Skip to Content

Kushiëls Keuze

 
Auteur
Serie Kushiëls Sage
Oorspronkelijke titel Kushiel's Chosen
Genre
Uitgever Uitgeverij M
Verschenen 2003
ISBN 9789022535912
Cover

Bewust heb ik gewacht op het moment dat de uitgave van het derde deel werd aangekondigd. Wetende dat ik niet al te lang hoef te wachten op de finale, kan ik in een relatief korte tijd de hele trilogie kan lezen.

Afgaande op de blurbs en de - gekleurde - artikelen in een fantasytijdschrift van de verantwoordelijke uitgever, moest deze serie een topper zijn. En ik moet zeggen dat het eerste deel een verademing was, een zeer goed geschreven historische fantasieroman. En dat voor een debuut, grote klasse.

Over het eerste deel zijn vele lovende recensies geschreven, het won zelfs een Locus Award. De lat voor het tweede deel was dus gelegd, en op wat voor een hoogte. Mijn verwachting kwam uit, het vervolg is zeer geslaagd, zij het iets minder dan het debuut, dat wel. Slechts een beetje minder omdat het verhaal laat op gang komt.

Tot de helft van het boek gaat alles zijn gangetje, er gebeurt van alles, maar het pakte me nèt niet. Na een zekere gebeurtenis, welke ik natuurlijk niet ga verklappen, krijgt het verhaal een wending die me het boek deed verslinden. Begrijp me niet verkeerd, de eerste helft van het boek heeft Carey op hoog niveau geschreven, maar mist dat kleine beetje extra. Het verhaal kabbelt als het ware voort.

De god Kushiël heeft Phèdre nó Delaunay (de hoofdrolspeelster) gekozen als uitverkorene. Hierdoor is Phèdre voor de rest van haar leven getekend met een rood vlekje in haar oog. Tevens is ze behept met een voorliefde voor pijn en dat maakt haar uniek in haar beroep als courtisane.

Aan het eind van het eerste deel (Kushiëls Pijl) verlaat ze haar dienst aan Naamah (soort godheid van de liefde) om met haar beschermeling en geliefde Joscelin een leven op te bouwen in haar geërfde graafschap Montreve.

Op een dag ontvangt ze bezoek uit de Caerdicca Unitas (het huidige Italië) met een geschenk. Het is een sangoire mantel, gekregen als patroongift van Melisande Shahrazai, haar vijand voor wie ze nog steeds gevoelens heeft. Deze Melisande is gevlucht uit hun beider geboorteland Terre d’Ange (het huidige Frankrijk), na ter dood veroordeeld te zijn door koningin Ysandre de la Courcel.

Phèdre heeft als afgezant van Ysandre ervoor gezorgd dat het rijk uit de handen bleef van de Skaldische invallers. Welke op hun beurt samengezworen hadden met, juist ja, Melisande. Al deze gegevens vormen de basis voor dit boek. In de volgende alinea zal ik meer dan een tip van de sluier oplichten.

Na ontvangst van de mantel treedt Phèdre opnieuw in dienst van Naamah, iets wat Joscelin overduidelijk afkeurt. Hun relatie dreigt hierdoor zelfs ten onder te gaan en Joscelin begint zich te verdiepen in het Yeshuietische (waarschijnlijk Joodse) geloof.

Phèdres terugkeer als courtisane is een geweldig succes, een telg uit de familie Stregazza betaalt een gigantisch bedrag voor haar diensten. Door hem raakt Phèdre ervan overtuigd dat Melisande in La Serenissima (het huidige Venetië) zit ondergedoken.

Na een in scene gezette flirt met de geliefde van Ysandre, besluit ze als spion richting La Serenissima te vertrekken, bijgestaan door haar drie ridders en Joscelin. Eenmaal aangekomen belandt ze in een machtstrijd om de titel van doge. Vanaf hier zal ik niks meer verklappen, het enige dat ik nog loslaat is dat Phèdre in handen valt van de piraat Kazan Atrabiades uit Illyria (het huidige Istrië) en zelfs in Kriti (het huidige Kreta) belandt.

Het verhaal draait vooral om verraad en macht en is een waardig vervolg op het eerste deel. Ik hou wel van dit genre en Careys schrijfstijl is boeiend en verveelt niet snel. De omgeving (het Middellandse Zee-gebied) is pakkend en geeft iets van herkenning. Kortom, dit originele avontuur geef ik als waardering een 8,5. Ik ben zeer benieuwd naar het laatste deel...

Praat erover op ons forum!

Lees ook: