Aeron: samengevoegd topic: alle spelers!

Dit is waar het allemaal gebeurde.

Moderator: Midwinter

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 29 mar 2006 14:32

In de roeiboot

'Eeh, aha', was alles wat Mynn uit wist te brengen. Haar maag kwam in opstand na de achtervolging, en ze had al haar concentratie nodig om hem weer tot rust te brengen. Ondertussen roeide de man rustig verder, en Mynn probeerde Penthe in een wat comfortabelere positie te leggen. Toen ze er genoeg op vertrouwde dat ze antwoord zou kunnen geven zonder over te moeten geven, moest ze snel nadenken. 'Ik ben Nona, en dit is mijn moeder, Ine. Vrienden van mijn moeder hebben een schip buiten de haven liggen, dus daar zijn we op weg naartoe.' Ze hoopte maar dat Penthe het spelletje wel mee zou spelen wanneer ze weer bijkwam, maar ze had wel belangrijkere dingen aan haar hoofd. Hoeveel boten zouden er de haven uit zijn kunnen komen? En welke boot moest ze dan hebben? Bezorgd keek ze nog eens naar Penthe, die er nog altijd slecht uitzag.

Dalphin
Fortuinzoeker
Berichten: 80
Lid geworden op: 25 mar 2005 22:33
Locatie: Duiven

Ongelezen bericht door Dalphin » 30 mar 2006 08:50

In de roeiboot

Ram dacht dat hij merkte dat Nona niet helemaal de waarheid sprak, maar dat kon ook van de zenuwen komen. Jammer dat zijn "meester" hem nu niet meer hielp. Ram roeide rustig verder. De stilte bleef aanhouden terwijl ze verder van de haven verwijdert raakte. Ram kwam eindelijk bij het einde van de lange gracht en zag voor zich een open water vlakte met allemaal boten. Dit was eigenlijk best vreemd, maar vooruit. Ram keek om zich heen en vroeg: "Zo waar moeten we nu heen Nona?" Ram keek naar Ine en besefte opeens dat er iets niet klopte.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 31 mar 2006 16:39

In de stad

Nathan begaf zich met grote haast richting de havens. Daar aangekomen kon hij zien dat het nog steeds een enorme chaos was. Verschillende mensen probeerden te voet of op andere manieren de stad te verlaten. Hij zag een groot schip liggen waaromheen mensen in het water lagen. Iedere keer als iemand probeerde aan boord te klimmen werden ze door de bemanning, luid lachend, teruggeduwd. Ergens in het water van de haven zag hij een kleine roeiboot met twee mensen. Die probeerden kennelijk ook de stad te verlaten. Hij zag de wanhoop op de gezichten van de mensen om hem heen. Dit draaide uit op een complete burgeroorlog. Overal in de straten om hem heen zag hij de rokende puinhopen van wat eens huizen, winkels en voorraadschuren waren geweest. Overal lagen lijken, van mannen, vrouwen en kinderen en soms nauwelijks herkenbaar als wat eens een levend wezen was geweest. Maar geen teken van de Norse. Hij nam plaats op een rustig gedeelte van de kademuur waar hij een goed uitzicht had. Uiteindelijk zou hij hem wel zien....

Bakiro rende zich een ongeluk door de nauwe straten van de stad. Geelen, Geelen, Geelen, de haven, rennen, opschieten!!!!! Zijn bloed pompte verhit door zijn aderen. Hij kon niet vergeven en vergeten, zeker niet zolang hij niet wist wat dat beest met dat meisje had gedaan. Hij was er bijna. Licht hijgend arriveerde hij in de haven en merkte de chaos nauwelijks op. Op de kademuur zou hij een beter uitzicht hebben. Terwijl hij daar naartoe rende merkte hij een figuur op, zittend op een rustige hoek van de kademuur. Bakiro herkende hem onmiddelijk. "NATHAN! NATHAN!" Hij kwam bij Nathan aan toen die net zijn richting opkeek. "Nathan, ik heb hem gezien, Geelen, de vuile verrader! Kom, je kunt me helpen zoeken. Ga eens op de muur staan? Hij ziet er....."

Op het moment dat Nathan en Bakiro op de muur klommen zagen ze aan de overkant van het pleintje Geelen uit een gangetje komen met achter hem.... De Norse.

In de haven

Langzaam kwam Penthe bij bewustzijn. Ze voelde een dreunende hoofdpijn en had even geen idee waar ze was. Mynn knielde bij haar neer en dat zorgde voor een aardige schommeling in de boot. Onmiddelijk voelde Penthe haar ontbijt naar boven komen en ze dook met haar hoofd over de zijkant van de boot. Pas toen haar maag leeg was en ze weer omhoog kon kijken merkte ze de andere aanwezigheid in de boot op. "Wat? Wie?" Ze bekeek de man en schrok. Wie was dit nu weer? Een druipnatte jonge man die ineens in hun boot zat. "Ine, mamma, dit is euh Ram was het toch?" Ram knikte. Vreemd, een dochter die haar moeder bij haar voornaam noemde. Nou ja, zou wel aan de stad liggen. "Mam, welk schip moeten we naartoe?" Dwingend keek Mynn in de ogen van Penthe. Slimme meid, helemaal goed, maar welke naam heb je jezelf gegeven? "We gaan niet naar een schip kind, we gaan rechtsomkeert. Ik moet onmiddelijk naar de stad. Ik kan het nu niet uitleggen." Ze keek Ram eens goed aan. Nu ja, het is niet alsof ik een keus heb. Ik zal hem moeten vertrouwen. "Jongeman, kun jij ons terug roeien naar die kade daar en mij dan aan land zetten? Dan zal ik je vertellen op welk schip jij en mijn dochter onderdak zullen vinden." "Maar Pe...mamma, nee, dat is veel te gevaarlijk! Je kunt de stad niet meer in, kijk dan, overal wordt gevochten."

In het riool

Ariel, Zogal, Nemmet en het hert liepen sterk gebukt achter elkaar aan door het stinkende riool. Af en toe kwamen ze onder een afvoerput door en hoorden ze de kreten en de klappen van boven hun hoofd. Zogal vroeg zich af hoe Ariel van deze plek afwist. Nou ja, het deed er ook niet toe. Ze moesten naar de tempel en die was buiten de stad, als ze maar snel waren. Na een tocht die wel drie uur leek te duren kwamen ze een ladder tegen. Voorzichtig klom Ariel naar boven. Zogal bleef staan, hoe moest dat nou met haar hertje? Voordat ze verder na kon denken tilde Nemmet het kleine hert voorzichtig omhoog in zijn armen. "Je zult het moeten kalmeren want het moet over mijn schouder mee naar boven. Ik heb mijn handen nodig om te klimmen." Zogal aaide het hert en sprak het zachtjes toe. Uiteindelijk liet het hertje zich gedwee over Nemmet's schouder leggen en op die manier klom hij de oude trap op. Zogal klom achter hem aan. Het was niet makkelijk en een lange weg, zeker voor zijn kleintje als zij. Ze vroeg zich af hoe Ariel zo snel had kunnen klimmen. Eindelijk was ze boven en kwamen ze uit een afvoerput waarvan de deksel ongeveer honderd meter verder lag. Ariel stond een eindje verderop om zich heen te kijken. "Kijk! daar is het bos!" riep ze.

Ergens net buiten de stad

In een oude voorraadkamer klommen Thai en Glovigin uit de ruimte in de muur. Vroeger was dit een oude stadsherberg geweest en was nu al lang verlaten. Voorzichtig liepen ze naar de deur van de voorraadkamer en legden hun oor tegen de deur. Doodse stilte. Voorzichtig maakten ze de deur open die met een enorm geknars van zijn plaats kwam. Ze schrokken allebei van het kabaal. Voorzichtig gluurden ze om een hoekje. Ze zagen niets dan duisternis. Terwijl hun ogen begonnen te wennen aan het duister konden ze steeds meer dingen onderscheiden. Door kieren in de luiken voor de ramen kwam een minimale hoeveelheid licht binnen. Ze zagen een grote donkerbruine toog en wat resten van meubulair verspreid over de vloer liggen. Aan de andere kant van de herberg zagen ze een gebarricadeerde deur. Ze liepen naar de ramen en keken door de kier. Net aan die kant lagen de bossen en zagen ze een vreemd viertal staan. Twee kleine wezens, een grote en een hert. Verbijsterd keken ze elkaar aan.

Agravain
Beheerder
Berichten: 2507
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 31 mar 2006 20:03

Ergens net buiten de stad

Glovigin keek Thain enigzins teleurgesteld aan, hij had gehoopt dat ze er ongemerkt tussen uit konden knijpen, maar het viertal gooide roet in het eten. "Wat moeten we nu?" fluisterde Glovigin naar Thain, "Wachten totdat ze weggaan?" "Misschien komen zij ook wel hier schuilen," bromde Thain, terwijl hij nogmaals naar het viertal buiten gluurde. Glovigin hakte de knoop door. "Ze zien er niet echt gevaarlijk uit, wel vreemd dat het hert zo rustig bij de groep blijft." Thain keek nog eens naar het groepje, nog niet helemaal overtuigd. Over zijn bijl strelend merkte hij op dat er twee vrouwen bij waren. "Goed laten we maar gaan, ik heb geen zin om hier te blijven hangen met het gevaar dat er misschien toch nog anderen, die uit de gang komen, ons in de nek springen." Hij begon tegen een van de planken voor de deuropening te duwen die verrassend gemakkelijk naar buiten scharnierde, blijkbaar werd de herberg toch nog wel gebruikt door reizigers die behoefte hadden aan een droog plekje. Snel kroop het tweetal naar buiten, terwijl het viertal in hun richting staarde.

~ Agravaìn ~

Grimreaper
Eeuwentemmer
Berichten: 2475
Lid geworden op: 06 sep 2004 18:33
Locatie: Zevenbergen
Contacteer:

Ongelezen bericht door Grimreaper » 02 apr 2006 19:21

In de stad
"Nou kijk daar naast Norse loopt ie. Wat zeg je ervan vriend? Heb je zin in een kleine race? Ik pak van Geelen wel, Norse laat ik aan jou over." Bakiro maakte zich klaar voor nog een sprint, hij was wel redelijk moe maar met woede in zijn hart zou hij nog wel even vooruit kunnen.

Dalphin
Fortuinzoeker
Berichten: 80
Lid geworden op: 25 mar 2005 22:33
Locatie: Duiven

Ongelezen bericht door Dalphin » 03 apr 2006 13:10

in de roeiboot

Ram ontplofte bijna toen hij hoorde dat hij weer terug kon gaan roeien. Maar hij liet niks merken. "Mevrouw Ine ik zal u graag terug roeien." Ram had nu wel door dat Nona geen dochter kon zijn van Ine, maar wat maakte het ook uit hij zou ooit wel achter de waarheid komen. "Nona als jij zorgt dat, dat touw daar straks aan de kade wordt vastgemaakt anders drijft de boot weg." Dit was natuurlijk onbelangrijke informatie, maar zo kregen de twee geen last van dat Ine de naam van "haar dochter" niet wist. Hopelijk waren de twee een leek in het zeemanschap, anders kon dit wel eens een gevaarlijke zet zijn geweest, maar de tijd zal het leren. Hopen dat alles goed zal komen en dat ze snel uit de stad zouden geraken. Eerst Ine maar afzetten. Ram greep de riemen vast en begon terug naar de wal te roeien.

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 06 apr 2006 11:15

in de roeiboot

Terwijl Ram het druk had met roeien keek Mynn Penthe vragend aan, maar die keek bezorgd naar de kade. Mynn volgde haar blik, maar zag niets bijzonders. De mannen die daarnet nog hadden staan schreeuwen hadden blijkbaar ook een veiliger heenkomen gezocht, dus de kade was verlaten. Toen bij de kade waren (veel sneller dan Mynn had verwacht) deed ze een poging om het touw dat Ram haar gegeven had om een paal te gooien, wat moeilijker was dan verwacht. Toen het bootje eindelijk vast lag gaf Ram Penthe een voetje om aan wal te komen.

Nog voordat Penthe goed en wel aan wal was geklommen, zakte Ram echter met zijn voet dwars door de bodem van het bootje heen. Het gewicht van twee personen op een plaats was duidelijk teveel geweest voor het bootje, dat waarschijnlijk al jaren ongebruikt weg had liggen rotten. Er kwam meteen veel water het bootje binnen en binnen enkele minuten zou het waarschijnlijk de mosselen gezelschap gaan houden op de bodem van de haven. Met de hulp van Penthe klommen ook Ram en Mynn aan wal, waarop Mynn zich meteen stukken beter voelde.

'Verdoemenis, rotboot' siste Penthe, en ze keek Mynn verward aan. 'Dan maar over land.'

Dalphin
Fortuinzoeker
Berichten: 80
Lid geworden op: 25 mar 2005 22:33
Locatie: Duiven

Ongelezen bericht door Dalphin » 08 apr 2006 15:59

op de kade

Ram zag in de verte een roeiboot aankomen. Nadat de roeiboot dichterbij was gekomen zag Ram dat er een man in zat. Het was de magiër van het schip waar hij op gedient had. Hij was degene die door Ram weer opnieuw kon beginnen. Ram zag hem aankomen en dacht "Dit gaat fout aflopen." Ram zag hoe de man langzaam naderde en hij voelde dat de man niet veel goeds wou doen met Ram. Ram riep "RENNEN" Tegen zijn twee "reisgenotes" en veranderde in een halve weerwolf. De magier schrok van dit onverwachte gedrag. Ram maakte een sprong naar de magier en lande in het kleine bootje. Het bootje sloeg om en Ram en de magier vielen in het water. De magier steeg opeens boven het water uit. Ram voelde dat hij hetzelfde kon doen en mompelde een paar woorden: "Gambla Fadoem" Ram steeg ook op. De magier maakt een beweging met zijn staf en 3 lichtblauwe bollen zweefde naar Ram toe. Ram ontweek ze en stootte een zachte korte huil uit. De lucht begon te trillen en de magier bewoog een stukje naar achteren. Op de kade storte 1 van de pakhuizen in. De magier riep het water op en Ram zag hoe het water om zich heen sloot. Ram huilde nog een keer maar dit keer harder. Het water spatte uit een en de magier viel een halve meter naar beneden. Opeens leek het alsof de magier zich splitste. Ram werd omsingeld door 8 magiers. Opeens was er een lichtflits en Ram voelde hoe zijn lichaam naar beneden viel. Ram viel op de kade en de magier daalde naar hem af. Hij greep Ram bij zijn keel en pakte iets uit Rams lichaam. Het was een parel die hem kracht gaf en hem de uitzonderlijke gave voor een weerwolf gaf. Magie. Ram voelde hoe hij begon te trillen en te beven. Langzaam gleed hij weg in een diepe slaap om nooit meer wakker te worden.

Witch
Sterrenschipper
Berichten: 1043
Lid geworden op: 31 okt 2004 12:43
Locatie: Nuth

Ongelezen bericht door Witch » 08 apr 2006 20:10

In het Paleis

Ze had met een snelheid en zonder op de chaos beneden te letten naar de kamers gegaan die ze met Hoffrin deelde. Het hele paleis was in rep en roer, ook in hun afgelegen kamers was de chaos doorgedrongen. Alles lag door elkaar alsof iemand geprobeerd had om in een hele korte tijd de hele kamer in te pakken. Hoffrin was nergens te vinden......nou dan maar op zoek naar hem, ze was echt niet van plan om zonder hem weg te gaan!!! Na wat wel uren leek hoorde zijn vertrouwde stem.....met een zucht van verlichting stormde ze de kamer in.

"Hoffrin gelukkig ik heb je gevonden.....kom op nu we moeten gaan.....hier is niets meer te redden......als we het willen overleven zullen we nu echt moeten gaan........" Buitenadem probeerde ze hem de noodzaak te laten inzien zonder oog te hebben voor de andere aanwezigen in de kamer. Ze had dan ook niet gezien dat er samen met Hoffrin nog enkele anderen, waaronder de Kapitein en verschillende gezanten, in de kamer waren.

Lasmes
Kosmonaut
Berichten: 717
Lid geworden op: 12 nov 2004 00:28
Locatie: Rosmalen

Ongelezen bericht door Lasmes » 12 apr 2006 15:36

Bij de uitgang van het riool

Zogal klom naar boven en ging naast Ariel staan, langzaam liet ze haar ogen over het bos glijden. Haar hart ging er naar uit. En voor het eerst sinds de elende een paar uur geleden begonnen was, begon ze lichtjes te glimlachen en verdween het chagerijnige gevoel uit haar hart.
Na een paar seconden zo gestaan te hebben scheurde ze toch haar blik los van het bos en keek naar de kender. "En nu?" Vroeg ze. Ze had er echt geen enkel idee van, wat er nu van haar verwacht werd. Ze wist dat ze de hoeder van het amulet was, en iets van een tempel, maar nog steeds verder niets. Ze keek achterom en zag hoe de man haar hert neerzette. Ze bedanke de man. En aaide het hert over zijn neus. Aan zijn ogen kon ze zien dat hij ook blij was het bos te zien.
Toen ze haar hoofd weer terugdraaide zag ze tot haar vebazing een oude herberg. Dit was haar door de enthousiasme voor het bos, nog niet opgevallen.
Wat haar nog erger verraste waren de twee mannen die de herberg uit kwamen kruipen. Ze keken in hun richting waardoor Zogal besloot naar de twee mannen te zwaaien. Misschien konden ze haar helpen om de juiste weg te vinden, zonder al te veel tussenstof te vertellen, zoals de Kender.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 21 apr 2006 20:37

Paleis

"O, euh, jullie ook dus! Rennen, maak dat je wegkomt, de stad is niet meer veilig en deze plek al helemaal niet." A'rianna was lichtelijk in paniek en begon nu mensen overeind te trekken uit hun stoelen en ze in de richting van de deur te duwen. "A'rianna, liefste, wacht even. Waar gaan we dan naar toe en wil je de Kapitein even los laten? We moeten eerst even nadenken voor we tot overgaan tot drastische acties. Vindt je ook niet? Laten we nou eerst even logisch nadenken." Hoffrin glimlachte geruststellend naar A'rianna. Sommige mensen in de kamer hadden ook de oproep gehoord en waren al bezig met hun vertrek naar de tempel voor te bereiden. "A'rianna, we hebben een oproep gehoord, we moeten naar een tempel en ik ben er van overtuigd dat die ergens in de buurt van de mijnen ligt. Daar gaan jij en ik naar toe, de rest blijft hier, dat zijn de kapitein en ik overeen gekomen. Het is niet nodig dat iedereen gevaar loopt, dus het is aan jou en mij liefste, wat denk je ervan?" A'rianna kon geen woord uitbrengen, oproep? Waar had hij het over? "Euhm, ik vertrouw je dus jij zal het wel weten. Nou, laten we dan maar gaan." Ze begreep er nog steeds niks van, maar Hoffrin kennende zou hij het wel uitleggen. Onderweg in een gang vanuit het paleis stelde ze hem allerlei vragen en hij beantwoorde ze geduldig. Ze begreep wat er moest gebeuren. Dit kon ze, dit was waar ze voor was opgeleid. En waar Hoffrin zou gaan, daar ging zij ook. Na allerlei gangen en zelfs riolen te hebben doorkruist kwamen ze op een kleine heuvel naast het bos naar boven via een oude ladder, net op tijd om een grote groep met elkaar te zien kennismaken.

Op de kade Nu alle gevechten zich langzaam naar de binnenstad verplaatsten was de kade redelijk rustig geworden. Penthe en Mynn stonden verbouwereerd naar het water te kijken waar de jongen net weer was ingerold, duidelijk dood. "Nou ja, geen groot verlies, ik vertrouwde dat snertjong toch al niet." Penthe haalde haar schouders op en Mynn deed hetzelfde. Er waren in de afgelopen tijd wel gekkere dingen gebeurt. Penthe greep Mynn bij haar schouder en zei: "Kom, het is tijd dat we gaan. We moeten naar de mijnen en snel, zie jij ergens nog iets van vervoer? Paarden, paard en wagen, wat dan ook?" Mynn keek goed om zich heen en liep in de richting van het kantoor van de havenmeester. Ze wist zeker dat ze daar, toen ze verstopt zat, een paard had horen hinniken. Ze klom over een aantal puinhopen tot ze bij een kleine schuur kwam, daar stond een paard, een ouwe knol, maar het zou wel gaan. Goed dat het geen strijdros was, dan zou hun vermomming niet lang standhouden. Ze voerde het paard mee aan de teugel naar Penthe, het dier was ongezadeld en behoorlijk bang, maar met zachte woordjes lokte ze het mee. Penthe steeg op en Mynn ging achter haar zitten. Zo gingen ze op weg naar de mijnen. Mynn en Penthe hadden allebei een chaotische rit verwacht, maar het leek wel vredig. Tenminste, als je de lijken en plunderingen over het hoofd zag. Sneller dan ze hadden verwacht kwamen ze in de buurt van een heuveltje in de buurt van het bos waar zich een groepje mensen had verzameld. Penthe hield de oude knol in en steeg af. "Kom Mynn, stijg af en laat het dier gaan, wij hebben hem niet meer nodig."

