatsvinden, slechte dingen, slechte tijden, en ze zullen heel erg niet leuk zijn.'
Lugar probeerde haar een beetje te troosten door op haar rug te kloppen, maar het haalde niet veel uit. Ze bleef stilletjes snikken tegen Lugars inmiddels natte jas. 'Nou, volgens mij hebben we hier niet veel meer te zoeken, zullen we gaan?' Perradarn had een klein glimlachje op zijn gezicht dat snel weer verdween. Lugar vloekte. Aseria was de enige die hen weer naar boven zou kunnen krijgen, als ze gelijk had gehad. Nu was ze dood, opgegeten door de draak. Opgegeten? In een hap doorgeslikt zonder te kauwen, dat was een betere omschrijving. Het verbaasde hem wel dat Aseria, gezien haar eerdere gedrag, zich had opgeofferd voor de groep.

"Bedankt Perradarn" zei Lugar, "Iedereen verder OK?" vroeg hij, terwijl hij enigzins onhandig op Nenova's schouder klopte. Langzaam kwam Nenova tot bedaren "Sorry Lugar, dat ik me zo liet gaan." "Ik begrijp het wel hoor" zei hij, ondertussen op de natte plek wrijvend die Nenova op zijn jas had achter gelaten. "Ook al heb ik al veel gezien op slagvelden, het is toch nooit leuk om dit soort dingen mee te maken, zeker niet als het een lid van je eigen groep betreft." "Het lijkt me beter dat we verder gaan" riep Perradarn, "Vlak bij is een grot waar we ook kunnen rusten, hier in deze ruimte is te veel gebeurd."

De rest van het gezelschap was het daar mee eens, en korte tijd later waren ze allen bepakt. Iedereen had wat van de voorraden van Ichael meegenomen. Nu konden ze weer een tijdje in de grotten ronddwalen. Gelukkig leek Perradarn ook zijn weg redelijk te weten in de Catacomben.

Terwijl de achtergelaten fakkels langzaam tot roodgloeiende sintels opbranden, leek de draak te bewegen. Ook klonk er een diepe zucht op uit de richting van de draak. Langzaam werd de ruimte verlicht door een zilveren gloed die eveneens uit de richting van de draak leek te komen. Aseria sloeg er als een gek op los. Ze hakte dwars door organen en vlees. Ze voelde dat haar klauw lucht raakte. Gelukkig, ik dacht dat dit voor eeuwig ging duren.
Ze sprong naar buiten. Ze keek om zich heen en zag dat de groep al bijna was verder gegaan, maar ze waren nog lang niet ver genoeg.
'Rennen! Jullie onbenullige gekken!'"W..Wat? Aseria?!! Gewe.. Hoe..." Aseria was uit de draak tevoorschijn gekomen "Rennen! Jullie onbenullige gekken!" Naderia wist niet wat er allemaal gebeurde, maar was wel wijs genoeg om te doen wat Aseria riep. Ze zette het op een rennen. Nenova zette een verbaasde sprint in. Ze rende zo hard ze kon, maar het was niet hard genoeg. Achter haar was ee nsoort ontploffing van licht, die razendsnel haar kant uit kwam. Naderia rende als een bezettene, ze waagde het om even over haar schouder te kijken en zag dat Nevona achterbleef terwijl vanuit de draak een ontploffing kwam die een heftig wit licht op hen afstuurde. Naderia draaide om. "Nevona!" Ze stak haar ene hand uit en sloot haar andere hand om de hanger. Nevona had hen in de herberg omringt door een soort beschermende bel. Misschien kan de hanger dat ook Gelijktijdig probeerde ze zich te concentreren op een beschermende bel om Nevona en probeerde ze Nevona naar zich toe te halen. Met een voorwerp was dat geen probleem, maar een mens. "BESCHERM!" riep ze zich concentrerend op de hanger en Nevona.
Het moet werken... het moet werken... Ze trok zoveel energie uit zichzelf om de concentratie ze sterk mogelijk te houden dat ze er wazig van ging zien. Ze kon niet goed zien wat er gebeurde. Ze kon alleen hopen dat het lukte en dat ze niet samen met Nevona door de explosie zou sterven. Naderia riep iets, en Lugar draaide zich om. Het volgende wat hij zag was een verblindend witte flits, met in het midden Nenova. Naderia keek geconcentreerd naar Nenova, met een hand om de hanger en met de andere wijzend naar Nenova. De flits verflauwde en Naderia zakte in elkaar. Toen pas zag Lugar dat Nenova in een beschermende bel hing, die het grootste gedeelte van de explosie had tegen gehouden. Het was niet alleen de redding van Nenova geweest maar van de hele groep. Hij moet er niet aan denken dat de vuurzee in de gang was geschoten.

Lugar stormde op Naderia af, "Gaat het?" riep hij, maar Naderia bleef stil liggen. En waar was Aseria, hij dacht dat hij haar had horen roepen. Toen arriveerde hij bij Naderia, die zwaar ademend, bewusteloos op de grond lag. Lugar pakte haar hand vast en liet zijn magie los, om er achter te komen wat er mis was. Gelukkig bleek Naderia alleen uit geput te zijn, een probleem was echter dat de spreuk niet was afgebroken toen ze bewusteloos raakte, zodat Nenova nog steeds in de beschermende bubbel zat. Wat erger was, er werd nog steeds kracht uit Naderia gezogen om de bel in stand te houden. Het vuur naderde haar. Ze rende voor haar leven, maar kon ineens niet meer verder. Haar rug werd gloeiend heet, maar ze verbrandde niet. Verbaasd keek ze achterom. Het vuur werd tegengehouden door een soort half-doorzichtige blokkade... Ze keek wat beter en ontdekte dat ze zich in een bel bevond. Die had Naderia zeker gemaakt... Waar was Naderia eigenlijk?
Ze zag haar op de grond liggen, met Lugar naast zich.
'Lugar!' riep ze. Het kwam helaas niet zo goed door de bel heen. Lugar bleek het wel te horen. Hij liet Naderia even voor wat ze was, en ging naar Nenova.
'Wat is er met haar?'
'Ze is bewusteloos door uitputting, maar die bel blijft kracht uit haar zuigen!'
Hij ging weer terug naar Naderia.

Nenova dacht na. Misschien kon ze de bel kapot krijgen met haar eigen magie. Ze deed haar uiterste best maar het had geen effect. Die hanger had meer kracht dan zij. Verslagen ging ze zitten in de ondoordringbare bel. Lugar moest Naderia redden... "Waar.. waar ben ik..?" Het was helder en licht, maar er was verder niets.
Ze zweefde.
Alleen.
Ze hoorde losse woorden maar zag niet wie er sprak....'Gaat het?', 'bewusteloos', 'uitputting', 'bel'.
Het geluid leek uit een klein zwart puntje te komen ergens ver boven haar. Ze deed haar best om naar het zwarte puntje te komen, maar het lukte niet.
Een enkel beeld.
Haar vader.
Hij lachte naar haar en gaf haar de hanger. 'Je bent sterk, zorg voor de hanger. Pas op jezelf.'
Het beeld vervaagde...'Vader, pappa.. blijf, ga niet weg. Ik ben bang!'
Het beeld vervaagde, alleen nog een uitgestoken hand. 'Je bent sterk, je hoeft niet bang te zijn.'
Weer stilte.
Weer een los woord uit het niets....'kracht'
"Lugar, Nevona" Ze stak haar hand uit naar naar het zwarte puntje en vocht om er heen te komen. "Moe, ik ben zo moe." Lugar kon helaas niks doen voor Naderia, hij kon haar alleen wat van zijn krachten geven via de helende binding. Ondertussen hoopte hij dat Perradarn iets zou kunnen doen. De krachten vloeiden ook uit Lugar weg, nog even en hij zou bewusteloos naast Naderia liggen. Perradarn had juist op het laatste moment beseft dat draken die gestorven zijn, al hun levensenergie die ze nog bezaten loslieten. In dit geval was het wel een erg vroegtijdige dood en gelukkig herrinerde hij zich juist dit feit en kon een beschermend schild optrekken door zijn ogen te laten stralen.

Hij kon zien hoe de vrouw met de hanger een schild optrok, en de andere vrouw het scheen te voeden met haar eigen krachten, duidelijk van dezelfde aard als die van de Zes, en de man, die geen speciale magische gaven bleek te bezitten, scheen nu toch een diepliggende kracht te bezitten. Misschien kan die mij nog van pas komen als ik terugga naar de oppervlakte, dach Lichtoog bij zichzelf.

Aseria stond achter hem, mee beschermd door zijn schild. TOen het ergst geluwd was, begonnen de gangen te schudden van de energieuitbarsting. Perradarn liet zijn schild vallen en raapte de man op van de grond, de vrouwen achterlatend voor Aseria... "Lugar, helpt." Kracht, er is kracht, nieuwe kracht.
Naderia voelde Lugar's magie die probeerde haar kracht te geven. Ze greep zich eraan vast alsof het haar laatste strohalm was.
"Ja! Lugar, Nevona, bijna.. Wacht! Alleen, moe...ik moet, moet, moet"
En van het ene op het andere moment was de stohalm weg. Naderia vocht voor wat ze waard was. Door het heldere niets probeerde ze het zwarte puntje te bereiken.
Bijna! Bijna! Nevona, Lugar.
De gedachte aan haar nieuw verworven vrienden gaf haar kracht. Naderia kreunde zachtjes, terwijl haar bewusteloze lichaam de hanger nog omklemde. Nenova zag dat Naderia's krachten opraakten. Ze zag ook dat Perradarn Lugar meenam... Ze voelde woede borrelen in haar lijf. Haar oogbollen kleurden wit en ze zag alles door een wit waas. De lucht om haar heen werd warmer.
'NEEM HEM NIET MEE!' schreeuwde ze tegen Lichtoog, die haar negeerde.
Ze gilde keihard en de bol spatte uiteen in duizenden scherfjes. Witheet van woede rende ze naar Perradarn.
Nu keek hij wel om. Ze toverde een hete vuurbal in haar hand en dreigde die naar hem te gooien... Aseria liep naar Naderia en gooide diens lichaam over haar linker schouder. 'Nenova, houd die Perradarn tegen en neem Lugar mee! Perradarn is niet te vertrouwen,' riep ze naar Nenova terwijl ze met Naderia op haar schouder zich uit de vouten maakte. Lugar meesleuren met zijn haar, liep Perradarn met grote snelheid door de gang toen hij plots hoorde dat één van de vrouwen achter hem aankwam en toen hij zich omdraaide zag hij dat ze een vuurbal in haar hand had. Vlug gooide hij LUgar met een ruk in de gang naast zich, liep zelf ook naar binnen en straalde met zijn ogen. De grot begon te daveren en met een oorverdovend gerammel stortte de ingang van de zijgang in, de anderen afsluitend van Lichtoog en hun vriend.

"De era van de mensen is voorbij! De era van de Nachtkruipers begint! Er is niks dat jullie kunnnen doen!"

al snel storven de voetstappen toen perradarn met lugar door de gang liep, weg van de anderen.

"Vlug, hierheen!" riep Aseria en trok de anderen mee naar een andere gang... Met een schok kwam Naderia bij. Doordat Nevona de bel had gebroken had de hanger geen engerie meer nodig om hem in stand te houden. Nog voor ze echt besefte dat ze was bijgekomen lag ze over Aseria's schouder. Wat, wat, waar, hoe...

"De era van de mensen is voorbij! De era van de Nachtkruipers begint! Er is niks dat jullie kunnnen doen" En alles begon te rommellen. Was dat Perradarn?

Agravain
Beheerder
Berichten: 2513
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 28 jun 2005 19:12

Ze had hoofdpijn. De hanger deed niets meer. Ze liet hem los. "Aseria? Wat... wat .. is er.. gebeurd" Plots schoot haar hoofd omhoog, ze besefte opeens wat ze probeerde voor ze bewusteloos was geraakt. "NEVONA?! Auw." Ze greep haar hoofd en probeerde het stil te houden. Ze voelde zich zo moe dat ze niet de moeite deed om van Aseria's schouder af te komen. "Waar is Lugar?" Nenova zag de grot voor zich ineen storten, Perradarn en Lugar aan het oog wegtrekkend. Nog steeds witheet gooide ze de vuurbal naar de neergestortte rotsblokken. Hij spatte uit elkaar. De rotsen blakerden zwart maar veel meer gebeurde er niet. Ze gooide er nog een paar tegenaan, tot de woede wegtrok. De rotsen waren wel aangetast, maar lang niet genoeg om erdoorheen te kunnen komen. Blijkbaar waren de rotsen ook magisch of zo...

Ze stortte in. Ze zakte op de grond en staarde lichtelijk verlagen naar de ondoordingbare rotswand. Aseria kwam naast haar staan met Naderia nog steeds op de schouder.
'Kom Nenova, we hebben nu geen tijd voor dit. We moeten ze vinden!'
Langzaam draaide Nenova zich om. 'Hoe wist je dat hij niet te vertrouwen was?'
Hij sleurde haar overeind. 'Vertel ik zo wel... We moeten ze vinden!''De titel nachtkruiper schrijven wel meer mensen zichzelf aan, maar als Perradarn er echt een is, hebben we een groot probleem. Kom mee.' Aseria rende terug naar de kamer waar de draak in woonde en trok met haar vrije hand de deur die in het midden van de kamer lag open. Onder de deur zat een trap naar beneden. Aseria keek Nenova aan. 'Schiet op! Erin!'Ze schoten door het luik naar beneden. Aseria sloot het luik en zorgde dat niemand hen zou kunnen volgen. "Waar zijn we? En wat moet Perradarn met Lugar?" Ze schude zachtjes haar hoofd. "En heeft iemand een slok water. Het voelt of er een heel gebergte op mijn hoofd is neergestort." Iemand neuriede terwijl Lugar langzaam bij kwam. Het was donker. Het bewoog, als een schip misschien? Waar was hij????

Lugar kreunde en bewoog, iets prikte ongelukkig in zijn maag. Het bleek de schouder van Perradarn te zijn. Lugar begon tegen te stribbelen om uit deze beschamende houding te komen.

Perradarn smeet Lugar tegen de grond. "Zo ben je eindelijk weer wakker?" zei Perradarn. "Waar is de rest?" vroeg Lugar. "De grot is ingestort door de explosie van de draak" antwoordde Perradarn, "Ik kon alleen jou uit de grot slepen." "Oh" zei Lugar, met een steek van spijt en schuld. Hij was gesteld geraakt op Naderia en Nenova. Zelfs, op een vreemde manier, op Aseria. Als hij beter zijn best had gedaan dan hadden ze misschien nog geleefd."We moeten verder" ging Perradarn verder. Op een of andere manier leek Perradarn veranderd, maar Lugar kon er niet precies zijn vinger op leggen. Leek hij harder dan voorheen, minder geinteresseerd? Lugar kon een huivering niet onderdrukken. "Wat is het grote gevaar van een Nachtkruiper dan? Gaat hij Lugar pijn doen, of...." ze moest er niet aan denken "vermoorden?" Nenova zag niet zoveel. Het was donker om haar heen en haar ogen waren daar nog niet aan gewend. Snel maakte ze een paar gebaren en fluisterde wat, wat een klein lampje opleverde. Nu konden ze tenminste wat zien.
Het was een gang. Hij was erg muf. Het was alsof er in geen duizenden jaren iemand in was geweest. Een spin van fors formaat vluchtte voor het licht.

Aseria liep de gang in. Toen Nenova en Naderia blevenstaan draaide ze zich ongedurig om. 'Kom dan, we hebben haast! Jullie willen Lugar toch weer zien, in leven?'
Ze liep verder. Na enig aarzelen volgden Nenova en naderia haar. Perradarn zette een stevige pas in. Lugar stond op en na een paar wankele passen ging het wat beter. Op een drafje ging hij Perradarn achteraan, die inmiddels uit het zicht was verdwenen. Na een bocht zag Lugar Perradarn op hem wachten. "Wacht even Perradarn" steunde Lugar, "Ik ben net bijgekomen hoor. Wat is er nou precies gebeurt met de rest? Kunnen we niet terug om te gaan zoeken ofzo?" " Nee", snauwde Perradarn, "Ik, eh we, hebben al genoeg tijd verloren. Je wou toch zo graag naar het oppervlak? Dan zul je me moeten volgen. "

Hierna draaide Perradarn weer om en beende er weer vandoor, zij het iets minder snel dan voorheen, zodat Lugar hem bij kon houden. "Als we naar het oppervlak gaan, zitten we toch op de verkeerde weg denk ik" waagde Lugar voorzichtig, "we gaan omlaag, inplaats van omhoog" "Dat komt door de instorting, alle wegen naar boven in dit gedeelte van de catacomben liggen achter de instorting, we moeten eerst dieper, naar het centrale punt in de catacomben." gaf Perradarn met een koude stem ten antwoord. Uit de dreiging in de stem van Perradarn maakte Lugar op dat hij maar niet te veel moest vragen. Lugar betastte het gevest van zijn zwaard, hij voelde zich helemaal niet meer op zijn gemak met Perradarn. Aan de andere kant lokte de aanblik hier alleen rond te dwalen hem ook niet aan. Perradarn wist dat hij zich moest haasten. Gauw genoeg zou de ervaren Aseria de andere weg naar het lab vinden en zij moesten daar eerst zijn. Perradarn voelde zijn krachten nu al terug komen. Hij wist zeker dat hij nu dichter bij zijn doel kwam en dat de oplossing van zijn jarenlange ballingschap onderaan deze grotten lag. Hij had die afstammelinge niet meer nodig. Met de onbeperkte helende energie van deze mens, zoals hij had ontdekt, had Perradarn alle reserves die hij nodig had om met zijn eigen magie de poorten open te breken, iets wat vroeger niet lukte omdat hij te vlug uitgeput raakte. De mens zou er waarschijnlijk aan sterven, maar wat dan nog? Binnenkort zouden er boven de grond ook geen mensen meer zijn, als zijn plan zou slagen, en dat zou het, hij was nu zo dichtbij... Aseria schoot op top snelheid weg, maar bedacht zich dat Nenova dat nooit bij zou kunnen houden en remde weer af. 'Kom op! Opschieten! Als we er voor Perradarn zijn kunnen we het lab van binnen opslot gooien!'Naderia was volledig de draad kwijt. Lugar is weg, die is bij Perradarn. Wij zijnop weg naar een lab. Perradarn is gevaarlijk, zowel voor ons als voor Lugar. Dus moeten wij eerder bij het lab zijn dan Perradarn.
Ze zuchte en probeerde Aseria zo snel mogelijk te volgen. Ze was nog moe, maar het idee dat ze Lugar moesten helpen gaf haar energie. Nevona volgde ook. Na een tijdje achter Aseria aan gerend te hebben probeerde ze tussen twee ademstoten door uit te brengen.. "I..his.. he..et nog... ve..her?" Perradarn keek Lugar onheilspellend aan, althans dat vond Lugar. Hij besloot om het tempo maar wat te gaan drukken. Overigens voelde Lugar zijn krachten wegvloeien, doordat Perradarn toch het tempo weer verhoogd had. Heel langzaam verdween Perradarn uit het zicht. "Zo nu ben ik dus alleen in de catacomben" dacht Lugar, toen Perradarn uit het zicht was verdwenen. Blijkbaar was hij zo met zijn eigen gedachten bezig dat hij niet door had dat Lugar achterbleef.

Rondom kijkend mompelde Lugar bij zichzelf "en wat nu??" Hij kon nog steeds niet geloven dat iedereen verder dood was. Naderia en Nenova beschikten tenslotte over niet onaanzienlijke magische krachten. Ook Aseria, die blijkbaar toch nog uit de draak was gekomen, beschikte over een hanger van de Magische Zes, wat betekende dat ook zij over grote magische krachten kon beschikken. In zichzelf peinzend was Lugar op goed geluk een kant opgelopen. Toen hij rondom keek zag hij een donkere schaduw, verborgen achter een paar grote rotsblokken die uit de zoldering van de gang waren gevallen. Het bleek een kort gangetje naar een aangename, kleine grot te zijn. Hier zou hij een tijdje rusten.

Plots klonk er een kreet van woede door de tunnels, blijkbaar had Perradarn zijn afwezigheid opgemerkt, en was daar niet blij mee. Lugar besloot toch maar om in de grot te blijven, hij was tenslotte al een aantal uren op een andere weg, en de grot was goed verborgen. Hij hoopte er op dat Perradarn hem niet zou kunnen vinden.

Met een diepe zucht viel Lugar van uitputting in een diepe droomloze slaap. Nenova spurtte achter Aseria aan. Ze had steken in haar zij die ze negeerde. Als Lugar in zo'n groot gevaar was, telden steken niet mee.
'As...eria, wee...eet jij ... waar dat lab is?' ze hijgde verschrikkelijk. Ze had veel energie gebruikt bij het doorbreken van de bol en in haar woede had ze zichzelf aardig uitgeput. Lugar werd na een aantal uren wakker in de grot. Gelukkig had Perradarn hem nog niet gevonden. Lugar besloot dat het niet veilig was om te lang op een plek te blijven. "Zo wat nu" mompelde hij in zichzelf, terwijl hij de grot uit kroop. "Waarschijnlijk had Perradarn wel gelijk dat we eerst naar beneden moesten."

Na wat wikken en wegen besloot Lugar toch maar om dieper de catacomben in te gaan. Mogelijk zou hij dan Perradarn tegen het lijf lopen. Aan de andere kant, het leek er op dat Perradarn behoorlijk nijdig was over zijn verdwijning. Perradarn zou dus best op zoek kunnen zijn naar hem. Tenslotte had hij al verschillende keren opgemerkt dat hij naar boven wilde, dus Perradarn zou best wel eens op de verkeerde plek kunnen zoeken al hij nu toch naar beneden ging.

Voorzichtig om zich heen loerend ging Lugar op weg naar de centrale ruimte, onderin de catacomben. Hopend dat hij Aseria en de anderen nog zou vinden, mochten ze nog in leven zijn. Perradarn kon een woedende uitroep niet inhouden toen hij ontdekte dat Lugar verdwenen was.

Verzonken als hij was geweest in zijn eeuwen geleden bedachte plannen, had hij niet opgemerkt dat de mens met de genezende gave achter was gebleven en uiteindelijk zich van hem had verwijderd.

Witheet van woede stormde hij door de gangen, alles gedetailleerd in zich opnemen met zijn vlammende ogen. 1 Ding was zeker, hij kon niet ver zijn, en zonder zicht in het donker zou het niet lang duren eer de Nachtkruiper hem had gevonden.

Doch, na lange tijd bevond Perradarn zich eindleijk voor de poorten van het Lab, enorme constructies met stalen sloten en een piepklein sleutelgat, waar je, ofwel met de kleine sleutel in de vorm van 1 va nde amuletten vna de zes, ofwel met een hele hoop magie, de deuren kon openwrikken.

Perradarn trad uit zijn lichaam en speurde de spelonken af naar de aanwezigheid van de anderen. Hij voelde dat er 3 anderen bewustheden naar benenden kwamen, maar die waren nog ver verwijderd van de poortne, en opeens voelde hij ook een 4de aanwezigheid, een heel stuk hoger in de tunnels, redelijk ver verwijderd van zijnj positie.

Perradarn besloot het erop te wagen om Lugar te gaan zoeken.

Indien de anderen eerder daar kwamen, zou hij eindelijk de waarde van het menselijk ras zien:
Zouden zij hun vriend zien sterven voor hun ras, of allen overgeven aan de genade van de Fycar om hun vriend te redden.... Nenova rende met Aseria en Naderia door de schemerig verlichte gangen. Ineens voelde ze iets en bleef ze staan. Met haar bleef het licht staan en Aseria en Naderia draaiden zich om.
'Wat is er?' vroeg Aseria ongeduldig. 'Je weet toch dat...'
'Stil!' Het kwam er venijnig uit en Aseria hield haar mond. Het bleef een tijdje stil. Naderia schuifelde ongemakkelijk met haar voeten.
'Ik voelde Perradarn..' zegt Nenova aarzelend na een tijdje. 'Hij voelde waar wij waren, maar daardoor voelde ik waar hij was... Ik denk ook dat ik de weg erheen nu weet. Zullen we daarheen gaan?'
'Voelde je Lugar?' vroeg Naderia hoopvol.
'Nee, helaas niet,' boorde ze die hoop de grond in.
Ze wurmde zich langs hen waardoor ze voorop kwam te lopen. Daarna zette ze er ee ndraf in, op weg naar de plek waar Perradarn was. Ze gingen steeds verder het gangenstelsel in. Ze waren hopeloos verdwaald en hun enige echte zekerheid was waar Perradarn een kwartier geleden ongeveer was. Zelfs Aseria had geen idee meer waar ze waren... Lugar liep een zacht gloeiend kristal binnen, gelukkig kon hij nu zijn olie lamp uit doen, want zonder de magische gaven van de anderen was het donker in de gangen. Van de fakkels die Aseria had neergezet was ook geen spoor te bekennen. Het leek er op dat er zo diep in de grotten ook geen monsters en ander ongedierte meer rondhing, dat was tenminste een geluk bij een ongeluk. Ik ben verdwaald besefte Lugar.

Van uit de verte kwam het geratel van vallende stenen. Lugar spitste zijn oren, kwam daar iemand aan? Het bleef verder stil en na een lange tijd gewacht te hebben in een verborgen hoek van het kristal besloot Lugar dat het gewoon vallende stenen waren, en geen levend wezen. Nadat hij het kristal had achtergelaten ging hij weer een donkere en bochtige gang in. Plots begaf de vloer onder zijn voeten het, en gleed hij een steile helling af. Een kreet slakend van schrik hotste en botste Lugar langs de helling naar beneden, af en toe onzacht met een rotsblok in aanraking te komen.

Hij knalde tegen een berg zand en gruis onderaan de helling, versuft bleef Lugar liggen. "Nevona, ik ho.. hoop dat je nog steeds we..he..et waar je heen ga.. ha..at." Naderia rende achter Nevona aan gevolgd door Aseria. "Het lijkt wel of we steeds dieper gaan." In gedachten was ze bij Lugar. Ik hoop dat hij het redt. Het leek wel of ze een eeuwigheid hadden gelopen. "Hier, we zijn er. Hier was Perradarn toen hij ons voelde" zei Nevona. "A." zei Aseria. "Het lab. Jullie moeten het lab openen. Dan kunnen we het van binnenuit afsluiten voor Perradarn." Naderia richte zich tot Aseria. "En als we ons dan in dat 'lab' opsluiten? Het is leuk dat de deuren dan Perradarn buiten houden, maar hoe vinden we dan Lugar? Wat is er dan in dat lab? En waarom doe je het zelf niet gewoon open." Naderia's vermoeiheid maakte haar humeurig. Ze werd een beetje pissig om de hele situatie en haar hanger weer gloeide lichtjes op. Het was donker om hem heen, en het stonk naar olie. De olie was uit de lamp gelopen, maar de lamp zelf was gelukkig nog heel ontdekte Lugar. Hij spuugde wat zand uit zijn mond en greep naar zijn veldfles. Bijna leeg.

Na wat gerommel in zijn rugzak vond hij de laatste fles met olie voor zijn lamp. "Eerst maar op zoek naar wat water" mompelde Lugar terwijl hij de olielamp heel laag zette, zodat hij wat langer met het laatste beetje olie zou doen.

In de verte zag Lugar weer een grot op doemen, een enorme grot ontdekte hij later. Na zijn veldfles gevuld te hebben zette Lugar zich neer tegen een rotsblok om zich te beraden welke van de tientallen gangen hij zou nemen. De grot leek op een centraal knooppunt. "Zou dit dan de centrale ruimte zijn?" mompelde Lugar, om toch wat geluid te horen in de doodse stilte om hem heen. "Niet veel bijzonders eigenlijk."

Op goed geluk koos hij een gang die omhoog liep. Hij was deze grotten meer dan zat. Nenova ging even wat rustiger lopen om uit te puffen.
'Naderia, ik voelde waar Perradarn was, en op de een of andere manier wist ik ook precies de weg. Ik vermoed dat hij met de grotten of de lucht is samengesmolten om achter onze verblijfplaats te komen. Door de verbinding die hij (heel kort) opende, kon ik hem traceren. Ik weet zeker dat we goed gaan. Het is niet zo ver meer nu, nog twee gangen en drie hoeken en we zijn er... maar het zijn lange gangen, dus spaar je adem...'
Ze liep nog even rustig door, ze wilde zelf eigenlijk ook wel het antwoord van Aseria horen. Aseria rende op en drafje de tunnels door, ze wou wel harder, aar dan bleven de anderen achter. 'Kom op nou slomen! Het is niet ver meer!'Goden, moest dit hem nu weer overkomen! Waar kwam dit wezen nu weer vandaan?

Hij besloot er geen gedachten aan te verspillen. Agravain was niet ver meer weg, en zodra hij hem had, zou het maar een kwestie van uren zijn eer hij terug zou keren als heer van de aarde... "Ja zeg, ik ben ook maar een mens hoor. De laatste keer dat ik zo lang heb gerend was.... nooit volgens mij." Naderia zuchte en begon weer wat vlugger te lopen. "Vooruit dan... een paar tunnels en bochten waren het toch? Laten we dan maar snel naar dat verdraaide lab gaan. Dan kunnen we daar kijken hoe we Lugar kunnen helpen."
Nevona zette er ook weer wat meer tempo in. Aseria scheen ondertussen ook weer te weten waar ze zaten en ze was al in flinke draf begonnen aan de laatste tunnels richting de toegang tot het lab.
Naderia volgde in gedachten verzonken. Opeens riep ze met een luide stem die door de gangen galmde "LUGAR, HOU VOL!" Al haar frustraties zaten erin. Ze trok een verbeten gezicht en haar hanger gloeide nog steeds. Ze verhoogde haar tempo. Opeens klonk er een kreet door de gang "LUGAR HOU VOL" galmde het door de gangen. "Verrek dat is Naderia" dacht Lugar. Helaas was door de echo's niet te bepalen waar de kreet vandaan kwam. Het was duidelijk dat Perradarn had gelogen over de dood van de anderen. Als Nenova in leven was zou de rest dat ook wel zijn. Waarschijnlijk liepen ze ook ergens door de gangen.

"NENOVA???, NADERIA????, ASERIA????" riep Lugar opgelucht terug. Hij hoopte maar dat ze hem konden horen. Hij zou blij zijn als hij weer een levend wezen zou zien, bij nader inzien, Perradarn zag hij liever niet terug.

Misschien was het toch niet zo handig geweest om te schreeuwen in de gangen. Lugar zette er een flinke pas in om deze plek zo snel mogelijk te verlaten. Hij hoopte dat hij geen ongewenst bezoek tegen het lijf zou lopen. Aseria bleef ging een hoek om en bleef ineens staan. Nenova kwam iets na haar. Haar mond viel open van verbazing.
'Is dat.. dat lab waar je het over had? Wow, wat zijn die deuren groot!'
'Jup, dat is het.'
Naderia voegde zich bij hen. 'Het ziet er wel eng uit.. Hoe oud is het?'
'Zo oud als de Zes zijn,' zei Aseria mysterieus.

Nenova liep naar de deuren. Ze betastte de vreemde stof waaruit het bestond. 'Het is geen ijzer, he? Weet je wat het wel is?' Zonder op een antwoord te wachten bestudeerde ze het slot dat erop zat. Het was een vreemd klein, kronkelig gaatje...
'LUGAR! KOM NAAR DE DEUREN!!' Nenova schrok op. Naderia had weer naar Lugar geroepen. Aseria werd ineens woedend. 'Ja hoor! Verraad onze plaats maar!Dat hij er 1 keer achter is gekomen waar we zijn is zeker niet genoeg! Nee, nu moet je ook nog Lugar in gevaar brengen!'
Naderia schuifelde schuldbewust heen en weer. 'Sorry...' mompelde ze. "LUGAR! KOM NAAR DE DEUREN!!" weer galmde de stem van Naderia door de gangen heen. Weer kon Lugar niet bepalen waar de stem nu precies vandaan kwam door de echo's. Hij had verder ook geen deuren gezien dus ze waren in een gedeelte waar hij nog nooit was geweest.

Lugar besloot deze keer maar geen antwoord te geven. Dat hij zijn positie een keer had verraden was al erg genoeg. Hij zette een drafje in, sloeg een hoek om en botste meteen tegen Parradarn aan. Die draaide zich om met een zeer onaangenaam lachje.

Lugar krabbelde overeind en maakte rechtsomkeers. Perradarn maakte een gebaartje en Lugar sloeg voorover, zijn benen werden op een of andere manier vastgehouden door de magie van Perradarn. "Hehehe, eindelijk. Zonder dat geroep van jou had ik je nooit gevonden, jochie, nog eens bedankt daarvoor." Met puur leedvermaak zag Perradarn hoe Lugar zich probeerde op te richten, maar telkens weer terug neerviel op zijn knieën door het energieveld dat de Nachtkruiper op zijn onderbenen hield gedrukt. "Dacht je nou echt dat je mij kon kwijtraken, zielig excuus voor een levensvorm? Die vriendjes van jou mogen dan wel eerst aan de poort geraakt zijn, maar met jouw genezende krachten krijg ik de poorten wel open, en dan gebruik ik je belachelijk slappe lichaam als levend schild, totdat je vriendjes zwichtten, en dan eindelijk, na eeuwen en eeuwen wachten, zla ik terugkeren naar de oppervlakte..."

Lugars gezicht vertrok van de pijn toen Perradarn hem dwong op te staan en achter hem aan te lopen, dieper de tunnels in, naar de anderen toe... 'Ok, Naderia, alleen jij kan de deuren openen. We moeten jouw en en de twee amuleten gebruiken om hem te openen.' Aseria deed haar amulet af en gaf hem aan Naderia. "Ik?" Naderia keek met grote ogen naar de twee amuleten. "Hoe dan?" Ze keek naar Nevona en naar de deuren. Naderia liep naar het slot. Ze keek van het slot naar de amuletten en vroeg zich af hoe dat in godsnaam moest gaan werken. Ze bewoog de amuleten een beetje heen en weer voor het slot. De amuleten passen er helemaal niet in? Ze doen ook verder helemaal niets. "En nu?!" Aseria stond er een beetje ongeduldig bij. Nevona kwam wat dichter bij Naderia staan en bekeek de amuleten. Prompt gloede de beide amuletten op en ontstond er een soort lichtkrans om Nevona en Naderia heen. "Oooo, volgens mij moet ik het niet doen, maar jij! Of anders toch op zijn minst samen." Ze keek naar het slot. "Ik denk dat we ons maar eens moeten concentreren op het slot." Naderia keek strak naar het slot en probeerde zich voor te stellen dat het open ging. Er kronkelde een beetje rookachtig licht voor het slot dat een of andere vreemdsoortige vorm aan leek te nemen. "Open" fluisterde Naderia. Het rookachtig vormpje verdween in het niets. "Nou, volgens mij moet het zo wel. Ongeveer. Maar ik ben daar niet sterk genoeg voor. Dus Nevona?" Nevona knikte en keek ook naar het slot. Samen concentreerde ze zich er vormde weer een rookachtig vormpje, maar nu leek het meer op iets dat in het slot zou kunnen passen. Het zag er ook iets steviger uit dan Naderia's poging. "Open" zei Naderia. Een licht gerommel klonk op.... De rookachtige vorm bewoog zich naar het slot en de hangers gloeiden feller op.
"Aa," zei Aseria "eindelijk." Er schoot een vele steek pijn dooor Aseria's hoofd, de wereld tolde om haar heen en ze viel naar de grond. Ondertussen vervloekte Lugar zijn onvoorzichtigheid. Zonder rustig te kijken zomaar hoeken om stormen!!!!. Eigenlijk verdiende hij het om door Perradarn gepakt te worden, zelfs een beginner maakte dat soort fouten niet. Lugar probeerde uit alle macht de greep op zijn benen te verbreken, maar Perradarn dreef hem medogenloos voort. Terug de diepte in. Voorlopig legde Lugar zich neer bij zijn lot. De betovering van Perradarn kon hij toch niet verbreken, dus besloot hij maar om mee te draven, dat kostte veel minder energie. Energie die hij later wel eens hard nodig kon hebben. In de tussentijd overdacht hij de mogelijkheden om te ontsnappen of in iedergeval het Perradarn zo moeilijk mogelijk te maken zodra ze bij de anderen waren. Dat was eigenlijk het enige voordeel: hij zou de rest van de groep weer terugzien. Nenova zag vol verbazing de deuren opengaan. Had zíj dat veroorzaakt? Langzaam schoven de immense deuren open. De geur van lang opgesloten lucht kwam haar tegemoet en deed haar ogen tranen. Maar ze dwong ze om naar binnen te kijken. Het was een gigantische ruimte. Er stonden verscheidene grote apparaten. Ineens hoorde ze een plof. Ze draaide zich verschrikt om en zag Aseria op de grond liggen.

'Zo, dus ik hoef mijn krachten helemaal niet te gebruiken.'
De stem van Perradarn kwam door de grot aanrollen. Hij stond aan het einde met de gevangen Lugar naast zich. Het ging allemaal zo snel. De deur ging open. Aseria plofte neer en tot overmaat van ramp kwam Perradarn ook de gang in. "Zo, dus ik hoef mijn krachten helemaal niet te gebruiken" Naderia tilde met enige moeite Aseria op en liep richting het lab. "Nevona kom vlug! Ik weet niet precies wat er allemaal speelt, maar volgens mij is het geen goed idee om Perradarn het lab binnen te laten lopen." Ze kreeg al kippenvel als ze naar de man keek. Ze keek Lugar even naar Lugar die achter Perradarn aanliep, keek naar zijn zwaard en knikte droevig, hopende dat hij het zou begrijpen wat ze nu ging doen. "We moeten eerst Aseria op de been krijgen." Hopend dat hij het zou begrijpen. Zodra Nevona binnen was keek ze naar de deur. "Sluit" fluisterde ze en met een flinke dreun klapte de deuren weer dicht. Ze hoorde Perradarn aan de andere kant. "We moeten snel Aseria op de been krijgen. Zij weet meer over het wie of wat van Perradarn en dat kan wel eens belangrijk gaan worden als we Lugar van hem weg willen krijgen." Ze keek rond en zag dat Nevona nog niet zeker was of ze het juiste hadden gedaan. Voorzichtig zei Naderia. "Hij heeft Lugar nog nodig, dus voorlopig is hij veilig." Ze keek een beetje vertwijfeld en hoopte dat ze gelijk had. Ze hing haar eigen amulet weer om haar nek en gaf Aseria de hare weer om.
"Nou" zei ze terwijl ze rondkeek " zonder jou waren we hier niet binnengekomen, dus het zal iets met je afstamming te maken hebben. Enig idee wat we voor Aseria kunnen doen hier?" Ze liep naar een soor werkbank en legde Aseria erop. "He kijk, hier is ooit gesleuteld. Wat een berg gereedschap. Oo, kijk een soort bouwtekening. En een logboekje." Naderia begon de tekining te bestuderen. Haar hanger gloeide nog steeds een beetje. De deur sloeg voor hen dicht. Lugar was blij dat de anderen nog in leven waren, hij maakte zich nu wel ongerust over de reactie van Perradarn nu er weer iets was misgelopen. "Helaas kan ik nog niks doen" dacht Lugar, terwijl hij zijn armen probeerde te bewegen. Zodra ze stil stonden trok het magische veld naar boven zodat hij alles onder zijn schouders niks meer kon bewegen.

Ik zal moeten wachten tot dat Perradarn bezig is met de anderen, dan zal zijn aandacht zeker verslappen. Zodra dat gebeurt heeft hij mijn zwaard in zijn rug zitten. dacht Lugar verder. Voorlopig was dat het enige wat hij kon doen. Plannen maken. En bedenken wat Perradarn van plan was met hem. Wat Perradarn was ontvallen over het gebruik van zijn genezende magie stond hem helemaal niet aan. Misschien dat hij dan al zo druk bezig was dat hij kon ontsnappen. Een metalen robot stapte uit een van de muren. Hij keek naar de twee nieuwkomers in het lab. 'Kinok tok meh anot eh?' zei hij op een krassige manier. Nenova schrok zich dood toen de robot achter haar was verschenen en iets in haar oor zei. Ze verstond het niet, maar toch...
'Wat? Wat zei euhm.. je?'
'Kinok tok meh anot eh?'probeerde de robot voorzichtig nogmaals. Nenova schudde haar hoofd en ze bekeek de robot eens goed. Zijn rode lampjes functioneerden klaarblijkelijk als ogen. Verder was het en grijze massa van draaidjes en ijzer. Het leek alsof hij nog niet af was, alsof ze nog geen tijd gehad hadden om er een omhulsel op te zetten.
'Nenova kijk!' riep Naderia ineens. Haar hanger gloeide nog steeds een beetje en ze gebruikte het licht om de tekst beter te verlichten. Nenova liep om de robot heen en keek naar het blad. Haar mond viel open. Op het blad stond een bouwtekening van een andere robot. Alleen leek het omhulsel erbij sprekend op een bepaald persoon dat hen hierheen had geleid en nu op de vloer lag... De robot probeerde bedenkelijk te kijken. 'Zirizmal zaronia zos?' zei hij in een andere, onbekende taal. "Nou ja, hij, het, ze... lijkt in ieder geval geen kwade bedoelingen te hebben." Ze keek naar de robot die op een of andere manier bedenkelijk leek te kijken tussen alle draden door. "Aseria" zei ze en wees naar Aseria en vervolgens op het bouwplan. "Kapot, wij helpen" Dit verklaard wel waar die blauwe straal ineens vandaan kwam. En hoe ze uit die draak weer tevoorschijn kon komen. Ze wees weer naar Aseria. "Repareren." Ze keek naar Nevona en haalde haar schouders op. "Als het een taal is, dan ken ik hem niet. En als het geen taal is, maar een fout.." ze keek weer naar de robot ".. dan snap ik nog niet wat hij zegt."
Kijkend naar Aseria schudde ze haar hoofd. "Enig idee? Ik weet niet eens waar te beginnen. Misschien staat er iets in het boekje. Ik ben niet zo'n ster met bouwplannen. Maar ik denk dat we wel mogen opschieten." Ze liep naar Aseria en bekeek haar eens goed. Zit er soms ergens een klepje of zo? He... Aserias hoofd lag wat gekanteld en Naderia zag iets wat leek op een knopje. Voorzichtig drukte ze ertegen. "zzzzzmmmm" Er klonk een zacht zoemgeluid. "OE! Volgens mij heb ik iets gedaan!" Ze stapte van schrik een stap achteruit waarbij ze bijna tegen de robot opbotste. De robot leek nu een verbaasde blik te trekken. "Sorry hoor" Naderia wees op haar borst. "Naderia" Ze wees naar Nevona "Nevona" en vervolgens weer naar Aseria "Aseria". Vervolgens wees ze naar de robot en keek hem vragend aan. 'Zem, Nok, Drue, Ilopu, Taal, Dtal, Mneas?' Antwoorde de robot. Nenova keek bedenkelijk naar e bouwplannen. Ze kon er niet zoveel wijs uit. Computers waren nooit echt haar sterkste punt geweest...
'OE! Volgens mij heb ik iets gedaan!'
Ze keek op en zag Naderia staan. Een glimlach sierde haar lippen.
'Hij doet volgens mij geen kwaad hoor, dan had die robot dat al gedaan. En hij is nog niet af. Misschien kan hij het wel (nog) niet.'
Naderia stelde hen voor.
'Zem, Nok, Drue, Ilopu, Taal, Dtal, Mneas?' vroeg de robot.
'Taal?' riep Nenova ineens. 'Taal is Nederlands! En engels lukt ook wel een beetje.'
De robot bliepte alsof hij nadacht. Naderia was ondertussen weer naar Aseria gelopen. Er was een soort luik open geschoven. Erachter zaten wat flikkerende lampjes en iets wat op een zwart/zilver blokje met metalen pootjes leek. Er hingen ook een paar draadjes die eigenlijk nergens op waren aangesloten en een paar draadjes die vastzaten alsof ze door een klein kind waren vast gezet. Ze keek om naar de Robot en probeerde te vergelijken. "Misschien moeten we die losse draadjes vastzetten?" Ze liep weer naar het bouwplan en probeerde de plek te vinden waar net het schuifje was opengegaan. "Mmm, het zou toch handig zijn als Aseria's .... broer? ons een handje kon helpen. " Ze moest even grinnikken bij de gedachte dat de robot Aseria's broer zou moeten zijn. "Volgens mij zit het ..... hierrrrr ... of .... nee... dit is het volgens mij." Ze pakte het bouwplan en liep weer terug naar Aseria. Terwijl ze het bouwplan verder bekeek, stak ze haar hand uit en dacht aan een soort tangachtig stuk gereedschap dat ze had zien liggen en prompt zweefde het ding naar haar toe. 'Taal? Taal is nederlands, Taal niet compleet, niet goed vertalen.' Melde de robot. Nenova complimenteerde Naderia met het feit dat ze haar krachten al veel beter onder controle had. 'Was deze reis toch nog ergens goed voor "Misschien compleet genoeg om ons een handje te helpen." Ze draaide zich naar de robot om met in haar ene hand het bouwplan en de andere het tangachtig stuk gereedschap. "Aseria is.... uu... kapot. Weet jij hoe ze gerepareerd kan worden?" 'Ik niet mogelijk, alleen kleine taken...' Antwoorde de robot. Hij liep naar de een kast, haalde er een bezem achtig voorwerp uit, en begon te vegen... Nenova keek geërgerd naar de vegende robot. Ze lstapte op hem af en griste de bezem plotseling uit zijn handen, of waren het zijn klauwen?
'Ok, jij bent een robot he?'
'Ja.'
'Weet je wie jou gemaakt heeft?'
'Nee, meester weg.'
'En je kent die robot niet? Ze wordt Aseria genoemd.'
'Nee, ik alleen kleine taken kennen.'
'Dus je woont hier al jaren en veegt de boel alleen aan?!'
'Wat is boel?'
'Aah! Laat maar zitten!'
Ze ldraaide zich om en liep weg. Ze boog zich over de tafel met bouwtekeningen en begon doro de stape lte bladeren. 'Aha!' riep ze op een gegeven moment. Ze viste er een lichtblauw blad uit met instructies naast een tekening van ee nrobot die sprekend op de robot, die de vloer weer veegde, leek.
Ze las ze aandachtig door.
'Naderia! Hij heet X-25435-O. Als je hem daarmee aanspreekt, kan hij je niets weigeren... Tenminste, dat denk ik als ik dit zo zie. Volgens dit kan hij wel meer dan kleine taken maar misschien komt dat omdat hij nog niet helemaal af is...' Huiverend zakte Lugar op zijn knieen. Hij voelde zich heel slap worden, alsof alle kracht uit hem gezogen werd. Toen hij met veel moeite zijn hoofd richting Perradarn had gedraaid zag Lugar dat Perradarn in een lichtgevende blauwachtige gloed was gehuld. Een dunne draad licht liep van het aura naar hemzelf toe. Blijkbaar had Perradarn besloten om naar binnen te gaan.

"Hou op" probeerde Lugar te roepen. Er kwam alleen een zacht gefluister over zijn lippen. Vervolgens verloor hij het bewustzijn, terwijl Perradarn al zijn krachten aanwendde om het lab binnen te breken. Perradarn besloot om reeds wat kracht van Lugar af te tappen vooraleer te proberen het slot te breken.

Lugar weerstond slechts zwak zijn wil, en omhuld met een schild probeerde hij de eerste bezwering te verbreken.

Roze vonken spatten van het vreemde metaal toen dit lukte, en een zacht gekreun was te horen van de stenen muren rond de poort, die zich verzetten tegen het verbreken van de oude formules die hen opgelged waren.

De tweede spreuk ging eraan met blauwe vonken, en kleine bliksemschicten die afspatten op het schild. Lugar begon zich nu heel vlak te voelen, en Perradarns gezicht was vertrokken van woede en haat, alsmede van de inspanning. Nog 1 bezwering, nog 1, degene die hij zelf niet had kunnen breken, maar die, mits het opofferen van het leven van de mens die aan hem gelinkt was, geen probleem moest vormen.

Hij hief zijn armen in de lucht, en maakte zich klaar om de laatste krachten uit de mens te zuigen... Nenova hoorde de deur kraken toen de eerste bezwering sneuvelde.
Wat is er aan de hand? dacht ze.
'X-25435-O, wat gebeurt er?'
De robot staarde ingespannen naar de deur.
'Hoort als deur open gaan maar niet mag.'
Naderia keek haar vragend aan.
'Volgens mij bedoelt hij dat de deur ongeoordloofd opengaat,' beantwoordde ze de vragende blik.
'Dat is vast Perradarn!'
'Zo te horen gaat hij hem open krijgen.. .We moeten iets doen, Naderia!'
'Denk je dat we hem kunnen verslaan?'
'Misschien.. met jouw hanger en mijn krachten... misschien...' 'Dit niet goed.' De robot woog de nieuwkomers af, maar merkte toen het amulet op. 'Jullie Naderinova?' "Naderinova?? Ik ben Naderia en zij is Nevona. Als je het samenvoegt dan is het misschien Naderinova. Ja hoor, als je het fijn vind zijn wij Naderinova. Om Perradarn te verslaan moeten we toch als één handellen." Ze richte zich weer tot Nevona. "Ik vind het best, veel keuze hebben we niet. Wacht! " Ze pakte ook Aseria's amulet. Snel verbond ze de twee loshangende draadjes met wat ze dacht dat volgens de bouwtekening de juiste plaats was. "Op hoop van zegen" fluisterde ze. Vervolgens draaide ze zich weer om. "Wat stel je voor? Een of ander schild? Lugar staat aan de andere kant." Als hij nog staat tenminste Ze ging naast Nevona staan en de twee amuletten begonnen sterk te gloeien. "Wisten we maar wat Perradarn hier eigenlijk wilde. Laten we in eerste instantie de deur proberen te versterken." Ze begonnen zich op de deur te concentreren in de hoop de deur en het slot te versterken. Er ontstond een gloed rond de deur. "X-25435-O, wat is hierbinnen interessant voor Perradarn? Ik bedoel de nachtkruiper. Wat zoekt hij hier?" Ze hoopte dat de term nachtkruiper de robot iets zou zeggen.
Mijn god..ik hoop dat Aseria nog bijkomt. Zweetpareltjes ontstonden op haar voorhoofd. Één amulet was al meer als genoeg geweest, maar twee? Ik moet controle houden. Ik wil er niet weer leeggezogen worden door zo'n amulet. Het moet! Het moet! "Sluit" fluisterde ze en de deur die probeerde open te gaan, probeerde nu even zo hard weer dicht te gaan. Alles kraakte en rommelde door de krachten die aan weerszijde op de deur werden losgelaten. "Lugar, hou vol. Verzet jezelf!" fluisterde Naderia. Alsof hij me gaat horen... "Konden we Lugar maar bereiken.... en helpen." Een klein sliertje leek zich te vormen vanuit de amulet.
"...Nevona... Mijn amulet reageert ook op Perradarn's kwaade energie.. het voedt zich ermee..." 'Jullie echt Naderia Nenova? Dan jullie dit moeten hebben.' De robot liep naar een kluisje en haalde er een hoofdband uit. 'Dit helpen, weet niet wat.' Nenova pakte de hoofdband aan. Zodra haar vingertoppen de band raakten, ging er een lichte schok door haar heen. Ze wist niet precies wat het inhield, maar het voelde goed aan. Ze kneep de band stevig in haar knuistje. Een aangename tinteling verspreidde zich door haar lichaam.
'Nenova, wat is er?'
Naderia keek haar nieuwsgierig aan. Nenova gaf met een licht gevoel van verlies de hoofdband aan Naderia. Zij bestudeerde hem erg goed.
'Ik zie er niets bijzonders aan... Hoe kan dit ding ons helpen?'
'Merk je echt niets?'
Naderia keek haar verwonderd aan. 'Nee... jij wel dan?'
Ze knikte en griste de hoofdband weer terug. Ze knoopte hem om haar hoofd en de heerlijke tinteling verspreidde zich door haar hele lichaam. Het gaf haar een gevoel van kracht.. ze kon er beter door nadenken... Het was geweldig. Het werd weer licht voor zijn ogen. Lugar voelde zich heel slap, waar was hij??? Hij strekte zijn armen en voelde een muur voor zich. Langzaam richtte hij zijn hoofd op. Toen hij de gloed en het lichtende koord tussen zichzelf en Perradarn zag schoot alles hem weer binnen. Met zijn rug naar Lugar was Perradarn bezig een deur te openen. Lugar daarbij dodend door zijn energie af te tappen. Lugar tastte naar zijn zwaard.

Opeens schoot het door zijn hoofd dat hij kon bewegen. Blijkbaar was Perradarn zo geconcentreerd met de spreuk bezig dat hij Lugar niet meer gevangen hield met zijn magie. Misschien kon hij het ook niet meer, misschien had hij al zijn krachten nodig voor de deur.

"Dit is mijn kans" dacht Lugar. Hij greep het gevest van zijn zwaard, trok het en zwaaide, al liggend, naar de benen van Perradarn. De kling sneed door de mantel van Perradarn en trok een voor over zijn kuiten heen. Perradarn slaakte een woedende kreet en zakte naar de grond, grijpend naar een diepe snijwond over zijn benen heen. Hij had zich zo veilig gewaand dat hij Lugar niet meer in het oog had gehouden.

Opeens voelde Lugar zijn kracht terug stromen, toen de verbinding met Perradarn werd verbroken. Hij krabbelde overeind in stormde op de liggende Perradarn af. "Waarschijnlijk reageerd die band alleen op jou. Jij bent een nakomeling van de magische zes. Ik niet. Ik heb alleen een hanger van ze." Ze bleef zich concentreren op de deur. Om een een of andere reden viel de tegenkracht weg. Naderia viel bijna voorover "He!? Het is net of Perradarn is gestopt? Wat doen we nu?" Naderia keek naar Nevona. Nevona had de band omgedaan en had een zeer heldere blik in haar ogen. Ze straalde een kracht uit waar Naderia bang van zou zijn geworden als Nevona niet aan haar kant had gestaan. "Misschien kunnen we een poging doen om Lugar te helpen?" Ze keek over haar schouder naar Aseria. Het aankoppelen van de draadjes is blijkbaar niet voldoende geweest. Nenova keek bezorgd naar de deur. Wat gebeurde er aan de andere kant?
'Zullen we hem open maken?' vroeg ze voorzichtig aan Naderia. Door de kracht van de hoofdband had ze het gevoel dat, wat er ook was, zij het wel aankon. Maar dat hoefde Naderia niet te weten. Ze zou vast denken dat ze opschepte.
Ze liep naar de deuren en streek er met een vinger over. 'Open,' fluisterde ze tegen de gewonde deur die daarop langzaam openzwaaide.
Langzaam ontvouwde het tafereel van achter de deuren zich aan haar, Naderia en de robot, die erbij was komen staan... De robot zag het schouwspel aan, en greep naar een een knop die op een tafel lag. 'voor zekerheijd.' De pijn sneed doro zijn hoofd. Meteen staakte hij zijn spreuk op de deur en graaide naar zijn pijnlijke benen, en zakte erdoor.

Terwijl hij op de grond lag zag hij de uitgeputte lugar naar zich toe komen. Hij weerde de eerste slag af met zijn linkerarm, wat hem zijn hand kostte.

Toen echter, doorheen pijn, waanzin en woede, wist hij zich op zijn knieen tewerpen en begon hij langzaam de mens te wurgen, terwijl de stomp van zijn linkerhand zijn hoofd vasthield... Nenova gaf geen aandacht aan de robot, ze zag alleen dat Lugar dood kon gaan, vermoord door Perradarn. Het scheen haar alsof de wereld uit niets anders bestond dat Lugar en Perradarn en haarzelf met op de achtergrond nog steeds het heerlijke gevoel van de hoofdband. Ze liep naar de twee vechtende wezens, die zij beide kende.
'Perradarn!'donderde haar met magie versterkte stem door de grotten. Ze had het zelf niet eens door. 'Laat hem gaan!' 'Ooh, dit eng! Niet goed! Niet goed!' zei de robot op een angstige toon. 'Verteld mij jullie moeten repareren! Jullie weten hoe! Groote Project! Groote Project!'
Na deze woorden begon de robot hysterisch rond te rennen, terwijl hij de de afstand bediening met de knop liet vallen. '
Toen richtte ze zich tot de robot.
'We komen in elk geval ergens en kunnen elkaar verstaan. Nou ja, ik hoop het aangezien het niet compleet is...'Het bloed liep Lugar in de ogen. Hij had zich erg vergist in de kracht van Perradarn. Een diepe wond in zijn benen en een afhakte hand was voor de meeste wezens wel voldoende om nog eens goed na te denken over een tegenaanval. Perradarn echter was met een woeste blik naar Lugar gevlogen en had hem tegen de grond gewerkt. Een hand rond zijn keel en een bloederige stomp tegen zijn hoofd om zijn bovenlichaam tegen de grond te houden. Nog steeds verzwakt hoopte Lugar dat Perradarn eerder zou zijn leeg gebloed dan dat hij geen adem meer zou hebben. Een voordeel voor Lugar was dat Perradarn maar één hand had om zijn keel dicht te knijpen.

Opeens kreeg Lugar een idee, hij liet zich verslappen maar hield wel contact met Perradarn, ondertussen liet hij zijn geest naar de wonden van Perradarn dwalen. In plaats van het weefsel te stimuleren om te genezen deed Lugar het omgekeerde: Hij bevorderde de bloed toevoer naar de wonden, zorgde er voor dat de beschadigde aderen wijd open bleven staan. "Zo eens kijken hoe lang hij dat volhoud" dacht Lugar voldaan. Terwijl het bloed nog harder begon te stromen.

'Laat hem gaan!' schalde de stem van Nenova door de ruimte, Perradarn keek op, Lugar probeerde ook te kijken maar zijn ogen waren verblind door het bloed van Perradarn. Heel vaag zag hij Nenova, omringt door licht, tussen de geopende deuren staan. "Ga terug" probeerde Lugar te roepen, maar zijn keel weigerde dienst. Hij begon duizelig te worden. Hij verloor veel te veel bloed ineens.

Hij besloot lugar even te laten voor wat hij was en zijn aandacht op het lab te richten. De deuren waren nu open, en enkel de vrouw belette hem nog te gaan zoeken naar een manier om zijn kracht terug te krijgen.

Hij liet de man los, maar niet nadat hij hem een stomp in de maag had gegeven, zodat hij een paar seconden versuft bleef liggen.

Hij richtte zich op, zijn kracht gebruikend om zijn benen intact te houden. Hij duwde de vrouw opzij en strompelde het lab binnen... De robot raakte nu echt in paniek, hij rende naar verder het lab in, door een zwarte gang, met zijn luide voetstappen alles wakker makend. De robot verdween uit het zicht, een moment later schoten er vier bloedrode, vliegende mechanieken door de kamer, de eerste richte zich op Perradarn... "Shit" dat was even het enige wat Naderia uit kon brengen. Nevona was het lab uitgelopen en daar stond ze nu. Alleen. Nou ja, die vreemde robot liep nog rond, maar daar hadden ze tot dusver nog niet echt veel hulp van gehad. Ze stak haar hand uit en de afstandsbediening zweefde naar haar toe. X-25435-O had hem zo snel gepakt, dat het bijna wel belangrijk moest zijn. Ze stopte hem snel in haar zak, terwijl X-25435-O als een idioot in paniek rond leek te rennen. 'Ooh, dit eng! Niet goed! Niet goed!' zei de robot op een angstige toon. 'Verteld mij jullie moeten repareren! Jullie weten hoe! Groote Project! Groote Project!'
Daar stond ze nu, zonder Nevona deed de hanger van Aseria niets voor Naderia. Haar eigen hanger was heftig aan het gloeien door al het geweld.

Perradarn had Nevona opzij geduwd. "Nevona! O, shit" Perradarn wankelde nu het lab binnen. Ik moet iets doen. Ik moet iets doen! "Kast" fluisterde Naderia terwijl ze met haar hand zwaaide richting Perradarn. De kast schoof met een behoorlijke snelheid op Perradern af. Onder tussen was er een rode gloed om Naderia's hand zichtbaar. Er ontstond een vuurbal in haar handpalm. Ondertussen deed ze haar best om na te gaan wat Nevona haar over haar hanger had verteld.

Terwijl Naderia stond te bedenken wat ze het beste kon doen zoefde er iets langs haar heen richting Perradarn. Verrast werd Nenova omver geduwd door Perradarn. Ze viel op de grond en krabbelde gelijk weer overeind. Ze zag dat Naderia haar best deed hem tegen te houden, maar ze zag ook dat ze niet lang zou slagen en misschie nzelfs vermoord zou worden voor haar heldhaftige pogingen.
Wat moest ze doen? Ze kon Perradarn niet alleen aan..
Ze vormde een bel rond Perradarn waar hij, hoopte ze, even mee bezig zijn om eruit te komen. Intussen zoog ze alle lucht eruit in de hoop dat hij stikte. Nu hij terug in het lab gekomen was, de plaats waar de oorsprong van zijn kracht opgeslagen lag ,voelde Perradarn een vreemde sensatie, die hij in al die jaren niet had gevoeld: Veiligheid.

De luchtbel begon samen te trekken, maar hij voelde zich beter dan ooit. Zijn benen herstelden zich gestadig, en zijn kracht kwam terug, nu hij naar een apparaat liep waarin zijn kracht zich bevond, hij voelde het.

Het apparaat dat blijkbaar door de Robot op hem afkwam, vernietigde hij met een simpel handgebaar, en toen hij zijn hand legde op de kern van het groene krachtveld: DUISTERNIS"Shit" alweer het enige wat Naderia kon uitbrengen. Perradarn had de kast zonder moeite ontweken. Met iedere stap leek hij sterker te worden. Hoe doet hij dat toch? Ze had de vuurbal die in haar hand was gegroeid ook nog geprobeert, maar zonder resultaat. Nevona deed een poging met een bel, maar ook dat leek niets te helpen, hoewel hij wel steeds kleiner om Perradarn leek te vormen. En toen ... plots ... duisternis.

"Nevona? Lugar?" Naderia zag helemaal niets meer. Haar ogen waren niet op duisternis ingesteld. Perradarn is vast aan het donker gewend. Mijn hanger! Ze had al eerder licht gemaakt met de hanger. Ze concentreerde zich terwijl ze probeerde te horen waar iedereen was. Ze moest Nevona vinden. De twee hangers deden van alles... als Nevona erbij was. Ze pakte haar hanger vast en dacht aan licht, probeerde het voor te stellen, beginnend in de hanger en uitstalend naar buiten. Het lukte. Er vormde een gloed rond de hanger. Net genoeg om iets te zien. Snel rende ze naar Nevona, en pakte haar hand. Aseria's hanger gloeide weer op. "Gebruik de kracht die de twee hangers hebben als jij in de buurt bent." fluisterde ze. "Samen met die band moet het lukken..." Naderia had ook wel gezien hoe Nevona's houding en uitstraling was veranderd na het opzetten van de band. En waar is die malle robot gebleven? "Bukken!" Perradarn had een van de vliegende dingen uitgeschakkeld, maar er zoefde er nog drie door de lucht. Door het schijnsel van de hanger zag ze hem nog net aankomen. Ze dacht aan het mechaniek en Perradarn en gebaarde. Het mechaniek vloog richting Perradarn. Zonder te bedanken gebruikte Nenova de hangers. Ze voelde de kracht van de hangers en de hoofdband en ze had het gevoel dat ze uit elkaar spatte van de energie.
naderia stuurde de mechanieken op Perradarn af. Ze ketsten af tegen een soort energie veld om hem heen. Naderia stuurde ze nog eenkeer. Ook deze keer ketsten ze af.
Nenova liep naar Perradarns rug toe. Voor hij merkte dat ze er was, haalde ze uit en ramde ze een vuist van vuur door het energieveld heen in zijn onderrug. Bloed liep eruit en Perradarn krijste van de pijn. Hij draaide zich woest om en gooide Nenova tegen de muur. Ze knalde met haar hoofd keihard tegen de muur, en daarna op de grond en ze zag sterretjes. Ze probeerde overeind te komen maar haar hoofd ging vreselijk bonzen dus ze bleef maar liggen... Wie moest Perradarn nu tegenhouden? En waar was de robot heengerend? Spix werd wakker van een enorm kabaal dat zich door het lab scheen te verspreiden. Probeerd er weer iets door de hoofdpoort heen te breken? Ach, het lukt ze toch niet. Dacht de oude man bij zichzelf. Hij hees zich met z'n stok op de benen en liep zijn kamer uit. Hij volgde de gang die naar de poort leide, maar tot zijn verbazing zag hij in plaats van naar datgene wat hij verwacht had -de poort- keek hij naar een zwart gat. God allemachtig, zou het nu uiteindelijk gebeuren? Hmm, het lijkt me toch nog steeds sterk.... Glamdring verbond zich terug met Lugar, de man op het randje van de dood brengend doro zijn resterende genezende energie op te gebruiken.

Hij richtte zich op met een energieveld rond zich en liet zijn ogen stralen. De heel kamer baadde ineen onaards licht en hij stond met zijn gezicht naar de vrouw gekeerd, degene die hem zojuist had aangevallen. Zij zou het eerst boeten, en dan de andere.

Toen hoorde hij echter iets achter zich, en draaide zich traag om.

Twijfel en vrees verscheen echter op zijn gezicht toen hij de oude man achter zich zag.

"Jij? Neen, dat kan niet!" Naderia rende naar Nevona aan toe toen Perradarn werd afgeleid door een oudere man die binnen kwam lopen. Er ging direct een naam door haar hoofd Spix! Verwondend keek Naderia even naar de man. Hoe weet ik dat nou? Maar ze nam niet de tijd zich er druk om te maken. Ze pakte snel haar hanger die Nevona door de klap van haar nek af had getrokken. Bescherm Dat had de vorige keer ook best goed gewerkt, alleen zou ze de hanger nu beter onder controle proberen te houden. Er vormde een bel om Nevona heen. "Ik ga proberen Lugar hierheen te krijgen. Perradarn lijkt afgeleid." Stilletjes liep Naderia naar Lugar. Ze pakte zijn hand vast, er hing een vreemde gloed om hem heen door de verbinding die Perradarn had opgezet. Bescherm! Naderia probeerde een bel om Lugar heen te krijgen. De bel moest eerst de verbinding met Perradarn verbreken. Zweetdruppeltjes vormde zich op haar voorhoofd. Het was zwaar. Ze voelde de tegenwerking, maar ze voelde de tegendruk ook afnemen. Perradarn was afgeleid door die oude man en dat was precies genoeg. Floep.. De bel rond Lugar en Naderia was een feit.

Met de grootste inspanning mogelijk sleepte Naderia Lugar naar Nevona. Ze had geprobeerd om magie te gebruiken om Lugar te helpen verplaatsen en ze was nu moe. Erg moe. Ze plofte neer tussen Nevona en Lugar in.

Daar zaten ze dan op een rijtje tegen de muur. Nevona, Naderia en Lugar. Samen in een beschermende bel. "We kunnen hier niet blijven zitten." zei ze. Ze had Lugars en Nevona hand gepakt. Doordat de twee hangers en Nevona weer bij elkaar kwamen gloeide ze weer op. De bel werd versterkt. Misschien kan ik ook wat energie van de hanger doorgeven aan Lugar en Nevona. Ze probeerde zich erop te concentreren terwijl ze keer naar het schouwspel dat zich voor hen ontvouwde tussen Perradarn en de oude man. Hij was woest, een onredelijke haat spoelde door Lugar heen. Zijn ogen schoten open en hij merkte dat iemand hem vast hield. Met een woedende brul sprong hij op om die persoon eens niet al te zachtzinnig de waarheid te zeggen. Toen verdween het contact met de onbekende en Lugar merkte dat hij over Naderia gebogen stond, klaar om haar keel dicht te knijpen.

Verbaasd knipperde Lugar met zijn ogen, waarom probeerde hij Naderia te kelen?? Niet alleen Naderia maar ook Nenova staarde hem geschrokken aan. "Sorry" mompelde Lugar, en zakte vermoeid weer tegen de muur aan. " Ik weet echt niet wat er met me gebeurde, ik voelde alleen een verschrikkelijke, onredelijk haat tegen alles en iedereen door me heen schieten" fluisterde hij beschaamd. " Misschien komt dat van de hanger af" opperde Nenova, terwijl ze naar de rood gloeiende hanger keek. "Dat zou best kunnen. Alleen snap ik niet dat ik er dan geen last van heb. Normaal zouden de vuurballen nu uit mijn handen moeten schieten." Ze hield even stil. "Of zou ik door al dit gedoe onbewust een manier hebben gevonden om die negatieve energie te weren? Uit noodzaak geboren." Ze keek naar Perradarn en vervolgens naar de hanger. "Wat moet daar dan een woede en haat heersen in hen daar." Ze schudde haar hoofd en keek Lugar aan. "Maar hoe voel je jezelf? En jij Nevona? En... wat gaan we doen?" Nenova voelde wel woede doro haar heen stromen, maar niet als haar eigen. Het stroomde eerder op de achtergrond en ze probeerde het daar te houden. Ze had gezien wat er met Lugar was gebeurd en dat wilde ze niet hebben.
'Ik voel wel woede, maar anders dan normaal, meer op de achtergrond en toch doordingend,' beantwoordde ze Naderia's vraag. Ineens zag ze de man staan.
'Spix!' riep ze. De man keek haar aan en zwaaide voorzichtig zonder Perradarn uit het oog te verliezen. Verdwaasd zwaaide ze terug. Waar kende ze hem van?
'Ken je hem?' vroeg Lugar aan haar.
'Ik denk het... ik herken hem, maar ik weet echt niet meer waarvan...'
'Dat heb ik ook!' zei Naderia. 'Ik zou zweren dat ik hem nog nooit gezien heb, en toch ken ik zijn naam...'
'Bevrijdt ons Naderia, en we zullen hem helpen om Perradarn te verslaan.' Nenova keek haar doordringend aan en met tegenzin liet Naderia de bubbel verdwijnen. Nenova stond op en ging onopvallend achter de man staan. Haar hoofd deed nog pijn dus ze wilde niet midden in een gevecht zitten, maar zo zorgde ze in elk geval voor steun en kon ze ingrijpen als Spix het niet meer aankon... 'Weg jij! Verrekte nachtsluiper! We moeten jouw soort hier niet!' Spix pakte een wat wankel uitziende bezem en maakte met zijn benige arm een zwaai naar perradarn. Hij was wat uit vorm, maar de slag van spix kwam nog steeds erg hard aan. Naderia grinnikte. Het zag er erg grappig uit zoals Spix uithaalde naar Perradarn met een bezem. "Lugar? Ik dank dat we het beste bij Nevona in de buurt kunnen blijven. Achter Spix. Trouwens de twee hangers versterken Nevona enorm, dus vind ik dat ik er zo wie zo bij Nevona moet blijven. Als we hier blijven staan zou Perradarn wel eens plots kunnen bedenken dat we leuke gijzelaartjes zijn of zo." En vervolgens liep Naderia naar Nevona toe. Lugar stond even in overpeinzing, haalde zijn schouders op en volgde. Een beter plan was er toch op dat moment niet. Hij trok zijn zwaard en nam plaats aan de andere kant achter Spix. Hij vond dat de oude man zich aardig verweerde. Lugar besloot terplekke om alles en iedereen in de catacomben als de meest gevaarlijke vijand te benaderen. Eerst Perradarn die over behoorlijke krachten bleek te beschikken, nu weer een kranige oude man die ook wel van wanten wist. "Een gevaarlijk plek is dit zeg" dacht hij bij zichzelf. "Ik hoop maar dat ik er niet zo beroerd uit zie als dat ik me voel" dwaalden zijn gedachten verder.

Wat hem ook nogal verontrustte was dat Perradarn niet onder de indruk leek van de groep die tegenover hem stond. Toen de man de bezem boven zijn hoofd hief om nog een klap uit te delen, zag perradarn een kleine verschuiving in het licht onder zijn oksel, heel subtiel, maar genoeg om hem ervan te vergewissen, dat deze geen echte tegenstander was...

Hij begon vals te lachen toen hij de bezem uit zijn handen trok en brak op zijn knieën.

"Jij bent geen wezen van macht oude man. Even werd ik misleid door je aura van macht die om je heen loopt ,maar Goden, wat ben jij zwak! Nu ik je duideljiker bekijk, zie ik dat je niets bent dan een oude schaduw van de macht van de oude zes, hier achtergebleven in vaste vorm om dit complex te becshermen.

Jij weet evengoed dat je niets tegen mij kan beginnen, en dat enkel diegene die achter je staat dat kan.

Ik zal jullie allemala vernietigen, maar eerst, even spelen... "

Hij verdween met een luide plof en een boodschap verscheen in de ijle lucht:

"Labje groot, labje klein
Verstoppertje spelen, oh zo fijn.
Vind je mij, probeer het niet
weet dat ik je dan met magie afschiet."

Wie Perradarn nu bedoelde met "diegene die achter je staat", wist niemand van die 3... Aseria kwam half bij, ze voelde zich droog en leeggelopen. Ze zag Lugar, Naderia en Nenova staan. 'Jullie! Gekken! Zoek dit verdomde complex rond af een vat of wat dan ook met bloed, het moet hier zeker ergens staan!'
Naderia keek rond. 'Bedoel je die soms?' Ze wees naar een bloed rood vat dat in een hoek stond.
'Ja, dat ja, gooi dat hele vat leeg in m'n keel, het kan me niet schelen hoe je het erin krijgt!'
Naderia liep op het vat af en probeerde het op te tillen, het was uitzonderlijk licht. Ze tilde het naar Aseria een goot het in haar mond.
Aseria bleef nog een paar seconden liggen, maar stond daarna, zei het wat moeilijk, op. "Spix, bij de zes wat ben ik blij dat je nog bestaat. Je weet mischien nog wel dat er iets wis wat met een aantal dingen in m'n kop, ik ben op het moment een schaduw van mezelf, wil je het repareren?" "Maar natuurlijk, het verbaasde me al dat je op de grond was beland."
Aseria ging op een werkbank liggen. Spix draaide haar op haar rug en maakte een bijna ontzichtbare klep open.
Spix wende zich nog even naar de drie omstanders. "Ik ben wel een tijdje met Aseria bezig, maar volgens mij kan ik haar voledig repareren. Zouden jullie zolang als het duurt hier de wacht willen houden? Het kost me een kwartier ben ik bang, langer dan dat jullie gewend zullden zijn." Nenova keek verbaasd om zich heen, alsof Perradarn elk moment vanonder ene tafel tevoorschijn kon komen. Waar was hij heen? Even later werd Aseria wakker en ging die Spix haar repareren. Ze werd het lab uitgekieperd en stond luttele seconden later alweer in de donkere gang. Voorzichtig legde een hand op de stenen muur. Zou ze Perradarn kunnen vinden doro 1 te worden met de grotten?Ze had geen flauw idee hoe ze dat zou moeten doen, mar meestal deed ze de dingen vanzelf zonder erbij na te denken. Zou ze het kunnen opwekken? Ze drukte harder op de muur en ineens zag ze. Nou ja, ze zag anders. Ze zag zichzelf van bovenaf en voelde de druk van haar voeten van onder af... Snel probeerde ze Perradarn te lokaliseren. Ze vond hem!
Hij was een paar gangen hoger op weg naar de uitgang. Ze zoefde terug in haar lichaam.
'Ik weet waar Perradarn is!' zei ze nog stomverbaasd. 'Hij is op weg naar de uitgang en ik weet de weg erheen....'
'Echt waar? Maar... hoe dan?' vroeg Naderia.
Nenova legde het uit. Daarna begon ze aan de lange weg naar de uitgang, met Lugar en Naderia in haar kielzog. "zeg, ik wil me nergens mee bemoeien hoor" merkte Lugar op, "maar hoe weten we of Perradarn nou heeft wat hij wilde. Misschien is dit gewoon een list om ons van Spix en Aseria weg te lokken" "Hij is anders wel op weg naar het oppervlak" gaf Nenova ten antwoord. "Ja dat weet ik" vervolgde Lugar "maar voor zover ik begrepen heb is Spix niet in staat om het lab te beschermen, en Aseria is ook nog nergens toe in staat voordat ze gerepareerd is" "Ik vraag me af wie van ons drie Perradarn bedoelde" vroeg Naderia zich hardop af. "Ik mag dan een hanger hebben, maar kan me niet voorstellen dat ik daarmee Perradarn kan verslaan. Volgens mij moet het Nevona zijn, zij kan die hoofdband gebruiken en de twee hangers reageren heel fel als zij erbij in de buurt komt. Verhip.. Ik heb Aseria's amulet nog." Even was het doodstil. "Ik weet trouwens niet of het zo'n geweldig idee is om nu al achter Perradarn aan te gaan. Zouden we niet beter op Aseria wachten en het lab verdedigen zoals Lugar voorstelde? Dan kunnen we zelf ook nog een beetje bijkomen." fluisterde Naderia. Ze concentreerde zichzelf en liet met behulp van haar hanger een lichtgloed ontstaan. Haar controle over de hanger was duidelijk verbeterd door alles wat er was gebeurd. Nenova dacht na over Lugars woorden. Zou Perradarn hen echt weg proberen te lokken? Nou, als dat zijn plan was... ze mochten alsnog niet in het lab komen.
Ze luisterde half naar wat de anderen zeiden. Ze hadden het over 'degene die achter je staat' en wie daarmee werd bedoeld. Maakte het iets uit? Misschien wel... later... Tijd zou het laten zien "Ik vind dat we terug moeten gaan naar Aseria en Spix" zie Lugar. "het feit dat je hem niet meer ziet wil niet zeggen dat hij uit de grotten is, misschien wil hij wel niet gevonden worden en onttrekt hij zich op een of andere manier aan jouw aandachtsveld" vervolgde Lugar.

"Het belangrijkste is dat we bij elkaar blijven" bracht Naderia in, "Als we alleen gaan ronddwalen zijn we een hele gemakkelijke prooi voor Perradarn" "Misschien weet Spix of Aseria wel wie van ons Perradarn bedoelde" drong Lugar verder aan, als argument om terug te keren naar het lab. Woedend draaide Nenova zich om en stampte terug naar waar ze vandaan waren gekomen.
'Goed! We gaan al terug!Maar kijk mij niet aan als we Perradarn hadden moeten volgen!!'
Ze banjerde stevig door zonder om te kijken of de rest haar volgde. Ze besefte dat ze zich niet zo had moeten laten gaan.. Zij wisten toch niet wat ze gevoeld had? Ze ging iets rustiger loop en keek om. Ze zag dat Naderia en Lugar waren blijven staan en verdwaasd naar haar keken.
'Komen jullie?' vroeg ze zo vorlijk mogelijk. 'We moeten een heel eind teruglopen hoor, de uitgang was dichterbij geweest!'
Ze zwaaide en glimlachte. Toen draaide ze zich weer om en schold ze in gedachten de huid vol. Ze stopte. Opgelucht keek Naderia haar aan, waarschijnlijk dacht ze dat ze haar raad op zou volgen. Maar in plaats van om te keren checkte ze even waar Perradarn nu rondhing. Ze kon hem nergens in de grotten vinden, dus nam ze aan dat hij buiten was...
'Ik voel hem niet meer, ik denk dat hij niet meer in de grotten is.' Ze merkte dat de anderen haar een beetje vreemd aankeken. 'Oké, oké, wat willen jullie? Ik denk dat we het beste naar boven kunnen gaan...'"Ik vind dat we terug moeten gaan naar Aseria en Spix" zie Lugar. "het feit dat je hem niet meer ziet wil niet zeggen dat hij uit de grotten is, misschien wil hij wel niet gevonden worden en onttrekt hij zich op een of andere manier aan jouw aandachtsveld" vervolgde Lugar.

"Het belangrijkste is dat we bij elkaar blijven" bracht Naderia in, "Als we alleen gaan ronddwalen zijn we een hele gemakkelijke prooi voor Perradarn" "Misschien weet Spix of Aseria wel wie van ons Perradarn bedoelde" drong Lugar verder aan, als argument om terug te keren naar het lab. Woedend draaide Nenova zich om en stampte terug naar waar ze vandaan waren gekomen.
'Goed! We gaan al terug!Maar kijk mij niet aan als we Perradarn hadden moeten volgen!!'
Ze banjerde stevig door zonder om te kijken of de rest haar volgde. Ze besefte dat ze zich niet zo had moeten laten gaan.. Zij wisten toch niet wat ze gevoeld had? Ze ging iets rustiger loop en keek om. Ze zag dat Naderia en Lugar waren blijven staan en verdwaasd naar haar keken.
'Komen jullie?' vroeg ze zo vorlijk mogelijk. 'We moeten een heel eind teruglopen hoor, de uitgang was dichterbij geweest!'
Ze zwaaide en glimlachte. Toen draaide ze zich weer om en schold ze in gedachten de huid vol. Lugar keek Naderia vragend aan. Die haalde slechts haar schouders verbaasd op. Toch zat het Lugar niet lekker "Ik voel me ook ongemakkelijk in de grotten maar Nenova reageert wel heel fel, zou er iets met de hanger zijn?" fluisterde hij naar Naderia. "Ik weet het niet" fluisterde Naderia terug "maar laten we haar maar goed in de gaten houden, misschien hebben de hangers er inderdaad iets mee te maken" Ondertussen waren ze dichter bij Nenova gekomen, die hun vrolijk toeriep dat het een heel eind lopen was. Spix begon aan Aseria te werken, dit was eigenlijk hetgene waar hij al eeuwen op hooopte. Hij had in zijn verveling een hoop ontwerpen gemaakt, hij wist van te voren dat hij daar niets van zou kunnen gebruiken, omdat geen levend wezen meer voet in het lab zou zetten. Maar nu dat wel het geval was, én Aseria was terug gekeert, liet hij zich los op zijn ontwerpen.
Hij trok een kast open, er lagen tientallen tekstrollen in, sommigen met gouden zegels, afkomstig van de zes zelf, anderen waren slecht bijelkaar gestopte stukken, al zijn eigen aantekeningen. Hij koos er een vijftal uit en stopte die onder zijn arm. Hij liep naar Aseria die op de werktafel lag. 'Ik zal je moeten deactiveren, ik weet dat je dat haat, maar sommige van deze reparaties een aanpassingen zijn niet te doen als je bij bewust zijn bent.'Nenova liep terug doro de gangen. Ze was nog steeds pissig op de rest maar ze liet het niet merken. Ze besefte dat haar emoties heviger geworden waren sinds ze bij het lab waren geweest. Het deed iets met haar...
Na een lange wandeling waren ze weer terug bij het lab. Ze klopte voorzichtig op de deur. 'Mogen we al naar binnen?'
'Nee!'

Agravain
Beheerder
Berichten: 2513
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 28 jun 2005 19:18

Ze haalde haar schouders op. 'Wat willen jullie nu doen? We zullen hier maar moeten wachten.'
'Ik ben best moe...' zei Naderia. 'Misschien gewoon wat rusten en praten ofzo?'
Nenova plofte op de grond. 'Is goed, ik ben inderdaad ook een beetje uitgeput van al die magie en dat geloop.'Nevona plofte neer. Naderia ging naast haar zitten. Ze kreeg een rilling over zich heen. Zoals Perradarn had gesproken. Heerschappij over de wereld? Ze moest er niet aan denken. Ze pakte haar eigen hanger en begon een beetje te experimenteren met het oproepen en beheersen van het licht dat ze eruit kon krijgen. Wat zou dat ding allemaal nog meer kunnen eigenlijk? "Ik ben vrijwel zeker dat Perradarn niet mij bedoelde toen hij het over de heerschappij had" merkte Lugar op. "Misschien dat een van jullie ....." zijn stem stierf weg. Zou een van beide ambities hebben in die richting? Nee dat kan ik niet geloven, of een van beide moet een enorm goede acteur zijn. Hij kapte die achterdochtige gedachten af. De twee zaten hem inmiddels peinzend op te nemen. Naderia zat een beetje met haar hanger te spelen. "Zeg weet je de grenzen van de macht van die hanger al?" vroeg Lugar aan haar. "Nee, niet echt eigenlijk. Ik weet dat de energie die erin zit groeit als het woede en kwaade gedachten 'voelt'. Die energie stroomt dan weer door mij heen. Ik geloof dat ik al een heel eind ben om die onder controle te houden, maar dat is wel moeilijk." Een vrolijk lichtkransje danste om haar hand heen.
"Ik heb ook door dat ik door me erop te concentreren een kan worden met de energie die erin zit. Dat lukt alleen niet altijd. Maar als dat lukt, dan stroomt er een soort stroom door mijn lichaam heen. Volgens mij moet ik daarmee meer kunnen doen dan alleen lichtfiguurtjes maken." Ze trok haar schouders op en het lichtfiguurtje verdween. "Als het echt moet, dan heb ik plots alle energie uit de hanger tot mijn beschikking..." ze fronste even "... hoewel dat wel ten koste gaat van mijn energie. Misschien doe ik toch iets niet goed dan. Ik moet nog veel leren denk ik."
Ze keek Lugar aan. "Trouwens? Hoe bedoel je heerschappij? Ik dacht dat ie bedoelde dat een van ons hem zou kunnen verslaan? Volgens mij is het Nevona." Ze keek even naar Nevona. "Die band had bij mij helemaal geen uitwerking en bij haar.... Je ziet trouwens een beetje bleek Nevona." Goed, ff herlezen, en blijkbaar komt er nog altijd geen verandering in de poststijl. Ik ben met deze RPG gestopt omdat het een beetje altdij aan hetzelfde bleef, en nu zijn jullie nog altijd bezig over die banden en de heerschappij. Vinden jullie het erg als ik een beetje Fast Foward spoel en een hele nieuwe setting creër? (zoniet: schrijf gewoon verder zonder op dit te letten )

Het is een paar tientallen jaren sinds de episode in het lab. Perradarn ontsnapte met zijn krachten naar de bovengrond en is nu de absolute heerser van het land. Zijn halfmensen, gecreëerd uit aardmannen en reptielen, schuimen de oppervlakte af. Jullie, de overlevenden in het lab, hebben daar jullie hoofdkwartier gemaakt. Jullie voeren het laatste verzet aan, een soort Guerilla, dat probeert mij van de troon te stoten.

(wees gerust, ik zorg wel dat ik me vlug terug gewoon zal gedragen, en niet als een geflipte heerser)

Lijkt het jullie iets?

Perradarn zat over de kaarten gebogen. Zijn troepen hadden alweer een menselijke stad in het zuiden ingenomen. Hij kwam dichter bij de rebellenbasis elke week, maar nog altijd boden de twee zuidelijkste steden weerstand. Hun reusachtige katapulten en boogschutters hielden zijn legioenen nog altijd ver op afstand. Er moest iets anders gevonden worden om hen in te nemen. En dan... Dan kon hij eindelijk wraak nemen op degenen waardoor zijn ontsnapping bijna was mislukt, degenen die nu de opstand leidden. De enigen die hem nog zouden kunnne verslaan... Naderia zuchte en pakte haar hanger. Dat deed ze altijd als ze onzeker was. "Kunnen we de overgebleven steden nog extra versterken in hun verdediging? Verdorie. Die Perradarn moet toch een zwakke plek hebben?! Dat we daar na al die jaren nou nog niet achter zijn!"

In de afgelopen jaren had Naderia heel wat geleerd. Ze was nu in staat de kracht van de hanger onder controle te houden, op te roepen en te sturen. Met de hanger kon ze gericht licht, vuur of energie manipuleren. Haar eigen 'roep' krachten waren sterker geworden en ze had van Lugar geleerd hoe ze met andere wapens dan haar stok om kon gaan zoals menig van Perradarns halfmensen had ondervonden. Toch bleef ze onzeker en vroeg ze zich nog regelmatig af wat ze nou eigenlijk in de strijd in te brengen had. Maar er was niets anders meer, en dus ging ze door voor Nevona, voor Lugar, voor de mensen die zich wanhopig probeerde te verzetten tegen Perradarn en zijn troepen. Lugar stond over de staf kaarten gebogen. Zacht vloekend betreurde hij het verlies van de zoveelste stad. Gelukkig was een groot deel van de bevolking ontsnapt en gevlucht. Ook een flink deel van de strijdkrachten waren ontkomen, terwijl de troepen van Perradarn weer zware verliezen hadden geleden. Maar die leek over een onuitputtelijke voorraad reserves te beschikken. "Goed," hij wendde zich weer tot de generaal van de stad, hij wees op een aantal punten die hij op de stafkaarten gemarkeerd had. "Daar, daar en daar. Niet ver in het vijandelijke gebied liggen de moerassen waar een aantal tegenstanders worden gemaakt door de duistere magie van Perradarn. Als jullie magiers die broeinesten vernietigen krijgen we weer wat lucht"
"Hoe zit dat met de verdediging?" vroeg een van de magiers. "Nou voor zover ik van Nenova en Naderia heb begrepen zijn alle strijdkrachten gebruikt om de steden aan te vallen, en op magisch vlak is er ook niks: alle magie is nodig om de wezens te creeren" De generaal saluteerde naar Lugar en gaf orders om een aantal speciale eenheden de aanval op de aangewezen plekken uit te voeren. "Ik ga weer terug naar het commandocentrum" meldde Lugar. "Over een poosje kom ik wel weer kijken" vervolgens activeerde hij het apparaat wat Naderia voor hem had gemaakt. Hij vervaagde en verdween. Toen hij zijn ogen weer open deed stond hij bij Naderia en Nenova in het laboratorium onder in de catacomben. Hij had een besluit genomen. Die steden moesten vallen, en wel voor het begin van de winter, anders zou hij veel te veel van zijn troepen verliezen door slechte bevoorrading terwijl de steden door teleportatie van de hangers werden bevoorraad. Hij moest zelf vertrekken.

Hij liet zijn luitenants komen: de eersten van zijn wezens en degenen waarover hij het best had nagedacht en met de beste genen en gaf hen de opdrachten. Waarschijnlijk zouden de opstandelingen hun produceerplaatsen aanvallen, dus hij zou zelf afreizen en de troepen meenemen naar de steden terwijl de opstandelingen daar zouden aankomen en beseffen dat ze te laat kwamen. Het plan was waterdicht: de vijandelijke troepen ver weg van de steden en met heel het leger... Binnen het jaar zat hij terug op zijn welverdiende troon: als heerser over dit land, en wie weet, later misschien nog eens zoals vroeger, van de wereld.

