Skip to Content

Transformers

 
Regisseur
Cast Shia LaBeouf, Megan Fox, Josh Duhamel
Verschenen 2007
Genre/setting
Cover

Transformers. Wellicht ken je ze nog van de tekenfilmserie uit de jaren ’80: de reusachtige robots die konden veranderen in bijna ieder denkbaar object, van trucks tot mechanische dino’s. Al een eeuwigheid is het ras verdeeld in twee kampen: de goedaardige Autobots, onder de hoede van Optimus Prime, en de gewelddadige Decepticons.

2007 markeert de terugkeer van de robotsaga naar het grote publiek. Kosten noch moeite werden gespaard: bijna 150 miljoen dollar gaf Dreamworks aan Steven Spielberg en Michael Bay om van Transformers het paradepaardje van de moderne filmtechniek te maken. In dit opzicht zijn de makers absoluut geslaagd, want de animaties zijn ronduit verbluffend. Klaagde ik na het zien van de nieuwe Star Wars-films nog dat de CGI-creaties me het gevoel gaven dat ik naar een computerspel keek, bij Transformers is er werkelijk geen onderscheid te maken tussen echt en computeranimatie. Het is alsof acteurs en robots zij aan zij op de set stonden.

Het verhaal van de film is losjes gebaseerd op wat de fans al kennen uit oudere series. Zoals vaker in de geschiedenis van de Transformers is de Aarde het toneel van een vijandige ontmoeting tussen Autobots en Decepticons. De leider van de slechteriken, Megatron, is op zoek naar de zogeheten Allspark, een krachtig artefact dat eeuwen geleden op onze planeet neerstortte en ingevroren raakte in de poolcirkel. In 1897 stuitte de ontdekker Archibald Witwicky op het voorwerp. Wanneer de Transformers landen op Aarde, gaat hun aandacht direct uit naar Witwicky’s nazaat Sam, een brutale en enigszins onhandige jongen die zojuist zijn eerste auto koopt. Niet helemaal toevallig blijkt die wagen de Autobot Bumblebee te zijn.

De film begint met een mysterieuze intro die de geschiedenis van het Transformer-ras zeer kort uit de doeken doet. Duister en sexy verkondigt de verteller het belang van de Allspark, het lijdend voorwerp in het generatielange conflict tussen de twee kampen. De toon is gezet, of toch niet? Helaas is de strakke introductie niet representatief voor de rest van de film. Al snel worden de kijkers gebombardeerd met schokkerige camerabewegingen terwijl een boze Transformer chaos en destructie zaait op een militaire basis. Michael Bay stapelt explosie op explosie en pompt het robotgeweld op het scherm met een snelheid en lompe kracht die bijna niet te verstouwen is.

Temidden van deze voortrazende actietrein presteert de regisseur het om in de eerste helft van de film een oninteressant tienerdrama te verwerken. De acteurs – want meer zijn het niet – doen wanhopige pogingen om de zaal te veroveren met grapjes over masturbatie en dikke negers die teveel donuts eten. De oneliners en halfbakken pogingen tot humor zijn zo talrijk dat ik me afvraag of het script misschien geschreven is door Jürgen Rayman, meester van de flauwheid. Natuurlijk is er dan nog een bloedmooie jongedame aanwezig op wie Sam zijn oog heeft laten vallen. En toevallig weet ze ook alles van auto’s en zien we haar aan het einde van de film, begeleid door ruige rockmuziek, in rambostijl ten strijde trekken tegen de Decepticons. Gecast en geschreven als de natte droom van iedere tienerjongen, maar ik was haar naam bij het verlaten van de zaal alweer vergeten.

Zo zit je je na enige tijd af te vragen waarom deze film eigenlijk Transformers heet en niet ‘Meet the Angry Robots’. Pas halverwege worden de buitenaardse machines wat verder naar voren geschoven, maar de focus van het verhaal blijft rusten op Sam en zijn knappe sidekick. Het is een raadsel waarom de makers er juist voor kozen van dit melodrama de hoofdlijn te maken, want de robots zijn veel interessanter. Van de lieve Bumblebee tot de neurotische Frenzy, ze hebben allemaal eigen persoonlijkheden waardoor hun mechanische tronies tot leven komen. Dit is zelfs in letterlijke zin waar: er zijn momenten waarop Autobot-leider Optimus Prime echt vriendelijk kijkt en de flikkerende oogjes van Bumblebee wel medelijden [i]moeten[/i] wekken. Natuurlijk hebben ook de uitstekende stemacteurs hier een flinke vinger in de pap. Zij hadden de zware taak om hun karakters van emotie te voorzien, zonder hun robotische aard uit het oog te verliezen.

Helaas blijven door deze nadruk op een aantal menselijke karakters veel details en verwijzingen onduidelijk voor de gewone bioscoopbezoekers. Een diehardfan wist me te vertellen dat er stevig wordt verwezen naar verhoudingen tussen Transformers onderling. Deze worden echter zelden uitgelegd, waardoor die informatie bij leken niet aankomt. Hoe kan ik, niet ingewijd in de geheimen van de franchise, weten dat überslechterik Megatron traditioneel een hekel heeft aan het geklungel van Starscream? Ik dacht dat de leider van de Decepticons standaard met het verkeerde been uit bed stapte. Een ander voorbeeld is de matige karakterisering van Megatron. Hij wil de Allspark gebruiken om de mensheid uit te roeien, maar wat is zijn motivatie? Een kenner maakt me duidelijk dat het voorwerp hem toegang zou geven tot nieuwe technologieën en grondstoffen, die hij kan inzetten in de oorlog om Cybertron, de thuisplaneet van de Transformers. Had men maar een kwartiertje aan actiescènes en saaie puberbeslommeringen uit deze tweeënhalf uur durende film gehaald om daar ruimte voor te maken. Maar dat past niet binnen de filosofie van Michael Bay, de koning van non-stop explosief geweld, waarbij de kijker niet op adem mag komen.

Transformers: the Movie is een visueel spektakel, zoals we allemaal verwacht hadden. Erg volwassen is het spijtig genoeg niet. Fans van de oude franchise zullen een heerlijk nostalgische avond beleven en ook liefhebbers van spetterende actie en weergaloze effecten worden op hun wenken bediend. Wie meer van deze film verwacht, wordt teleurgesteld. Er is hier beslist ‘more than meets the eye’. Jammer dat Bay en Spielberg ons daar zo verrekte weinig van laten zien.


Lees ook:

Reacties