Skip to Content

Winterkrijgers

 
Auteur
Serie De kronieken van de Drenai
Oorspronkelijke titel Winter Warriors
Genre
Uitgever Mynx
Verschenen 2003
ISBN 9789022534861
Cover

Onlangs heb ik achter elkaar de laatste drie Gemmells uitgelezen (Vergeten Helden, Winterkrijgers en De Witte Wolf). Misschien wat veel zo in één keer, want de (overigens prettig leesbare) boeken van Gemmell kenmerken zich door hun herkenbare struktuur. Eén of meer uitgerangeerde krijgers, een priester, een dame in nood, een machtige vijand, een sjamaan, een queeste, eer, trouw, vriendschap en moed, en vooral veel vertoon van vechtkunst, dat zijn toch de voornaamste ingrediënten in de boeken van Germmell.

Hoewel ik het laatste boek (De Witte Wolf) een van de beste uit de serie vind, sprong Winterkrijgers er bij mij op een eigenaardige manier uit. Want waar zijn boeken voornamelijk verhalen over de vele oorlogen en veldslagen tussen de Drenai, Nadir, Gothir, Ventrianen, enzovoorts, speelt in dit boek een ongrijpbare oorlog tussen hogere machten een prominente rol.

Het boek verhaalt over drie oude krijgers: zwaardvechter Nogusta, Kebra de boogschutter en de reus Bison (bij wie mij onmiddellijk worstelaar Hulk Hogan voor het geestesoog verscheen). Let wel: al deze mannen zijn de 50, Bison zelfs de 60, al ruim gepasseerd. Ze kennen geen ander leven dan het leger waarin ze al tientallen jaren dienen en voelen zich dan ook vreselijk afgedankt wanneer zij, tezamen met nog zo'n tweeduizend leeftijdsgenoten, bedankt worden en naar huis gestuurd.

Uiteraard neemt het verhaal een wending die hen in staat stelt hun moed alsnog te tonen. De koning sterft en zijn koningin is zwanger. De stad wordt overspoeld door demonen en alle mensen raken bezeten. Nogusta en zijn maten ontdekken dat er duistere machten in het spel zijn die het nog ongeboren kind van de koningin willen offeren om een vreselijk doel te bereiken: totale vernietiging van de aarde en de mensheid.

Hé! Zo kennen wij Gemmell niet. Meestal houden de helden in zijn boeken zich met aardsere zaken bezig. De hoeveelheid horror en magie is in dit boek ongemmels groot. Maar wat meer is, het lijkt wel een eerbetoon aan de vader van de hedendaagse fantasy: Tolkien. De paralellen met de Ring-queeste zijn zo overduidelijk. Nogusta en zijn vrienden reizen met gezwinde spoed met de hoogzwangere koningin het land uit om de kwade machten te ontvluchten en haar kind te redden.

In plaats van een ring, gaat het hier om een baby. De Reisgenoten op zijn Gemmells? De Illohir doen aan de Valar denken; de Krayakin, de in het zwart gestoken, bloedeloze achtervolgers van het reisgenootschap zijn vrijwel synoniem aan de Nazgûl. Negen reisgenoten, een tovenaar.

Het was een vreemd, bijna on-Gemmels boek, maar juist door deze anders-dan-anders-opzet reuze spannend om te lezen. Zonder iets te verklappen kan ik vertellen dat niet iedereen het overleeft, maar dat er, zoals we gewend zijn van Gemmell, een min of meer open einde aan het boek zit, zodat hij later nog eens zou kunnen voortborduren op dit verhaal.

Wat me helaas erg stoorde waren de vele taalfouten, en Gerard Suurmeijer mag zijn her en der letterlijk uit het Engels vertaalde zinnen wel eens wat Hollandser formuleren. En het woord cañon... ik heb altijd gedacht dat je dat als 'canyon' schreef. Maar ik kan het mishebben natuurlijk.

Toch een 7 voor dit boek, maar niet de ruime 8 die Legende en De Witte Wolf verdienden.

Praat erover op ons forum!

Lees ook: