Aeron: samengevoegd topic: alle spelers!

Dit is waar het allemaal gebeurde.

Moderator: Midwinter

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 21 jan 2006 15:49

Paleis

"Mynn, Mynn! Waar ga je nou naartoe? Verdoemenis meid, we hebben hier geen tijd voor!" Penthe zag Mynn nog net door de gang verdwijnen. Wat te doen? Wachten? Dit loopt helemaal uit de hand. Verdoemenis nog aan toe, Hoffrin is ook al nergens te vinden, A'rianna zit ongetwijfeld bij de kapitein. Ze moeten zorgen dat ze weg komen hier. Het is een lont bij een kruidvat. Verdoemenis, waar blijft die meid! Net op dat moment zag ze Mynn met een redelijk grote buidel over haar schouder de gang weer uit komen. Resoluut pakte ze Mynn bij een arm en trok haar mee naar buiten. "Mynn, luister, er is een andere weg om weer naar binnen te komen, wij gaan NU op zoek naar Hoffrin. We hebben hem en A'rianna nodig om hier weg te komen. Blijf bij me, blijf laag bij de grond en voor Aeron's genade, wees stil. Begrijp je me?" Mynn knikte haastig. "Mooi, lopen dan!"

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 21 jan 2006 17:25

Paleis

Zo stil mogelijk volgde Mynn Penthe door de gangen. Ze dacht dat ze de meeste gangen van het paleis wel kende, maar raakte al snel de draad kwijt. Penthe gebruikte een hoop gangen die zo te zien al een tijdje buiten gebruik waren, en het kostte Mynn al moeite genoeg om haar te volgen. Uiteindelijk kwamen ze bij een deur uit, waar Penthe zachtjes op begon te trommelen. 'Hoffrin.. Pssst, Hoffrin! Ik ben het.. Hoffrin?' Er kwam geen reactie aan de andere kant van de deur. Penthe morrelde wat aan het slot.

Mynn keek ondertussen uit een raam, en zag in de verte dat er iets aan de hand was bij de noorderpoort. Er kwamen mensen aan gerend, met nog meer mensen achter hen aan een eind verderop. Er werd een hoop geschreeuwd, en Mynn wenkte Penthe. 'Kijk daar!' Nog verder naar het noorden zag Mynn veel licht waar ongeveer de mijnen lagen, wat heel ongebruikelijk was zo laat in de avond.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 22 jan 2006 19:32

In de stad

Terwijl Julia Vredesstijn met haar zusje Anna van de markt terug naar huis liep in het noorderkwartier van de stad, kon ze niet vermoeden dat haar broer Nathan op datzelfde moment voor de noorderpoort stond. Maar daar kwam ze snel genoeg achter....


"Juul? Wat is er toch aan de hand? Waarom schreeuwt iedereen zo? En waarom is de poort dicht? Mogen we niet meer naar buiten?" Julia zuchte. "Anna, stel niet zoveel vragen, schiet liever op en loop eens door. Je weet toch dat het niet veilig is, we hadden beter binnen kunnen blijven." Julia legde haar hand op het hoofd van haar zusje en duwde haar een beetje in de goede richting. Terwijl ze dichter bij de poort kwamen konden ze overal om zich heen mensen zien vluchten, soms met hun hele huisraad op hun rug. Plotseling stonden ze oog in oog met hun buurman, meester Endywock. "Meisjes! Wat doen jullie hier nog? Het is hier veel te gevaarlijk! In de naam van Aeron's goden, maak dat je wegkomt! Haal je familie en ren, vlucht voor je leven, er staat een bende wilde beesten aan de poort. Ze zijn gekomen om ons allemaal te vermoorden......" Snikkend sloeg meester Endywock op de vlucht, zijn kostbare boeken in een veel te zware kist achter zich aan slepend.

Julia keek naar de mensen om zich heen en zag de paniek. Naast zich hoorde ze Anna snikken. "Anna, luister, ik wil even gaan kijken wat er aan de hand is, oke? Martijn zal ook wel op de muur aan het kijken zijn. Als het dan fout gaat kunnen wij mamma waarschuwen, ga je mee?" Anna snufte nog eens en veegde haar neus aan haar mouw af. "O, al goed, ik ga wel mee, maar als er niks is, zeg ik het tegen mamma hoor. Jij wil toch alleen maar naar de soldaten kijken, je vindt ze leuk he?" "Anna, hou je waffel en loop door."

Aangekomen bij de stadsmuur naast de noorderpoort klommen ze stilletjes naar boven, iedere wachter stond bij de poort te kijken. Anna en Julia keken voorzichtig naar beneden. Julia keek naar de menigte boze wezens en mensen die daar verzameld stonden en keek weer weg. Voor 1 seconde dacht ze Nathan en John te zien, maar dat kon niet. Of......toch? Snel keek Julia weer naar beneden en een moment later hoorde ze zichzelf gillen: "NATHAN, JOHN!!!! Hierboven!" Op het moment dat Nathan eindelijk naar boven keek zag hij hoe zijn beide zusjes door een wachter van achteren werden beslopen. Hij probeerde naar ze te gebaren en te roepen, maar het haalde niets uit. Hij hoorde hoe de wachter riep: "Dus jullie horen bij dat tuig beneden? Dan is dit wat we met jullie soort doen." In een haal stak hij zijn lange zwaard door Julia heen, ze viel onmiddelijk voorover met een verbaasde uitdrukking op haar gezicht. De wachter greep Anna en sneed haar keel door. Het bloed gutste over haar jurk heen en de wachter gaf haar ook een zet naar beneden......

Lasmes
Kosmonaut
Berichten: 717
Lid geworden op: 12 nov 2004 00:28
Locatie: Rosmalen

Ongelezen bericht door Lasmes » 24 jan 2006 09:13

Zogal ging voor Ariel staan. "Ze moet helemaal niets," beweerde ze met een droge stem. "verteld u eerst maar eens wie u bent en wat u wilt." Ze keek de man vanuit haar positie hooghartig aan. Er gebeurde vreemde dingen en ze was niet van plan zomaar iedereen te vertrouwen. En zeker niet iemand die haar een paar seonden geleden nog aan had gekeken alsof zie iets 'vies' was.

Gebruikersavatar
Ysgrublaidd
Forum admin
Berichten: 5590
Lid geworden op: 20 apr 2004 12:14
Locatie: In de buurt van Dokkum
Contacteer:

Ongelezen bericht door Ysgrublaidd » 28 jan 2006 01:35

Noorderpoort

Nathan kon zijn ogen niet geloven. De stad wat eens zijn thuis was geweest bleek een illusie. Boven op de stadsmuur zag hij het leven verdwijnen uit twee van zijn half zusjes. Zijn knieën knikte maar hij bleef staan. Achter zich hoorde hij een doffe plof op de grond. Hij keek kort om en zag dat John wel door zijn knieën was gezakt. Zijn ogen dof van ellende. Nathan wist wat er door hem heen ging, hij voelde hetzelfde. Ze waren dan wel geen volle zusjes van hem maar zo had hij ze altijd wel beschouwd. Er was maar één ding dat hem in tegenstelling tot John op de been hield. Het reuzen bloed dat door zijn aderen gierde. De woede die eerst alleen voor de Norse bestemd was zwol aan tot pure haat tegen hen die zijn wereld lieten instorten.

Met alle kracht die hij bezat sloeg hij zijn zwaard tegen de scharnieren van de poort. Vonken sloegen alle kanten op maar het ijzer begaf het niet. Ondanks al het geweld. Nathan sloeg en sloeg en sloeg, maar het enige wat hij bereikte waren dikke krassen in de scharnieren. Iemand probeerde zijn arm te pakken te krijgen toen Nathan deze achter zich wierp om opnieuw in de deur te hauwen. Iets wat faliekant mislukte door de kracht waarmee Nathan op de poortdeur insloeg. Het trok wel zijn aandacht en hij keek kwaad op naar de persoon die had getracht zijn arm te pakken. “Wat moet je?”
De man kromp in een onder de blik van Nathan. “We hebben een andere oplossing voor de deur meneer. Als u zo vrij wilt zijn even aan de kant te gaan.”
Nathan sloeg voor woede zijn zwaard nogmaals tegen de deur en stapte toen opzij. Hij wilde wel eens zien hoe men dacht de deur open te maken. Hij was nog niet weg of hij zag wat het plan was. Een groepje mannen kwam aangelopen met een vat waaruit een lont stak. Vermoedelijk afkomstig uit de mijn. Toen het vat er stond maakte de mannen zich uit de weg van de deur net als de rest van de omstanders. Op één man na met een fakkel. “Meneer, misschien is het voor u veiligheid verstandiger om aan de kant te gaan.” De man had gelijk en dus stapte Nathan snel naar de groep. De fakkel ging naar de lont en de man met de fakkel maakte dat hij bij het vat weg kwam.

Een oorverdovend volgde kort erop. Wat daarna weer gevolgd werd door stof, puin en houtsplinters. Toen de wolk grotendeels was opgetrokken zag Nathan niet alleen de houten poort weg was maar ook een deel van het stenen deel. Het interesseerde Nathan helemaal niets en met volle snelheid denderde hij de stad in. Enkele wachters stonden in de verdediging maar met enkele flinke uithalen maaide hij de wachters neer. Zijn zusjes lagen nog boven op de stadsmuur en Nathan was eerst van plan de schuldige van hun dood om te brengen. Snel beklom hij het trappenhuis naar boven. Als een demon ging hij te keer onder de wachters. Bloed gutste uit kelen, doorgesneden buiken en afgehakte armen. Geen enkele wachter liet Nathan op de noorderpoort gespaard. Zelfs niet de enkeling die smeekte om genade. Nathan zag alleen maar de angstige blik van zijn twee zusjes en de verslagen blik van John in zijn hoofd. Pas toen elke wachter op de noorderpoort was uitgeschakeld stond hij stil bij wat hij had aangericht. Achter hem strompelde enkele andere over de lijken. Hier en daar een zwaard in één van de wachters stekend om er zeker van te zijn dat ze dood waren. Nathan liet ze.

De wit hete woede van Nathan was nog steeds niet afgekoeld en richtte zich weer op zijn doel, de Norse. Nathan brulde een strijd kreet uit en joeg de andere weer de het trappenhuis in en naar beneden. De Norse zou boeten, hoe dan ook en iedereen die hem hielp of bleek te helpen zou neergaan. Al zou het zijn dood betekenen.

Grimreaper
Eeuwentemmer
Berichten: 2475
Lid geworden op: 06 sep 2004 18:33
Locatie: Zevenbergen
Contacteer:

Ongelezen bericht door Grimreaper » 28 jan 2006 18:03

Noorderpoort

Bakiro kon zijn ogen niet geloven, hij was naar deze 'beschaving' gekomen om het brute leven van de Minotaurussen te ontlopen. In vergelijking met dit onnodig bloedvergieten was zijn vorig leven nog niet zo slecht, maar hij kon nu niet meer terug. Hij had niks meer, alles was in duigen gevallen.
Hij stond verlamd van ongeloof, hij moest zelfs door zijn mannen naar achteren getrokken worden anders was hij waarschijnlijk opgeblazen geweest.
De ontploffing zette Bakiro weer in actie, het leger had hem voorgelogen en bedrogen en nu zouden ze er voor boeten. Dit alles werd doorgezonden via de telepatische link tussen zijn soldaten, hun redenen wist hij niet maar ze bleken het allemaal met hem eens te zijn. Misschien logen ze tegen hem en zouden ze hem in de rug aanvallen als hij niet oplettte, maar voor de dood was Bakiro al lang niet meer bang.
Zijn bijl was nu bijna onhandelbaar heet van woede maar de pijn ervan negeerde de minotaur, hij slachte zich een weg naar binnen in de stad. Wezens in leger uniform werden afgeslacht, andere mensen bruut uit de weggeduwd. Slechts één naam spookte door zijn hoofd in: Sergeant Geelen, de verader!

Waylander
Kosmonaut
Berichten: 954
Lid geworden op: 20 feb 2004 11:50
Locatie: Venray

Ongelezen bericht door Waylander » 28 jan 2006 18:14

Universiteit Magiërsorde

"Nu even geen eeuwige discussie, er zijn dingen mis in de stad, en het is hier niet meer veilig. Ik ben opgedragen om Ariël hier te halen, door het hoofd van de universiteits orde zelf. Als u haar wil beschermen is dat goed, maar liever niet nu en niet hier. Eerst dit gebouw uit en naar Nohra op het stadsplein, overleg met hem maar of u met me mee behoort te gaan of niet. Alstublieft?" Antwoorde Nemmet snel en gehaast, maar toch aardig. "Jullie moeten hier nu echt weg."

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 11 feb 2006 13:04

Paleis Anna gallopeerde door de gangen op zoek naar Hoffrin en A'rianna. Rond haar heen gilden mensen aan alle kanten. Anna vloekte. Zoveel mensen en helemaal in paniek. Als ze nou maar rustig bleven dan gebeurde er niet veel met ze. Door de paniek waren er al mensen vertrapt en dat zou alleen nog maar erger worden. Anna nam een besluit voor zichzelf. Ze zou terug gaan naar haar schip in de haven en dat buitengaats brengen. Dan zou ze wachten op A'rianna en Hoffrin. Ze draaide zich om in de gang en volgde een weg die haar naar de paleistuin zou moeten brengen. Rustig vervolgde ze haar weg terwijl het om haar heen stiller en stiller werd. Vreemd, dit was toch de weg naar de paleistuin? Net toen ze een hoe omdraaide botste ze tegen William op die kennelijk ook een uitweg aan het zoeken was. Hij herkende haar onmiddelijk, niet moeilijk, ze was tenslotte een centaur. William keek Anna smekend aan. "Anna, wil je me alsjeblieft met je meenemen? Ik weet de weg hier niet en ik kan nergens anders heen. Ik ben een goede zeeman, echt. Alsjeblieft?" Anna keek de man minachtend aan. Kleine gruwel, die je d'r bent, smeken. Huh, slappeling"Ja, ja, al goed, volg mij maar, ik weet waar we heen moeten. Blijf wel goed bij me, als je mij kwijtraakt kom ik niet voor je terug." Anna vervolgde haar weg, met William die als een bezetene rende om haar bij te kunnen houden. Eindelijk vonden ze een deur die waarschijnlijk naar buiten leide. Anna gooide de deur open en hield stil. William botste tegen haar aan. "Waarom stoppen we?" hijgde William.


"We stoppen, minkukel, omdat ik de verkeerde weg heb genomen, we zijn niet in de paleistuin, we zijn in de stad uitgekomen. Terug, terug, schiet op!" Anna draaide zich om en gaf William daardoor een flinke zet, maar de deur waardoor ze naar buiten waren gekomen was dichtgevallen, in het slot. Anna probeerde de deur nog open te trappen met haar achterbenen, maar de deur was te stevig en week niet. "Verdoemd, we zullen het erop moeten wagen, blijf dicht bij me, we moeten naar de haven zien te komen." In de straat voor haar waren ook al gevechten uitgebroken, meestal door plunderaars die deze chaos zagen als hun kans om er een slaatje uit te slaan. Anna vocht zich een weg door een groep vechtersbazen, William achter zich aan slepend. In de volgende straat was het redelijk rustig zodat ze een eind konden doorlopen in de richting van de haven.

Toen ze eenmaal bij de haven aankwamen, redelijk ongeschonden konden ze hun ogen niet geloven. Ook hier was het een komen en gaan van plunderaars en vechtende mensen. Op het moment dat Anna het signaal wilde geven aan haar schip werd ze van achteren in haar nek geraakt door een bijl. William stond erbij en keek ernaar. Anna was op slag dood en storte ter aarde. William was verbijsterd, er spookte maar een ding door zijn hoofd, vlucht! Hij liet Anna liggen waar ze lag en rende de andere kant op, terug de stad in, waar hij werd opgewacht door een menigte vechtersbazen. William probeerde zich nog om te draaien maar de menigte was te groot en te snel. Hij werd onder de voet gelopen. Het laatste wat hij dacht voor hij stierf was: Waarom ik? Ik ben toch een goede zeeman?

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 11 feb 2006 13:47

Universiteit Magiërsorde
A'Rianna keek naar beneden. Veel leerlingen stroomde naar buiten. Veel structuur zat er niet in. Haar blik viel op een van de leraren en ze ging er snel heen. Ze was niet van plan langer op de grond te blijven dan noodzakelijk. Ze zette zich neer naast de man. "Hu.. O mijn verontschuldigingen. Ik schrok even van uw aankomst vanuit de lucht. Kan ik u helpen?" sprak Nora. Nora probeerde zo rustig mogelijk over te komen, maar gezien de omstandigheden viel dat niet mee. A'Rianna knikte. "Ik heb een boodschap. Iedereen moet zich naar de havens begeven. De stad wordt geevacueerd via het water. Pas wel op, want het is net een slagveld in de stad. " Ze schudde haar hoofd. "Iedereen lijkt wel gek te zijn geworden. Geeft u dit door? Dan ga ik het bericht verder verspreiden." Zonder op zijn antwoord te wachten schoot ze weer omhoog en vloog verder, veilig in de lucht. Nora keek haar na en riep toen zo hard mogelijk over de menigte heen "NAAR DE HAVEN! EVACUATIE VIA HET WATER!" Hetzelfde bericht zond ze ook naar alle leraren. Maak dat iedereen naar de havens gaat. De stad wordt geevacueerd!

In een van de gangen van de universiteit stond Ariel de vreemde man aan te kijken. "Hoe weet jij wie ik ben? Heeft Jarima, Jaromu... dinges je dat verteld? Kent je hem? Waar is hij eigenlik? U heeft vreemde kleur ogen.. Wat bent u eigenlijk? Want.." Opeens viel ze stil. Ze pikte de boodschap van Nora op, puur toevallig.. "O leuk! We moeten naar de haven. Evacueren over het water. Ik ben nog nooit op een boot geweest! Is dat spannend? Kom snel! Wat is evacueren eigenlijk? Dat is vast leuker dan deze donkere gang." Ariel greep de Zogal bij haar arm en begon te lopen. "Kom je ook mee? Weet jij de weg?" Tijdens het lopen keek ze Nemmet even aan. Ze ging ervan uit dat hij precies wist waar hij heen moest.

Langs de stadsmuur/In de gevangenis
Een klein groepje van de oprukkende slaven had zich losgemaakt van de grote groep voor de poort. Met vijf man waren ze gaan zoeken naar een andere weg naar binnen. Ook zij vonden de oude zij-ingang die Ram eerder had gevonden en ook zij wisten, met vereende krachten, binnen te komen. "Dit gaat vast naar de kerkers! Daar zitten ongetwijfeld mensen vast!" Het vuur van hun ontsnapping wakkerde nog fel en ze keken elkaar vastbesloten aan. Ook de gevangen in de kerkers moesten vrij zijn. Het kon hen niet schelen dat er onder de gevangenen ook mensen en wezens zaten die de meest vreselijke dingen hadden gedaan. Rustig liepen ze de trap af. In de verte hoorde ze geluiden. Het klonk als een gevecht. "Zo te horen zijn er al een paar ontsnapt!" Ze lachtte naar elkaar en begonnen het tempo te verhogen. "HE! IEMAND HULP NODIG DAAR BENEDEN?!"

Agravain
Beheerder
Berichten: 2514
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 11 feb 2006 14:03

De gevangenis

De dwerg mompelde enkele dankwoorden voordat hij zich tot de wachter richtte. Deze bleek echter niet van plan te zijn om mee te helpen. Net als Thain zag Glovigin een steeds groter wordende plas bloed verschijnen bij het been van de wachter. Toen Thain wat ruwer om informatie begon te vragen begon de man tegen te stribbelen, gewond als hij was. "Bespaar je de moeite Thain, je kunt zijn tong wel laten zitten hoor. Als we hem niet verbinden dan is hij zo doodgebloed. Dan vertelt hij ook niks meer. Laten we maar gaan, als hij niet van plan is om ons te helpen dan heeft hij geen nut meer." Hij wendde zich tot de wachter. "Nou beste man, aangezien je ons niet wilt helpen moeten we langer zoeken naar de uitgang. Ik hoop dat je begrijpt dat we daarom alleen tijd hebben om je handen te binden, ik hoop voor je dat de bloeding snel zal stoppen," vervolgde hij op redelijke toon. Hij hoopte maar dat Thain het spelletje mee zou spelen, met een paar snelle halen waren de handen van de wachter stevig gebonden. "Kom je Thain, dan zoeken we de uitgang zelf wel."

Hij beende de gang verder in, en hoorde dat de Dwerg hem volgde. "Stop," riep de wachter, het leek er op dat hij uit zijn moorddadige roes was gekomen. Thain en Glovigin draaiden zich weer om.

~ Agravaìn ~

Witch
Sterrenschipper
Berichten: 1043
Lid geworden op: 31 okt 2004 12:43
Locatie: Nuth

Ongelezen bericht door Witch » 11 feb 2006 14:55

In de Haven

Gelukkig, het schip van Anna lag nog in de havenmonding. Terwijl ze oveer de stad vloog had ze gezien dat Anna neergeslagen werd en dat die arme William onder de voet gelopen werd. Zonder op de mensenmassa in de haven te letten vloog ze direkt naar het dek. Verwonderd keek de bemanning naar het gevleugelde wezen dat op hun dek terecht gekomen was.

"Jullie kennen me misschien niet persoonlijk maar ik ben een vriendin van jullie kapitein. Ik moet jullie helaas mededelen dat zij de opstand in de stad niet overleefd heeft, helaas hebben we nu geen tijd om te rouwen. Ik neem het comando van dit schip over, het is dringend nodig om belangrijke mensen de stad uit te krijgen. Ik verwacht dat jullie buitengaats blijven liggen totdat ik terug kom. En denk eraan als jullie wegvaren, ik weet jullie te vinden en zal jullie beslist tot zinken brengen als jullei er niet meer zijn als ik terug kom. Voor vragen en dergelijke sta ik later tot jullie beschikking nu moet ik er echter voor zorgen dat de juiste mensen veilig en wel naar de kade komen."

Zonder op antwoord en comentaar te wachten steeg ze op en begon weer in de richting van het Paleis te vliegen hopende dat Hoffrin en de rest wel nog in leven zouden zijn tegen de tijd dat zij daar aankwam.

Viconia
Kosmonaut
Berichten: 926
Lid geworden op: 17 okt 2004 13:40
Locatie: Brussel (BE)

Ongelezen bericht door Viconia » 11 feb 2006 16:32

De gevangenis

Hadden ze iets verder gelopen dan zouden ze waarschijnlijk de persoon ontdekt hebben die hen vanuit de schaduwen in de gaten hield. Maar net voordat dat kon gebeuren deed de schorre stem van de doodbloedende wachter hen weer doen omdraaien. weer teruglopend naar de plek waar ze zojuist weg van waren gelopen, uitte Thain zijn verbaasdheid over wachter tegenover Glovigin. “Ben benieuwd wat hij ons nu te vertellen heeft, ik had eerder gedacht dat hij liever dood zou bloeden dan zijn mond open te doen.” Weer bij de wachter zagen ze dat de man ondertussen lijkbleek was geworden, zweetdruppels parelden in grote aantallen over zijn voorhoofd heen. “Voordat ik jullie ook maar een ding vertel…” Hij schudde met zijn hoofd, niet om zijn onvrede te uiten maar het leek dat hij moeite had om zich te kunnen concentreren. Als je naar de hoeveelheid bloed keek die in een grote plas op de grond lag, kon je het niet echt vreemd noemen dat de soldaat er niet helemaal met zijn hoofd bij was. “Wil ik eerst dat jullie die wond afbinden en mijn handen losmaken..” Thain fronste en keek even naar Glovigin. ‘Wie is hij om zulke eisen te stellen?’ Vroeg hij zich af. Maar toen de Elf knikte, wist hij dat het de enige optie was als ze wat antwoorden wilden hebben. Aan een dode man kon je immers zoveel vragen stellen als je wilde, maar een antwoord zou erg lang op zich laten wachten. Dus knielde Thain bij de gewonde neer en bond hij zo goed als hij kon de wond af met een smerige lap stof die hij van de broekspijp van de soldaat had afgescheurd. Nu was het nog de vraag of de man het alsnog zou overleven, maar hij had gedaan wat hij kon. “Goed, waar is de uitgang?” Vroeg hij toen hij eenmaal klaar was met het vieze klusje. Hij veegde zijn handen aan zijn broek af en keek de man doordringend aan. Het antwoord wat hij even later kreeg, viel op zijn zwak gezegd nogal tegen. “Wat had ik je nou gezegd? Ook eerst mijn handen los maken, stomme dwerg!” Thain stond op het punt om zijn zelfbeheersing weer te verliezen, die gast had wel lef om hem zo te behandelen! Hij stond op en draaide zich naar Glovigin toe. “Praat jij maar met hem” Zei hij zacht. “Als hij nog een keer zo’n opmerking tegen me plaatst, wurg ik hem voordat hij de kans krijgt om dood te bloeden…”

Vanuit het niets hoorden ze in een keer iemand roepen.
"HE! IEMAND HULP NODIG DAAR BENEDEN?!"
Thain verstijfde. Konden dat misschien bewakers zijn? Hij kon het zich haast niet voorstellen, al was het natuurlijk wel een mogelijkheid. “Wat denk je?” vroeg hij nu fluisterend aan Glovigin. “Bewakers?”
De soldaat leek het ook gehoord te hebben en had inmiddels zijn eigen conclusies getrokken. Als een krankzinnige begon hij te schreeuwen. “Hier!” Riep hij. “Snel, voordat ze ontsnappen!”
Laatst gewijzigd door Viconia op 12 feb 2006 13:44, 1 keer totaal gewijzigd.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 11 feb 2006 18:25

Paleis

Penthe pakte Mynn onzachtzinnig bij haar arm en trok haar een rustige gang in. "Mynn, luister, je moet precies doen wat ik zeg, we hebben maar weinig tijd. Ik moet Hoffrin en A'rianna vinden en jij moet hier weg, zo snel mogelijk. Nee, niet tegensputteren, alleen luisteren. Ik ga op zoek naar Hoffrin en A'rianna en jij gaat naar de haven, wacht daar op mij. Onder dit kasteel lopen een aantal oude gangen, dat weet jij ook. Weet je nog de weg die ik je heb laten zien in de keukens? Die onder de oude voorraadkelder? Die moet je in gaan. Luister goed, als je die gang in gaat, zorg dan dat niemand je ziet. Neem de eerste afslag in de gang naar links, dan 2 keer naar rechts en blijf net zolang doorlopen tot je bij de kerkers komt. Daar wordt het gevaarlijk, blijf daar uit de buurt, je ziet het licht snel genoeg. Vlak voor de kerker is een oude deur aan je rechterhand. Ga die deur zo stil mogelijk door en dan de trap af. Denk erom, doe de deur goed achter je dicht zodat niemand je achterna kan komen. Als je aan het eind van die tunnel bent gekomen is er een ladder en een luik wat uitkomt in het kantoor van de havenmeester. Blijf onder de grond tot ik je kom halen daar. Hier, neem deze dolk mee om jezelf te verdedigen." Penthe pakte Mynn bij haar schouders en keek haar diep in de ogen.

"Meisje, wat er ook gebeurt, ik wil dat je weet dat jij voor mij als een dochter bent. Ik kom je snel halen. Ga, nu....."

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 12 feb 2006 13:08

De herberg
Flon keek Joachim verbaasd aan, maar nam met liefde de mede aan. Hij naam een stevige slok en schrok op van het lawaai dat buiten klonk. Het werd hoe langer hoe erger buiten. Joachim keek even bedenkelijk en knikte toen naar een van de mannen aan de tafel. Deze knikte terug en schoof vervolgens een zeer stevige balk voor de deur. "Voor ze hier naar binnen komen." Hij keek naar Flon die hem geschokt aankeek. "Ja knul, je zou er goed aan doen jezelf zorgen te maken." "O, uu," Fon nam nog een slok en pakte de brief die hij moest afgeven aan Joachim. ".. ik moest deze brief aan je geven.. en.." Hij hield zijn mond. Het codewoord. Joachim keek verbaasd, normaal stuurde ze een ander met dit soort zaken. "Jij?! Heb je ook nog een pakje met een 'tafelkleedje' voor me?" Flon knikte en gaf het pakje aan de waard. Joachim liep even snel de keuken in en kwam met een warme glimlach weer terug. "Prima. Hier knul." Hij gaf Flon een tweede pakje. "En maak nu dat je wegkomt. Zorg dat je de haven bereikt. " Flon nam het pakje aan, nam snel een laatste slok en vertrok. Hij hoorde de balk weer op zijn plaats schuiven achter zich.
Joachim pakte zijn tas en wenkte de mannen. Samen verdwenen ze door een leuk naar de tunnels onder de stad.

Het leek oorlog buiten, op een of andere manier rende de ene helft van de bevolking in paniek rond, terwijl de andere helft van de bevolking uit hun schuilplaatsen was gekomen om te plunderen te stelen en ..... Flon klemde het pakje tegen zich aan en begon standvastig in de richting van de haven te lopen. Zijn pakje trok al snel de aandacht van een drietal onguur uitziende kerels. "HE! Wat zit er in dat pakje?!" Flon keek hen snel aan en antwoorde zonder te antwoorden. "Niets bijzonders, het is voor de haven meester." "Voor de havenmeester he?! Dan is het vast meer dan niets. Geef maar hier." Flon verhoogde zijn snelheid en de drie mannen kwamen dreigend zijn kant op. Ik had de stad uit moeten gaan. Ik had de stad uit moeten gaan. Waarom doe ik dit eigenlijk? Hij wierp het pakje naar de mannen toe en zocht naar de beste route om te ontsnappen. "Zeg!? Is dit een grap of zo? Een pak met leeg papier?!?? Kom hier jij ... " De mannen lieten het pak vallen en zette de aanval in. Voor Flon het in de gaten had werd hij bij zijn arm gegegrepen en had hij al een flinke jaar van een mes over zijn bovenarm lopen. Hij rukte zich los en kromp ineen toen hij een steek ik zijn zij voelde. Met zijn arm op de wond drukkend rende hij zo hard hij kom weg, een donker steegje in. Het drietal begon te lachen en rende hem achterna. Door de wond kwam Flon niet zo snel vooruit als hem lief was en de mannen hadden hem voor het einde van de steeg al te pakken. Twee van de mannen pakte hem vast en de derde kwam recht voor hem staan. "Een beetje grapjes uithalen he?! Ons lekker maken met blank papier He?! Hier pak aan!" Flon klapte dubbel door een flinke klap in zijn maag, daarna sprong het bloed uit zijn mond door de kaakslag die hij kreeg. Een snijdende pijn volgde toen een mes tussen zijn ribben. Bloed drupte op de grond en zijn kleding werd roder en roder. De mannen lachte en met een laatste harde klap tegen zijn maag lieten ze hem los. Flon zakte in elkaar op de grond. De mannen draaide zich om en liepen het steegje uit. "Hahahahaha, ik heb me in tijden niet meer zo vermaakt. Wat een sukkel."
Flon probeerde nog om op te krabbellen, maar hij kwam niet ver. Hij zakte weer in elkaar tegen een muur. Toen hij zijn ogen weer opende zag hij het spoor aan bloed dat hij had achtergelaten met zijn poging om half kruipend half lopend ergens te komen. Hij keek naar zijn handen. Zoveel bloed... Waarom? Ik... Zo moe...Pijn.. Door het bloedverlies verloor Flon zijn bewustzijn om nooit meer bij te komen.

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 12 feb 2006 13:12

De gevangenis

Het vijftal slaven liep nog steeds de trap af toen ze een stem hoorde roepen “Hier! Snel, voordat ze ontsnappen!” Ze grijnsde naar elkaar. Of het nu een bewaker of een gevangene was die riep maakte niet uit. Er zat bloed aan te komen. Ze verhoogde hun tempo terwijl ze riepen "DOOD AAN DE ONDERDRUKKER!! VRIJHEID VOOR ALLEN!"

Gesloten