Aeron: samengevoegd topic: alle spelers!

Dit is waar het allemaal gebeurde.

Moderator: Midwinter

Gesloten
Grimreaper
Eeuwentemmer
Berichten: 2475
Lid geworden op: 06 sep 2004 18:33
Locatie: Zevenbergen
Contacteer:

Ongelezen bericht door Grimreaper » 21 mei 2006 21:32

Haven
Van Geelen en Norse hadden enige voorsprong en gingen richting de mijn. Bakiro had niet gewacht op een antwoord van Nathan en was dus net iets eerder bij van Geelen als Nathan bij Norse. De hoorns van de minotaur troffen doel. Met zijn hoorns in de rug van van Geelen gooide Bakiro de schurk in de lucht. Toen hij neerkwam legde Bakiro een hoef op zijn keel. "Tijd om boete te doen van Geelen. Voor al je leugens, voor je bemoeinissen met de slavernij, het vermoorden van vele en ook voor je leugens tegen mij." Zonder op antwoord te wachten drukte Bakiro zijn hoef helemaal naar beneden tegen de grond. Terwijl het bloed uit de aderen sputterde keek de minotaur wat Nathan ondertussen had gedaan...

Ingang tunnel naar mijn

Agravain
Beheerder
Berichten: 2507
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 22 mei 2006 19:23

Op weg naar de Tempel
"Nou voorlopig ligt ons reisdoel ook die richting op," zei Glovigin, er maar in het midden latend dat elke richting weg van de stad hem wel passend leek. "Bij de tempel kunnen we dan beslissen wat we verder doen," vervolgde hij. "Waarschijnlijk zullen Thain en ik dan wel verder reizen, maar hoe verder van de stad vandaan hoe veiliger het zal worden lijkt me." Enkele anderen uit de groep mompelden instemmend. "Nou laten we dan maar gaan," riep Thain nors. Vol goede moed toog het gezelschap richting de tempel.

~ Agravaìn ~

Lasmes
Kosmonaut
Berichten: 717
Lid geworden op: 12 nov 2004 00:28
Locatie: Rosmalen

Ongelezen bericht door Lasmes » 07 jun 2006 14:18

Zogal liep zwijgend met de rest mee, Ze vroeg zich af of het medaillon nog eens tegen haar zou gaan praten. Zo in gedachten kwam ze er pas achter dat ze de bossen binnenliepen toen ze dat ook daadwerkelijk deden. Het Hert sprong meteen bij de groep vandaan. Hier in het bos had hij geen verplichtingen meer aan Zogal en mocht hij vrij zijn. Het dier verdween galopperend tussen de bomen. Zogal keek opzij naar Ariël. "Moeten we in het bos zijn?" Vroeg ze terwijl ze de kender onderbrak in haar eeuwige woordenstroom.
"Ja.. of nou ja... niet echt. Het is net buiten het bos en dan nog een stukje lopen."
Zogal bedacht zich dat dat geen klein stukje lopen was. Want zei had nog nooit eerder over een tempel achter het bos gehoord. Maar dat maakte haar niet echt uit. Want ze merkte dat de groep in de richting van haar thuis liep en dat mocht niet gebeuren. Het leefgebied van de Bosnimfen moet geheim blijven voor buitenstaanders. Daarom ging ze naast Ariël lopen. "Laat mij maar voorgaan. Ik ken de bossen beter dan wie dan ook. Ik zal jullie er doorheen leidden"

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 07 jun 2006 15:22

Ergens, al eeuwen aan het oog onttrokken
Ragnar gooide het laatste restje van zijn appel weg en zocht zijn staf weer op. "Het wordt tijd die groep eens bij de les te halen." Hij sloot zijn ogen en stuurde opnieuw een bericht weg. Alleen deze keer was het niet alleen voor de hoeder van het amulet bedoeld, maar voor eenieder die in haar omgeving verbleef. Daarbij zou ieder het bericht ontvangen in zijn eigen taal.

"U allen, trekkend door het woud, zorg dat uw tocht u naar de mijnen leidt. Daar zult u een nieuwe opening aantreffen, die er eerder nog niet was. Volg gezamelijk het duistere pad dat u van daaruit door het gebergte voert. Behoed de hoedster en haar amulet en ongekend geluk zal uw deel zijn aan het einde van deze tocht. Ik wacht gespannen op uw aller komst."

Hij opende zijn ogen, klakte even met zijn tong en mompelde voor zich uit. "Zal ik wat assistentie hun richting opsturen misschien, mmm."

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 08 jul 2006 13:20

Ergens, al eeuwen aan het oog onttrokken
Ragnar wreef even over zijn kin. "Misschien wel ja." Hij sloot zijn ogen en zocht naar de hulp die hij zou kunnen oproepen. Zijn geest trof iets interessants aan, kracht. Dat was precies wat hij zocht. En ze zaten nog niet eens zo slecht gepositioneerd. Hij stuurde een bericht. "De hoeder van het amulet trekt op dit moment door het bos. Zij moeten naar de mijnen, naar de opening die is vrijgekomen. Ik verzoek u haar tegenmoet te lopen en haar te helpen tijdens haar tocht. Ongekend geluk zal uw deel zijn als de amulet met de tempel verenigd wordt." Hij opende zijn ogen en schudde zijn hoofd. Hopelijk zouden de beide figuren, of toch minsten een van hen de tocht aanvaarden. Een Minotaur en een half-reus zouden de kracht van de groep behoorlijk vergroten. Daarbij, hoe meer rassen waren vertegenwoordigd als de amulet werd geplaatst hoe beter. Ragnar zuchtte even en sloot opnieuw zijn ogen, een tweede bericht werd verzonden.

(Iets later) in het bos
Twee kleine kraaloogjes keken tussen het gewas door naar de vreemde stoet die door het bos trok.
Dus dit is de groep die ik moet helpen met hun tocht? Apparte samenstelling. Ze snuffelde even goed om al de verschillende geuren in zich op te nemen en schoot toen snel op de groep af.
Op goed een tweetal meter voor hen bleef ze naast een boom staan en wachtte tot iemand haar op zou merken. Bijna direct werd ze opgemerkt door de Nimpf. Zodra de groep stilstond wisselde Fura haar martervacht in voor haar mensgedaante. Binnen enkele seconden stond ze als meisje van 17 waar ze eerst als marter had gezeten. Ze haalde een koortje uit de zak van haar korte jurk en bond haar donkerbruine haar tot een staart en lachte naar de groep. "Hallo, wie van jullie is de hoeder van het amulet?"

*Edit: typo's
Laatst gewijzigd door Nahimana Tala op 11 jul 2006 06:57, 2 keer totaal gewijzigd.

Lasmes
Kosmonaut
Berichten: 717
Lid geworden op: 12 nov 2004 00:28
Locatie: Rosmalen

Ongelezen bericht door Lasmes » 09 jul 2006 20:01

"Ik." Hoorde Zogal Ariel zeggen. Toen herstelde de kender zich bedenkelijk. "Oh nee, dat is zij nu."
Ze wees met haar wijsvinger naar de bosnimpf. Zogal zuchtte en draaide zich naar de vrouw. "Klaarblijkelijk, ben ik dat sinds kort." Sprak ze. Ze nam de vrouw van top tot teen op. Ze wist niet of ze de vrouw kon vertrouwen, maar ze had al veel nieuwe ongewone mensen vertrouwd de afgelopen 2 dagen. En het feit dat ze een grote groep om haar heen had, scheelde een hoop.
De nimpf deed een stap naar voren, zodat de vrouw haar beter kon zien. "Weet u iets over het amulet? Of de weg naar de tempel?"

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 10 jul 2006 17:25

"Ik weet de de amulet naar de tempel moet. En dat dan de beloning enorm is. Wat weet ik ook niet." Ze keek de leden van de groep aan met haar kleine donkere ogen en wiebelde even met haar neus alsof ze snuffelde. "Verder is me vertelt dat Ragnar een half reus en een Minotaur heeft gevraagd om te helpen." Ze hield haar hoofd lichtjes schuin. "Maar of ze dat doen weet ik niet."
Ze knipperde een paar keer. "Wat ik wel weet is dat er in de mijnen een pad is bloodgelegd door een ontploffing. Dat pad leidt naar de tempel. " Ze haalde haar schouders op. "Wat we daar allemaal tegenkomen.. dat weet ik niet. Er is mij alleen gevraagd om te helpen. Alleen in mijn beide gedaantes zou ik niet weten wat ik bij te dragen heb." Ze lachtte. "Maar proberen kan ik altijd.
Tenzij jullie liever niet hebben dat ik mee ga." Ze keer de hoeder van de amulet aan. "O.. ik ben trouwens Fura. Wel zo handig toch om mijn naam te weten. Weet je de weg naar de mijnen? Zullen we dan snel verder gaan?"

Agravain
Beheerder
Berichten: 2507
Lid geworden op: 22 apr 2004 19:15
Locatie: Omgeving Goes
Contacteer:

Ongelezen bericht door Agravain » 10 jul 2006 21:26

Alhoewel Glovigin van plan was om zo ver mogelijk bij de stad vandaan te komen, hoorde hij zichzelf zeggen, "Ik ga ook mee naar de mijnen." Even knipperde hij met zijn ogen. Hij kreeg het idee of hij door een ander bestuurd werd. Even opende hij zijn mond om te vertellen dat hij afscheid ging nemen van de groep, maar het enige wat er uit kwam was: "Kom laten we dan maar gaan."

~ Agravaìn ~

Gebruikersavatar
Ysgrublaidd
Forum admin
Berichten: 5581
Lid geworden op: 20 apr 2004 12:14
Locatie: In de buurt van Dokkum
Contacteer:

Ongelezen bericht door Ysgrublaidd » 14 jul 2006 22:24

Op weg naar de mijn
Nathan zag dat Bakiro van Geelen neerhaalde. Hij had een achterstand op Bakiro en de Norse was nog een stuk van hem verwijderd. Nathan probeerde wat extra energie te vinden en bracht nog een kleine versnelling in zijn sprint, hij maakte een duiksprong richting de Norse en kon deze nog net met zijn vrije hand rond de enkels beet pakken. Met een klap kwam Nathan neer maar verloor zijn grip op de enkel van de vijand niet. De Norse tuimelde ook naar voren en bleef stil liggen. Nathan hield de Norse vast en probeerde tevens op zijn knieën omhoog te komen. De Norse bleef stil liggen. Nathan kroop dichter naar de Norse en merkte dat deze met zijn hoofd boven op een steen terecht was gekomen. Bloed stroomde langzaam uit een snee en zorgde ervoor dat de steen rood kleurde. Nathan nam de moeite niet meer om de Norse beet te houden, stond op en bracht zijn zwaard boven zijn hoofd. Met de punt naar beneden dreef Nathan het zwaard door de borstkas van de Norse. Daar waar het hart zich bevond. Draaide het zwaard een halve slag en trok het zwaard er weer uit. Het lichaam van de Norse gaf nog enkele schokken en bleef toen roerloos liggen. De enige beweging die bij de Norse nog zichtbaar was was het stromen van zijn bloed. Nathan keek richting Bakiro en zag dat deze hem aan stond te kijken.

"Misschien is het beter om terug te keren naar de mijn en te kijken hoe de zaken daar nu voorstaan." Sprak Nathan tegen Bakiro.

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 21 jul 2006 06:11

In het bos
Ariël was even erg stil geweest, blijkbaar onder de indruk van het meisje dat plots voor hen stond. “O wat goed, hoe doe je dat? Kan ik dat ook zomaar veranderen? Dan kan ik misschien ook een konijn worden. Net als Goblin.” De groep begon te lopen en Fura ging tussen Ariël en Zogal lopen. “Ik ben Ariël en zij is Zogal. Ze heeft een hert. Nou ja, die is nu het bod in. En dat is .. uu.. ” Ze wees naar de magiër die in stilte langs de rand van het pad met de groep meeliep. “Nemmet” zei hij en hij keek even op met zijn rode ogen. Hij wist niet zo goed wat hij moest denken van de hele situatie. Dit was helemaal niet wat hij in gedachten had, maar onder de omstandigheden kon hij even niets beters bedenken dan mee te gaan. In stilte peinsde hij verder over het een plan. “Ja Nemmet,” ging Ariël onverstoord verder “en zij zijn als laatste bij de groep gekomen.” Ze keek de beide mannen aan, evenals Fura en Zogal dat deden. “Uuu..” begon Glovigin, en direct keek hij uit gewoonte naar de grond. Zijn hoofd gebogen. “Ahum.” sprak de dwerg naast hem. “Dit is Glovigin, en ik ben Thain.” Hij rechte zijn rug en maakte zich zo lang en indrukwekkend mogelijk. “En als die verdoemde poortwachters niet zo… stom waren geweest om mij voor een misdadiger aan te zien dan..”Ariël onderbrak zijn tirade over het onrecht dat hem was aangedaan. “Is het nog ver? Waar is die tempel eigenlijk? Weet je dat ik eerst het amulet had?” Ariël ratelde door, terwijl Thain er mopperend het zwijgen toe deed.

Ingang tunnel naar mijn
Nathan en Bakiro waren in looppas door de tunnel richting mijn gelopen. In stilte. Aan het einde van de tunnel knipperde ze een tegen het licht en vervolgde hun route richting mijnen. Beide waren ze in gedachten verzonken. Wat zouden ze bij de mijnen aantreffen? Ze hadden er geen idee van. Ze hadden nog een eind te lopen over het pad. Op enkele honderden meters rechts van hen lag het bos. Bakiro kon zich niet aan de indruk ontrekken dat het een perfecte plaats was voor allerlei vluchtelingen en met name gespuis om zich te verstoppen. Tijdens hun toch werden ze ingehaald door bewoners van de stad die met paarden en karren niet wisten hoe snel ze weg moesten komen. Her en der lagen gesneuvelden van beide partijen. Zowel Nathan als Bakiro herkende verschillende van de doden. Bakiro schudde zijn hoofd. Een gevecht zou hij niet uit de weg gaan, maar dit… dit was zinloos. Zo zinloos. Het resultaat van wanbeleid en monsterlijk gedrag. Tot zijn spijt moest hij toegeven dat het doden van Geelen en de Norse hem niet de gemoedsrust had gebracht die hij had gehoopt. Een blik opzij leerde hem dat Nathan zo zijn eigen, misschien wel gelijksoortige, problemen met zich meedroeg. Ze hadden de nog een goed uur te gaan tot de mijnen toen er een steek door hun hoofd ging. “Wat?!” Bakiro keek naar Nathan, die met een vertrokken gezicht antwoordde. “Jij ook? Iemand, iets sprak in mijn hoofd. Hoeder van het amulet..” Bakiro ging verder “Een tempel, en ongekend geluk.” Er viel een stilte. Nathan knikte in de richting van het bos en Bakiro knikte bevestigend. Vervolgens liepen ze op het bos af. In het bos leken ze precies te weten hoe ze moesten lopen. Alsof de bomen zelf hen vertelde waar heen moesten. Her en der zag het bos er dor en doods uit. Het tweetal keek er naar en huiverde. Het leek alsof het leven eruit was gezogen.

In het bos
Zogal haalde opgelucht adem, het pad leidde hen weg van haar geboortedorp. Haar volk was veilig. Er liep een lichte rilling over haar arm. Ook Furo merkte het op en leek al haar zintuigen op scherp te zetten. Er was iets mis, maar wat. Ariël leek zich van geen kwaad bewust. Haar verhaal ging momenteel over haar jeugd, haar vrienden en familie.

Opeens sloeg Nemmet, die aan de rand van de groep liep, achterover het struikgewas in. Met een gesmoorde kreet verdween hij uit het zicht. Alle leden van de groep schrokken op uit hun gedachten. Fura veranderde van schrik terug naar haar martergedaante en schoot achter Zogals benen. Ariël viel van schrik achterover en zat als aan de grond genageld, sprakeloos. Thain en Glovigin trokken hun wapen en stelde zich op tussen de vrouwelijke groepsleden en het struikgewas. Zogal sloeg geschokt haar handen voor haar mond. Ze zag vol afgrijzen hoe de directe omgeving van het stuikgewas langzaam afstierf, alsof het leven eruit werd weggezogen. De tranen sprongen in haar ogen en het enige wat ze kon uitbrengen was een gesmoord Nee. Thain en Golvigin keken elkaar aan en wilde de struiken in springen, maar voor ze eens stap konden zetten klonk er een verschrikkelijk gekrijs. Blauwe vonken spetterde uit het struikgewas en er klonk een lage brommende schreeuw. Het volgende moment vloog Nemmet’s staf de stuiken uit en brak als een luciferhoutje toen hij de grond raakte. Het geluid van scheurende kleding werd afgewisseld met kreten van pijn en lage gromgeluiden. Even was het doodstil en toen viel Nemmets arm op het pad. De arm was dusdanig toegetakeld dat je niet zou willen zien hoe de rest van hem, aan het zicht verborgen door de struiken, erbij lag.

Het lage gegrom kwam dichterbij en stapte uit de struiken. Glovigin en Thain weken onwillekeurig een stap achteruit. Wat uit de struiken stapte was kolossaal en grotesk. Het stak twee kopen boven Glovigin uit en zag eruit alsof hij in zijn geheel bestond uit het steen. Her en der over zijn lichaam liepen blauwe sneden. Blijkbaar had Nemmet hem nog wel geraakt voor hij werd overweldigd. “De magiër heeft zich verweerd… en verloren.” bromde Thain. Achter het monster verscheen een tweede. Deze was minder groot, ongehavend, maar niet minder angstaanjagend.

Zogal greep Ariël en sleepte haar mee de dichtstbijzijnde boom in. Ze mocht dan magie studeren, maar als Nemmet het monster al niet de baas was, wat kon zij dan? Thain en Glovigin keken elkaar aan en knikte. Ze zette zich schrap. Nu ze over de eerste schrik heen was, was Fura vastberaden te doen wat ze kon. Ze kon het monster niet verslaan, maar ze was vlug genoeg om hem af te leiden met welgemikte beten her en der. Het monster slaakte een kreet en zette de aanval in.

Op niet al te grote afstand hoorde Bakiro en Nathan de geluiden van het gevecht. Ze keken elkaar aan en versnelde hun pas. Al snel zagen ze wat er zich afspeelde.

Glovigin en Thain werkte ongewoon goed samen voor een elf en een dwerg. Glovigin ontweek een slag en Thain haalde gelijktijdig uit. Tussen de strijdende partijen door schoot een marter heen en weer en beet het monster in zijn enkels, voeten, en tenen. Niet dat het veel hielp, Fura’s beten waren niet meer als de prikken van een lastige mug. Zonder verder na te denken stormde Bakiro af op het monster dat zich afzijdig had gehouden. Het was een jongere vrouwelijke variant van het vechtende monster, die zodra ze Bakiro aan zag komen een geschokte kreet gaf en het bos in rende. Het tweede monster keek om en Thain en Glovigin maakte hiervan gebruik om uit te halen. Maar zoals alle slagen, leken de zwaarden af te ketsen van zijn lijf. Getergd richtte her monster zijn aandacht weer op het tweetal, daarbij niet denkend aan de Minotaurus die achter hem op hem afkwam. Het monster hief net zijn arm om Thain te verpulveren, maar werd toen vol geraakt door Bakiro. Hij wankelde een paar passen vooruit en Thain kan nog net op tijd opzij springen. Het monster draaide zich geschokt om. In zijn rug waren duidelijk twee gaten te zien die Bakiro had aangebracht met zijn hoorns. Toen het monster zag dat Bakiro zich opmaakte voor een tweede aanval, trok het monster zijn conclusie en stormde achter zijn partner aan het bos in. Bakiro wilde de achtervolging inzetten. “Nee!” Klonk het van twee kanten. Zogal sprak vanuit de boom gelijk met Nathan aan de andere kant van de groep. Ze liet zich uit de boom zakken. Bakiro keek verward. “Hoezo nee? Dat ding is gevaarlijk.” Zachtjes antwoorde Zogal met tranen in haar ogen. “Ze zijn gevaarlijk, ze doden delen van het bos… maar… het zijn waarschijnlijk de laatste van hun soort.” Ze sloot haar ogen. Nathan was dichterbij gekomen en legde zijn hand op Bakiro’s schouder. “Ze zullen ons niet meer aanvallen als jij in de buurt bent. Het heeft geen zin ze achterna te gaan.” Ariël sprong uit de boom. “Waar gaan ze nu heen dan? Wat zijn het? Kom we gaan ze zoeken!” Voor iemand ze kon tegenhouden schoot de Kender met haar konijn het bos in. Fura veranderde weer naar haar mensgedaante. “Laat haar maar, Kenders hebben de gewoonte altijd op hun pootjes terecht te komen." Ze richtte zich tot de Nathan en Bakiro die haar verbaast stonden aan te kijken. “Ik ben Fura, afwisselend marter en mens. “ Ze glimlachte en haar ogen schitterde. “Jullie zijn vast de versterking waar Ragnar het over had. Welkom, een betere timing had niet gekund.” Iedereen leek met stomheid geslagen en Fura vervolgde. “Op ongeveer een uur lopen van hier is een grot. Daar ligt ook proviand, opgeslagen door smokkelaars. We kunnen daar mooi overnachten en dan zijn we morgen binnen twee uur bij de het pad in de mijnen dat naar de tempel leidt.” Ze begon te lopen en draaide zich na tien meter om. “Komen jullie nog?”

De anderen keken elkaar wat onzeker en ongemakkelijk aan, haalde hun schouders op en volgde het meisje dat zo zeker leek te zijn dat ze haar zouden volgen. Iedereen liep het uur in gedachten verzonken over de reden waarom ze deden wat ze deden, en zochten naar redenen om het niet te doen. Zogal liep met een extra hartzeer rond. Ze had gepleit voor het leven van twee wezens die haar wereld vernietigde door het leven eruit te trekken. Die wezens kende ze uit legenden, maar dat ze werkelijk bestonden was een gruwelijke nachtmerrie.

Een uurtje later zat het reisgezelschap rond een vuurtje in de grot. Zogal had wat gegeten en was vervolgens in slaap gevallen. Nathan tilde haar op en legde het wezen op een veilig, warm plekje weg. Ook de anderen zochten een plekje op. Pas nadat Fura hen herhaaldelijk had verzekerd dat de natuur zelf hen zou bewaken en dat zij wakker zou blijven, vielen ze in slaap. Ieder met zijn eigen dromen of nachtmerries. Fura veranderde naar haar martergedaante en zocht een warm verscholen plekje bij de ingang. Daar sloot ze haar ogen en viel, met al haar intuigen op scherp, in een lichte waakzame sluimerslaap.

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 25 jul 2006 19:37

Fura strekte zich uit. Alles was rustig, de nacht was verlopen zonder vreemde dingen. Ze keek langs de groep. Zogal zag eruit alsof ze ieder moment wakker kon worden. Thain lag een beetje te knorren met een glimlach. Waarschijnlijk lag hij te dromen van de ongekende beloning die hem was toegezegd. Glovigin daarentegen lag in een onrustige slaap, gekweld door zijn eigen herinneringen. Wat Bakiro droomde was niet af te lezen. Nathan lag te draaien en zag er niet erg gelukkig uit. Fura vroeg zich af wat de vriendelijk ogende half reus had meegemaakt.

Op het moment dat Fura veranderde naar haar mensgedaante, rekte Zogal zich uit. Ze pakte het amulet en keek er naar. Fura liep naar haar toe en fluisterde “Dus dat is het amulet. Ik ken de verhalen, het amulet zou ongekende magische krachten bezitten als het op de juiste wijze wordt toegepast. De mythen spreken over een steen uit het verleden, die toekomst en heden zal veranderen. Ik kan me er niets bij voorstellen eigenlijk.” Nathan was ondertussen ook wakker geworden en keek de twee aan. “De toekomst.. wat kan die nog te bieden hebben? Ik voorzie een tijd vol pijnlijke herinneringen aan de familie die er niet meer is.” Hij voelde Glovigin’s blik op hem rusten en herkende in zijn ogen een blik van begrip en herkenning. Bakiro bromde wat en rekte zich uit. “Familie is daar waar je ze vinden wil.” Hij zag de blikken van Nathan en Glovigin en wist dat hij precies het verkeerde had gezegd. “...Ja, maar natuurlijk is eigen familie onvervangbaar.” Er viel een pijnlijke stilte tot Bakiro hem verbrak. “Zullen we dan maar verder gaan? He! Dwerg! Wakker worden.” Thain schrok op. “Hu?! De naam is THAIN, niet dwerg. Als het u welgevallen.” Hij wierp een knorrige blik op Bakiro en klopte het stof van zijn kleding. “He dwerg, nou ja zeg!” Bakiro knipperde even met zijn ogen en wreef met zijn hand langs zijn nek. “Sorry.. Thain. Zullen we dan maar?”

Binnen een uur liep het zestal naar de ingang van de mijn waarin de doorgang aanwezig moest zijn. Zogal wist bij elke hoek weer precies aan te geven welke kant ze op moesten. “Logisch toch? Ze is de hoedster van het amulet.” Was Fura’s reaktie op de niet begrijpende blikken van de anderen. Het terrein was uitgestorven, hier en daar lag er nog een lichaam van een overleden bewaker, of slaaf. Nathan leek met iedere stap neerslachtiger te worden en een blik op Glovigin gaf aan dat de elf zich al niet veel beter voelde. “Daar.. de ingang” Thain wees naar de donkere ingang van de mijn. “Moeten we daar naar binnen?” vroeg Zogal met een klein stemmetje. Fura knikte “Daarbinnen moet de doorgang zitten. Ik ga wel even kijken.” Ze veranderde naar haar martergedaante en schoot de mijntunnel in. Het leek een eeuwigheid te duren, maar toen klonk opeens een hoog gepiep, gevolgd door een angstkreet. “Fura!” Tijdelijk haar eigen angst vergetend, rende Zogal de mijntunnel in, gevolgd door de anderen. “FURA!?” “Ja hier. Er kwam iets op me af, maar toen ik mijn mensgedaante aannam nam het de benen. Vast iets dat me als lekkere maaltijd zag. De ingang is iets verder door, maar hij is voor een deel weer ingestort. Wij kunnen er wel langs. Thain misschien ook nog wel, maar de anderen?!” Zodra ze de doorgang hadden bereikt bekeek Thain de omstandigheden. Hij wreef langs zijn baard. ”Mmm. We zullen moeten stutten. Als die grote steen wordt verwijderd, dan valt er een hoop steun weg. En ik geloof niet dat deze wanden dat aankunnen. Maar waarmee?” Nathan antwoordde. “Ik kan waarschijnlijk wel een korte tijd de zaak omhoog houden, maar hoe lang weet ik niet, dus moet alles daarna wel snel gebeuren.” Thain knikte. “Jongedames, jullie gaan alvast naar de ander kant. Dat scheelt dadelijk weer in tijd, dan maken wij hier het gat zover mogelijk vrij voordat Nathan de boel moet gaan ondersteunen.” Fura knikte en veranderde snel weer naar haar martergedaante en schoot door het gat heen. Zogal volgde en tilde Fura op zodra ze door het gat heen was. Het was er donker, maar in de verte kon ze licht zien. Ze voelde dat er natuur in de buurt was en zakte helemaal weg in de gedachten daaraan.

Achter haar was het viertal, onder leiding van Thain, al druk bezig om het gat open te maken. Al snel was alleen het laatste blok nog over. “Ok, Nathan als jij daar gaat staan, dan is dat de ideale positie om ons te volgen door het gat.” Nathan knikte en nam zijn plaats in. “Laat maar komen.” Thain knikte. “Bakiro, Glovigin?” Het tweetal begon met al hun kracht te trekken aan het laatste rotsblok, terwijl Thain met zijn handbijl probeerde uitstekende stukken te verwijderen. Langzaam kwam het blok van zijn plaats en gelijk klonk er zacht gekreun van Nathan. Het blok was vrij van de doorgang. Bakiro keek naar Nathan en zag de zweetdruppels op zijn voorhoofd ontstaan. “Opschieten. Opzij!” Hij verzamelde al zijn kracht en met een enorme krachtstoot duwde hij het blok opzij zodat de doorgang groot genoeg werd. Thain en Glovigin schoten door het gat, gevolgd door Bariko. Bariko bleef half in de opening staan en stak zijn hand uit naar Nathan. “Nathan.. als ik ja roep grijp je mijn hand. Dan trek ik je door het gat.” Nathan knikte. “Klaar? JA NU!” Nathan sprong naar de opening en zijn hand sloot om diens pols. Bakiro’s hand greep om Nathan’s pols en uit alle macht trok hij.
Een enorm kabaal haalde Zogal uit haar gedachten en ze draaide verschrikt om. In de stof zag ze de hoestende en proestende gedaanten van Thain en Glovigin staan. Toen de stof naar de grond zakte zagen ze Nathan liggen, boven op Bakiro. “Bedankt.” “Al goed, maar zou je van me af willen gaan? Je bent een beetje… zwaar.” “O sorry, natuurlijk.” Nathan stond op en hielp Bakiro omhoog. Ze keken naar wat de doorgang was geweest. “Ok, terug kunnen we niet meer. Ik hoop dat alles dit waard is.” Bromde Thain. “Maakt dat nog iets uit?” zei Nathan “Verloren dingen komen niet meer terug.” Weer zag Zogal die gebroken blik in zijn ogen. “Laten we dan snel verder gaan. Hoe eerder we uit deze donker tunnel zijn, hoe liever.”