Agravain
Beheerder
Berichten: 2507
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 02 mei 2006 21:05

Een persoon uit het groepje zwaaide enthousiast naar Glovigin en Thain. Langzaam naderden de Elf en de Dwerg het viertal. "Ik ben Zogal," zei degene die gezwaaid had, toen ze het groepje bereikt hadden. "Thain," gromde de Dwerg, "en dit hier is Glovigin." "Wat is er allemaal in de stad aan de hand? Het lijkt wel of het oorlog is," vroeg Glovigin, een snelle blik naar Thain werpend. Op dat moment kwam er uit de richting van de stad nog twee personen aan. Een van hen sprong van de aftandse oude knol af waarop ze zaten. Ook dit tweetal zag er niet bijster bloeddorstig uit. "Kom Mynn, stijg af en laat het dier gaan, wij hebben hem niet meer nodig," riep degene die af was gestegen. "Goed ik weet niet wat jullie van plan zijn, maar Thain en ik waren op weg om deze stad te verlaten," vertelde Glovigin tegen Zogal. "Mochten er nog mensen mee willen dan kunnen die wel een stukje mee reizen. Een grote groep is veiliger dan dat iedereen afzonderlijk gaat rondzwerven." Hij keek afwachtend naar de rest van de groep.

~ Agravaìn ~

Lasmes
Kosmonaut
Berichten: 717
Lid geworden op: 12 nov 2004 00:28
Locatie: Rosmalen

Ongelezen bericht door Lasmes » 04 mei 2006 10:35

" Het is een vriendelijk aanbod van u, maar ik heb de opdracht om naar de tempel te gaan. Dit (ze liet hem het amulet zien) heeft mij die opdracht geven." Zei Zogal tegen de dwerg. " Wat er in de stand aan de hand is weet ik ook niet. Ik ben gisteren pas aangekomen. Nu blijkt dat ik de verkeerde tijd heb gekozen om mijn thuisbos te verlaten." Ze zuchtte. " Hoe het ook zij... u Mag van mij ook mee naar de tempel, Ik weet niet wat mij daar te wachten staat en als u zin heeft om mee te gaan dan graag. Ik kan nu alle hulp gebruiken. Om haar standpunt duidelijk te maken keek ze even vluchtig naar Ariel die het niet door leek te hebben en vrolijk tegen de mannen begon te babbelen toen Zogal klaar was met praten.
"Zei heeft een hert, die is lief joh. Wij gaan naar de tempel. Oohhh wat een lief paard is dat. Mag ik hem aaien?"

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 09 mei 2006 06:57

Ergens, al eeuwen aan het oog onttrokken
Na een periode van meditatie rekte Ragnar zich uit. "Zo, dus de groep groeit. Maar beter ook." Hij streek over zijn kin. "De weg hierheen kent zijn gevaren, gevaren die misschien wel te heftig zijn voor een bosnimf en een kender." Hij bekeek de zwarte randjes onder zijn nagel. "En die magiër die erbij is..." Ragnar schudde zijn hoofd. Hij had niet het idee dat ze daar veel aan zouden hebben. "Ik hoop alleen wel dat ze een beetje opschieten."

Gebruikersavatar
Ysgrublaidd
Forum admin
Berichten: 5581
Lid geworden op: 20 apr 2004 12:14
Locatie: In de buurt van Dokkum
Contacteer:

Ongelezen bericht door Ysgrublaidd » 19 mei 2006 16:05

Haven
"Ik weet niet wie die Geelen van jou is, Bakiro. Maar de Norse zal mijn wraak niet ontlopen." brulde Nathan Bakiro achterna, die al aan zijn sprint was begonnen richting de Norse en Geelen nam. Hij duwde zichzelf stevig af van de kademuur en volgde de minotaur zijn voorbeeld. Blijkbaar had Nathan te hard gebrult van woede, want de Norse keek met grote ogen zijn kant op. Wat Geelen deed wist hij niet. Zijn blik was puur gevestigd op de Norse.

Gesloten