Inwinyare Aranel, Mai en Virinya: samengevoegd topic

Dit is waar het allemaal gebeurde.

Moderator: Midwinter

Virinya
Avonturier
Berichten: 147
Lid geworden op: 11 aug 2004 09:36
Locatie: Sindelnaya

Ongelezen bericht door Virinya » 10 jan 2005 09:26

Fenithya wierp een vuile blik op Selene en nam Mynn bij de arm. "Die verbergt iets.." fluisterde ze tegen Mynn. "We moeten haar in de gate houden.." De ijzige kou prikte in haar huid en haar ogen begonnen te tranen. Ze verluidde haar stem en riep tegen Selene en Mynn: "Ik weet een kortere weg naar de haven. We moeten zo snel mogelijk weer uit deze verdoemde kou.." Zonder op antwoord te wachten sloeg Fenithya een smalle steeg in en half rennend kwamen ze aan de andere kant van de steeg bij de haven aan. Het kantoortje van de havenmeester was snel gevonden, maar alles zat op slot. Geen teken van leven. Zou Penthe ons erin luizen? dacht ze bij zichzelf. Maar al snel concludeerde ze dat dat niet mogelijk was. Penthe zou dat niet doen. Fenithya keek om zich heen en zei tegen de andere meisjes dat ieder maar een kant op moest gaan om te zoeken. Over een half uur zouden ze hier weer terug komen. Selene en Mynn liepen weg en Fenithya keek om zich heen. Achter een loods zag ze een afwijkende tegel, ze rende erheen en ging er op staan. Een kleine gang opende zich in de grond. Fenithya had het dus goed gezien. Snel kroop ze in de ruimte en de gang sloot zichzelf. Het was erg donker en de spinnenwebben kleefden aan Fenithya's wangen, maar zonder zich aan te stellen kroop ze verder. Uiteindelijk zag ze ergens licht vandaag komen. Dat moest het kantoor van de havenmeester zijn. Ze kroop erheen en klom uit een opening onder een tapijt. Het kantoortje was uitgestorven, maar in een postvakje lag duidelijk een stapel papier met het opschrift: "Penthe.. vertrouwelijk" Fenithya nam het onder de arm en kroop terug. De muur was nog steeds gesloten maar zodra en er tegenaan trapte opende die zich. Snel kroop ze eruit, liet haar ogen wennen aan het licht en rende terug naar de afgesproken plek. Mynn en Selene waren er nog niet, dus ze ging zitten wachten totdat die verschenen..

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 10 jan 2005 17:28

Een zware hand rustte ineens op Fenithya's schouder. "Zo, inbreken in het kantoor van de havenmeester, vertrouwelijke papieren ontvreemden en dan weer wegrennen? En dan ben je ook nog zo dom om hier te gaan zitten?" Een grote man sleurde Fenithya overeind aan haar arm. Hij liet haar niet los. Fenithya wist dat ze zich nooit zou kunnen losrukken, deze man was simpelweg te sterk. "Kom jij maar eens mee, juffie. Ik heb een mooi plekje waar jij even op de garde kunt wachten." De man sleurde haar mee terug naar het kantoor van de havenmeester, ontsloot de deur en liep met haar naar een kamer die verdacht veel op een cel leek. Al die tijd had Fenithya geprobeerd de man uit te leggen dat ze geen kwaad in de zin had gehad en dat ze een bediende van Penthe was maar de man leek wel doof. Hij zette haar in de kamer en deed de deur achter haar op slot. Ze hoorde aan de buitenkant grendels op hun plaats schuiven. Daar zat ze dan. Sloten openmaken kon ze wel, maar grendels die aan de buitenkant vast zaten? Daar kon ze niets tegen uithalen. Ze hoopte maar dat Sel en Mynn Penthe zouden gaan halen. Penthe zou woedend zijn. Ze kon zichzelf wel slaan. Eerst denken, dan doen. Dat had Penthe haar geleerd en nu? Nu had ze weer eerst gedaan en helemaal niet nagedacht.....

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 13 jan 2005 20:49

Mynn dwaalde maar een beetje door de steegjes, niet wetend waar ze nu eigenlijk naar zocht. De havenmeester? Ze had geen idee hoe die eruit zag. Na een tijdje te hebben rondgelopen voelde ze haar vingers en tenen niet meer, en besloot ze om terug te gaan. Ze ging terug via precies dezelfde route die ze op de heenweg had gebruikt, en kwam weer bij het kantoortje van de havenmeester. Voor alle zekerheid klopte ze nog eens op de deur, maar niemand antwoordde en de deur zat potdicht.
Plotseling hoorde ze voetstappen achter zich. Geschrokken draaide ze zich om, en zag Selene komen aanlopen. 'Ik weet niet waar ik naar op zoek was, maar ik heb het niet gevonden!' 'Ik ook niet,' antwoordde Mynn. 'Heb jij Fenythia al - wat is dat?' Vanuit het kantoortje van de havenmeester hoorde ze een luid gebons. 'Hm, blijkbaar is er toch iemand' zei Selene met een opgetrokken wenkbrauw. Samen renden ze naar het kantoortje. Het geluid leek van de achterkant te komen, en Mynn begon zich zorgen te maken. Het gebons werd vergezeld van een stem die haar bekend voorkwam... 'Fenythia!'

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 25 jan 2005 22:07

Selene en Mynn keken elkaar ongerust aan. Het kantoortje zat potdicht, daar waren ze al achter gekomen toen ze erin probeerden te komen voor de documenten. Hoe Fenythia daar was binnengekomen was Mynn een raadsel, maar het zou moeilijk worden om haar eruit te halen. 'Binnen het uur terug', had Penthe gezegd, en iets zei Mynn dat ze al te laat waren. Fenythia leek hetzelfde te denken. 'Mynn? Selene? Gaan jullie nog iets doen, of laten jullie me hier wegrotten!?'

Aarzelend stapte Mynn op de deur af. Ze wist wel iets van metaal af, en een grendel openschuiven kon ze ook nog, maar sloten openbreken zonder gereedschap was niet haar sterkste kant. 'Selene? Heb jij enig idee hoe we deze openkrijgen? Fenythia, hoe ben je daar binnengekomen? Is er nog een andere ingang? Enig idee hoe we je hier uit moeten krijgen?'

Inwinyáre Aranel
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 221
Lid geworden op: 01 okt 2004 19:59
Locatie: *In the middle of nowhere*

Ongelezen bericht door Inwinyáre Aranel » 27 jan 2005 16:20

Selene schudde haar hoofd. Shortcuts zijn een voorbode van onheil. Ze had het altijd geweten en nu werd het opnieuw bevestigd. En daar plukte Fenithya nu de vruchten van. Dat krijg je ervan als je een leeghoofdige kletskous bent. Ze zuchtte. En dan lijkt Mynn ook nog te verwachten dat ik een oplossing weet. Toevallig wist ze er inderdaad eentje.
'Wacht hier.' Ze liep een eindje terug, naar de scheepswerf. Een in de steek gelaten hamer met een ijzeren pin waren snel gevonden, en ze keerde terug naar Mynn. Ze zette de pin achter de grendel en sloeg er met alle macht op met de hamer. Eenmaal, tweemaal, driemaal. De grendel verboog en vervormde, en viel tenslotte op de grond. Helaas voor Fenithya ging de deur toen nog niet open. Ergens in deze deur zat een verborgen mechaniek. Er zat niks anders op, ze zouden Penthe moeten gaan halen.



EDIT: Sorry, maar ik heb je even grof moeten editen. Je gaat de verkeerde kant uit. Penthe moet hierbij komen, dat heeft een goede reden. :s

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 29 jan 2005 23:06

'Doe geen moeite, deze deur krijg je met geen mogelijkheid open', riep Fenithya terug, 'ga Penthe halen, zo snel mogelijk. Ik denk niet dat er iets anders op zit.' Selene keek Mynn aan; 'Met dit weer een beetje door de stad gaan rennen? Om Penthe uit haar bed te gaan halen en de volle laag te krijgen? Omdat zij daar zo stom was om gepakt te worden?'
'Dat lijkt me de enige oplossing, ja,' antwoordde Mynn. 'Wat wou je dan doen? Als je van plan bent om Fenithya hier te laten zitten, bedenk je dan wel dat Penthe daar al helemaal niet blij mee zou zijn.' Bij het zien van Selenes gezicht nam ze haar besluit. 'Blijf jij dan maar hier, ik ren wel!'

Nog voordat Selene kon antwoorden rende Mynn al weg. Penthe zal wel weer blij met ons zijn, alles lijkt mis te gaan... Gelukkig wist ze in een keer de weg terug te vinden, en was ze al snel bij het paleis. Er waren al minstens 3 uren voorbij gegaan sinds Penthe hen had weggestuurd, en Mynn hoopte maar dat ze haar kon vinden.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 03 feb 2005 19:30

Terwijl Mynn onderweg was naar Penthe's kamer stond ze ineens oog in oog met haar. Penthe kwam net de trap af stampen. "Verdoemenis Mynn, waar bleven jullie? Ik heb jullie er 3 uur geleden op uit gestuurd en nu kom je pas terug? En nog met lege handen? En waar zijn Selene en Fenithya? Hoe halen jullie het in je hoofd? Ik heb toch gezegd dat jullie binnen het uur moesten terug zijn? Leg uit!" Penthe stond overduidelijk te briesen van woede. Hoe moest ze dit in godsnaam uitleggen?

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 03 feb 2005 20:46

Mynn schrok zich een ongeluk. 'Eh, Penthe...' ze haalde nog eens diep adem. 'Er was niemand en het kantoortje zat op slot, en toen zijn we dus gaan zoeken. Toen ik terug kwam had Fenithya in het kantoortje weten te komen, maar kon ze er niet meer uit. We hebben echt alles geprobeerd maar die deur zat potdicht. Selene is daar gebleven en ik ben jou maar komen waarschuwen.' Mynn keek Penthe aan en hoopte maar dat Penthe een oplossing wist - en dat ze hen niet zou laten ontslaan zodra Fenithya uit het kantoortje was gehaald, want Mynn had geen idee wat ze dan zou moeten.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 05 feb 2005 15:14

Diep ademhalen, blijven ademen, vooral blijven ademen. "Goed dan Mynn, ik weet niet wat Fenithya verder heeft uitgevreten en laat maar, ik kan er wel naar raden. Wij gaan nu wel even met de havenmeester overleggen." Penthe riep een page om haar mantel te brengen en ging Mynn voor naar de haven. Bij het kantoor aangekomen riep Penthe naar Selene. "Selene, kom maar hier en ga de havenmeester zoeken. Zeg hem maar dat ik hem wil spreken. Mynn, jij gaat terug naar het paleis en begint met maaltijd klaar te maken, iedereen daar sterft bijkans van de honger. Ik los dit wel op en vanavond wil jou en de anderen in mijn kamers zien om een geschikte straf te bedenken."

Inwinyáre Aranel
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 221
Lid geworden op: 01 okt 2004 19:59
Locatie: *In the middle of nowhere*

Ongelezen bericht door Inwinyáre Aranel » 05 feb 2005 21:12

'Mooi zo, ren maar!' riep ze Mynns rug achterna. Die hoorde haar al niet meer. Selene ging ondertussen achter een blok hout zitten. Ze had genoeg lawaai gemaakt om die stomme grendel van de deur te krijgen, en dat was blijkbaar allemaal tevergeefs geweest. Nu denkt Penthe echt dat we niets zelf kunnen opknappen. Het kon haar ook niet meer schelen, al dit stomme gedoe!
Na korte tijd kwamen er inderdaad havenarbeiders naar de deur kijken. Selene kon hun geagiteerde stemmen horen, maar ze was te ver af om alles goed te kunnen zien.

Het duurde lang voor Mynn terugkwam met vrouwe Penthe, erg lang. Selene verveelde zich dood. Als het niet voor mijn priestersopleiding was...

Penthe stormde als een wervelwind het terrein op. Selene ging staan en kreeg meteen de volle lading. "Selene, kom maar hier en ga de havenmeester zoeken. Zeg hem maar dat ik hem wil spreken. Mynn, jij gaat terug naar het paleis en begint met maaltijd klaar te maken, iedereen daar sterft bijkans van de honger. Ik los dit wel op en vanavond wil jou en de anderen in mijn kamers zien om een geschikte straf te bedenken." Jaja, Selene komt wel weer. Nukkig liep ze naar Penthe toe. Fenitya komt in de problemen en wíj krijgen straf. Ze zuchtte. Alsof er niet meer keukenhulpen rondlopen in dat immense paleis...hoezo verhongeren? De havenmeester was al aan komen lopen toen de adellijke vrouw zijn gebied betrad. Mooi, dat scheelt weer werk.

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 11 feb 2005 12:49

"Dag vrouwe Penthe, wat kan ik voor u doen?" Met een buiging naar haar en een scheef oog naar Selene begroette de havenmeester Penthe vriendelijk. "Rakvist, jij hebt een van mijn klerken in je kantoor opgesloten, mag ik even weten wat daar de bedoeling van is?" IJzig keek Penthe Rakvist aan. "Maar vrouwe, dat is een ordinaire inbreekster, dat kan toch geen klerk van u zijn?" Rakvist was eigenlijk niet verbaasd. Hij dacht al langer dat Penthe in smerige zaakjes betrokken was. "Ik moet u vertellen dat ik haar betrapte toen zij belangrijke papieren stal uit mijn kantoor, bestemd voor...... O.. juist... Eeeh, ik zal haar onmiddelijk vrijlaten, wilt u dan zo goed zijn om haar in het vervolg niet meer te laten inbreken?" Met een domme grijns op zijn gezicht haalde Rakvist een sleutelbos tevoorschijn. "Hoe bedoel je, laten inbreken?" Penthe begon bijna te schreeuwen. "Eeeh, niets vrouwe..."

Na de deur van de cel te hebben opengemaakt, onderwijl mopperend over zijn kapotte grendel, gaf Rakvist een behoorlijk vuile blik naar Fenithya. "Luister goed wijffie, als ik jou nog een keer in me kantoor betrap, dan zwaait er wat. Je kunt het namelijk ook gewoon vragen. Snap je?" Dreigend keek Rakvist naar Fenithya.

"Juist, bedankt Rakvist. Fenithya, naar het paleis en wel onmiddelijk! Dat geld ook voor jou Selene. Ik zie jullie over een uur in mijn kamers. Duidelijk?" Penthe siste bijna haar woorden door haar opeengeklemde kaken naar Selene en Fenithya. Ze draaide zich om en hervatte een gesprek met Rakvist en keurde Selene en Fenithya geen blik meer waardig.

Inwinyáre Aranel
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 221
Lid geworden op: 01 okt 2004 19:59
Locatie: *In the middle of nowhere*

Ongelezen bericht door Inwinyáre Aranel » 14 feb 2005 08:53

Ik was in een actieve bui :P

Als ze eerlijk moest zijn, snapte Selene werkelijk niet wat zij drieën fout hadden gedaan dat Vrouwe Penthe hun op zo’n besliste toon moest uitkafferen. Tenzij ze de schijn ophoudt voor die havenmeester. Zo klonk het echter niet, maar wie wist hoe goed de edelen konden toneelspelen? Ze keek naar Vrouwe Penthe, die druk in gesprek was en haar niet leek te horen. Vervolgens verplaatste Sel haar blik naar Mynn, die naast haar liep. ‘Weet je, ze bekijkt het maar met dat spionnengedoe’, zei ze op een zachte fluistertoon. ‘Ik zal over een uur in het paleis zijn.’
Ze versnelde haar pas. Dit uur was ze vrij. Ze voelde hoe de volle dagen zich voor haar aaneenregen, en ze moest gebruik maken van dit moment. Haar voeten leidden haar door de stad. Aanvankelijk waren de huizen nog die van welgestelde kooplieden, rijk geworden door de havenhandel. De huizen werden soberder naarmate ze meer afstand aflegde, tot zij slechts een karikatuur van de eerdere landkastelen waren.
Een dag. Het was niet meer dan een dag geleden dat ze deze contreien verlaten had, maar het leek een halve eeuwigheid. Eerlijk gezegd snapte Selene nu al niet meer hoe ze hier zoveel jaren van haar leven had kunnen doorbrengen. Maar ik heb me aan deze uitzichtloze situatie weten te ontworstelen. Ik móet doorgaan. De slagerij gleed aan haar voorbij, voor ze in nog diepere krotten terechtkwam. Ze prentte zich de levensstandaard in. Ik móet doorgaan. Wat Vrouwe Penthe haar ook zou opdragen, het zou altijd beter zijn dan een leven in deze omgeving. Die gedachte moest haar gaan sterken bij alles wat ze nog zou gaan doen.

‘Hé, Seleentje!’ De stem was nauwelijks menselijk te noemen, een krakende, schorre schaduw van wat eens een stem was geweest. Ze draaide zich vliegensvlug om, zodat ze deze brutaliteit meteen de kop in kon drukken. Wanneer de stem al monsterlijk had geklonken, was deze gestalte nog veel erger. Uitgeteerd, vel over been. Hoewel de gedaante nog jong moest zijn, liep hij met de slepende tred van een oude man. Die indruk werd nog versterkt door het feit dat zijn linkerbeen mank was. Zijn blote armen zaten onder de tatoeages, littekens en verse bloederige krassen.
Waar Selene echter het meeste van schrok was zijn gelaat. Het was nauwelijks herkenbaar als gezicht. Er miste een oog, een krater markeerde de plaats waar eens een wang had gezeten. De lange blonde haren die ze zich herinnerde waren teruggedrongen tot enkele plukjes. Zijn mondhoeken plooiden zich in de welbekende scheve glimlach, misplaatst op het gezicht van de levende dode. Langzaam naderde ze, om de laatste paar meters rennend te overbruggen en hem om de hals te vliegen. ‘Appie’, fluisterde ze. Ze kon zich niet langer sterk houden en brak. Tranen vloeiden vrijelijk over haar wangen. ‘Wat hebben ze je aangedaan, mijn lief?’
Zijn stem won aan kracht. ‘Sel, mijn Seleentje. Noem mij nooit meer je lief, want dat ben ik niet waard.’ Ze wilde het ontkennen, maar kon niet meer de toekomst voor hen zien die ze ooit gekend had. Ze had Appie al bijna uit haar hoofd gezet, sinds hij vijf jaar geleden was verdwenen. Appie, de enige persoon die ooit de muren om haar gedachten had kunnen neerhalen, haar kindervriend, de enige persoon ooit die haar door- en door kende en bereid was met haar op te trekken ondanks die kennis. Appie, die al in zijn zestiende levensjaar een hoge functie bekleedde in het dievengilde. Appie, die vijf lange, lange jaren was weggeweest.
Selene herinnerde zich de dagen dat de wereld tegen haar was geweest. Ze herinnerde zich haar woede-uitbarstingen, haar verdriet, en altijd was daar Ap geweest om haar op te vangen, onzelfzuchtig, altijd slechts voor haar, hoewel hij vele contacten had binnen het gilde. Ze herinnerde zich hoe hij haar vast had gehouden tot ze gekalmeerd was. Hij had altijd precies geweten wanneer hij zich afzijdig moest houden en wanneer ze hem nodig had. Hoe had ze hem ooit kunnen vergeten?
Zijn schorre stem kwam terug in het heden. ‘Ik zal hier niet lang meer zijn, Selene.’ Ze wilde opnieuw ontkennen, maar weer wilde haar mond de woorden niet vormen. ‘Ik ben hier omdat ik alles en iedereen nog eenmaal wil zien.’ Ik ook, mijn lief. ‘Je moet naar me luisteren.’ Zijn toon werd dwingender. ‘Er zijn oneerlijke praktijken gaande in deze stad.’ Ze smoorde een wanhopige lach. De meeste mensen zouden het dievengilde niet echt als ‘eerlijk’ omschrijven. ‘Ik ben te grazen genomen door wat van die havenwerkers. Ze kregen me te pakken, enkele weken geleden.’ Haar gedachten holden naar Penthe. ‘Ik ken een vrouwe, en zij zal je beter maken, Appie, of ervoor zorgen dat dat gebeurt. Vertrouw me.’ Dit was dus hoe ze zou eindigen wanneer ze doorging met spioneren. Als een wrak. Fenithya en Mynn zouden dat niet geloven, de babbelaars, maar Selene wíst het.
‘Net als in een verhaal, nietwaar?’ Hij hoestte en bloed en slijm vermengden zich toen hij ze op de straatstenen spuwde. Bijna deinsde ze voor hem terug, maar ze vermande zich. ‘Jij zult me redden, en we leven nog lang en gelukkig.’ Spijtig schudde hij zijn hoofd. ‘Maar zo zal het niet gaan. Iedereen verbaast zich over het feit dat ik nog leef, ikzelf niet het minst. Ik ben blij dat ik je nog heb gezien. Wanneer je contacten onderhoudt met een echte vrouwe – nou, ik had niet anders verwacht.’ Een laag gegrinnik ontsnapte aan zijn keel, zonder blijdschap, maar het respect dat ze zo waardeerde klonk er in door. ‘Zo ken ik mijn Seleentje. Je zult je overal doorheen slaan wanneer je je zinnen hebt gezet op iets.’ Hij hoestte weer, en zijn bleke lijf sidderde. Ze lachte door haar tranen heen. ‘Bij ons zal het verhaal werkelijkheid worden.’ Zijn stem klonk meedogenloos. ‘Je bent nooit dom geweest, Sel, begin er dan nu niet mee. Ik zal je vertellen wat ik wilde, en daarna zal ik gaan. Zoals ik al zei, er is iets mis bij de haven. Ik weet niet wát het is, alleen dat het belangrijk is.’ Zijn armen omklemden haar. ‘Blijf er uit de buurt, Selene. Hij is gevaarlijk. Ik weet dat je altijd op zoek wilt naar gevaar’ – hij schudde zijn hoofd toen ze wilde protesteren – ‘en zo niet, dan wel naar wraak, maar doe dat niet. Gebruik slechts het Vuur der Mensen. Je weet wat geruchten op de goede plaats doen, Selene. Het zal zich als een levend vuur door alle zielen verspreiden, en zijn vernietigende werk doen.’ Zijn mismaakte lippen drukten een kus op haar voorhoofd en hij wendde zich af.
‘Is dat alles wat je te zeggen hebt?’
‘Ja, Selene.’
Ze greep de vodden van zijn kleding vast en dwong hem te blijven staan. ‘Zeg het dan.’
‘Ga niet achter hem aan. Het is een advies, want ik kan je belofte niet afdwingen.’
‘Zeg het.’
Zijn ogen stonden droevig. Ik ben je lief niet meer. ‘Vaarwel, mijn lief.’
Ze keek hem na toen hij door de straat strompelde, van de ene naar de andere kant zwalkte, en haar hart liet bittere tranen om wat er was geworden van haar beste vriend. Ze keek omhoog naar de zon, om de tijd te meten. Wat kan het me ook schelen?
Langzaam slofte ze richting het paleis. Ik kan niets voor Appies nagedachtenis doen wanneer ik hier blijf. Ik moet priester worden…maar dat duurt zo láng. Ik kan niet spioneren, ik ben niet lenig en onopvallend zoals Ap. Moet ik Vrouwe Penthe inlichten? Maar zij heeft hier niets mee te maken, zeker niet.
De stralende muren doemden voor haar op. Ze nam de achteringang en wist dat ze te laat was. Het kon haar niet schelen. De gang vervormde voor haar waterige blik, hoewel de tranen waren opgehouden met stromen. Niemand zou kunnen zien dat ze gehuild had.
Met een zware bons liet ze de gegraveerde klopper op de deur van Vrouwe Penthe neerkomen. Ze zuchtte en duwde toen de deur open. Selene rechtte haar rug en streek met haar hand door haar haren. Ze stapte naar binnen en bereidde zich voor op de uitbarsting. ‘Hier ben ik dan.’

Mai
Ontdekkingsreiziger
Berichten: 204
Lid geworden op: 31 mei 2004 19:29
Locatie: Zeeland, Goes

Ongelezen bericht door Mai » 14 feb 2005 19:46

Daar kan ik niet tegenop hoor ;)

Toen Mynn terug kwam in de paleiskeuken was het daar inderdaad crisis. De voornaamste meelleverancier had problemen gehad, en dus moest het meel nu overal en nergens vandaan gehaald worden. Overal stonden kleine molenaars en grotere leveranciers, die stuk voor stuk probeerden hun voordeel uit de situatie te halen door de prijzen behoorlijk op te drijven. Toch was Mynn blij dat ze weer terug was, in een wereldje dat ze begreep en redelijk kon controleren en overzien. Zo goed en zo kwaad als het ging kreeg ze een maaltijd op tafel, met wat minder deeggerechten als normaal en te laat, maar het was eten. Ze liet de keuken opruimen, betaalde de leveranciers, en hoopte dat ze niet dit soort problemen zouden hebben rond de kroning. Nu al draaide haar keuken op volle toeren door de vele gasten en hun bediendes, maar dit zou tot de kroning alleen maar erger worden. En dan ook nog Penthe, Fenithya en Selene...

Ze vroeg zich bezorgd af wat Penthe zou gaan doen. Natuurlijk, het was eigenlijk niet verstandig geweest van Fenithya om in te breken, maar aan de andere kant konden zij er niets aan doen dat de havenmeester niet aanwezig was. Ze hadden gezocht en gezocht, en hij was nergens te bekennen geweest. Maar toch... Penthe was al boos op hen geweest aangezien haar geheim zover was uitgelekt, en ze hadden zich goed in de nesten gewerkt.

Als het de bedoeling is dat ik erbij ben over een uur moet Fenithya of Penthe of een page ofzo me misschien even komen waarschuwen, Mynn weet daar nog niets van...

Virinya
Avonturier
Berichten: 147
Lid geworden op: 11 aug 2004 09:36
Locatie: Sindelnaya

Ongelezen bericht door Virinya » 17 feb 2005 08:35

Sorry sorry sorry sorry dat ik zo lang niet heb gepost. Ik ben echt ontzettend druk geweest, maar ik zal mijn leven beteren.

Fenithya kon nog niet geloven dat ze weer uit dat benauwde rothok was. Haar knieën knikten en ze zweette, hoewel ze het ontzettend koud had. Penthe had haar bij haar arm gepakt en meegesleurd naar het paleis en dat was maar goed ook, want anders was Fenithya vast onderuit gegaan. Ze was zo ontzettend bang geweest toen ze daar binnen zat.. zo bang! Fenithya was eigenlijk nooit bang.. maar dit... Ze rilde, maar Penthe gunde haar geen blik waardig. Fenithya voelde zich misselijk, koud, duizelig en vermoeid. Alles om haar heen draaide. Ze was bedwelmd door de vreselijke lucht die in de cel had gezeten.. het rook er naar dode dieren. Haar hoofd bonkte en het was maar goed dat Penthe haar vasthield.. anders was ze al lang weggeweest.

Eenmaal bij het paleis aangekomen liet Penthe Fenithya ruig los. Fenithya tolde op haar benen en viel uiteindelijk neer op een stoel. Penthe keek haar woedend en streng aan en zei: "Over een uur ben je in mijn werkkamer.. dan zwaait er wat voor jou meisje!" Vluchtig liep Penthe weg. Fenithya bleef een tijdje op de stoel zitten en keek rond. Het paleis zag er ineens zo anders uit.. alsof ze als nieuweling in het paleis binnen kwam. Hier en daar liepen pages door de gang en de wandkleden zagen er ook erg onbekend uit. Alles draaide voor Fenithya's ogen en voor ze het wist werd alles zwart en voelde ze een doffe knal tegen haar hoofd...

"Vrouwe? Vrouwe!? Wakker worden!! Hoort u mij, vrouwe? Alstublieft.. word wakker!" Zachtjes knipperde Fenithya met haar ogen. Toen ze haar beeld weer scherp had gesteld keek ze in de bruine ogen van een jongeman. "Kunt u nog praten?" vroeg hij met zachte vriendelijke stem" Fenithya probeerde haar hoofd te draaien.. maar dat deed pijn. Op fluistertoon vroeg ze: "Waar ben ik?" De jongen depte voorzichtig met een natte doek over haar voorhoofd. "Je bent gevallen.. toen ik hier binnenkwam lag je op de grond. Een page heeft me water en een doek gebracht.. blijf even rustig liggen.. Vrouwe Penthe is al ingelicht" Fenithya schrok. Penthe?!?! Ze moest bij Penthe zijn binnen een uur. Hoelang had ze hier dan al gelegen? Bewegen kon ze zich nauwelijks.. al haar spieren waren slap. Ze keek de jongeman nog eens aan. "Wie bent u?" vroeg ze zacht. "Ik ben Einanon, ik zorg hier voor de paarden en voor de tuinen. Ik kwam naar binnen om even te kijken of de keuken nog oud brood overhad voor de paarden. En toen zag ik u. Oh.. daar komt Penthe." Fenithya's hart begon sneller te kloppen. Enerzijds van de charmante Einanon en anderzijds van de angst voor Penthe. Penthe snelde toe en boog zich over Fenithya heen. Ze keek bezorgd.. niet boos. "Sorry Penthe.." stamelde Fenithya "Ik ben denk ik onderuit gegaan" Penthe legde haar hand op Fenithya's mond. "Rustig aan. Rust wat uit. Ik laat een page halen om je naar je kamer te brengen." Fenithya knikte zachtjes, maar Einanon zei: "Oh.. vrouwe. Ik kan Fenithya wel even naar haar kamer brengen. De paarden kunnen wel even wachten." Penthe aarzelde even.. maar knikte toen en liep weer weg.

Einanon tilde Fenithya in een soepele beweging op en droeg haar de trappen op. Eenmaal bij haar kamer aangekomen, legde hij haar voorzichtig op bed en tilde de dekens over haar heen. "Dank je wel.. Einanon" fluisterde Fenithya. "Ssst.. rust wat uit. Snel zullen wij elkaar weer zien." Fenithya viel meteen in diepe slaap en Einanon keek nog even naar Fenithya voordat hij haar kamer verliet. Wat een ontzettend mooi meisje is dat. Oeh.. ik hoop dat alles weer goed komt

Tja.. ik moest toch wat inhalen he.. dus even een lang stukje gepost ;)

aphrael
Sterrenschipper
Berichten: 1328
Lid geworden op: 09 okt 2004 14:12
Locatie: Rotterdam
Contacteer:

Ongelezen bericht door aphrael » 19 feb 2005 18:33

Stilletjes liep Penthe de kamer van Fenithya binnen. Op haar tenen sloop ze naar het bed en keek neer op Fenithya die daar, duidelijk uitgeput, lag te slapen. Arm kind, als ik nou had geweten dat ze claustrofobisch was. Domme meid, wie breekt er dan ook in in zo'n havenkantoor. Nou ja, risico van het vak zullen we maar denken. Penthe liep zachtjes de kamer weer uit en gaf een page de opdracht Fenithya morgenochtend naar haar toe te brengen, als ze daartoe in staat was.

Onderweg naar haar kamers besloot ze nog even naar de keuken te lopen. Mynn was druk in de weer met allerlei boeren en meelleveranciers. Ze zag eruit of ze het allemaal aan kon. "Mynn, ik weet dat je het nu erg druk hebt, maar ik verwacht je vanavond in mijn kamers. Ik wil precies weten wat er gebeurt is." Ze vertelde Mynn ook van Fenithya, die daar zichtbaar van schrok. "Maak je niet ongerust, ze komt er weer helemaal bovenop, ze heeft alleen rust nodig. Doe me een plezier en laat haar morgen een extra stevig ontbijt brengen, ze heeft de hele dag verder niet gegeten."

Na haar gesprekje met Mynn ging Penthe terug naar haar kamers en wachtte daar op Selene.

Gesloten