Gelukkig voor Zogal duurde het niet lang voor ze de tunnel konden verlaten. Voor hen lag het pad dat hen naar de tempel zou leiden. Omringt door schitterende woudreuzen, omstrengeld met donkergroene klimplanten met helder rode bloemen, de wortels verborgen onder een vol struikgewas met blauwe bloemen en gele besjes.

Nahimana Tala
Sterrenschipper
Berichten: 1225
Lid geworden op: 13 mar 2004 19:52
Locatie: Fijnaart
Contacteer:

Ongelezen bericht door Nahimana Tala » 06 aug 2006 10:56

“Kom, als we geen rare dingen meer tegenkomen zijn we er met een uurtje.“ Fura had zich losgewerkt uit Zogals armen en had haar mensgedaante weer aangenomen. Ze begon te het pad af te lopen en de groep volgde in stilte. Ze hadden geluk. Alles bleef rustig en binnen het uur hadden ze de tempel in zicht. Er zat een man tegen de tempel en die sprong op zodra hij hen zag.

Ragnar zag de groep aankomen en sprong omhoog. Met zijn armen in een wijds gebaar liep hij hen tegemoet. “Aaa, de hoedster van het amulet met haar reisgenoten. Welkom, welkom. Ik ben blij dat jullie al zo snel hier zijn.” Voor iemand kon protesteren had hij iedereen omhelsd en voorzien van een leren koortje met daaraan een klein amulet in de vorm van een druppel. “Geweldig, geweldig. Kom, kom, volg mij!” Hij klopte Zogal op haar schouder. “Dan kan je de amulet op zijn plaats zetten en kan ik gaan genieten van mijn welverdiende rust. Het heeft eeuwen geduurd, maar daar ben je dan toch!” Zijn ogen glinsterden van verwachting terwijl hij de groep de tempel in loodste. Iedereen keek elkaar een beetje aan, maar volgde tot hun eigen verbazing zonder te protesteren.

De tempel zag er stoffig uit, er was duidelijk in jaren niet echt schoongemaakt. Klimplanten kronkelden langs de pilaren omhoog en vogels hadden hun nest gemaakt in hoekjes van verschillende beelden. Ragnar liep naar een vaag nisje waar en vale stenen bloem op een klein voetstukje stond. De details waren nog nauwelijks te herkennen, maar de bloem had 5 bewerkte bloemblaadjes en een leeg hart. Zogal merkte dat de amulet steeds harder begon te glanzen naarmate ze dichter bij de bloem kwam. Ze had verwacht dat iets wat dan blijkbaar zo belangrijk was wel op een meer opvallende plaats zou hebben gestaan. Ze liep voorzichtig naar de bloem en keek Ragnar aan. Hij knikte en glimlachte. Zogal plaatste de amulet in het hart van de stenen bloem. Ze had hem nauwelijks weggelegd of de bloem veranderde van een vaal naar een glanzend geheel. Alle details werden duidelijk en er pulseerde een gloed vanuit het hart omhoog. Zogal deed onwillekeurig een paar passen naar achter. Vanuit het hart van de bloem verspreide zich een gouden mist. Eerst droop het als een deken over de grond, maar langzaam begon het de hele tempel te vullen. De groep werd in de mist opgenomen, het voelde alsof er een warme deken om hen heen werd geslagen en het enige dat ze nog hoorde was het bulderende lachen van Ragnar. Ondertussen verspreide de mist zich over het terrein rond de tempel. Door de kieren en gaatjes van de afgesloten doorgang trok het verder door de mijntunnel, langs de gebouwen, het bos, de stad, het water ...



...Zogal knipperde en keek naar de kleine fluit die ze in haar handen had. “Zogal? Kom je? Ze willen graag dat je de besjes laat groeien.” Zogal keek op en keer in het gezicht van haar beste vriendin. Een beetje in de war, zonder precies te weten waarom, antwoordde ze “Ja, goed. Ik kom.” Ze stond op van de laatste trede van de tempel en glimlachte. Het voelde goed dit was haar thuis. “Zogal?!” Ze schrok op “Ja, ja...ik kom.” Er stond een groepje rond een bessenstruik en stuk voor stuk keken ze haar vol verwachting aan. Zogal zette het fluitje aan haar lippen en blies erop. Schitterende klanken kwamen uit het fluitje. In de bessenstruik begonnen besjes te groeien om te eindigen als mooie rode sappige bessen, waar de wachtende jongeren gretig op van proefde. “Zogal, je bent geweldig. Ik wou dat ik dat kon met muziek.” Zogal knikte, en dook vervolgens lachend weg voor een bes die haar richting op vloog....



... “Heer Thain?” Thain keek op “Mmm?” “Deze dame vraagt of het mogelijk is de spullen thuis te laten bezorgen.” Thain wreef over zijn baard en keek naar de dame in kwestie. Een elegante dame in kleding die duidelijk maakte dat ze van zeer goede komaf was. “Natuurlijk, Montu?” Een jonge man keek op. “Maak even een afspraak met deze dame om haar spullen te brengen.” De jonge man knikte en richtte zich tot de vrouw. Thain keek op naar het bord boven de toonbank. ‘Mendeval’s, voor de ware kenner’. Hij knikte goedkeurend en keek rond. Nette, waardevolle zaken, keurig uitgestald in het vertrek. Kunstig gemaakte vitrinekasten met daarin een keur aan exclusieve sierraden. Er verscheen een verwarde glimlach op zijn gezicht en zijn hand schoof van zijn baard af en kwam terecht op een amulet. Even fronste hij, alsof er iets was dat hij zich moest herinneren, maar waar hij niet op kon komen. Iets over een opstand en een tempel. Hij schudde het van zich af, pakte zijn jas van de fijnste zijde en liep zijn winkel uit. “Tot straks, ik ben even weg.” Zijn personeel keek op en glimlachte. ...



...Bakiro schudde de hand van zijn meerdere terwijl hij zijn nieuwe orders in ontvangst nam. “We zullen je missen, Bakiro Onulath, je was en bent een aanwinst voor onze eenheid. Maar ik weet zeker dat je ons en het hele land verdienstelijk zult maken.” Bakiro knipperde even. Naast hem stonden zijn spullen al klaar voor de reis. Achter hem een aantal soldaten die vol enthousiasme klaar stonden om hem te volgen. Bakiro legde zijn hand op zijn borst en voelde het kleine amulet om zijn nek hangen. Ergens diep in hem kriebelde de herinnering aan iets, iemand, maar het wilde niet helder worden. Hij keek naar de orders die hij had ontvangen.
… Wegens uitstekende diensten wordt u gevraagd om in uw thuisgebied een eenheid op te zetten en te trainen, om aldaar de rust te bewaren indien nodig.…
Hij glimlachte, hij ging naar huis! Hij pakte zijn zak met spullen en slingerde die over zijn schouders. Vervolgens knikte hij naar zijn meerdere en begon te lopen. In zijn ooghoek zag hij een groep van 7 man volgen. De eerste leden van zijn nieuwe eenheid. …



…Glovigin keek op van het sieraad dat hij zojuist had afgerond. Hij veegde wat zweet van zijn voorhoofd. Het was een schitterende ketting met daarin enkele kleine edelstenen van hoge kwaliteit. Een subtiel juweel van waarde. Hij knikte, Thain zou dit wel op zijn waarde kunnen schatten. De draden waren ragfijn, maar doordat ze magisch waren versterkt zouden ze niet breken. De kleine edelstenen zouden hun drager voorzien van extra energie en een lichte mate van bescherming tegen gif. “Glovigin? Kom je een hapje eten?” Een zachte vrouwelijke stem zweefde naar hem toe en hij keek haar kant op. Hij knikte en legde zijn spullen weg. Zodra hij door de deur liep, stormde er een 3 jarig meisje op hem af. “Pappa!” Hij glimlachte, ze was altijd zo blij hem weer te zien, alsof hij jaren in zijn smederij had gezeten. Glovigin keek rond en voelde onwillekeurig aan zijn zilveren hanger en het kleine amulet. Aan de muur hing een portret van Eillissand en zijn zoon. Ayliara had die gemaakt op basis van zijn beschrijvingen en het was eng kloppend geworden. “Ayliara” Fluisterde hij en hij liep naar haar toe en gaf een zachte kus op haar voorhoofd, voordat hij zijn twee maanden oude zoontje over zijn wangetje aaide. Wanneer het was gebeurd kon hij zich niet herinneren, maar de felle pijn van het verlies van Eillissand en zijn zoontje was verzacht. Ayliara was niet zijn ‘soulmate’ en dat wist ze, evenmin als hij de hare was. Maar ze hielden wel van elkaar en samen hadden ze een nieuw bestaan opgebouwd….



…Overal rende kinderen, van allerlei leeftijden, er klonk gelag en het geluid van spelende kinderen. De wat oudere kinderen droegen hun steentje bij in de moestuin. Nathan knikte bevestigend. “Goed zo, ik ben trots op jullie.” Hij draaide om en liep terug naar het hoofdgebouw. “Vredesstijns, het verblijf voor de verweesden” stond er op het bordje naast de deur. In een mooie zilveren lijst die voor hem was gemaakt door Glovigin. Nathan veegde er wat stof vanaf en sloot even zijn ogen bij de gedachte aan zijn familie. Hij had ze allemaal verloren tijdens een of andere opstand, maar de details waren allemaal niet zo zuiver meer. De pijn was minder, natuurlijk niet weg, maar Nathan had nu een ander soort familie om voor te zorgen. Zoveel kinderen en jongeren die door diverse redenen zonder thuis, zonder ouders zaten vonden een nieuwe start bij hem. Bij het gebouw dat hij ter ere van zijn familie had gebouwd. Penthe liep bijna tegen hem aan in de deuropening. “O, Nathan, ik zocht je net. Zou je met Mynn even naar Aeron kunnen gaan om wat inkopen te doen? Al die hongerige magen… het brood is op en wat extra kaas zou ook … ach Mynn weet wat we nodig hebben.” Nathan knikte. “Is goed, ik wacht hier wel even op Mynn dan.” Hij liep naar een bankje en ging zitten en overdacht de plannen voor de nieuwe vleugel…

Gesloten