Hij besloot zijn oude mantel terug aan te trekken en omdat nachtkruipers niet van het daglicht houden, sloop hij vroeg in de avond naar buiten via de slotgracht van zijn gerenoveerde kasteel. Het zou erom gaan spannen, maar hij zag zijn kansen positief in: mocht zijn list werken... Aseria liep de kamer binnen en ging bij Naderia en de rest staan. 'Sorry, maar ik laat me niet kopiëren, we kunnen dit ook winnen zonder dat. Ga je gang maar met aanpassen, maar ik ben al redelijk volgestampt, dus tenzij je me compleet verbeterd denk ik niet dat er veel bij kan,' zei ze duidelijk geirriteerd. "Ik weet niet hoe Perradarn aan troepen komt, maar ze kunnen verdomd goed vechten. Het is onbegonnen werk om zijn leger van die muren af te houden. Het koste me 100 man om alleen maar de eerste golf tegen te houden." Nenova keek peinzend naar de tafel met de kaarten. 'Ik weet niet hoe we dit nog vol kunnen houden. We strijden zo hard we kunnen, we zetten alles op alles, en nog verliezen we terrein. Aseria, ik snap het dat je je niet wilt laten kopiëren. Maar... is het misschien een idee als Spix een nieuwe robot maakt, die op jou lijkt, met dezelfde dingen.. Maar geen kopie. Eerder een.. soortgenoot. Eerst, vind je dat goed? En ten tweede, kun je dat Spix?'
Ze wachtte niet op antwoord maar wees op de kaarten. 'Ik vermoed hier ook een zwakke plek. Als het waar is wat je zei, Aseria, dan denk ik dat hier ook een gat in de verdediging zit.' Ze wees naar een klein dorpje met de vreemde naam Boerengat. 'Ik wil daar wel heen met een groepje mensen, het bekijken, en misschien daarna hulp inroepen om de landen van Perradarn in te trekken. Misschien kunnen we een soort verrassingsaanval op hemzelf uitoefenen, als we erheen sluipen zonder een confrontatie aan te gaan met zijn legers...'"Goed" Lugar keek om zich heen. "Wie gaat er allemaal mee op deze missie? Nenova, Naderia gaan jullie mee, dan hebben we een kleine groep met voldoende magische vermogens en misschien kunnen we een of twee man van de Garde meenemen om ander ongedierte te kunnen weerstaan" Het leek Lugar wel weer eens prettig om gewoon eens op een missie te gaan, even geen stafkaarten, schuiven met legers, steden verdedigen, maar gewoon met de oude vertrouwde groep op pad te gaan. "Ok, laten we dat dan doen. Het wordt tijd dat die Perradarn terugsturen waar hij vandaan komt. Onder de grond!" "hmm, ik ga ook mee, jullie kunnen me denk ik wel gebruiken, in ieder geval meer dan de rest van het front." "Ok" riep Lugar, helemaal opgetogen om weer eens iets te gaan doen. Hij rende naar zijn slaapgedeelte en trok zijn rugzak te voorschijn. Gelukkig had hij al die jaren de zak goed gevuld gehouden, gereed om te pakken zonder eerst na te denken. "Oude gewoontes slijten niet zo snel" dacht hij bij zich zelf". Hij stond te trappelen van ongeduld totdat de rest van het gezelschap gereed zou zijn om te vertrekken. Naderia verzamelde alles wat ze dacht nodig te gaan hebben. Ze vulde een tas met materialen die ze nodig dacht te hebben. Een deken voor de nacht, eten, waterzak, tondelmaterial voor een vuurtje. Ze bond een lang mes aan haar been. Stopte wat werpsterren in een van de zakken van haar mantel, Hing een zwaard aan haar riem en pakte haar stok. "Zo, dat was het wel." Ze keek even rond. "O nee, wacht even." Ze liep naar een van de planken en pakte er paar potjes vanaf. Lichtpoeder, kruid en dit en....... dat moet voldoende zijn. Tot slot pakte ze een boekje met spreuken van de plank. Ze had het boekje gevonden ergens in een stapel op het lab en had wel een beetje gespeeld met een aantal van de spreuken in het boek. "Je weet maar nooit. En anders altijd leuk om me snachts mee bezig te houden." Ze stopte het bij alle andere spullen en liep terug naar Lugar die eruit zag alsof ie op hete kolen zat. Naderia had gemende gevoelens. Ze had het idee dat dit wel eens de laatste confrontatie zou kunnen worden. Erop of eronder, winnen of verliezen. Veel meer mogelijkheden zag ze niet. "Nou, iedereen klaar?" Naderia weefde haar magie en de de gangen vervaagden langzaam in een grijze mist. Toen deze langzaam weg trok stond de groep op een troosteloos stukje land, een drassig eilandje, te midden van de moerassen, stinkende poelen en andere kleine zandplaten en rietbossen.

"Verdoemenis" riep Lugar, die als enige van de groep in een poel was gematerialiseerd, het water klotse tot halverwege zijn kuiten, en begon al langzaam zijn laarzen binnen te sijpelen. Met een zuigend geluid trok hij zijn voeten los en liep naar een droger gedeelte op het stukje land. Veel verschil maakte het trouwens niet. Zijn goede humeur daalde met sprongen toen hij zich realiseerde dat het wel eens een tijdje kon duren voordat hij weer droge voeten zou hebben. Het was maar een schrale troost dat de rest van de groep ook spoedig natte voeten zou krijgen. "Hahahahaha" Naderia kon alleen maar in lachen uitbarsten toen ze Lugar hoorde en zag waar hij in was utigekomen. "Sorry Lugar, maar eigenlijk is het best grappig." Ze grinnikte nog even door en haalde toen diep adem. Het was al een poos geleden dat ze buiten was geweest en ze moest toegeven... ze miste de buitenlucht. De vrolijke lach van Naderia bracht ook bij Lugar een glimlach op zijn lippen. "Nou laten we dan maar gaan" riep hij, nadat hij de kaart had bestudeerd, "we hebben nog zeker 3 uur daglicht voor de boeg, dus we kunnen beter alvast op weg gaan. Misschien komen een drogere plek tegen waar we ons kamp op kunnen slaan." De rest van de groep mompelde instemmend, de soldaten stelde zich op en langzaam verdween de groep tussen de nevelen van het moeras. Naderia liep achter Lugar aan. Hoewel door het lopen in de nevel haar kleding vochtig begon te worden en zo nu toch ook natte voeten begon te krijgen, bleef ze toch vrolijk. Iedereen was stil. Ze liepen door een moeras en je wist nooit of je er een moerasdraak of slang tegen zou komen.
Ergens voor hen in de nevel dook een donkere schaduw op. Naderia greep Lugar bij de schouder en gebaarde achter zich dat iedereen stil moest blijven staan. "Lugar? Zie jij dat ook? Ik herken het niet.. Wat denk je?" Ze tuurde door de mist om de schaduw te herkennen. Het zou een kleine moerasdraak kunnen zijn. Of een orc. Of een oude grote boomstam.. nou, dan sta ik mooi voor aap. "Zover deze kant op zitten toch geen van Perradarn wezens? Toch?" Nenova tuurde ingespannen naar de schaduw. 'Het lijkt me niet iets van Perradarn...'
De schaduw werd groter en het werd duidelijk dat het een figuur was. Maar of het een kwaadaardig persoon was, was nog niet duidelijk. 'Moeten we dichterbij gaan? Of zullen we wachten?'De eens zo krachtig verweven magische cel in de diepte van de grot verloor zijn kracht. Een wezen stapte er voorzichtig uit. Niet bewust van waar deze was taste deze om zich heen. Het wezen was gedesorienteerd. Dit kwam door de tijdslus waarop de cel was opgebouwd. Dit wist het wezen echter niet. Langzaam bewoog het wezen zich door de grot. Op de tast zoekend naar de uitgang. Na een lange periode vond het dan eindelijk ligt bron. Zo snel als het kon bewoog het richting dat lichte puntje. Het licht deed het wezen pijn aan de ogen. Langzaam liet het de ogen aan de lichte bron wennen. Toen stapte het wezen de buitenlucht in. Langzaam kwam het beeld van de omgeving door. Het wezen herkende de plek en toch ook weer niet. Het was veranderd en toch leek het op de plaats in zijn geheugen. Was het daar waar het dacht dat het was? Het vermoede van wel. Zijn vroegere zes collega's hadden goed werk verricht. Eens durfde ze hem niet aan. De lust naar macht had hem stil doen staan in zijn vermogen. Dit was hem duur komen te staan. Zij waren sterker geworden en hadden heb opgesloten. Dit omdat ze de mensen van zijn tiranie wilden bevrijden maar te goed waren om hem te doden. De cel had hem waarschijnlijk rustig moeten laten sterven. Op een natuurlijke wijze. Hij kon zich er zelf niet uit bevrijden, want voor dat ze hem in de cel hadden gestopt hadden ze zijn magische macht drastisch ingeperkt. Toch was er schijnbaar iets mis gegaan met de bouw van de cel. Het was niet belangrijk. Hij leefde namelijk nog en zijn krachten zou hij door studie en trainen weer op kunnen bouwen. Tenminste dat hoopte hij. Zijn prachtige rijk, waarover hij met geweld regeerde, bestond niet meer. Toch was zijn drang naar macht niet verdwenen. Hij besloot dat hij er alles aan zou doen om dat rijk weer op te bouwen. En wat kon hij daar, in zijn ogen, het beste voor gebruiken. Juist ja, geweld. Het zou weer een mooie tijd worden voor hem. Jammer alleen dat zijn toekomstige vijanden dit niet zullen denken. Er liep een rilling over Naderia's rug. "Brr, ik heb het gevoel of er net iets heel ergs is gebeurd." fluisterde ze. Ze tuurde door de mist. "Iemand zal toch moeten gaan kijken." Ze greep met haar ene hand om haar hanger heen. "Aseria? Anders ga ik wel..." Langzaam, heel langzaam ging ze door de mist in de richting van de schaduw... Moet ik iets zeggen? Ze pakte haar stok stevig vast, klaar om er een dreun me te verkopen. Langzaam kreeg de schaduw in de mist meer vorm. Toen Naderia uiteindelijk kon onderscheiden wat het was viel ze van schrik achterover. EEN DRAAK?! Op handen en voeten kroop ze terug naar de anderen. "Het is een draak! Een moerasdraak! Midden op het pad! Hoe komen we daar langs?! Weet iemand iets van die beesten? Zijn ze gevaarlijk? ......... wat eten ze?" fluisterde ze met een paniekerig toontje tegen de anderen. "Meestal zijn moerasdraken niet echt gevaarlijk" gaf Lugar antwoord. "Maar met de magie van Perradarn weet je maar nooit wat er aan zo'n beest veranderd is, misschien is het een echte moerasdraak, misschien een van zijn creaties. " Langzaam trok hij zijn zwaard, het leek hem toch maar beter om op alles voorbereid te zijn. "Waarom denk je trouwens dat er iets ergs is gebeurd" fluisterde Lugar, terwijl hij met een half oog de draak in de gaten hield.

Het beest leek zich doodstil te houden, erg ongewoon voor een draak. Misschien was er iets nog gevaarlijkers in de buurt? Hij gebaarde naar de soldaten dat ze goed op moesten letten. Lugar kreeg de kriebels, er was hier iets vreemds aan de hand. Het leger was al op mars gegaan, een paar dagen voordat Perradarn zelf vertrok uit het kasteel. Nu had hij zich aangesloten bij de bevelhebber van het leger en zelf terug de leiding op zich genomen.

ALles ging volgens plan. De twee vijandelijke verkenners die ze waren tegengekomen waren vlug en efficiënt opgemerkt en gedood geweest en er was geen reden te geloven dat de vijanden op de hoogte waren van deze onderneming.

De mars vorderde goed en al gauw kwamen ze in het niemandsland dat er was ontstaan tijdens de voorbije jaren. Vanaf hier betraden ze vijandig gebied, en moest er uitzonderlijk goed opgepast worden dat ze niet werden opgemerkt. Daarom verscholen ze zich overdag onder de graszoden, camoufleerden ze zich met het weinige gras en struiken die er nog te vinden waren en 's nachts renden ze stil over de vlakte, zonder fakkels of veel lawaai, want hun wapenuitrustingen waren omwikkeld met doeken of met leer, om het geluid te dempen.

En nu kan er ofwel iemand nieuw een verkenner beginnen te spelen die ons opmerkt oftewel dat moeras waar jullie inzitten "toevallig" op onze weg liggen, ofwel... Geen verdere ideeën van mij, dat zullen we nog even moeten bespreken in het overleg topic. "Waarom denk je trouwens dat er iets ergs is gebeurd" Naderia keek Lugar even aan. "Weet ik niet. Ik kreeg opeen het gevoel dat er iets heel ernstig mis is. Bij Perradarn had ik in het begin een raar gevoel, maar dit is veel sterker. Alsof er iets is losgebroken... ergens... nog kwader dan Perradarn. Maar dat kan toch bijna niet?"
Ze viel even stil. Meer dan een gevoel was het niet, en nu merkte ze er helemaal niets meer van. "Misschien was het gewoon verbeelding." Ze keek opeens op. "Trouwens?! Kan die draak misschien niet gewoon verbeelding zijn? Een illusie? Opgezet om af te schrikken? Wat leeft hier eigenlijk verder nog in het moeras?!" Langzaam slopen ze met zijn allen stapje voor stapje naar voren. Nenova keek wantrouwig naar Naderia. 'Ik denk niet dat het zomaar een gevoel was... Heb je vaker dat soort dingen gehad? Dat je voelde of er iets gebeurde? Misschien is het een deel van jouw magie.'
Ze keek even naar de draak die nog steeds niet had bewogen.
'En ik vind het heel vreemd dat hij niet beweegt, alsof hij ons nog niet heeft opgemerkt. Ik dacht dat draken een veel beter gehoor,reuk en zich hadden dan wij mensen. Hij zou ons toch opgemerkt moeten hebben? Iets klopt hier niet...'

Gesloten