Skip to Content

De Leerling en de Magiër

 
Auteur
Serie De Taal der Stenen
Oorspronkelijke titel The Language of Stones
Genre
Uitgever Uitgeverij M
Verschenen 2004
ISBN 9789022537275
Cover

‘Het beste wat ik gelezen heb sinds Tolkien!’, schijnt de uitgever van Tolkien euforisch te hebben verkondigd, met betrekking op dit boek. Er zijn drie mogelijkheden: ofwel heeft hij een ander boek gelezen dan ik, een soort andere versie, ofwel is de Nederlandstalige versie barslecht, ofwel heeft hij de avond toen hij het las echt wel te diep in het glas gekeken.

Ik hou het bij mogelijkheid drie.

Dit boek vergelijken met Tolkien is pure barbaarsheid. De Taal der Stenen is een van de meest ontgoochelende boeken die ik de laatste tijd heb gelezen, en de verheerlijkende commentaren zijn dan ook helemaal overroepen.

Het verhaal is flinterdun. De dertienjarige Will wordt op z’n verjaardag uit zijn pittoreske geboortedorpje gehaald door een zekere Gwydion. De ouders blijken dertien jaar geleden een belofte te hebben gedaan dat ze de vondeling Will, aan hen gegeven door Gwydion, zouden afgeven aan de magiër op z’n dertiende. Dat gebeurt met de nodige snottering en tranen – o pathos, pathos – en dan vertrekken ze halsoverkop op een avontuur waarvan de lezer niet weet waarom en waarheen.

Carter windt er geen doekjes om: de namen van de eerste vijf deeltjes van hoofdstuk één zeggen genoeg: Het dal uit, Het domein in, Naar de toren van heer Vreemd, Een beetje onderwijs en dan – huiver huiver – De moerasheks.

De Taal der Stenen speelt zich af in een Keltisch/Iers/Welsch/Britse wereld. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat Carter (net als Tolkien) taalwetenschapper is en historicus. Deze boekenserie is een ideale uitlaatklep om zijn virtuoze taaluitspattinkjes een plaats te geven. Hier en daar zitten spreuken en liederen in een zelfverzonnen taal, en zelfs enkele raadseltjes (waar de normale lezer geen sikkepit van verstaat) steken de kop op.

Hoofdpersonage Will is zo plat als een pannenkoek, net als Gwydion trouwens. Hij schommelt de hele tijd tussen heimwee en doorzettingsvermogen, dan ontsnapt hij eens als ze net vertrokken zijn, en beleeft hij zijn eerste verliefdheid en heel de riemram. Het is sowieso al moeilijk om je in te leven in een dertienjarige (!) jongen, vandaar ook mijn verwondering dat dit boek nota bene bij de volwassenafdeling stond in de bieb.

Ik ben ergens gestrand in het midden van het boek, zoals meestal het geval is. De spanning was verminderd tot enkele micro-Ampère, en dus te weinig om nog enige invloed op mij uit te oefenen.

Misschien heeft het feit dat het boek barst van de clichés er iets mee te maken.

Natuurlijk is het niet rechtvaardig een boek alleen maar op clichés te pakken; alles drijft op clichés. Maar het woord ‘vernieuwing’ staat blijkbaar niet in Carters woordenboek. Ik heb het er een beetje moeilijk mee dat veel schrijvers na het succes van Potter en Lord of the Rings geld ruiken, en plotsklaps fantasy beginnen te schrijven.

Voor ons – fantasylezers – is het daarom bijna een verplichting elk blad tweemaal om te slaan. We moeten voortdurend op ons hoede zijn, want het bedrog is nimmer veraf.

Praat erover op ons forum!

Lees ook: